Zoek op

Habilleren

Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bedrijvend werkwoord] [gelijkvloeiend] (ik habilleerde, heb gehabilleerd), kleeden.
*...BILE,
*...BIEL, [bijvoegelijk naamwoord] bekwaam, behendig; bevoegd.
*...BILITEIT, v. [geen meervoud] bekwaamheid, behendigheid.
*...BILITEREN (ZICH), ww. [gelijkvloeiend] zich geschikt of bewaam maken....
Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/cali003nieu01/cali003nieu01_0011.htm

Habilleren

Let op: Spelling van 1858 habiller, Fr., kleeden, aankleeden (zich)
Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/weil004kuns01_01/
Geen exacte overeenkomst gevonden.