Kopie van `Belastingdienst begrippen loonheffing`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.
Categorie: Economie en financiën > Belastingen
Datum & Land: 15/02/2007, NL
Woorden: 56


Aansprakelijkheid
Een ander dan de werkgever wordt aangesproken voor de loonheffingen die de werkgever is verschuldigd.

Aanmerkelijk belang
Een aandeelhouder heeft al dan niet samen met zijn (huwelijks)partner meer dan 5% direct of indirect van de aandelen van een vennootschap.

Aangifte loonheffingen
De werkgever of uitkeringsinstantie geeft op welk bedrag aan loonheffingen moet worden betaald aan de Belastingdienst.

Afdrachtvermindering
Een korting op de af te dragen loonheffingen. Een werkgever die in aanmerking komt voor een vermindering hoeft minder loonbelasting-premie volksverzekeringen af te dragen dan hij op het loon van de werknemer(s) heeft ingehouden.

Anoniementarief
Een tarief voor de loonbelasting-premie volksverzekeringen van 52%. Als dit tarief wordt toegepast, mag voor de berekening van de loonheffingen geen rekening worden gehouden met de loonheffingskorting; het maximumpremieloon, de franchise en het maximumbijdrageloon.

Bestemmingskarakter, loon met
Belaste vergoedingen en verstrekkingen met een in de wet omschreven besteding.

Beschikking
Een schriftelijk en gemotiveerd antwoord op een bepaald verzoek of op een bezwaarschrift.

Bijzondere beloning
Een beloning die in de regel slechts eenmaal of eenmaal per jaar wordt toegekend. Voorbeelden: tantième, gratificatie en (meestal) vakantiegeld.

Burgerservicenummer (BSN)
In de loop van 2007 vervalt het sofinummer. Daarvoor in de plaats komt het burgerservicenummer (BSN). Het burgerservicenummer bestaat uit dezelfde cijfers als het sofinummer.

Centrum voor Werk en Inkomen (CWI)
De arbeidsbureaus zijn per 1 januari 2002 opgeheven. De Centra voor Werk en Inkomen hebben de publieke taken van de arbeidsbureaus overgenomen.

Detacheren
Het tijdelijk elders tewerkstellen van een werknemer.

Deeltijdfactor
Berekening waarmee de hoogte van bepaalde afdrachtverminderingen voor deeltijdwerkers wordt vastgesteld. Met deeltijdwerkers worden hier werknemers bedoeld die minder dan 36 uur per week werken. De deeltijdfactor is een breuk met in de teller het aantal gewerkte uren per week. In de noemer staat het getal 36.

Dienstbetrekking
Een arbeidsverhouding gebaseerd op een arbeidsovereenkomst tussen een werkgever en een werknemer. Deze arbeidsovereenkomst is geregeld in artikel 7:610 van het Burgerlijk Wetboek.

EG-verordening
Een door de Europese Unie vastgesteld algemeen bindend voorschrift.

Eindheffing
Loonbelasting-premie volksverzekeringen die voor rekening van de werkgever of uitkeringsinstantie komt. Deze heffing wordt dus niet ingehouden op het loon van de werknemer.

EU/EER
Landen die tot de EU (Europese Unie) behoren, zijn: België, Bulgarije, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Malta, Nederland, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Slowakije, Slovenië, Spanje, Tsjechië, Verenigd Koninkrijk en Zweden. Landen die tot de EER (Europese Economische Ruimte) behoren zijn EU-landen, IJsland, Noorwegen en Liechtenstein.

Fiscaal minimumloon
Loonbegrip dat bij de berekening van de herberekenfactor wordt gehanteerd als het loon niet per uur, per dag, per week, enzovoort wordt berekend. Het fiscaal minimumloon wijkt af van het wettelijk minimumloon.

Fictieve dienstbetrekking
Een arbeidsverhouding tussen werkgever en werknemer die niet als echte dienstbetrekking kan worden aangemerkt (in de zin van artikel 7: 610 van het Burgerlijk Wetboek), maar door de wetgever als dienstbetrekking is aangewezen.

Forfaitaire regeling
Een regeling waarbij de wetgever bepaalde bedragen heeft vastgesteld die bij het loon moeten worden opgeteld of van het loon mogen worden afgetrokken.

Gemoedsbezwaarde
Een inhoudingsplichtige of werknemer die op grond van geloofsovertuiging bezwaren heeft tegen volksverzekeringen of werknemersverzekeringen of de zorgverzekeringswet.

Gezamenlijke huishouding
Het gezamenlijk voorzien in huisvesting en voeding. Dit kan bijvoorbeeld zijn met een vriend, vriendin, ouder, broer of zus.

Groene tabel
De tabel die moet worden toegepast op loon uit vroegere dienstbetrekking en daarmee gelijkgestelde uitkeringen. De papieren uitgave van deze tabellen heeft een groene kleur. In de tabel zijn de verschillende heffingskortingen voor de loonbelasting-premie volksverzekeringen al opgenomen.

Herleidingsregels
Er zijn werknemers op wie de witte en groene tabellen niet zomaar kunnen worden toegepast. Met de herleidingsregels kan de werkgever of uitkeringsinstantie de inhoudingen omrekenen uit de witte en groene tabellen. Het gaat hierbij om de volgende werknemers:
werknemers die alleen belastingplichtig zijn;
werknemers die alleen premieplichtig zijn voor de volksverzekeringen;
werknemers die geen premies hoeven te betalen voor 1 of meer volksverzekeringen.

Heffingsrente
Rente die de Belastingdienst in rekening brengt als de werkgever of uitkeringsinstantie de loonheffingen niet of niet op tijd aan de Belastingdienst heeft betaald. Rente die de Belastingdienst vergoedt als de werkgever of uitkeringsinstantie te veel loonheffingen aan de Belastingdienst heeft afgedragen.

Heffingskorting
Korting op de verschuldigde belasting-premie volksverzekeringen. Er zijn 15 verschillende heffingskortingen. Met 6 kortingen kan al bij de loonbelasting-premie volksverzekeringen rekening worden gehouden.

Identificatieplicht
De wettelijke verplichting om in bepaalde situaties de identiteit van een persoon vast te stellen. De werkgever moet bijvoorbeeld de identiteit van een werknemer vaststellen uiterlijk op de dag voor de dag dat de werknemer met zijn werkzaamheden begint.

Inkomensafhankelijke bijdrage Zvw
De bijdrage die iedere verzekeringsplichtige moet betalen, naast de nominale premie.

Inhoudingsplichtigenverklaring
Een verklaring die de Belastingdienst heeft afgegeven, waaruit blijkt dat degene aan wie de verklaring is afgegeven als inhoudingsplichtige is aangewezen voor artiesten of beroepssporters.

Inhoudingsplichtige
Een werkgever, uitkeringsinstantie, pensioenfonds, enzovoort die op het loon, de uitkering, het pensioen en dergelijke loonheffingen moet inhouden.

Lijfrente
Een periodieke uitkering (bijvoorbeeld per maand, kwartaal of jaar) die iemand ontvangt gedurende het leven van hemzelf of van een ander.

Loontijdvak
Het loontijdvak is het tijdvak waarover de werknemer loon geniet. Dat kan bijvoorbeeld een dag, een week of een maand zijn.

Loonstaat
De staat waarop de gegevens moeten worden vastgelegd die van belang zijn voor de loonbelasting-premie volksverzekeringen, de werknemersverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw.

Loonheffingskorting
Korting op de in te houden loonbelasting-premie volksverzekeringen. Er zijn 6 verschillende loonheffingskortingen. De kortingen zijn in de groene en witte tabellen verwerkt (dit geldt niet voor de jonggehandicaptenkorting).

Loon met een bestemmingskarakter
Belaste vergoedingen en verstrekkingen met een in de wet omschreven besteding.

Meewerkend kind
Een kind dat meewerkt in de onderneming van zijn ouder(s) en voldoet aan de volgende voorwaarden: Het kind is niet in echte dienstbetrekking bij de ouder(s). De onderneming wordt niet (mede) voor rekening van het kind gedreven.

Naheffingsaanslag loonheffingen
Als de werkgever of uitkeringsinstantie te weinig of te laat loonheffingen heeft afgedragen, kan de Belastingdienst het te weinig of te laat betaalde bedrag alsnog heffen door een naheffingsaanslag op te leggen. Ook kan er een boete worden opgelegd en kan heffingsrente worden berekend.

Netto-brutoberekening
Als met de werknemer een nettoloon is afgesproken moet de werkgever terugrekenen welk brutobedrag hierbij hoort. Dit is een ingewikkelde berekening omdat de loonheffingen die de werkgever voor zijn rekening neemt zelf weer loon vormt.

Nominale premie Zvw
Premie die de werknemer moet betalen aan zijn zorgverzekeraar voor de basisverzekering.

Opting-in
Een regeling waarbij de arbeidsverhouding tussen een opdrachtgever en een opdrachtnemer voor de loonheffing wordt beschouwd als een fictieve dienstbetrekking. Dit moet in een gezamenlijke verklaring die opdrachtgever en opdrachtnemer aan de Belastingdienst sturen. De opdrachtnemer wordt wel pseudowerknemer genoemd.

Optie of aandelenoptie
Een recht om voor een vooraf bepaalde prijs een aandeel te kopen in een onderneming.

Partner
Als uw werknemer getrouwd is of als hij zijn partnerschap bij de burgerlijke stand heeft laten registreren, dan heeft hij automatisch een fiscaal partner (behalve als de werknemer duurzaam gescheiden leeft). Woont uw werknemer ongehuwd samen, dan moet de werknemer aan de volgende 3 voorwaarden voldoen om fiscaal al partner te worden beschouwd:
Uw werknemer voert in een jaar meer dan 6 maanden onafgebroken een gezamenlijke huishouding.
De werknemer en zijn partner staan beiden gedurende die periode bij de gemeente ingeschreven op hetzelfde adres.
De werknemer en zijn partner zijn beiden 18 jaar of ouder. Woont de werknemer samen als ouder en kind, dan moeten beiden minimaal 27 jaar zijn.
De Belastingdienst beschouwt ongehuwd samenwonenden niet automatisch als partner, maar alleen als zij daar beiden uitdrukkelijk voor hebben gekozen. Dat kan in een Aangifte Inkomstenbelasting of een Verzoek om voorlopige teruggaaf. De keuze geldt voor 1 belastingjaar.
Voor het kalenderjaar kan ook voor kwalificatie als partner worden gekozen als aan de volgende 2 voorwaarden is voldaan:
De ongehuwde meerderjarige werknemer heeft in het voorafgaande kalenderjaar samen met een ongehuwde meerderjarige gekozen voor kwalificatie als partner.
Zij hebben uitsluitend door het overlijden van de ongehuwde meerderjarige in het kalenderjaar niet gedurende meer dan 6 maanden een gezamenlijke huishouding gevoerd.
Bij de kinderopvang is de definitie van het begrip partner ruimer.

Pleegkind
Een kind dat geen eigen kind is, maar tot het huishouden behoort en dat men opvoedt en onderhoudt als een eigen kind.

Polisadministratie
Het originele gegevensbestand van UWV waarin alle inkomensgegevens per werknemer worden opgeslagen.

Publiekrechtelijke rechtspersoon
Een lichaam dat een bepaalde overheidstaak opgedragen heeft gekregen, bijvoorbeeld het Rijk, de provincie en de gemeente.

Sofinummer
Nummer waaronder een persoon is opgenomen bij de Belastingdienst en UWV. Dit nummer wordt ook fiscaal nummer genoemd. In 2007 wordt dit nummer vervangen door het burgerservicenummer.

Sociale Verzekeringsbank
Instelling die de AOW, de Anw en de AKW uitvoert.

Speur- en ontwikkelingswerk
Onderzoek dat wordt uitgevoerd om nieuwe technische kennis te verwerven.

Tijdvakloon
Het loon dat in een bepaald tijdvak (bijvoorbeeld een maand of een week) is genoten.

Tijdvaktabel
De tabel die moet worden toegepast om de loonbelasting-premie volksverzekeringen over het tijdvakloon te berekenen. In deze tabel zijn de meeste loonheffingskortingen al verwerkt.

Vakantiebonnen
Vakantiebonnen zijn zelfstandige rechten op vakantiegeld en vakantietoeslag die een werknemer naast het normale loon ontvangt. Zij komen slechts voor in bepaalde branches en zijn in de CAO geregeld (bijvoorbeeld in de bouw).

Verdrag, bilateraal
Internationaal verdrag tussen 2 landen waarin is geregeld welk land over welke inkomsten belasting mag heffen (belastingverdrag) of waar iemand is verzekerd voor de sociale verzekeringen (sociaalzekerheidsverdrag).

Voorlopige teruggaaf
De (aanvullende) kinderkorting, de combinatiekorting en de (aanvullende) alleenstaande-ouderenkorting, de kortingen voor maatschappelijke beleggingen, beleggingen in durfkapitaal en de toetrederskorting, kunnen al in de loop van het kalenderjaar worden benut. De werknemer kan hiervoor een verzoek doen aan de Belastingdienst. Ook de teruggaaf van inkomstenbelasting-premie volksverzekeringen van hypotheekrente voor de woning die hoofdverblijf is, kan al in de loop van het kalenderjaar worden ontvangen.

WAO-gat
Het verschil tussen de oude en de nieuwe regeling voor de werknemer bij arbeidsongeschiktheid. Door de wijzigingen in de WAO kon de uitkering voor de werknemer bij arbeidsongeschiktheid kleiner worden dan in de oude regeling.

Wereldinkomen
Alle inkomensbestanddelen waar ook ter wereld genoten.

Witte tabel
Tabel die wordt toegepast voor de loonbelasting-premie volksverzekeringen over loon uit tegenwoordige dienstbetrekking. De papieren uitgave van deze tabellen heeft een witte kleur. In de tabel zijn de verschillende heffingskortingen voor de loonbelasting al opgenomen.

Woonwerkverkeer
De reizen die een werknemer maakt tussen zijn huis en een vaste werkplek.