
de vezels doen uiteengaan, uiteenrafelen - Voorbeeld: ‘
De halsband moest hij toerijgen met twee vlassen koordjes, omdat de lintsnoeren er reeds lang en zo dikwijls waren afgebeten, afgesnokt, afgevochten en afgepilkt, uiteengevezeld één draadje t'enegaar’
Gevonden op
https://dbnl.org/tekst/leme001taal02_01/leme001taal02_01_0023.php
Geen exacte overeenkomst gevonden.