
Uitgestorven orde van twee of drie families en tien of meer genera van middelgrote landreptielen. De vorm varieerde van hagedisachtig tot koeachtig en sommige soorten hadden uitgespreide ledematen. Op hun huid groeiden grote knobbels en in de schedel zaten diepe putten. De ledematen waren stevig en goed ontwikkeld en vaak hadden de dieren een robuu...
Gevonden op
https://www.encyclo.nl/lokaal/11605
Geen exacte overeenkomst gevonden.