de strijker zelfst.naamw. (m.) Uitspraak: [ 'strɛikər ] Afbreekpatroon: strij·ker Verbuigingen: strijkers (meerv.) 1) iemand die een strijkinstrument bespeelt muziek Voorbeeld: 'de strijkers in een orkest' 2) stuk vuurwerk dat knallend afgaat door het ergens tegen aan te schuren Voorbeeld: 'strijkers ... Gevonden op https://woorden.org/woord/strijker
(orgel) Open labiaalpijpen met een nauwere mensuur als de prestanten, geven daardoor een klankkleur met sterke boventonen die de suggestie oproepen van de klank van strijkinstrumenten. (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) Gevonden op https://thesaurus.cultureelerfgoed.nl/concept/cht:58142666-a2b0-45da-bb08-c