het met plaaster bedekken (een muur) (VD II 3), het pleisteren van een muur - Voorbeeld: ‘Nu in de laatste tijd was zij (= de kerk) bouwvallig geworden en door plaastering en knoeierij onherkenlijk gemaakt’ Gevonden op https://dbnl.org/tekst/leme001taal02_01/leme001taal02_01_0019.php