Kopie van `Flopclass - Communicatie begrippen`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


Flopclass - Communicatie begrippen
Categorie: Taal en literatuur > Communicatie
Datum & Land: 15/05/2007, BE
Woorden: 14


Agenda-setting
Proces van (bedoelde of onbedoelde) media-invloed waarbij de belangrijkheid van gebeurtenissen, kwesties of personen bij het publiek bepaald wordt door de verslaggeving in de media. Hoe meer media-aandacht , hoe meer belang het publiek aan iets hecht. De media beïnvloeden enkel waarover de mensen denken en niet wat ze denken. Agenda-setting is vooral van toepassing op politieke communicatie en verkiezingscampagnes. Ondanks de bijna-zekerheid dat agenda-setting plaatsvindt, is het moeilijk te bewijzen, want media nemen hun prioriteiten zowel van de publieke opinie als van politiekers. (zie ook framing)

Cultural studies
Dit is een theorie die aanvankelijk media- en communicatiestudies overlapte, maar nog een bredere kijk heeft op culturele ervaringen en symbolische expressie. Sterk humanistisch georienteerd, vooral gefocust op 'popular culture' (vooral : jeugd) Ontstaan in GB, nu internationaal, onafhankelijk geworden van media- en cw.

Culture
Tegenwoordig verwijst men vaak hiernaar als de symbolische artefacten die de media-industrie produceert. Maar eigenlijk houdt het ook een bredere verwijzing in naar de gewoonten, gebruiken en bedoelingen in associatie met het massacommunicatieproces Soms refereert men naar het 'geloof' of de 'ideologie' (superstructures) van een bep. maatschappij. die de context voor media-operaties biedt.

Effects of media
De gevolgen van de werking van of blootstelling aan massamedia (gewild of ongewild). Meestal worden minstens 3 soorten effecten onderscheiden: behavioristische, attitudinale (of affectieve) en cognitieve effecten. Ze veschillen in de mate van doeltreffendheid.

Fourth estate
Een term die door historicus Thomas Carlyle wordt toegeschreven aan Edmond Burke, deze vond dat de macht van de pers op z'n minst gelijk is aan de andere 3 machten in het Engelse imperium: Lords, Commons en Clergy (=the three estates of the Realm) Het werd een conventionele term om journalisten te beschrijven in hun rol als reporters en waakhonden over de regering.

Functional analysis
Deze theorie behandelt de werking van de massamedia als noodzakelijk voor de werking van elk sociaal systeem (samenleving). De voornaamste functie die toegeschreven wordt aan de media is bijdragen tot de sociale cohesie en integratie. In dit licht kan men de media als functioneel (pos) of disfunctioneel (neg) zien. De theorie is vaak opzijgelegd door een gebrek aan analyse en omdat ze er niet in slaagt om sociaal conflict en verandering te verklaren Ze biedt wel verklaringen voor vragen over integratie en onafhankelijkheid

Hybridization
Het proces waarbij nieuwe culturele vormen worden samengesmolten uit verschillende elementen; vooral een combinatie van vreemde of geïmporteerde vormen en locale of traditionele culturen. (geassocieerd met globalisatie)

Identity
De specifieke typering van een persoon, plaats… door anderen of jezelf, volgens biografische, sociale, culturele of andere karakteristieken. Communicatie is noodzakelijk voor de vorming van identiteit. Maar tegelijkertijd kan het de identiteit ook ondermijnen. (massacommunicatie is hier maar één van de vele factoren)

Ideology
Een georganiseerd geloofssysteem of een verzameling van waarden die verspreid of versterkt worden door communicatie. Dit gebeurt vaak onbewust, de meeste media-inhoud doet dit veelal impliciet via het selectief benadrukken van bepaalde waarden en normen. ('preferred reading' in encoding/decoding-theorie) Vaak wordt de nationale cultuur die voorziet in de context van het mediasysteem gereflecteerd, maar vaak ook de klassepositie en de kijk van degenen die de media in handen hebben.

Journalistiek (Journalism)
Letterlijk: het product of het werk van professionele 'nieuws-mensen'. Als product: informatieve verslagen over recente of huidige gebeurtenissen of dingen waar het publiek zich voor interesseert. In deze zin is journalistiek een ander woord voor nieuws dat up-to-date, relevant, geloofwaardig en interessant probeert te zijn voor een bepaald publiek. Als werkproces: de term heeft gemengde bijklanken, die de onzekerheid van de status van het vak weerspiegelen. Er zijn verschillende stijlen en scholen van journalistiek die zich van elkaar onderscheiden dmv hun doel, publiek en nationale mediacultuur.

Objectivity (Objectiviteit)
Een theoretische term, die wordt toegepast op nieuws , alhoewel het in 'common-sense' termen een aantal kwaliteiten opsomt die zorgen voor vertrouwen en betrouwbaarheid van de kant van het nieuwspubliek. Deze zijn oa: feitelijke juistheid, gebrek aan vertekening, scheiding van feiten en commentaar, doorzichtigheid van de bronnen, geen partij kiezen. De controverse die hieruit voortkomt, stamt vooral voort uit het feit dat volledige objectiviteit onmogelijk is en het is misleidend anders te beweren. Alle nieuws is zogezegd ideologisch en objectiviteit is volgens kritici een andere ideologie. De vereisten van objectiviteit maken het mogelijk voor bronnen om het nieuws te manipuleren en dienen alleen om de vertekening te verbergen, of het nu de bedoeling is of niet.

Semiology (Semiologie)
De wetenschap van 'tekensystemen' of 'tekenbetekenis'. Oorspronkelijk gebaseerd op de studie van algemene taalkunde van Ferdinand de Saussure. Het werd ontwikkeld tot een methode voor de systematische analyse en de interpretatie van alle symbolische teksten. De systemen van tekens worden georganiseerd binnen grotere culturele en ideologische systemen die uiteindelijk de betekenis bepalen. Een zeer belangrijk element in de semiologie is de idee dat om het even welk (zinvol) teken (om het even welke soort) een conceptueel element heeft dat zowel de betekenis als een fysieke manifestatie draagt (woord, beeld, enz.).

Sensationalism (Sensatiezucht)
Op één niveau een dagelijks woord voor alle aspecten van de media-inhoud die waarschijnlijk de aandacht zullen trekken of emoties zullen doen opwakkeren. In deze betekenis is het verwant met commercialisatie en roddelpers (commercialization en tabloidization) Het wordt oo, soms gebruikt als een concept in de inhoudsanalyse, het fungeert dan als indicator voor het meten van de graad van sensatiezucht. Dit doet men uit zorg voor de inconsistentie tussen sensationele en objectieve nieuwsrapportering.

Spin doctor
Eigentijdse uitdrukking om naar al diegenen te verwijzen die als job hebben de openbare presentatie van informatie of ideeën zo beheren en bewerken (vooral namens politici) dat ze er maximum-voordeel uit kunnen halen. Hun werk resulteert in de manipulatie van nieuws en is verwant met public relations en propaganda. De term 'flak' wordt in dit verband ook wel gebruikt. De rol van spin doctor is enorm versterkt in een tijd van politieke marketing en professioneel beheer van campagnes. Deze prominentheid weerspiegelt ook de voorkeur die de media zelf hebben om eerder strategische politieke verslagen te brengen dan wezenlijke, onafhankelijke.