Zoek op

Beplakken

Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bedrijvend werkwoord] [gelijkvloeiend] (ik beplakte, heb beplakt); - met.
*...PLAKKER, m. (-s). ...STER, v. (-s).
*...PLAKKING, v. [geen meervoud]
*...PLAKSEL, o. (-s), waarmede men beplakt.
*...PLANKEN, [bedrijvend werkwoord] [gelijkvloeiend] (ik beplankte, heb beplankt), van planken voor...
Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/cali003nieu01/cali003nieu01_0005.htm

Beplakken

[Mil. Woordenboek, spelling van 1861 ``Beplakken``] Eene helling B., haar met plakwerk of plakzoden beleggen
Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/land016mili01_01/land016mili01_01_0003.htm
Geen exacte overeenkomst gevonden.