Kopie van `Verkiezingsaffiches politiek ABC`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


Verkiezingsaffiches politiek ABC
Categorie: Politiek > Verkiezingen
Datum & Land: 28/02/2007, NL
Woorden: 23


Buitenland
Als alle Nederlanders die in het buitenland wonen van hun stemrecht gebruik zouden maken, zou dat goed zijn voor tussen de vijf en tien zetels. De praktijk is anders. Omdat een adresregister van in het buitenland wonende Nederlanders niet bestaat, ontvangen zij niet automatisch een oproepingskaart voor de verkiezingen. Velen nemen niet de moeite zich bij de ambassade als kiezer te registreren of zijn niet bekend met de procedure. Slechts een klein percentage neemt dan ook daadwerkelijk deel aan de verkiezingen.

Buitenlanders
Na ten minste vijf jaar legaal in Nederland te hebben gewoond, krijgen buitenlanders van achttien jaar en ouder stemrecht voor de verkiezingen van gemeenteraden en deelraden (in grote steden). Ook kunnen zij zich verkiesbaar stellen. Onderdanen van lidstaten van de Europese Unie (EU) hebben na vestiging in Nederland onmiddellijk actief en passief stemrecht bij gemeenteraadsverkiezingen en voor het Europees Parlement. De discussie over uitbreiding van het kiesrecht voor buitenlanders is nog altijd gaande.

Censuskiesrecht
In de negentiende eeuw was het stemrecht gekoppeld aan de hoeveelheid belasting die iemand betaalde. Dit systeem wordt censuskiesrecht genoemd. Door geleidelijke verlaging van het bedrag aan belasting waarboven men stemrecht kreeg, werd het aantal kiezers uitgebreid.

Centraal stembureau
Bij elke verkiezing wordt de uitslag vastgesteld door een centraal stembureau, dat de uitslagen van alle stembureaus verzamelt. Bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer en het Europees Parlement treedt de Kiesraad op als centraal stembureau. Het centraal stembureau zorgt voorafgaand aan de verkiezingen ook voor de registratie van politieke partijen in het zogenaamde `register van politieke groeperingen`.

Eerste Kamer
Een van beide Kamers der Staten-Generaal, ook wel Senaat genoemd. De Eerste Kamer moet in de Tweede Kamer aangenomen wetsontwerpen in hun geheel beoordelen, want zij mist het recht van amendement. De 75 leden van de Eerste Kamer worden niet rechtstreeks gekozen door de burgers, maar door de leden van Provinciale Staten, en wel om de vier jaar.

Electoraat
Alle kiezers tezamen.

Evenredige vertegenwoordiging
Landen die geen districtenstelsel kennen, hebben doorgaans een stelsel van evenredige vertegenwoordiging. Dat geldt ook voor Nederland. Partijen krijgen Kamerzetels op grond van het percentage van de stemmen in het hele land. Een kwart van de stemmen is goed voor (ongeveer) een kwart van de zetels. Kleine partijen hebben aanzienlijk betere kansen dan in een districtenstelsel. In veel landen met een stelsel van evenredige vertegenwoordiging haalt geen enkele partij de meerderheid en moet door onderhandelingen een regering van meerdere partijen worden gevormd. Een vaak genoemd nadeel is dat de kiezers hierdoor geen rechtstreekse invloed hebben op de samenstelling van de regering.

Formateur
Wanneer tijdens de kabinetsformatie de informateur heeft uitgevonden welke partijen samen een regering willen vormen, wordt door de koningin een formateur aangesteld. De formateur krijgt opdracht een regeerakkoord op te stellen en ministers en staatssecretarissen bij elkaar te zoeken. Normaal gesproken is het uiteindelijk ook de formateur die het kabinet gaat leiden en minister-president wordt.

Kiesdeler
Het aantal stemmen dat nodig is voor het behalen van een zetel heet de kiesdeler. Bij de Kamerverkiezingen is dat het aantal geldige stemmen gedeeld door het aantal te verdelen zetels, 150. Gemiddeld is de kiesdeler ongeveer 60.000 stemmen. Zetels worden verdeeld door het aantal stemmen op een partij door de kiesdeler te delen. Omdat daarna een aantal zetels overblijft is er ook een model voor verdeling van de zogenaamde restzetels.

Kiesdistrict
In een districtenstelsel, zoals bijvoorbeeld Groot-Brittannië dat kent, is het land verdeeld in kiesdistricten. Per district is één zetel (in sommige landen enkele zetels) te verdelen, die terechtkomt bij de partij die in dat district de meeste stemmen haalt.

Kiesdrempel
In Duitsland moet een partij ten minste vijf procent van de stemmen halen om zetels in het parlement te krijgen. Deze kiesdrempel is opgeworpen om te voorkomen dat veel kleine partijen in het parlement terechtkomen. Achtergrond van deze regel is dat in Duitsland voor de oorlog een groot aantal kleinere partijen tot grote politieke verdeeldheid leidde. In deze periode van politieke versplintering wisten de nationaal-socialisten van Hitler met een minderheid in het parlement toch aan de macht te komen. Hoewel er in Nederland ook wel eens stemmen opgaan voor invoering van een kiesdrempel, is het verzet ertegen groot. Kiesdrempels belemmeren immers (kleine) minderheden om hun politieke geluid te laten horen.

Kieskringen
Bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer is Nederland verdeeld in negentien kieskringen, die een provincie of een gedeelte daarvan beslaan. De kieskringen hebben een voornamelijk administratieve betekenis. In elke kieskring dient een partij een aparte kandidatenlijst in te dienen. Een kieskring is dus iets anders dan een kiesdistrict.

Kiesraad
Bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer treedt de Kiesraad op als centraal stembureau. In dit verband wordt een register van politieke groeperingen bijgehouden. Nieuwe landelijke politieke partijen dienen zich bij de Kiesraad te registreren alvorens ze kunnen deelnemen aan de verkiezingen. Verder adviseert de Kiesraad de minister van Binnenlandse Zaken bij wijziging van of over vraagstukken betreffende de Kieswet. De Kiesraad is gevestigd in het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Kiesrecht
Zie actief kiesrecht en passief kiesrecht.

Kieswet
In de Kieswet zijn alle praktische en formele zaken rondom verkiezingen geregeld; van het verzenden van oproepingskaarten tot het tellen van de stemmen. In 2001 is de Kieswet op een aantal punten herzien. Zo blijven de stembureaus tot 21.00 uur open en is het gemakkelijker geworden om met voorkeurstemmen te worden gekozen.

Kiezerspas
Wie niet in de gelegenheid is te stemmen op het stembureau dat op de oproepingskaart staat vermeld, kan bij de gemeente een kiezerspas aanvragen. Daarmee is het mogelijk op een ander stembureau, bij de Tweede-Kamerverkiezingen ook in een andere plaats, te stemmen.

Nieuwe partijen
Bij alle verkiezingen voor de Tweede Kamer wordt ook deelgenomen door een aantal nieuwe partijen en al langer bestaande partijen die nog niet in de Kamer zitten. Om deel te nemen aan de Kamerverkiezingen moeten partijen een waarborgsom van 11.250 euro storten, die ze alleen terugkrijgen als ten minste 75% van de kiesdeler wordt gehaald. Ook moet in alle negentien kieskringen de kandidatenlijst door dertig mensen worden ondertekend. Bedoeling van de regeling is dat alleen serieuze partijen meedoen aan de verkiezingen.

Volmachtstem
Wie op vakantie is of om een andere reden niet in staat is om te stemmen, kan bij volmacht stemmen. Een andere stemgerechtigde kan namens de afwezige kiezer stemmen. Instructies voor het verlenen van een volmacht staan achter op de oproepingskaart.

Voorkeursdrempel
Wie met voorkeurstemmen gekozen wil worden, hoeft niet persoonlijk het aantal stemmen nodig voor een zetel (de kiesdeler) te halen. Al wanneer een kandidaat 25% van de kiesdeler heeft gehaald komt hij in aanmerking voor een zetel. De partij moet dan in totaal wel voldoende zetels hebben behaald om de kandidaten met de meeste voorkeurstemmen een zetel te bezorgen. Deze voorkeursdrempel van 25% van de kiesdeler komt in de praktijk neer op ruim 15.000 stemmen.

Voorkeurstem
Bij de verkiezingen wordt niet op een partij, maar op een kandidaat gestemd. Veel mensen kiezen eenvoudigweg voor de hoogste op de lijst, de lijsttrekker. Toch geven ook veel mensen de voorkeur aan een lager geplaatste kandidaat en brengen een zogenaamde voorkeurstem uit. Kandidaten die te laag op de lijst staan om automatisch één van de zetels van de partij in de wacht te slepen, kunnen een zetel halen door meer voorkeurstemmen dan de zogenaamde voorkeursdrempel te halen.

Vrouwenkiesrecht
Lange tijd was deelname aan de politiek voorbehouden aan mannen. Pas in 1919 is aan vrouwen het actief kiesrecht toegekend. Passief kiesrecht bestond voor vrouwen weliswaar iets eerder, maar ook daarvan is pas (geruime tijd) na 1919 op grote schaal gebruik gemaakt. Nog altijd ligt het aantal vrouwelijke politici aanmerkelijk lager dan het aantal mannen in de politiek.

Zendtijd
Wanneer een partij deelneemt aan de verkiezingen voor de Tweede Kamer levert dat gratis zendtijd op radio en tv op. In het kader van de zendtijd voor politieke partijen mogen alle deelnemende partijen zich aan de kijkers en luisteraars presenteren. Dit systeem garandeert voor alle partijen een (minimale) toegang tot de media. De uitzendingen zijn echter kort en worden door een beperkt publiek bekeken en beluisterd.

Zondag
In veel landen vinden verkiezingen op zondag plaats. Het is met name de protestantse traditie die ervoor gezorgd heeft dat Nederland altijd op een werkdag stemt, op woensdag.