Kopie van `Ons erfgoed - Oude beroepen`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


Ons erfgoed - Oude beroepen
Categorie: Arbeid gerelateerd > beroepen van vroeger
Datum & Land: 18/02/2012, NL
Woorden: 83


Ankerkuilvisser Visser die in de rivieren aasvis ving met behulp van een kuilnet, dat met behulp van een anker in de rivierbodem vastgezet was. Ankerslager
Ook ankersmid genoemd. Dit is dus iemand die scheepsankers maakte. Echter is het ook mogelijk, dat het een smid was, die muurankers vervaardigde. Muurankers werden vroeger ook dikwijls in de vorm van een jaartal gesmeed en gebruikt aan de voorgevel van een gebouw. Met muurankers werd de balklaag aan de muur verankerd.

Apprêteur Arbeider
Loontrekkend werkman, dagloner. Iemand die in dienst van een ander (zware) arbeid verrichtte.

Askramer
Een (kleine) handelaar die de afvoer van as(vuilnis) regelde.

Asman Moordrecht in Touw †˜47 Assayeur
Zie essayeur. Keurmeester van goud en zilver.

Bullo(o)per
(Noord-Holland) Het bezit van een stier vergde een behoorlijk kapitaal. Daarom werden in vele (Noord-Hollandse) dorpen door de boeren bullestieken (later ook stierenverenigingen genoemd) opgericht. Voor gezamenlijke rekening werden dan een tot enkele stieren gekocht. Iemand die bulloper werd genoemd werd aangesteld om dan met een stier de boerderi...

Buskruitmaker
Buskruit is een poeder voor bussen, dat is geschut. Het zou in 1350 voor het eerst zijn toegepast. Het is een licht ontbrandbaar mengsel van houtskool, salpeter en zwavel. Vroeger sprak men van bussencruyt en bossencruyt. Het was bovendien een gevaarljk goedje en de stadsbestuurderen van weleer probeerden het zoveel mogelijk buiten hun muren te ho...

Cichoreimaker
Cichorei is een samengesteldbloemige plant met blauwe lintbloemen. De wortel wordt door de bereider geroosterd en gemalen en als surrogaat of smaakverbeterend middel voor koffie in de handel gebracht.

Cipier
Zolang er gevangenissen bestaan, zo lang zijn er ook gevangenbewaarders of cipiers. En gevangenissen zijn al bijna zo oud als de mensheid. Van oudsher waren het kerkers in de kastelen en als gevangenis ingerichte stadstorens, later kwamen er rasp-, spin- en tuchthuizen. In het rasphuis moesten de gevangenen onder toezicht van de cipier het harde ...

Ciseleur Coffyschenker
Zie koffieschenker. Houder van een koffiehuis.

Eekschiller (eikschiller)
Het eekschillen, het schillen van eikenhakhout, was vooral een bijverdienste, waarbij vaak het gehele gezin betrokken was. Dit eekschillen vond bij voorkeur in mei plaats, wanneer de schil het gemakkelijkst losliet. In oude couranten kan men wel advertenties vinden waarin hiervoor percelen werden aangeboden. De voorkeur ging uit naar achtjarig hou...

Gort- en pelmolenaar
Ook gortmulder of grutter. Onder grutterij vallen twee begrippen samen. In de eerste plaats de winkel, waar grutterswaren verkocht werden. Zie hiervoor bij grutter. In de tweede plaats is er de grut- of gortmolen, waarin de grutten gemaakt werden. In deze molen werden zaadkorrels van boekweit en bepaalde graansoorten als gerst en haver gepeld of i...

Gorter Goudborduurster/der
De goudborduurster/der verricht ook vandaag de dag zijn en - nu vooral - haar werk. Cannetille (kantielje, gedraaid zilver, of gouddraad) en passé, ondé (gegolfd), cordonnée (cordon = koord, snoer, band), pailletten, brocaat, koordwerk, weefsel, folien van goud- en zilver, halfmat en glanzend worden onder meer verwerkt op unif...

Gouddraadtrekker


Goudleermaker
Goudpatser De goudleermaker was de exploitant van de goudleermakerij, de goudpatser was bij hem in dienst. Goudleer was leer, versierd met bladzilver, dat door vernis goudkleurig werd gemaakt. Het maken van goudleer, dat als behangsel en plafondbedekking werd gebruikt, vereiste grote zorg en was alleen betaalbaar voor de beter gesitueerden. De re...

Goudslaager


IJker, ijkmeester
Ambtenaar belast met het ijken van maten en gewichten. Waar handel is moet gewogen of gemeten worden. Maar ook toen werd er gesjoemeld met maten en gewichten. Verder was de overheid van vroeger misschien zelfs meer dan nu een meester in het uitdenken van methoden om belastingen te heffen. Enerzijds leidde dit tot het instellen van wagen. Dez...

IJzerkramer, yserverkooper
IJzerkramer is degeen, die ijzer verkocht, kleinhandelaar in ijzerwaren. In de keuren van Haarlem 2, 292b is bepaald dat 'Geen Yser-Kramer ... zal vermogen zyne Goederen aan de Huyzen alhier te koop veylen'.

IJzerkoper
Handelaar in ijzer. In Alkmaar was dat bijvoorbeeld Dirk Berkhouwer. Niet onbemiddeld, want in 1727 koopt hij o.a. de pelmolen 'Het Lam' staande buiten de Boompoort voor f 2200,--. In 1742 is hij rentenier. Een andere ijzerkoper was Eugenius Fontein 1), die in 1651 zijn testament liet opmaken. De langstlevende zou het vrucht...

IJzersmid
De ijzersmid is degeen, die uit ijzer allerlei voorwerpen smeedt. De term ijzersmid wordt niet meer gebruikt. Geleidelijk is bij de uitoefening van dit vak specialisatie opgetreden, zoals anker-, grof-, hoef-, kachel-, kleine- en wapensmid, maar ook bijvoorbeeld slotenmakers. Tot het St Eloijen of Smidsgilde te Amsterdam behoorden naast de grof- e...

Jeneverbrander
Zie ook destilleerder Ook coornbrander en later jeneverstoker genoemd. In de loop van de zestiende eeuw werd in ons land uit verschillende graansoorten als gerst, tarwe, rogge en boekweit jenever gestookt, destijds ten onrechte coornwijn of brandewijn genoemd. In het begin van de zeventiende eeuw werd reeds gesproken van genever en geneverbesi&eum...

Jolleman (jolman)
Meestal een gewezen varensgezel die in havenplaatsen met het overzetten naar schepen en, waar de bruggen vrij ver van elkaar verwijderd waren, naar de overkant met zijn jol de kost verdiende. Men vond ze o.a. op het IJ en de Buiten-Amstel. In De Uithangteekens door Mr. J. van Lennep en J. ter Gouw komt het hier afgebeelde uithangbord voor, dat des...

Kiemzetter
Zie ook meekrapteelt. Het telen van meekrap kon zowel door zaaien als door planten gebeuren. In ons land was het laatste het meest gebruikelijk. In april of mei werden stukken van de wortels van bestaande meekrapplanten afgescheurd en na onderdompeling in een modderbad werden deze zg. kiemen uitgezet in bedden van 2 à 3 voet breed met vrij ...

Kiepenkerel Een kiep of kiepe was een gevlochten draagkorf, die venters op hun rug meedroegen met houten voorwerpen en aardewerk.
Een kiepenkerel zou identiek aan kiepkeerl kunnen zijn en zou dan derhalve een marskramer zijn, die met houtwaren of aardewerk (pottegoed) langs de boerderijen en huizen trok om zijn waar aan de man te brengen. Kiep was ook dialect voor kip. Waarschijnlijker heeft men vooral deze handelaar in kippen plaatselijk of regionaal kiepenkerel genoemd.

Kinderma(e)(c)ker
Als beroepsduiding 1) werd in eerste instantie gegeven, met verwijzing naar het Middeleeuws Handwoordenboek, kinderman = kraamheer, vroedmeester. Een verklaring die meer acceptabel is wordt gegeven in Kronieken 2), 9e jg., nr. 4, pag. 266: een kindermaker is een 'maker' van kindekijns. 'Kindekijn' is h...

Kistenmaker
Zie kassemaker en schrijnwerker.



Klandermolenaar
Ook kalandermolenaar. Een kalanderij of een k(a)landermolen was een bedrijf, waar men met behulp van kalanders geweven stoffen, papier en leer glad maakte en glansde. De kalander was een machine die bestond uit twee of meer boven elkaar liggende cilinders, welke door kniehefbomen en gewichten tegen elkaar elkaar geklemd konden worden. Hoe zwaarder...

Kleederlapper
De kleederlapper was degeen, die versleten kleren herstelde, o.a. door het in- of opzetten van lappen.

Kleedermaakster
Dit is de beroepsnaam voor een vrouw, die dameskleren vervaardigde.

Kleedermaker (kleermaker)
Ook snijder. De kleedermaker vervaardigt bovenkleren voor de man en ook wel voor de vrouw; vroeger als meester, baas, ambachts- of gildenknecht. Een variatie is de Kleedermaker en -snijder: de vakman, die zowel het snijden als het naaien beheerste. In een keur uit 1566 van Reimerswaal wordt bepaald †žDat sy (de melaatsen of leprozen) oick ge...

Kleerble(e)ker
Met als variatie bleekersbaas, bleekersknecht of -meid. Men onderscheidde verschillende blekerijen, o.a. linnen-, garen- en kleerblekers. De handeling van het bleken werd bedrijfsmatig uitgevoerd. De kleerbleker (kleederbleeker) was eigenaarof ondernemer van een kleederbleek, d.w.z. een bedrijf waar men (gewassen) lijfgoederen bleekte. In de Keure...

Kleinwerker
Zilversmid, die (zilveren) voorwerpen vervaardigt, die op het lichaam gedragen worden.

Kleinwinkelier Degene, die een kleine winkelnering doet.
Degene, die onder de O.I. Compagnie ter plaatse in het werkgebied van de V.O.C. een kleine winkel houdt, bijv. de klein winkelier te Colombo. Een richtlijn van de Heren XVII uit 1676 beperkte de economische armslag van de burgers (dit waren onder meer ex-dienaren van de V.O.C., die hun contractstermijn uitgediend hadden), want ze mochten de posit...

Klepperman
Nachtwaker, die met een klepper of klep, eventueel een ratel, zijn rondes loopt.

Klokkengieter
Lange tijd zijn er klokken gegoten, soms duizenden, soms enkele kilo's zwaar. Een monnik, Theophilus, die waarschijnlijk in de tiende eeuw leefde, beschreef in Schedula diversarium artium het procédé van het gieten van klokken nauwkeurig. In de dertiende eeuw kregen ze voor het eerst de huidige vorm. Pas in de zeventiende eeuw was me...

Klokopwinder
Bijbaantje: het op gezette tijden opwinden van de torenklok.

Klompenmaker (klumper)
Tegenwoordig kan men het met de hand vervaardigen van de klompen nog wel op folkloristische markten enz. bij de oude ambachten zien. De resterende klompenmakerijen zijn machinale houtbewerkingsfabriekjes geworden. De klompenmakerij is een vak met een lange geschiedenis. Na 1100 ontwikkelden zich uit de losse zool de trippen en de platijnen (zie pl...

Klompwacht (Clompwacht)
Klompwacht was de benaming, oorspronkelijk in de volksmond, later ook in officiële stukken van degene die te Amsterdam, de schepen, die in het IJ buiten de palen vastgevroren waren, 's nachts moesten bewaken. Men noemde hen zo omdat ze klompen (met stro) droegen tegen de kou. De stad hief ter bestrijding van de kosten een recht naar de groott...

Olderman
Oude benaming van verschillende overheidspersonen in de Friese en Saksische landstreken, hetzij rechters, vertegenwoordigers van het volk in stadsbesturen of hoofden van gilden en ambachten, o.a. van het wantsnijdersgilde.

Olieman Venter in petroleum O.a. aan boord van schepen (ook olieman/stoker), bier- en zuivelfabricage. Belast met het onderhoud van de machinerie.


Olieslager, oliemolenaar
Bereider van olie. In de oliemolens werd met behulp van zware stampers olie uit oliehoudende zaden, zoals (in ons land) kool-, hennep- en lijnzaad, geperst. De gewonnen oliën dienden o.a. voor verlichting, de consumptie en de fabricage van verf. Van de overblijfsels werden veekoeken gemaakt. Zie ook Ons Erfgoed, jg. 10, pag. 99 - 108, A.J.J....

Omlo(o)per, omloopster Venter o.a.met kooien en muizenvallen. Werkzaam in een sajetfabriek.
N.B. In Zeeuws-Vlaanderen kende men het woord omlooper (ommelooper) eveneens voor in de zin erfregister, kadastraal boek. Visverkoper, visverkoopster. Zij kochten vis op de afslag met de bedoeling deze weer door te verkopen langs de deuren. Bron: Holland, Regionaal-historisch tijdschrift 21e jg. Nr. 1, febr. 1989. J. Stegeman, Scheveningse visverk...

Omroep(st)er
Ook wel roeper. De dorps- of stadsomroeper was door de overheid aangesteld om zaken die ter kennis van de bevolking gebracht moest worden, in het openbaar op straat om te roepen. Vroeger ook heraut der poorterij, die met enige slagen op een bekken de aandacht van de poorters vroeg. Naast het omroepen werden ook andere werkzaamheden verricht....

Organist(e)


Ornamentmaker
Vervaardiger van ornamenten,. Decoratieve versieringen, aangebracht door schilders-, beeldhouwers en ornamentmakers.

Ossenkoper
Ook wel ossenkramer. Koopman in ossen.

Oudkleerkoper, oude-kleerenkooper
Mnl. oudecledercoper enz. (zie VERDAM). Van oude kleederen en Koopen met -er. Bij verkorting ook oude-kleerkoop en soms oudskleer. Koopman in oude kleederen, iemand die oud goed verkoopt en herstelt.. In de tijd van de gilden moesten ook de oude- en nieuwe-kleerkopers de verschuldigde entreegelden aan het kleermakersgilde betalen1
Overwegwachter
Belast met het openen en sluiten van de spoorbomen bij bewaakte overwegen toen dit nog niet geautomatiseerd was.

Secondant
Hulponderwijzer, leerkracht die de houder van een kostschool bij staat.

Secreetruimer, sekreetruimer
Schoonmaker van het †˜heimelijk gemak†™, het privaat. †œAlle voorige Keuren en Ordonnantien, op het Reglement en Ordre op de Secreet-Reynugers en Nachtwerkers van tyd tot tyd geëmanerd†, keuren van Haerl. 1, 187a, ao 1751†.

Sigarenmaker
Tabak werd oorspronkelijk geimporteerd uit Amerika, maar in de zeventiende eeuw begint in ons land de teelt van inlandse tabak. In de zeventiende eeuw en het begin van de achttiende eeuw wordt de inlandse tabak, eventueel vermengd met geimporteerde tabak vooral als pijptabak gebruikt. De kleine pijpenkoppen uit het begin van deze periode bewijzen ...

Sigtmaker
De sigtmaker was een smid die sichten vervaardigde. Sigten (later zichten) zijn korte seizen , waarmee men met de hand o.a. graan maaide. Met een pik werd een bosje te zichten graan omvat dat dan met de zicht werd afgesneden en als schoof werd klaargelegd voor de schovenbinder of binster. Een iets afwijkend model was de rietzicht.

Signetsnijder
Graveur van zegelringen, destijds veelal voorzien van een rode granaat of robijn. Ook vervaardigde hij cachets, zegelstempels.

Sits-
Sitsglanzer Sits is met bonte, meestal kleine figuren op lichte grond bedrukt katoen, soms beschilderd. Het woord is ontleend aan het mahrati chit, hindi chint. Deze stoffen werden oorspronkelijk geïmporteerd uit Bengalen maar werden later o.a. in Engeland en ons land vervaardigd. De sitsenglanzer maakt de sitsen stoffen glad en glimmend. Sit...

Sjouwer
De sjouwer was een arbeider die werkte aan het laden en lossen van schepen, het vervoeren van materialen en ander zwaar werk. Oorspronkelijk hoofdzakelijk ruw werk op en bij schepen en scheepswerven, later meer algemeen. Ook wel sjouwerman (meervoud sjouwerlieden) genoemd.

Slaapbaas
Iemand die slaapgasten hield ( in het bijzonder zeelui). Ze waren ook betrokken bij het werven van zeelieden.

Slaapsteehouder
De slaapsteehouder verhuurde slaapsteden, ruimten waar men kon overnachten in gemeenschappelijke slaapruimtes.

Slagmolenaar
Ook oliemolenaar. Om olie uit oliezaden te winnen is de olie- of slagmolen ontwikkeld. Als grondstof gebruikte men oorspronkelijk kool- en raapzaad. Later ook lijn- en hennepzaad. De zaden werden geweekt met water, geplet en fijngewreven met behulp van kantstenen (een of twee op zijn kant staande molenstenen) die rondliepen over een vastgemetselde...

Slatter
Polderwerker, schoonmaker van sloten, ook wel hekkelaar genoemd. Slatten is het schoonmaken van sloten, die vol modder en vuil zitten, door dit te verwijderen en de kanten af te steken. Slate is sloot Slatere = slatter = graver Bron: Proeve van een Friesch en Nederlandsch Woordenboek door mr. Montanus Hettema (1832)

Sledemenner
Zie sle(e)per.

Sle(e)per
Meervoud sleluyden. In 1634 vaardigde de magistraat van Amsterdam een verbod uit om met karossen door Amsterdam te rijden. Bij overtreding volgde een boete van 50 gulden, een behoorlijk bedrag in die tijd. Wie al een koets bezat hoefde zich daaraan niet te storen. En ook daar gaf een deel van de plaatselijke overheid het slechte voorbeeld, door bi...

Slichter
Slichten of slechten is effen, vlak of glad maken. Degeen, die in een weverij de kettingdraden van een weefsel met slijmerige pap bestreek om ze glad te maken werd slichter genoemd. Ook in de aardewerkindustrie waren slichters werkzaam. Zij moesten kommen e.d. gladschaven met behulp van een rond houten schijfje.

Slijkburger
Vroeger te Utrecht. Op zich geen beroep. Een slijkmeier werd het burgerrecht verleend op voorwaarde dat hij bepaalde reinigingsdiensten zou verrichten: Boven desen zyn er nog Slykburgers, die ten respecte van seekere diensten borgerschap genieten, tot wederseggen van den Raad, de welken mogen haar borgerschap niet voort erven. (Utr. Placb. 3, 367 ...

Slijker, sli(e)ker, slijkveger
In het Vlaams was/is een slijker iemand die huiden slecht, glad maakt (ook huidevetter). Bron: Dietsche verscheidenheden Uitgaande van het basiswoord slijc, slijk, sliec, dat modder, slijk drek, slib, slik, veenbagger betekent zou een slijker of sli(e)ker iemand moeten zijn die in of met deze substantie werkt. Het gebaggerde laagveen werd gestort ...

Slijkheemraad
De slijkheemraad was een heemraad, belast met de keur van wegen en wateren. †œSullen in de respective Ambachten ofte Polders achtervolcht, onderhouden ende geëxecuteert werden bij den Schout ofte Molenmeesters mette Schepenen, gesworen, Croos- ofte Slijck-Heemraden, de Keuren ende Ordonnantiën daer op henluyden te leveren†. Ke...

Slijkmeier
Opzichter over de stadsreinigingsdienst.

Slijkveger
Straatveger.

Slijmploeger
De slijmploeger maakte deel uit van een ploeg havenarbeiders, die een schip van binnen schoonmaakte en opknapte.

Slijmwijf
Een vrouw de vis schoonmaakte. (WNT)

Slijper
Beroep dat op verschillende wijze werd uitgeoefend. O.a.: Briljant, brillen(glazen), diamant-, glas-, kristal-, messen- scharen- en steenslijperij. Ook kende men de slijpmolen (volmolens om olderley laeckenen ...te vollen) In de Amsterd. Courant van 3 september 1807 stond de volgende advertentie: De christal- en glasslypery, benevens de affaire in...

Slootgraver
Arbeider of dagloner belast met het graven van sloten en vaarten.

Slotenmaker
Ook slotsmid genoemd. Ook nu komt het beroep slotenmaker nog veelvuldig voor. Tegenwoordig is hij echter vooral leverancier en reparateur/ plaatser van fabrieksmatig vervaardigde sloten. Verder vervaardigt hij sleutels. Het beroep hield vroeger meer in. Destijds vervaardigde hij sloten en sleutels. In België kan men op de academie van Anderl...

Slooter
Ook boerenslooter. Schoonde sloten, maakte sloten schoon. Dit gebeurde o.a. met driekantige sloothaken of baggerbeugels met drie platte tanden, schuins omgekromd en slootschoffels.

Sluisgaarder
De persoon die belast was met het innen van de sluisgelden bij het schutten van schepen in sluizen.

Sluiter
Vrouwelijk sluitster. Poortwachter, portier, gevangenbewaarder als ondergeschikte van de cipier.

Smakschipper
Hij voerde het bevel op een smak (schmacke). Ze zouden voor het eerst in de tweede helft van de vijftiende eeuw zijn gebouwd in de vorm van een tjalk met een grote en een kleine mast en met zwaarden. Zij groeiden uit tot zware zeegaande hektjalken, die in de achttiende eeuw uitgroeiden tot schepen van 35 tot 70 last. Zie afbeelding. Het ware...

Smid


Smoutdrukker
Drukker die gespecialiseerd is in klein drukwerk, zoals familiedrukwerk, loterijbriefjes, reclamefoldertjes. Dit drukken vond als regel op een hand-, trap- of elektrische degelpers plaats. Op verschillende plaatsen zijn er nog drukkers die gebruik maken van een Heidelberger degelpers, o.a. voor nummer-, perforeer- en stanswerk (o.a. loterijbriefje...

Smouter
Smout is week vet, dat op verschillende manieren werd verkregen., bijv. †œLever-smout, Trayn, Baleyne, Kaen oft dierghelicke quade Smout oft Vet† (WNT). (Een smouterham was een snee (rogge)brood met reuzel besmeerd) Smelter van vet Iemand die wol voor het spinnen invette met vette substantie (o.a. boter en raapolie)

Spaakhouder
Werkman die bij het heien van palen met behulp van een handspaak de heipaal in de goede stand houdt. Bron: WNT

Spilgast
Zeeman belast met het bedienen van de spil, een werktuig bestaande uit een cilinder, die met behulp van spaken of een boom kon worden rondgedraaid om een touw of een ketting in te halen. Gewoonlijk een staande cilinder, voorzien van een kop met gaten voor de spaken en onder meer gebruikt om ankers of netten binnen te halen. Bron: WNT

Spoeler
De man of jongen die het werk van het †œspoelen† van kettingdraden en/of van inslaggaren verricht. Varianten zijn spoelersjongen, pijpjesspoeler/pijpenspoeler, d.w.z. iemand die de pijpjes voor de inslag spoelt, meestal jongens en klossensspoeler, iemand die de kettingdraden spoelt, meestal oudere mannen (textielindustrie). Bron: Woorde...

Spoelster, spoelmeisje
Vrouw die of meisje dat het werk van het spoelen van kettinggaren en/of van inslaggaren verricht (textielindustrie). Bron: Woordenboek van de Brabantse Dialecten, deel 2.

Spraakmeester
Verouderde benaming van taalleraar. Bron: WNT.