Kopie van `Sociocratisch Centrum Nederland`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


Sociocratisch Centrum Nederland
Categorie: Management > Sociocratie
Datum & Land: 28/02/2007, NL
Woorden: 76


autocratische besluitvorming
Wijze van besluitvorming waarbij een individu of een kleine groep individuen beslist.



beleid (van de organisatie)
Domein van te kiezen wegen en middelen teneinde de doelstelling(en) van de organisatie te kunnen realiseren.
Opmerking:
Beleid kan ook omschreven worden als de randvoorwaarden aan de uitvoering, met andere woorden het domein waarbinnen de realisatie van doelstelling(en) zich dient te bewegen.



beleidsbepaling (door de kring)
Het proces van besluitvorming waarmee beleid wordt vastgesteld.
Opmerkingen:
  1. De sociocratische methode maakt onderscheid tussen beleidsbepaling en uitvoering. Beleid wordt altijd met consent bepaald door de kring in de kringvergadering. Uitvoering wordt gedelegeerd aan personen, organisaties of kringen. Bij de delegatie worden de randvoorwaarden (grenzen) van beslissingsbevoegdheid aangegeven.
  2. Tijdens de uitvoering mogen zelfstandig beslissingen genomen worden binnen de gegeven randvoorwaarden. Consentbesluitvorming is hierbij niet vereist en vaak zelfs ongewenst.
  3. Onder het beleid, dat door de kringorganisatie vastgesteld wordt, valt o.a.:
    - visie, missie en doelstelling;
    - negenstappenplan;
    - procedures-stroomschema`s;
    - taaktoedeling.


beleidsplan
Door de kring vastgesteld document waarin beleid voor een begrensde periode is vastgelegd.

beleidsvoorbereiding
Het proces waarin beleidsvoorstellen worden ontwikkeld.

besluitbevestigingsronde
Ronde waarin ieder kringlid op zijn-haar beurt uitdrukkelijk consent verleent aan een geformuleerd besluit.

bestaansmogelijkheidgarantie (BMG)
Een door een kring vastgesteld niveau van voorziening -gen dat voor elk kringlid beschikbaar is.
Opmerkingen:
  1. Voorzieningen kunnen bestaan uit goederen, diensten, scholing en financiële middelen.
  2. De kringorganisatie genereert BMG. De kringorganisatie beschikt daartoe over BMG-generatoren.

Argumentatie:

  1. BMG is een voorwaarde om veilig consent te kunnen toepassen.
  2. BMG geeft het individu de (keuze)vrijheid om op eigen wijze deel te nemen aan de samenleving.


BMG-generator
Persoon, kring of samenstel van kringen, welke met behulp van een doelrealiserend proces meerwaarde genereert, waarvan een deel wordt aangewend voor de bestaansmogelijkheidgarantie.

certificaat
Schriftelijke verklaring dat een gerechtvaardigd vertrouwen bestaat dat een duidelijk omschreven onderwerp van certificatie in overeenstemming is met een bepaalde sociocratische norm.

chaotische besluitvorming
Wijze van besluitvorming waarbij het toeval beslist.

consentbeginsel
Wijze van besluitvorming waarbij het overwegende en beargumenteerde bezwaar van ieder van de aanwezige kringleden de besluitvorming regeert.
Argumentatie:
  1. Individuen kunnen ontkend worden. Ontkenning is een vorm van geweld. Consentbesluitvorming maakt corrigerend ingrijpen bij ontkenning mogelijk. Het kan daarmee geweld corrigeren, dat individuen elkaar kunnen aandoen.
  2. Consentbesluitvorming geeft ieder individu een gelijkwaardige machtspositie in de kring. Hierdoor introduceert sociocratie het individu als gelijkwaardige machtsfactor. Het consentbeginsel erkent hiermee de identiteit van zowel individu als collectief en verbindt deze twee identiteiten.


democratische besluitvorming
Wijze van besluitvorming waarbij een gekwantificeerde of gekwalificeerde meerderheid beslist.

doelrealiserend proces
Proces dat het beoogde resultaat ondanks verstoringen verwezenlijkt.
Opmerking:
Zowel de primaire als de ondersteunende processen kunnen als doelrealiserend proces worden vormgegeven.

doelstelling (van de organisatie)
Gewenst resultaat in een overeengekomen uitwisseling tussen organisatie en relevante omgeving.

dubbele koppeling
Koppeling van een kring met de naasthogere kring, zodanig dat ten minste twee personen en wel de leidinggevende van de kring en ten minste één afgevaardigde van de kring, tot de naasthogere kring behoren.
Argumentatie:
  1. De dubbele koppeling maakt afstemming tussen kringen onderling mogelijk.
  2. De dubbele koppeling maakt `top-down` en `bottom-up` communicatie tussen twee niveaus mogelijk.


evaluatieronde
Meting door kringleden van de kwaliteit van de kringvergadering aan de hand van criteria.
Opmerking:
De evaluatieronde is de afrondende beweging van de kringvergadering.
Argumentatie:
De evaluatieronde maakt deel uit van het kringproces van de vergadering. Dit kringproces bestaat uit vergaderen (uitvoeren), evalueren (meten) en voorzitten (leiding geven). Door dit kringproces wordt de kwaliteit van de vergadering bestuurbaar.

extern juridisch deskundige
Lid van een topkring dat zicht heeft op en verbinding heeft met de ontwikkelingen op het gebied van wet en regelgeving in de voor de organisatie relevante omgeving.

functionele organisatie
Een samenwerkingsverband van individuen die één of meer functies en taken op zich nemen ter realisering van gemeenschappelijke doelstellingen.

gekozen afgevaardigde
Door een kring verkozen kringlid, niet zijnde de leidinggevende, dat zonder last of ruggespraak bevoegd is tot deelname aan de besluitvorming in de naasthogere kring.

Gespreksleider
Persoon, verantwoordelijk voor het leiden van het besluitvormingsproces in de kring.
Opmerking:
De leidinggevende van de kring is niet noodzakelijkerwijs de gespreksleider.

grondvorm van de kring-organisatie
Principe-organogram volgens figuur 1. waarin de relatie van onderdelen van de organisatie onderling en de relatie van de organisatie met de omgeving is weergegeven.
Externe deskundigen
hulpkring
Een door een kring in het leven te roepen tijdelijke kring ter voorbereiding van beleidsbepaling.
Opmerkingen:
  1. De hulpkring kan worden samengesteld uit:
    - personen uit de eigen kring;
    - personen uit andere kringen;
    - personen die als externe deskundigen relevant zijn met betrekking tot het doel van de hulpkring.
  2. Een hulpkring bepaalt zelf geen beleid.


integrale scholing
Proces waarmee alle voor het functioneren in een sociocratische organisatie nodige kennis, vaardigheden en houding worden geleerd, zodanig dat toepassing mogelijk is.
Opmerkingen:
  1. Onder scholing worden onder meer begrepen: educatie, opleiding, training, instructie, zelfstudie en stage.
  2. Integrale scholing omvat zowel aspecten van sociocratische besluitvorming en sociocratische engineering als vakinhoudelijke aspecten.

Argumentatie:

  1. In een sociocratische organisatie zijn de deelnemers gezamenlijk verantwoordelijk voor de vormgeving van de organisatie. Deze verantwoordelijkheid krijgt gestalte bij de besluitvorming in de kringvergadering waar iedere deelnemer consent moet geven aan het vormen en wijzigingen van de organisatie. Om deze verantwoordelijkheid te kunnen nemen dienen de kringleden kennis te hebben van zowel besluitvormingstechniek als van vormgeving aan organisatie (sociocratische engineering).
  2. Integrale scholing zorgt er samen met functie- en taaktoedeling volgens de sociocratische verkiezingsmethode voor, dat taken zo goed mogelijk kunnen worden uitgevoerd.
  3. De dynamiek van de samenleving is van dien aard dat kennis en ervaring snel verouderd raakt. Permanente scholing is nodig om de nieuwe kennis en ervaring op te doen.


invoerproces
Proces waarin voorwaarden worden geschapen voor het omvormingsproces.

korte termijn stimulans (KTS)
Individuele projectgebonden beloning.

kring
Groep van individuen die volgens de sociocratische methode beleid bepalen ter verwezenlijking van een gemeenschappelijke doelstelling.
Opmerkingen:
  1. Elke kring omvat de drie elementen: uitvoeren, meten en leiden.
  2. Elke kring onderhoudt met behulp van integrale scholing zijn benodigde kennis en vaardigheden.

Argumentatie:
De kring maakt de verbinding tussen ik-identiteit en groeps-identiteit mogelijk. Het individueel belang en het groepsbelang worden in de kring wederzijds op elkaar betrokken.



kringbesluit
Dat wat de kring vaststelt om uit te voeren.
Opmerkingen:
  1. De kringbesluiten vormen de `vastigheid` in de dynamische sociocratische organisatie.
  2. Het kringbesluit is de beslissing waartoe de kring na de fasen van beeldvorming en meningsvorming komt. Deze beslissing komt met consent tot stand of op een andere wijze, waarbij er consent is over deze andere wijze.


kringdomein
Een gedefinieerd gebied waarover een kring beslissingsbevoegdheid heeft verkregen van de naasthogere kring.
Opmerkingen:
  1. De gedefinieerde ruimte kan een fysieke ruimte of een beslissingsruimte zijn.
  2. De grenzen van dat kringdomein worden door de naasthogere kring vastgesteld.


kringproces
Besturingsproces bestaande uit onderling gekoppelde uitvoerende, metende en leidinggevende activiteiten.
Opmerkingen:
1. Zie figuur 3. De uitvoerende activiteit (U) vindt plaats volgens opdracht (o`) van de leidinggevende activiteit (L). De meetactiviteit (M) ontleent gegevens (g`) aan de uitvoerende activiteit (U) en genereert daaruit informatie (i) voor de leidinggevende activiteit. Bij de leidinggevende activiteit wordt deze informatie vergeleken met de opdracht aan de leidinggevende activiteit (o) ook wel doelstelling of set-point van het proces genoemd. De leidinggevende activiteit levert opdrachten (o`) die de uitvoerende activiteit sturen en bijsturen.

L = leidinggevende activiteit
U = uitvoerende activiteit
M = meetactiviteit
o = opdracht aan de leidinggevende (doelstelling, setpoint)
o` = opdracht van de leidinggevende aan de uitvoering
g` = gegevens die voortkomen uit de uitvoering
g = gegevens voor het genereren van verdichte informatie voor de leidinggevende op het naasthogere niveau
i = informatie voor de leidinggevende (`management informatie`)
= processtroom
= informatiestroom
Figuur 3.

kringsecretaris
Kringlid, verantwoordelijk voor de administratie van het besluitvormingsproces.
Opmerking:
Onder administratie wordt begrepen:
- verzamelen van agendapunten en vergaderstukken;
- opstellen van een concept agenda;
- distribueren van de agenda en stukken;
- vastleggen en distribueren van de besluiten.

kringstatuut
Voor alle kringen gelijke bepalingen ten aanzien van de doelstelling, de samenstelling, de plaats in de organisatie en de werkwijze van de respectieve kringen.



kringvergadering
Periodieke bijeenkomst waarin een kring volgens het consentbeginsel beleid bepaalt ter realisering van de eigen doelstelling(en).
Opmerkingen:
  1. In de kringvergadering wordt beleid bepaald over de constructie, reconstructie en deconstructie van (organisatie)structuur. Reparatie van structuur is een taak van de leidinggevende.
  2. In de kringvergadering is chaos (`sociale oersoep`) de basis van het creatieve proces.


lange termijn stimulans (LTS)
Individuele totaal - resultaatgebonden beloning.

Logboekbeheerder
Kringlid, verantwoordelijk voor het up-to-date houden van het kringlogboek.

magische besluitvorming
Wijze van besluitvorming waarbij een hogere macht beslist.

meting
Voor een specifiek proces gedefinieerde meetactiviteit.
Opmerking:
Gedefinieerd kunnen worden: basisgegevens, meetprocedure, inhoud meting, formaat, frequentie, uitvoerder van de meting en ontvanger van de meet-informatie.

missie (van de organisatie)
Aanbod van de organisatie aan de relevante omgeving teneinde het gewenste toekomstbeeld te realiseren.

negenstappenplan
Beschrijving van een primair proces van een organisatie in negen stappen door twee achtereenvolgende procesopdelingen in invoer-, omvormings- en uitvoerproces.
Opmerkingen:
  1. De eerste opdeling van het primair proces van een organisatie is:
     
    Invoerproces: Het bepalen van de ruil(relatie)
    Omvormingsproces: Het genereren van ruilobjecten
    Uitvoerproces: Het ruilen
      
  2. In de tweede opdelingsstap ontstaan de volgende negen stappen:

Invoerproces: Het bepalen van de ruilrelatie
Stap 1) Het zoeken-vinden van de ruilpartner.
Stap 2) Het zich wederzijds op elkaar betrekken teneinde de ruil(relatie) vorm te geven. Het afstemmen van vraag en aanbod, het formuleren van de ruil(relatie).
Stap 3) Het bevestigen van de ruilafspraken en het vrijgeven van de ruil(relatie) voor effectuering.
Omvormingsproces: Het genereren van het ruilobject
Stap 4) Voorwaarden scheppen voor het genereren-produceren van ruilobjecten.
Stap 5) Het genereren, produceren, dienstverlenen, etc. van ruilobjecten.
Stap 6) Het door de organisatie zelf verifiëren dat het ruilobject voldoet aan de ruilafspraken van stap 3, resulterend in de vrijgave van het ruilobject voor overdracht.
Uitvoerproces: Het ruilen
Stap 7) Het scheppen van de voorwaarden voor het uitvoeren van de ruil.
Stap 8) Het uitwisselen van de ruilobjecten.
Stap 9) Het bevestigen dat de bij 3. gemaakte afspraken zijn nagekomen: het vrijgeven van de ruilafspraak.

omvormingsproces
Proces van materiële en-of immateriële verandering.



ondersteunend proces
Proces dat voorwaardenscheppend is voor het primaire proces.

openingsronde
Afstemmingsactiviteit aan het begin van een kringvergadering, waarmee een gezamenlijke basis wordt geschapen, teneinde zo effectief mogelijk te kunnen vergaderen.
Opmerkingen:
  1. In de openingsronde kan elke deelnemer op zijn-haar beurt refereren aan het gemeenschappelijke, hetgeen verwoord is in de doelstelling van de kring. Hierbij kunnen gevoelens, verwachtingen, gedachten, potentiële agendapunten e.d. aan anderen kenbaar gemaakt worden.
  2. De openingsronde is de inzettende beweging van de kringvergadering.

Argumentatie:
In de openingsronde wordt gerefereerd aan het gemeenschappelijk belang van de kring. Hierdoor wordt de kring (opnieuw) gevormd. Het gemeenschappelijk belang is vervolgens de basis voor consentbesluitvorming in de kring.

organisatielogboek
Systeem voor de (schriftelijke) opslag, distributie en communicatie van besluiten en bepalingen binnen een organisatie.
Opmerking:
Het organisatielogboek heeft de functie van het geheugen van de organisatie.

patroon
Samenstel van transformatiepunten dat als geheel de eigenschap heeft om bepaalde processen te kunnen laten plaatsvinden.

primair proces
Proces dat een ruilobject genereert waarmee de organisatie een ruilrelatie met de omgeving aangaat.
Opmerking:
Een organisatie kan meerdere primaire processen uitvoeren.

procesgrondvorm
Principe-stroomschema volgens figuur 4. waarin de relatie tussen processtappen onderling en hun kringprocessen wordt weergegeven.

Figuur 4. Procesgrondvorm
Verklaring letters en tekens:
L` = leidinggevende activiteit
U` = uitvoerende activiteit
M` = metende activiteit
L = leidinggevende activiteit naasthogere niveau
U = uitvoerende activiteit
M = verdichte meetactiviteit
i = invoerproces
o = omvormingsproces
u = uitvoerproces
= informatiestroom
= processtroom
Opmerking:
Een proces wordt opgedeeld in de deelprocessen invoerproces, omvormingsproces en uitvoerproces. Elk van deze stappen kan opnieuw worden opgedeeld in invoer-, omvormings- en uitvoerproces.

produceren
Construeren, reconstrueren en deconstrueren.
Opmerking:

  1. Dit is de beleidsbepalende cyclus voor het produceren;
  2. Het repareren vindt plaats bij de uitvoering.


roofrelatie
Betrekking tussen partijen waarin één der partijen overwegend bezwaar heeft tegen het uitwisselingsproces tussen partijen en dit uitwisselingsproces onder dwang en eventueel met geweld desondanks wordt voortgezet.
Opmerkingen:
  1. Het uitwisselingsproces kan daarbij geheel eenzijdig zijn.
  2. In een roofrelatie wordt het belang van de beroofde ontkend.


ruilobject
Datgene wat overgedragen kan worden tijdens een ruil.
Opmerking:
Een ruilobject kan zowel materieel als immaterieel zijn. Een ruilobject kan een goederen-, dienstverlening- of financieel karakter hebben.

ruilrelatie
Betrekking tussen partijen waarin het consentbeginsel regeert over een wederzijds behoeften bevredigend uitwisselingsproces.
Opmerkingen:
  1. Een ruilrelatie is dynamisch van aard. Afstemming van vraag en aanbod vindt plaats via een proces van consent besluitvorming.
  2. Een ruilrelatie levert een synergetisch effect op waardoor alle ruilpartners winst kunnen ervaren.


sociocratie
Organisatievorm op basis van onderlinge gelijkwaardigheid bij de besluitvorming, door middel van het consentbeginsel.

sociocratisch auditor
Persoon die de kwalificaties heeft voor het uitvoeren van sociocratische audits.
Opmerking:
Kwalificaties worden bewaakt door middel van normstelling, examinering en certificering.

sociocratisch beloningssysteem
Systeem voor individuele, resultaatgebonden beloning van deelnemers in combinatie met een bestaansmogelijkheidsgarantie (BMG).
Opmerkingen:
  1. Het sociocratische beloningssysteem levert een meting van de effectiviteit van individuen.
  2. Het sociocratisch beloningssysteem maakt iedereen in de organisatie mede-ondernemer.
  3. De resultaatberekening en uitkering van de beloning zijn direct, d.w.z. op korte termijn gekoppeld aan het resultaat.
  4. De totale beloning van het individu bestaat uit de componenten bestaansmogelijkheidsgarantie (BMG), korte termijn stimulans (KTS) en lange termijn stimulans (LTS).

Argumentatie:
Het beloningssysteem maakt deel uit van het kringproces van het persoonlijk functioneren van het individu in een sociocratische organisatie. Dit kringproces bestaat uit functie--taakuitoefening (uitvoeren), belonen (meten) en functie-taak formulering en -toedeling (leiding geven). Door dit kringproces wordt het persoonlijk functioneren bestuurbaar.

Sociocratisch Centrum
Dienstverlenende organisatie voor de ontwikkeling en toepassing van de sociocratische methode.

sociocratisch ingenieur
sociocratic engineer - Persoon die de kwalificaties heeft voor het op basis van sociocratische ontwerpkennis analyseren, ontwerpen en implementeren van organisatiestructuur.
Opmerking:
Zie opmerking sociocratisch auditor.

sociocratisch leidinggevende
Persoon die de kwalificaties heeft voor het leiding geven aan een sociocratische organisatie.
Opmerking:
Zie opmerking sociocratisch auditor.

sociocratisch organisatiedeskundige
Persoon die de kwalificaties heeft voor het adviseren van organisaties bij de invoering en toepassing van de sociocratische methode.
Opmerking:
Zie opmerking sociocratisch auditor.

sociocratisch scholingsdeskundige
Persoon die de kwalificaties heeft voor het scholen in de sociocratische methode.
Opmerking:
Zie opmerking sociocratisch auditor.

sociocratische accreditatie
Het beoordelen en kwalificeren van certificatie-instellingen m.b.t. hun capaciteiten voor sociocratische certificatie.
Opmerking:
Sociocratische accreditatie wordt uitgevoerd door het Sociocratisch Centrum Nederland.

sociocratische audit
Een systematisch en onafhankelijk onderzoek om te bepalen of de activiteiten en resultaten van een organisatie overeenkomen met de vastgelegde structuur en of deze structuur conform de sociocratische methode vormgegeven en doeltreffend ten uitvoer is gebracht.
Opmerkingen:

  1. Onder de vastgelegde structuur van de organisatie kan o.a. begrepen worden:
    - visie, missie, doelstellingen en beleid;
    - kringstatuten;
    - negenstappenschema;
    - procedurebeschrijvingen;
    - functie - en taakomschrijvingen;
    - besluitenlijsten van kringvergaderingen.
  2. Structuurbeschrijvingen kunnen worden opgenomen in een organisatielogboek.


sociocratische besluitvorming
Wijze van besluitvorming waarbij het consentbeginsel regeert.
Opmerking:
Regeren van de besluitvorming wil zeggen dat andere wijzen van besluitvorming mogelijk zijn mits daartoe met consent is besloten.

sociocratische certificatie
Activiteiten op grond waarvan een certificatie-instelling kenbaar maakt dat een gerechtvaardigd vertrouwen bestaat dat een duidelijk omschreven onderwerp van certificatie in overeenstemming is met een bepaalde sociocratische norm.
Opmerkingen:
  1. Het kenbaar maken gebeurt door het uitreiken van certificaten.
  2. De sociocratische certificatie is van toepassing op sociocratische organisaties en personen met specifieke sociocratische deskundigheden.


sociocratische engineering
Het produceren van proces en structuur volgens de sociocratische methode.
Opmerking:
Het ontwerpen en construeren van organisatiestructuur vindt plaats op basis van cybernetische en sociale wetmatigheden.

sociocratische kringorganisatie
Besluitvormingsstructuur voor beleidsbepaling, opgebouwd uit onderling dubbel gekoppelde kringen, waarbinnen het consentbeginsel regeert.
Opmerking:

De functionele organisatie en de sociocratische kringorganisatie zijn afspiegelingen van elkaar.

sociocratische methode
Samenstel van regels en procedures die het mogelijk maken dat mensen als unieke personen gelijkwaardig samenwerken en - leven
Opmerking:
De vier belangrijkste regels van de sociocratische methode staan bekend als `de vier basisregels`. Deze luiden:
  1. Het consentbeginsel regeert de besluitvorming;
  2. De organisatie is opgebouwd uit kringen, waarbij elke kring een eigen doelstelling heeft, zijn processen bestuurt op basis van het kringproces: leiden-uitvoeren-meten en met behulp van integrale scholing zijn benodigde kennis en vaardigheden onderhoudt;
  3. Een kring is gekoppeld aan een kring van hogere orde door middel van een dubbele koppeling;
  4. Het kiezen van personen voor functies en-of taken gebeurt volgens het consentbeginsel na open argumentatie.

`Regeren` wil in dit verband zeggen dat niet elk besluit consent vereist, maar dat er consent dient te bestaan over de afspraken, waarbij de besluitvorming op een andere wijze wordt geregeld.

sociocratische norm 
Beargumenteerd kringbesluit als richtlijn voor het functioneren binnen de sociocratische methode.
Opmerkingen:

  1. Sociocratische normen worden met consent vastgesteld en gereviseerd door de kringen van het Sociocratisch Centrum Nederland.
  2. Sociocratische normen vormen de basis voor het functioneren binnen de organisatie.

Argumentatie:

  1. Het eenduidig definiëren van de sociocratische methode bevordert de overdraagbaarheid van de methode.
  2. Het vermelden van de voor de normen geldende argumenten maakt het mogelijk de methode te kritiseren en te verbeteren.


sociocratische procedure
Een door de kring bepaalde structuur bestaande uit aan elkaar gerelateerde uitvoerende activiteiten met bijbehorende kringprocessen, die een dynamisch proces bestuurbaar maken.
Opmerkingen:
Procedures worden vastgelegd in een procedurebeschrijving en door middel van een organisatielogboek opgeslagen en gecommuniceerd



sociocratische vennootschap
Rechtsvorm waarin de sociocratische basisregels juridisch verankerd zijn.
Opmerkingen:
  1. Bij de sociocratische vennootschap zijn eigendom en de traditioneel daaraan verbonden zeggenschap gescheiden.
  2. Deze rechtsvorm is in Nederland gerealiseerd door samenvoeging van de Stichting en de Vennootschap. De samenvoeging ontstaat door de aandelen van de Vennootschap in de Stichting onder te brengen en de Topkring van beide te laten bestaan uit dezelfde personen.


sociocratische verkiezing
Verkiezing van personen voor functies en-of taken, volgens het consentbeginsel na open argumentatie.
Opmerking:
De sociocratische verkiezing is in wezen de eerste basisregel (consentbeginsel), toegepast op het proces van functie- en taaktoedeling. Bij de invoering van de sociocratische methode bleek dat in organisaties waar het consentbeginsel was ingevoerd, de taaktoedeling zich vaak democratisch of autocratisch bleef voltrekken. Om deze reden is de sociocratische verkiezing als basisregel toegevoegd.
Argumentatie:
De sociocratische verkiezing bewerkstelligt dat:
  1. Capaciteiten van personen zichtbaar worden.
  2. Domeinen vastgesteld worden, waarbinnen de gekozen persoon kan functioneren.
  3. Argumenten, die bij de taaktoewijzing een rol spelen, worden geëxpliciteerd en geaccepteerd.
  4. De dynamica wordt bevorderd en verstarring in een functie kan worden voorkomen.


strategie
De keuze uit mogelijke wegen en middelen teneinde een doelstelling te realiseren.

tactiek
De manier van aanwending van een middel teneinde een doelstelling te realiseren.

topkring
Kring die de organisatie verbindt met zijn relevante omgevingsorganisaties.
Opmerking:
In de topkring komen interne en externe sociale werkelijkheid samen. De topkring bestaat daarom uit:
- leidinggevende van de organisatie;
- gekozen afgevaardigde;
- extern financieel-economisch deskundige;
- extern juridisch deskundige;
- extern sociaal-organisatorisch deskundige;
- extern doelstellings--materiedeskundige.
Argumentatie:
  1. De topkring maakt van de organisatie een open systeem door deze te verbinden met de relevante omgeving.
  2. Een organisatie is als regel via een ruilrelatie verbonden met de omgeving. Door interne en externe dynamica zal deze ruilrelatie steeds beïnvloed en verstoord worden. Om continuïteit te kunnen garanderen, moeten organisatie en omgeving zich wederzijds op elkaar kunnen betrekken om de ruilrelatie steeds opnieuw vorm te geven. Hiervoor is het noodzakelijk om tijdig informatie te verwerven over de veranderingen die in de relevante omgeving optreden. De externe deskundigen kunnen deze informatie leveren.


uitvoering
(van door de kring bepaald beleid)
Het proces van effectuering van kringbesluiten.
Opmerking:
Uitvoering wordt door de kring gedelegeerd aan:
- de leden;
- de functionele organisatie(s);
- gekoppelde kringen.



uitvoerproces
Proces waarin resultaten van het omvormingsproces worden vrijgegeven en overgedragen.



verdichten (van meetinformatie)
Integratie van meetinformatie voor de leidinggevende activiteit op het naasthogere niveau.
Opmerking:
De verdichte meetinformatie maakt deel uit van het kringproces op het naasthogere niveau. Op basis van de verdichte meetinformatie kan door de leidinggevende activiteit sturing aan het betrokken niveau worden gegeven.



visie (van de organisatie)
Toekomstbeeld dat de organisatie voor wenselijk houdt.
Opmerking:
Een visie is een ethische uitspraak. Er is (veelal impliciet) een verantwoording van de `zin` van het gewenste toekomstbeeld op basis van normen en waarden. Hieraan ontleent de visie het vermogen om individuen zich te laten identificeren met de visie.

zich wederzijds op elkaar betrekken
De wijze van communiceren waarbij behoeften en capaciteiten van respectieve partijen expliciet gemaakt, aan elkaar gerelateerd en op elkaar worden afgestemd.
Opmerking:
Zich wederzijds op elkaar betrekken ontdekt en schept overlap.
Argumentatie:
Zich wederzijds op elkaar betrekken is nodig om ruilmogelijkheden te ontdekken en vorm te geven.