
grommen, grommende uitspreken, zeggen, te kennen geven, uiten - Voorbeeld: ‘
Waar hij die dingen tussen zijne tandekweern uitgromde, bleef het vel van zijn wezen gelijk aan de bork van een boom’ - Voorbeeld: ‘
Hij heeft het in een gramte uitgegromd: Voorbeeld: ‘Hewel, ik ga trouwen!’ (Kroniek Gezelle 62)Gevonden op
https://dbnl.org/tekst/leme001taal02_01/leme001taal02_01_0023.php
Geen exacte overeenkomst gevonden.