Zoek op

Brandig

Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bijvoegelijk naamwoord] (-er, -st), naar iets verbrands riekende of smakende; ontstoken; ontsteking verwekkende (op de huid).
~HEID, v. [geen meervoud]
Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/cali003nieu01/cali003nieu01_0005.htm

Brandig

Uit `De lagere vaktalen: De tabakbewerkerstaal` 1914 lijdend aan brand (2).
Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/ginn001hand02_01/ginn001hand02_01_0009.php
Geen exacte overeenkomst gevonden.