Kopie van `Xenotext - computerondersteund vertalen (CAT).`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


Xenotext - computerondersteund vertalen (CAT).
Categorie: Taal en literatuur > Computervertalen
Datum & Land: 15/02/2007, NL
Woorden: 58


Abituriënt
Iemand die eindexamen van een middelbare school gedaan heeft.

Abolitionisme
Beweging die sinds het einde van de achttiende eeuw om humanitaire redenen ijverde voor de afschaffing van slavenhandel en slavernij.

Absolutisme
Een staatsvorm waar het `droit divin`-principe van de monarchie aan ten grondslag ligt. Praktisch gezien komt het erop neer dat de koning de bron is van alle wetten (lex rex); de bron is van alle bestuurlijk gezag en opperbevelhebber van het leger.

Agrarische revolutie
Ommekeer in de agrarische productie in Europa vanaf circa 1740. Vanaf die periode bleef de agrarische productie, globaal beschouwd, gestadig stijgen zonder terugval van betekenis.

Ambtsadel
Zie noblesse de robe.

Anachronisme
Een verkeerde beoordeling van een historische situatie onder invloed van de kennis van latere ontwikkelingen. Ook van toepassing op het gebruik van een begrip in de beschrijving van een tijd waarin dat begrip nog niet bestond.

Anachronisme
(Grieks: anachronizein, naa een andere tijd overbrengen, ana: tegenin, en chronos, tijd) Situering van een gebeurtenis of een toestand in een tijd waarin die niet kan voorkomen.

Anakuklôsis
[Grieks: kringloop) theorie van de geschiedenis als kringloop, inzonderheid bij Polybius.

Analogie
(Grieks: analogia) Overeenkomst, gelijkaardigheid, verwantschap.

Ancien régime
Begrip dat oorspronkelijk gebruikt werd ter aanduiding van het regeringsbestel in het prerevolutionaire Frankrijk. De meeste historici hanteren het begrip nu om het gehele maatschappelijke bestel in Europa in de eeuwen voor 1800 aan te duiden.

Annalen, Annales
(Latijn: annus, jaar) Een geheel van jaar voor jaar opgetekende gebeurtenissen, jaarboeken.

Annales-school
Franse historische school rond het tijdschrift Annales; de historici van die school worden soms annalisten genoemd.

Annalist
Annalen of jaarboekschrijver (niet te verwarren met analist, persoon die analyses verricht).

Annalistiek
Het historiografisch genre van de annalen.

Anno Domini
In het jaar des Heeren, d.w.z. vanaf het geboortejaar van Christus, volgens de christelijke jaartelling.

Anthologie
(Grieks: anthos, bloem) Bloemlezing.

Antichrist
In het Nieuwe Testament en later, benaming voor de tegen-Christus, d.w.z. de grote misleider en aartsbedrieger, de totaal verdorven mens.

Antiquaire
In de Nieuwe Tijd benaming voor een verzamelaar van geschiedkundige gegevens, onderscheiden van de historiograaf.

Antiquitates
Oudheden.

Apocalyps
(Grieks: apokalupsis) Openbaring, onthulling.

Apocalyptiek
Verzamelnaam voor joodse en christelijke literatuur met onthullingen over de verborgen dingen, d.w.z. over het einde van de wereld en het komende eeuwige rijk Gods.

Apocrief
(Grieks: apokrufos, geheim gehouden, verborgen) Niet authentiek, twijfelachtig.

Apologetiek
(Grieks: apologeisthai, zich verdedigen) Tak van de theologie die de waarachtigheid en redelijkheid van het (katholieke) geloof wil verdedigen en bewijzen.

Apologie
(Grieks: apologia) verdediging, verdedigingsschrift.

Asiento
Monopolie op de slavenhandel naar Zuid-Amerika, toegekend door de Spaanse regering.



Atthidografen
Oudgriekse geschiedschrijvers over Atthis (Athene en omgeveing).

Atthis
Geschiedenis van Athene en omgeving.

Avondmaal
Plechtigheid in de protestantse kerk, waarbij de gemeenteleden brood en wijn delen als herinnering aan het laatste avondmaal van Christus met zijn discipelen en als symbool van de eenheid van de gelovigen met Christus.

Bulkgoederen
Goederen, in grote hoeveelheden gekweekt en onverpakt vervoerd, meestal grondstoffen (ruwe koffie, ruwe suiker en ruwe katoen). Bulkgoederen werden vaak verscheept van de koloniën naar het moederland.

Bureaucratisering
Proces, dat gedurende het ancien régime aan betekenis wint, waarbij het bestuur steeds meer wordt georganiseerd op basis van formele voorschriften, een veronderstelde rationele deskundigheid en een hiërarchische gezagsstructuur, en waarbij rekrutering en promotie op grond van persoonlijke capaciteiten en geschiktheid plaatsvindt.

Burgerlijke revolutie
Revolutie waarbij de burgerij, die vanaf het begin van de nieuwe tijd gestadig aan welstand, opleidingsniveau en zelfbewustzijn had gewonnen, een grotere politieke invloed nastreefde.

Cuius regio, eius religio
(L: wiens gebied, diens geloof) Beginsel dat een machthebber in een gebied bepaalt welke godsdienst zijn onderdanen zullen belijden. Deze rechtsregel werd bij de godsdienstvrede van Augsburg (1555) ingevoerd voor de diverse staten en vorstendommen in het Duitse rijk.

Edict van Nantes
Door Hendrik IV van Frankrijk in 1598 uitgevaardigd koninklijk besluit, waarbij de Franse protestanten (hugenoten) een belangrijke mate van godsdienstvrijheid werd verleend. Het edict werd bijna een eeuw later, in 1685, door Lodewijk XIV herroepen, waarna veel hugenoten Frakrijk ontvluchtten en zich elders in West-Europa vestigden.

Emancipatie
Het zelfbewuster worden en opeisen van gelijke of gelijkwaardige rechten door voorheen achtergestelde groepen in de bevolking.

Émigrés (Frankrijk)
Edelen en andere tegenstanders van de Franse revolutie, die vanaf juli 1789 Frankrijk verlieten.

Empirie
(Proefondervindelijke) ervaring, in het bijzonder als bron van kennis.

Episcopale kerkorganisatie
Bestuursvorm van de kerk, waarbij een overwegende positie toekomst aan de bisschoppen (Grieks: episkopoi).

Erflandschap
Gebied of land dat aan een vorstengeslacht erfelijk toebehoort.

Federalisten (VS)
In de Conventie van 1787 (en later) de partij die voorstander was van een zo sterk mogelijk centraal gezag (de Federatie).

Feuillants (Frankrijk)
Groep afgevaardigden in de Constituante of Grondwetgevende Vergadering van 1789-1791, die ook na de vlucht van koning Lodewijk XIV naar Varennes gekant bleef tegen afzetting van de monarch.

Founding Fathers (VS)
Benaming voor de leden van de Constitutieconventie van 1787.

Fysiocraten
(letterlijk: voorstanders van de heerschappij der natuur) Achttiende-eeuwse grondleggers van de economische wetenschap, voorstanders van een laissez-faire-economie. Zij geloofden dat wanneer de economie aan zichzelf werd overgelaten en niet (door de overheid) gebonden aan regels, de rijkdom van een land vanzelf zou toenemen. De fysiocraten waren voorstanders van belastinghervorming, tegen het mercantilisme en tegen het gildensysteem. In een aantal opzichten kunnen zij worden beschouwd als voorlopers van de economisch liberalen van de negentiende eeuw.

Girondijnen (Frankrijk)
Gematigde revolutionairen, gekant tegen een te grote volksinvloed, onder leiding van de afgevaardigde Brissot, die afkomstig was uit het gebied van de Gironde.

Guerre de course
Het geheel van raids ter zee door de Franse marine uitgevoerd toen de Franse kust door Engelsen en Holladers werd geblokkeerd.

Ideaaltype
Model waarnaar anderen zich richten, hier gebruikt voor de voorbeeldfunctie die de Franse monarchie onder Lodewijk XIV had voor de andere hoven van Europa.

Kiesrijk
Vorstendom waarin de vorst niet door erfopvolging werd aangewezen, maar gekozen werd (een voorbeeld is Polen), zie ook adelsrepubliek.

Klassen
Groepen, waarvan de leden gelijke economische, sociale of culturele belangen hebben.

Klassenmaatschappij
Een samenleving waarin de maatschappelijke positie van ieder individu vooral wordt bepaald door de sociaal-economische positie (functie, inkomen) die hij bekleedt.

Officier
Zie commissaire.

Overmighty subjects
Machtige edellieden die over een uitgebreid patronagenetwerk beschikten en zich grotendeels aan de controle van de vorst wisten te onttrekken.

Seculaire trend
Economische conjunctuurbeweging der lange duur, afwisseling van hausse en baisse, eeuwbeweging.

Secularisering
- Verwereldlijking, proces waarbij sectoren van het maatschappelijk leven worden onttrokken aan het gezag van de kerk en het geloof. Onteigening van kerkelijke bezittingen door wereldlijke machtshebbers.

Sinecure
Ambt of andere betrekking, waarvoor een goed salaris wordt geboden tegen geen of weinig te verrichten arbeid. Een vooral in de achttiende eeuw veel voorkomende praktijk.

Surplus
Dat gedeelte van de agrarische productie dat overblijft nadat een boerenhuishouden er de eigen consumptie en het zaaigoed voor de volgende oogst heeft afgetrokken.

Ultramontaans / gallicaans
Tegenstelling tussen de gerichtheid van de katholieke kerk in de nationale staten op Rome, dat wil zeggen over de bergen heen, en de gerichtheid in Frankrijk op een nationale kerk, binnen het katholiek geloof (gallicanisme).

Volonté générale
Algemene wil, volkswil (Rousseau). De individuele wilskracht van de verschillende leden van het volk werd volgens Rousseau samengebundeld tot één algemene wil, die soeverein, absoluut en onschendbaar was. Koningen, ambtenaren en volksvertegenwoordigers waren slechts afgevaardigden van deze soevereine volkswil.

Wetenschappelijke revolutie
De aanduiding van de fundamentele vernieuwing van de natuurwetenschap èn van de periode waarin deze vernieuwing zich voordeed, grofweg de periode 1500-1800. Deze vernieuwing manifesteert zich in de eerste plaats in nieuwe natuurwetenschappelijke inzichten, in het bijzonder op het gebied van de astronomie en de mechanica, die resulteren in een vergaande wijziging van het wereldbeeld. In de tweede plaats blijkt zij in de introductie van nieuwe methoden van wetenschappelijk onderzoek, waarbij a) een grotere plaats is ingeruimd voor de waarneming, b) een belangrijke rol is weggelegd voor herhaalbare experimenten ter bevestiging of weerlegging van verklarende hypothesen en c) processen primair onderzocht worden naar hun oorzaken en gevolgen (in vragen naar het hoe in plaats van het waartoe), in een kwantitatieve, eerder dan een kwalitatieve benadering: verschijnselen worden bestudeerd in die aspecten die zich lenen voor een mathematische beschrijving.

Whig / Tory
De benaming voor beide partijen in de Engelse politiek: de Whigs de vooruitstrevende partij, de Tories de conservatieve. De benaming Tory wordt nog altijd gebruikt; het woord Whig is zuiver historisch: in de zeventiende eeuw gold het voor de Schotse presbyterianen; in de achttiende eeuw voor de liberalen.