
eenvoudige, brave, dwaze, onhandige vrouw of meisje - Voorbeeld: ‘
De rijke boerendochter van zijn weerga kende hij niet. De Sobrie's waren lelijke donders; de Poorters: zot van hoveerdij; de Cannaerts: onnozele subbedutten waar hij niets voor voelde’
Gevonden op
https://dbnl.org/tekst/leme001taal02_01/leme001taal02_01_0021.php
Geen exacte overeenkomst gevonden.