snoepen

snoepen werkw.Uitspraak:   [ˈsnupə(n)] Verbuigingen:   snoepte (verl.tijd enkelv.) Verbuigingen:   heeft gesnoept (volt.deelw.) snoep eten Voorbeelden:   `Snoepen is slecht voor je gebit en voor je gewicht.`, `snoepen uit de koektrommel`, `snoepe...
Gevonden op http://www.woorden.org/woord/snoepen

snoepen

proeven
Gevonden op http://www.woorden-boek.nl/woord/snoepen

SNOEPEN

1) Als lekkernij verorberen 2) Genieten 3) Heimelijk eten of drinken 4) Heimelijk eten of drinken (crypt.) 5) Kaartspel 6) Kaartspel met 32 kaarten 7) Likken 8) Lekkernijen verorberen 9) Lekkers eten 10) Nassen 11) Snoep eten 12) Smuisteren 13) Sneukelen 14) Snoeien 15) Snoep smikkelen 16) Snaaien 17) Smullen 18) Smikkelen 19) Sluisteren 20) Slikke
Gevonden op http://www.mijnwoordenboek.nl/puzzelwoordenboek/SNOEPEN/1

snoepen

lekkernijen eten (toon de herkomst via de etymologiebank)
Gevonden op http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/snoepen
Geen exacte overeenkomst gevonden.