Zoek op

Decouperen

Let op: Spelling van 1858 afhouwen, ontleden, in stukken snijden, uitsnijden, uitknippen; ook voorsnijden; (fig.) kwaadspreken, lasteren
Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/weil004kuns01_01/

Decouperen

Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bedrijvend werkwoord] [gelijkvloeiend] (ik decoupeerde, heb gedecoupeerd), voor-, opensnijden; ontleden.
*...COURAGEREN, [bedrijvend werkwoord] [gelijkvloeiend] (ik decourageerde, heb gedecourageerd), ontmoedigen.
*...CREDITEREN, [bedrijvend werkwoord] [gelijkvloeiend] (ik decrediteerde, heb gedecr...
Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/cali003nieu01/cali003nieu01_0007.htm

Decouperen

Snijden, voorsnijden, in mooi passende delen of porties. Fr. découper.
Gevonden op http://www.encyclo.nl/lokaal/10877

Decouperen

Snijden, voorsnijden, in mooi passende delen of porties. Frans: découper.
Gevonden op http://kookrecepten.wordpress.com/recepten/keukentaal/keukentaal-d/

decouperen

[Nederlands] scènes verknippen
Gevonden op https://quizlet.com/5897027/nederlands-flash-cards/

decouperen

uitsnijden (toon de herkomst via de etymologiebank)
Gevonden op http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/decouperen

DECOUPEREN

1) In stukken snijden 2) Voorsnijden
Gevonden op http://www.mijnwoordenboek.nl/puzzelwoordenboek/DECOUPEREN/1
Geen exacte overeenkomst gevonden.