
flodderig, beweeglijk, levendig, zwierig - Voorbeeld: ‘
Een paar jonge meisjes kwamen Albert in 't gemoet. (...) Ze zagen er wakker en flodderachtig uit’ - Voorbeeld: ‘
Het (= Wenen) heeft iets van Parijs, maar op een andere toon - iets ingetogener, niet uitbundig of flodderachtigs’ (Ingoyghem II 32)
Gevonden op
https://dbnl.org/tekst/leme001taal02_01/leme001taal02_01_0009.php
Geen exacte overeenkomst gevonden.