Zoek op

Gloeijen

Let op: Spelling (deels) uit 1864: (B. GLOEIEN), ow. [bedrijvend werkwoord] [gelijkvloeiend] (ik gloeide, heb gegloeid), door verhitting in eene warmte- en lichtontwikkeling geraken; gloeiend maken, - worden; branden met een sterken graad van hitte; [figuurlijk] helder schijnen; vurig -, zeer levendig -, vol ijver zijn; het ijzer gloeit, is ...
Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/cali003nieu01/cali003nieu01_0010.htm

Gloeijen

Let op: Spelling van 1858 een ligchaam zoo sterk verhitten, dat het licht en lichtstralen van zich afgeeft. Zijn deze rood of geel, zoo heet zulks rood-gloeijen, hetwelk geene zoo groote hitte vereischt, als het witgloeijen, waarbij de stralen alle soorten van kleuren opleveren
Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/weil004kuns01_01/
Geen exacte overeenkomst gevonden.