Kopie van `Toneelwoordenboek`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


Toneelwoordenboek
Categorie: Kunst, muziek en cultuur > Toneel
Datum & Land: 04/01/2010, NL
Woorden: 328


Absurdistische structuur
Dit zijn stukken waarbij men bewust de klassieke verhaallijn loslaat om met ongerijmdheden van de structuur te laten zien hoe ongerijmd men de samenleving vindt. Sommige absurdistische stukken kennen een cyclische (cyclus: tijdskring) structuur: het eindigt net zoals het begonnen is waarmee aangetoond wordt dat er niets wez...

abele spelen
(abel betekent 'edel') moet beschouwd worden als het tegenovergestelde van 'religieus'. De abele spelen zijn inderdaad de oudst bekende nederlandstalige toneelstukken van wereldlijke (niet religueuze) aard. Ze gaan namelijk allemaal over de Liefde. De vier nog bewaarde stukken zijn: Esmoreit, Gloriant, Lanseloet van Denemerken, Vanden Winter ende v...

actualisering
aanpassen van de tekst, personages, omstandigheden naar een meer hedendaagse situatie

Actiemoment, speelmoment
moment in een toneelstuk dat in directe verbinding staat met een voorafgaand en volgend speelmoment. Het kan bovendien verbonden zijn met een moment in het verleden, heden of toekomst, of met de werkelijkheid buiten het toneelstuk.

acteur/actrice
toneelspeler-toneelspeelster

acteren
toneelspelen, zonder dat je ziet dat er toneel gespeeld wordt. Meestal door een acteur-actrice. zie ook de startpagina voor acteurs.

achterdoek
Een meestal zwart gordijn dat op het podium hangt. Ook Fond*. Ervoor wordt de voorstelling gegeven.

accessoires
spullen die bij het kostuum van een toneelspeler horen. Bijv. een hoed, sjaaltje enz.

Afschermen
(=) Wanneer een speler het publiek het zicht ontneemt op een medespeler die de focus zou moeten hebben, spreekt men van ´afschermen´. Kinderen hebben soms niet de publieksgerichtheid en het ruimtelijke inzicht om ervoor te zorgen dat de toeschouwers ook daadwerkelijk de belangrijkste informatie kunnen volgen, hebben n...

afplakken
(=)x De plek waar tijdens een toneelstuk decor en attributen komen te staan.

afgang
als een toneelspeler het toneel verlaat, wordt dat een afgang genoemd. Als de speler ondertussen struikelt is dat een dubbele afgang.

affiche
reclameboodschap bij theatervoorstellingen

afdekken,
Op het toneel voor iemand anders gaan staan. (=) coucheren, afschermen

afbreken
Het opruimen van decors, rekwisieten* en wat er verder voor een voorstelling gebruikt is.

akoestiek
De geluidskwaliteit van een zaal. Als de spelers niet overal hoorbaar zijn of het galmt erg, is de akoestiek slecht.

akte
(=)bedrijf

amfitheater
Een soort theater dat is uitgevonden door de Romeinen. Het lijkt wat op een stadion: beneden in het midden wordt gespeeld en de zitplaatsen eromheen lopen trapsgewijs op.

amateurtoneel
toneelspel door liefhebbers van toneelspelen. 't Speeltoneel beoefent amateurtoneel met professionele insteek.

amateurs
liefhebbers, mensen die graag toneelspelen zonder er geld voor te krijgen.

antiheld
Personage in toneelstuk (of roman) dat qua beschrijving, gedrag, opvattingen enz. afwijkt van wat gebruikelijk is in deze genres. Personages uit absurde toneelstukken worden vaak als antihelden betiteld.

anticlimax
opeenvolging van steeds zwakkere woorden of uitdrukkingen: schreeuwen - roepen - zeggen - fluisteren. In dramatisch werk wordt de anticlimax vaak toegepast om een zekere ontspanning te verkrijgen, waarna het hoogtepunt (de climax) des te meer indruk maakt.

antagonist
een tegenspeler op toneel, tegenspeler van de hoofdrolspeler (protagonist). Door de Griekse tragedieschrijver Aschylus (5e eeuw v.C.) ingevoerd. Eerst deuteragonist genoemd, oftewel tweede speler.

applaus melken
De spelers komen weer naar voren als het publiek net wil ophouden met klappen. Zo zorgen ze ervoor dat het applaus langer duurt.

applaus halen
Als het publiek klapt, komen de spelers op het podium en buigen nederig als dank voor de spontane, of beleefde waardering van getoond spel.

artiestenfoyer
een bar bij de kleedkamers waar alleen de mensen die aan de voorstelling meewerken mogen komen.

articuleren
Duidelijk en nauwkeurig uitspreken, waardoor iedereen het goed verstaat.

Aristotelische structuur
De gesloten dramastructuur, naar de Griekse theoreticus Aristoteles (384-322) geldt voor vrijwel de hele westerse toneelliteratuur vanaf de oude Grieken tot het begin van de 20e eeuw en meestal tot op heden. Een toneelstuk is geconstrueerd volgens de wet van de drie eenheden: eenheid van tijd, eenheid van plaats en eenheid van handeling. De eenheid...

arenatoneel
Toneel in het midden waar de stoelen voor het publiek in een rondje omheen staan

auditie
voorspelen om te laten zien wat je kan. Zie ook: audities.nl

auteur
een schrijver. (=)toneelschrijver.

avant-première
voorstelling die plaatsvindt voor de eerste publieke voorstelling, vaak voor insiders.

bars
zie trek

barndoor
verstelbare kleppen aan een spot, zodat je het licht kan sturen - uitlichten.

bakkie
een schijnwerper in de vorm van een bakkie, spot.

balkon
platform met balustrade bovenaan in de schouwburg, deze zitplaatsen zijn vaak het goedkoopst gezien de afstand naar het toneel toe.

bezetting
de rolverdeling

bedrijf
vroeger waren de toneelstukken in drie bedrijven verdeeld. Twee voor, en een na, de pauze. Tussen de bedrijven ging het doek dicht en konden ze het decor verwisselen. Tegenwoordig zijn er niet duidelijke bedrijven meer en gaat het doek niet altijd meer tussendoor dicht.

bedieningspaneel
een regeltafel met rijen knoppen en schuiven om het licht of het geluid te regelen, bij voorbeeld: de geluidstafel.

bijfiguur
minder belangrijk personage of karakter in een toneelstuk.

bijrol
een rol die niet de hoofdrol betreft. Er zijn kleine en grote bijrollen, allen zeer belangrijk. ("geen kleine rollen, wel kleine mensen." )

bijgeloof
nogal veel bij het toneel, zoals niet fluiten op het podium. (vroeger was dat het signaal om de trekken ingang te zetten, dus er zou wat uit de lucht kunnen vallen.) zie ook toi toi toi

blijspel
positief, vrolijk toneelstuk, komedie

blank staan
voor een zaal toeschouwers op het podium staan en dan niet meer weten wat je moet zeggen. Tekst vergeten. (=Black out)

black out
(=)blank staan. Even totaal niets meer weten. Kan komen door overgeconcentreerd zijn. Kan ook donkerslag betekenen.

blacklight
ultraviolet licht in combinatie met witte verf of fluorescerende verf.

broodje
zwaar metalen blok. (=)kluiten Vaak gebruikt om (losstaande) panelen te verstevigen, zodat deze niet omvallen.

brochure
een toneeltekst. (=)script.

break-a-leg
Een succes wens. (=toi toi toi)

brandscherm
ijzeren wand tussen podium en zaal om te voorkomen dat de acteurs niets overkomt (of het publiek)

burleske
(of: burlesque) een kluchtig gedicht of blijspel, dat door het - met opzet aangebrachte - grote verschil tussen onderwerp en stijl karikaturaal en onnatuurlijk overkomt. Meestal wordt een hoogdravend onderwerp (goden, helden, geliefden) in zeer platte taal behandeld.De burleske is in de zestiende eeuw ontstaan in Italië. Het...

buiging
als dank voor het applaus nemen de toneelspelers deze nederige houding aan.

Casting
(Eng.), rolbezetting, rolverdeling: rolbezetting in een film, show, televisie, of theaterstuk.

cast
(Eng.) alle spelers samen vormen de cast.

cabotineren
overdreven spelen. (=)schmieren*

cabaret
theatervorm, kleinkunstvorm met sketches, conférences en chansons waarbij op een satirisch-humoristische wijze politieke of actuele gebeurtenissen bekritiseerd worden. vaak is er sprake van direct contact met het publiek

choreutai
koorleden in Griekse klassieke tragedie, aangevoerd door een koorleider (exarchos).

chronos
in de Oudgriekse literatuur de personificatie van de tijd, voorgesteld als een oude, grijze man.

changement à vue
verandering van decor met open doek

changement
(sjansjement) verandering van decor tijdens de voorstelling.

clown
(Eng.) komische toneelfiguur, hansworst, voortgekomen uit de ´stupidus´ van het klassieke Romeinse theater, de middeleeuwse hofnar en de Arlecchino uit de commedia dell´arte. In de loop van de 18e eeuw werd de clown populair in het circus, vervolgens ook in de pantomime.

climax
hoogtepunt wanner de spanning tussen publiek en spel het hoogst is.

claus
passage (één woord of meerdere volzinnen) in een stuk voor een acteur na elkaar gesproken.

clacque
groepje mensen die speciaal komen om voor iemand te klappen. Soms worden ze ervoor betaald.

cour
term voor de linkerkant van het podium vanuit de zaal gezien

couperen
in de tekst knippen, iemand couperen: iemand zijn tekst niet laten uitspreken

coup de théatre
verrassende, onverwachte, zeer belangrijke wending in het handelingsverloop van een toneelstuk. Werd veelvuldig toegepast in het burgerlijk drama.

coulissensysteem
decorvorm van beweegbare zijpanelen die aan de achterkant verbonden zijn met het doek. Het coulissensysteem ontstond in de 17e eeuw en heeft als voordeel dat het diepte in het decor brengt, doordat de panelen schuin achter elkaar staan en beschilderd zijn.

coulissen
zwarte gordijnen of schotten aan de zijkant van het toneel. Toneelspelers die op of afgaan lopen er tussendoor.

coucheren
afdekken - afschermen

coderen
verwachting wekken, bijv. de telefoon gaat, die pak je op.

comedia dell' arte
Renaissancetoneel, afkomstig uit Italië. Vaste personages met vastgelegde karaktertrekken. Teksten vanuit een verhaallijn die geheel improviserend wordt gespeeld; fysiek toneel. Enkele karakters zijn:Arlecchino (Harlekijn), Brighella, Colombina, Isabella, Dottore, Capitano, Pantalone, Pulcinella

crux
omslagpunt in het verhaal

cue
(kjoe) de wacht Het woord van je tegenspeler waarop je rekent om zelf te kunnen spreken. (Helaas is dit niet een betrouwbaar middel)

cyclorama
decorprojectie door een speciale toepassing van de belichting. Door middel van een cyclorama kan bijvoorbeeld een bewegende wolkenhemel op een scherm worden geprojecteerd.

Deus ex machina
(Lat.: god uit de machine) Persoon of zaak die als reddende engel opeens op het toneel verschijnt; term uit de dramatiek, voor het eerst gebruikt door Plato. Wanneer Griekse dramaturgen de door hen opgeroepen conflicten niet zelf konden oplossen, voerden zij dikwijls een godheid ten tonele om de zaak recht te trekken. Deze godheid (deus) werd dan v...

decor
alles wat op het toneel staat als de omgeving voor de toneelspelers.

decoderen
(=) scoren verwachting inlossen. Onderdeel van een toneelstuk: coderen, stapelen, scoren

debuut
eerste publieke optreden van een toneelspeler, zanger, danser, enz.

dictie
de manier van spreken.

dialoog
tweespraak, samenspraak tussen twee of meer mensen.

doorloop
repetitie van het geheel.

doddelen
je verspreken

doek
het gordijn voor het toneel

donkerslag
als alle lichten die op het toneel gericht staan in een keer uitgaan.

dramaturgie
leer van de dramatische kunst. Oorspronkelijk het schrijven en opvoeren van drama´s. Tegenwoordig de theorie van het drama, gecombineerd met een verklaring van en een toelichting op de wetten die op de dramatiek van toepassing zijn. (Belangrijke werken op dit gebied zijn onderandere Aristoteles´ "Poëtica" (ca. 325 v.C.), ...

dramaturg
een schrijver van drama's of toneelstukken en ook opera's. iemand die de geschiedenis van het toneelspelen kent.

dramatisch
op het drama, het toneel betrekking hebbend, van de aard van of op de wijze van een drama: dramatische poëzie (toneelstukken in verzen), ook spectaculair, opzienbarend, een sterk effect hebbend.

dramatis personae
(Lat.) de (in een stuk) optredende personen. In het toneel van de oudheid de drie hoofdrolspelers.

dramatiek
afgeleid van het Griekse woord d??µa dat handeling betekent.Toneelkunst. Overeenkomstig de traditioneel geworden indeling van Aristoteles is dit uit een van de drie uitingsvormen binnen de literatuur: epiek (verhalende dichtkunst en proza), lyriek (poëzie) en dramatiek (toneel)

drama
toneelspel, toneelstuk, toneelwerk, oorspronkelijk treurspel. Het uitbeelden van het menselijk conflict door middel van woord en gebaar. (ook ramp, droevig voorval). Drama betekent in het Grieks handeling. Theaterwetenschappers maken een onderscheid tussen de tekst op papier (drama) en de opvoering op het toneel (toneel, theater).

draaitoneel
toneel dat draait, daardoor kan je snel decor wisselen of bepaalde effecten verkrijgen. Het eerste draaitoneel werd waarschijnlijk gemaakt door de Italiaanse architect Giacomo Torelli. Hij maakte rond 1645 een theater met een draaitoneel te Venetië, Italië

Dulcinea
de denkbeeldige geliefde van Don Quichot, Dulcinea van Toboso, in de roman van Cervantes. Synoniem voor geliefde.

dubbelrol
als een speler meerdere rollen heeft in een toneelstuk, dan heeft hij een dubbelrol.

edelfigurant
zie figurant, maar met tekst.

eenakter
een toneelstuk in één bedrijf dat niet zo lang duurt.

eitje
een schijnwerper in de vorm van een eitje-zonder-kapje.

emotie-geheugen
een deel van ons geheugen waarin emotionele ervaringen uit het verleden liggen opgeslagen.

emotie
laten zien wat je voelt, zoals angst, jaloezie, haat, liefde, enz.

entremeses
korte toneelspelen, soms vergezeld van zang, die in Spanje opgevoerd werden tussen de bedrijven van een groter toneelstuk (meestal tussen het eerste en tweede). Ze hadden dikwijls een komisch, soms een ironisch karakter. (begin 15e eeuw ontstaan)

entr'acte
iets wat tussen twee bedrijven gebeurt.