
uitvreten uitdr.: Voorbeeld: ‘
iemand 't hart uitfretten’: tergen, treiteren - Voorbeeld: ‘
Het waren weer de twee Koornaerts die elkaar hun bewijsvoering naar de kop gooiden, uit leedvermaak om de derde Koornaert te pesten, hem 't hart uit te fretten, krankzinnig te maken’
Gevonden op
https://dbnl.org/tekst/leme001taal02_01/leme001taal02_01_0023.php
Geen exacte overeenkomst gevonden.