bedekken, bestrooien met rijzelend, af- of uitvallend zaad, graan, e.a; - Voorbeeld: ‘Er waren er (= mutsen) bruine, zwarte, grijze, blauwe, gestreepte, met watjes bereuzeld en bevlokt’ Gevonden op https://dbnl.org/tekst/leme001taal02_01/leme001taal02_01_0005.php