knappen, knapperen, knabbelen, - Voorbeeld: ‘Effenaan het vlees met een bruin korstje was gebakken en gebraad, knaagden de jongens 't vlees er af en knarspten de beenderkes te morzel tussen de tanden’ Gevonden op https://dbnl.org/tekst/leme001taal02_01/leme001taal02_01_0014.php