Zoek op

Reeden

Let op: Spelling (deels) uit 1864: [bedrijvend werkwoord] [gelijkvloeiend] (ik reedde, heb gereed), bereiden, gereed maken, vervaardigen; uitrusten, timmeren (schepen); bereiden (zijde).
~, ow. (zeew.) deel hebben aan het uitrusten van een schip; [figuurlijk]
Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/cali003nieu01/cali003nieu01_0021.htm

Reeden

Uit `De lagere vaktalen: Timmermanstaal` 1914 met de reeschaaf gladschaven.
Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/ginn001hand02_01/ginn001hand02_01_0009.php

reeden

(reden, reeden) 1>: een schip voor de vaart uitrusten. 2> schepen in bedrijf hebben, exploiteren of aan de exploitatie ervan deelnemen
Gevonden op http://www.debinnenvaart.nl/binnenvaarttaal/woord.php?woord=r
Geen exacte overeenkomst gevonden.