Kopie van `Aquo-lex - het waterwoordenboek`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


Aquo-lex - het waterwoordenboek
Categorie: Milieu > water
Datum & Land: 20/02/2012, NL
Woorden: 628


akoestisch
Def.: op of door geluid werkend

akr nummer
Def.: een identificerend administratienummer van een (rechts)persoon, zoals toegewezen door de Dienst van het Kadaster en de Openbare Registers voor gebruik in AKR Toelichting: Het AKR-nummer functioneert als een vangnet voor eigenaren die in Nederland geen A-nummer of Sofi- nummer (natuurlijke personen) hebben en ook geen Kamer-van-Koophandelnummer (niet-natuurlijke personen). Het AKR-nummer wordt dus bijvoorbeeld gebruikt voor buitenlandse rechtspersonen die geen officiële registratie in Nederland hebben

amfidromie
Def.: punt zonder getij waar het getij omheen draait Toelichting: Door de rotatie van de aarde wordt het getij afgebogen, op het noordelijk halfrond naar rechts en op het zuidelijk halfrond naar links. Hierdoor ontstaan amfidromieën, waar het getij omheen draait, op het noordelijk halfrond tegen de klok in en op het zuidelijk halfrond met de klok mee. Op de meeste plaatsen bevat het getij zowel een dubbeldaagse als een enkeldaagse component, en deze hebben ieder hun eigen patroon van amfidromieën. Daardoor is er op een amfidromie van het dubbeldaags getij over het algemeen wel enkeldaags getij.

amfibievoertuig
Def.: voertuig voorzien van wielen, rupsbanden en-of een of meer scheepsschroeven, dat zowel op land als in het water kan opereren.

amebiase
Syn.: amoebe dysenterie Def.: ziekte veroorzaakt door Entamoeba hystolica Toelichting: Jaarlijks vinden zo†™n 100000 mensen de dood als gevolg van Amebiase. In veel gevallen wordt geen melding gemaakt van de ziekte. De symptomen kunnen mild zijn, zoals buikpijn. Ernstiger symptomen van de ziekte zijn koorts, rillingen en bloederige diarree. De ziekte kan zich via het bloed verspreiden naar andere organen, waarbij abcessen ontstaan in de lever, longen of hersenen. Drinkwaterbehandeling, riolering en behandeling van het rioolwater en een goede persoonlijk hygiëne en hygiëne bij de bereiding van voedsel kunnen verspreiding van de ziekte tegengaan.

ambtenaar oov
Def.: ambtenaar Openbare Orde en Veiligheid bij een overheidsorganisatie Toelichting: Brandweerman, politieagent, ambulance personeel

ambtelijke adviescommissie integraal waterbeheer
Afk.: ACIW Def.:

ambivalentie
Syn.: ambiquity Def.: de situatie die verkregen wordt wanneer een set metingen zoals bepaald door een systeem meer dan één mogelijke oplossing geeft. Toelichting: Dit komt bijvoorbeeld voor in de positiebepaling waar een set metingen meerdere posities kan opleveren

ammoniak stikstof
Afk.: NH4-N Def.: eerste stikstofverbinding in anorganische vorm gevormd door de afbraak van organische stof.

ammonium
Afk.: NH4+(-N) Def.: gereduceerde stikstofverbinding

applicatieschema
Def.: informatiemodel dat wordt beschreven en toegepast. Toelichting: Het UMA-m en IMWA zijn met UML beschreven in een applicatieschema.

appendagekelder
Syn.: appendageput Def.: kelder of put waarin toestellen en onderdelen staan die dienen ter completering van een technische installatie

apogeum
Def.: de positie waarin de maan het verst van de aarde staat.

apex
Def.: het punt in het heelal waarheen een ster of sterrenbeeld zich beweegt. Toelichting: De apex van de aarde is de richting waarin de aarde zich in haar baan om de zon beweegt.

approvianderen
Def.: van proviand voorzien.

aquifer
Syn.: watervoerend pakket Def.: een geologische formatie waarbinnen de relatief (ten opzichte van de omgeving) hoge doorlatendheid aanzienlijk transport van grondwater mogelijk maakt. Toelichting: In vergunningen voor grondwateronttrekkingen bepaalt de provincie in welk watervoerend pakket de onttrekking mag plaatsvinden. Bij de toedeling van onttrekkingen over de verschillende pakketten speelt het beoogde gebruiksdoel van het water een belangrijke rol. Onttrekkingen ten behoeve van be-regening of koude- en warmte-opslagsystemen worden bij voorkeur in ondiepe watervoerende pakketten gesitueerd, terwijl waterwinning voor drinkwater of de voedings- en genotmiddelenin-dustrie in de dieper gelegen watervoerende pakket-ten plaatsvindt. Reden is dat de verontreiniging vanaf het maaiveld komt, waardoor de diepe watervoerende pakketten minder risico lopen op ver-ontreiniging dan de ondiepe.

aquiclude
Def.: niet doorlatende geologische formatie die water kan bevatten, maar door de lage doorlatendheid slechts een uiterst geringe bijdrage kan leveren aan de voeding van drains, putten etc.

aquatisch ecosysteem
Def.: een gemeenschap bestaande uit groepen van organismen en abiotische elementen in een bepaald water.

aquatisch
Def.: het water betreffend. Toelichting: Tegenstelling: terrestrisch

aquanaut
Def.: diepzeeonderzoeker die in een klok of onderzees laboratorium in zee afdaalt en daar voor een bepaalde duur verblijft.

aqualock-sampler
Def.: zuigerboor die sonisch trillend met een lichte machine de grond in wordt gebracht. Toelichting: De zuiger wordt met waterdruk geblokkeerd gehouden totdat de punt op de gewenste diepte is

aquaflow
Def.: een concept van duurzaam waterbeheer om hemelwater in waterdoorlatende straatvlakken te bergen, te zuiveren, te infiltreren, vertraagd af te voeren of te hergebruiken. Toelichting: Bij aquaflow wordt onder de doorlatende bestrating (10 cm) een vlijlaag (5cm) en geotextiel aangebracht. Daaronder wordt speciale wegfundatie (grof gebroken natuurlijk gesteente) aangebracht (35 cm) op een onderlaag van folie of geotextiel. In de open structuur van de wegfundatie zorgen microben voor de verwerking van onder meer koolwaterstoffen. Bij gesloten verharding kan ook via putten regenwater naar de open structuur van de wegfundatie worden geleid.

aquaduct
Def.: een kunstwerk waarmee een waterloop in een open constructie over een weg of andere waterloop wordt gevoerd Toelichting: Meestal een constructie in de vorm van een open bak over een weg of andere waterloop

aquifuge
Def.: geologische formatie, waarin geen water kan worden opgenomen en ook geen grondwaterstroming kan plaatsvinden Toelichting: bijvoorbeeld graniet.

aquitard
Def.: geologische formatie met een in vergelijking tot een aquifer lage doorlatendheid (bijvoorbeeld een kleipakket). Toelichting: De horizontale stroming in een aquitard is zeer gering, terwijl wel aanzienlijke verticale stroming mogelijk is.



aquo standaard
Def.: standaard voor de uitwisseling van waterinformatie. Bestaat uit een woordenboek (Aquo-Lex), domeintabellen, het LMA, IMWA en het UM Aquo.

associatie
Def.: basiseenheid in het systeem van plantengemeenschappen, gekenmerkt door een min of meer constante karakteristieke floristische samenstelling. Toelichting: Gemeenschap van verschillende plantensoorten die een ecologische samenhang vertonen en daardoor vaak bij elkaar voorkomen

assimilatiecapaciteit
Def.: de capaciteit van een natuurlijk waterlichaam voor het ontvangen van: i: Afvalwater zonder schadelijke effecten ; ii: giftige stoffen zonder schade te veroorzaken aan aquatisch leven of de mensen die het water consumeren ; iii: Biologisch zuurstof verbruik binnen de voorgeschreven limieten voor opgeloste zuurstof

aspiratielucht
Def.: afgezogen lucht

assetmanagement
Def.: beheren van bedrijfsmiddelen en objecten. Toelichting: De kern van assetmanagement is dat op elk gewenst moment kan worden beschikt over een actueel inzicht in de omvang, de aard en de onderhoudstoestand van de beheerde arealen en objecten.

asfaltmortel
Def.: een mengsel van bitumen met zand en vulstof als component van een asfaltmengsel

aspaardekrachten
Afk.: APK Def.: het vermogen dat door de motor aan de schroef wordt afgegeven.

asfaltkleefmiddel
Def.: een dunvloeibaar mengsel van bitumen en een vluchtig oplosmiddel

aselect
Def.: op basis van toeval, steekproef waarbij de keuze niet is bepaald door het te onderzoeken kenmerk

asfalt
Def.: een natuurlijk of kunstmatig mengsel van bitumen en minerale stoffen

asbest
Def.: een minerale vezel die water en lucht kan vervuilen en kanker of asbestose kan veroorzaken wanneer deze wordt ingeademd. Toelichting: Gebruik is verboden of beperkt in veel landen.

associatie
Def.: relatie tussen twee klassen

astronavigatie
Syn.: Astronomische plaatsbepaling Def.: verzamelnaam voor technieken in de scheepvaart om positie en richting van een schip te bepalen aan de hand van waarnemingen van de sterrenhemel. Toelichting: Tegenwoordig wordt steeds meer gebruik gemaakt van satellietnavigatie

astronomisch getij
Def.: getijbeweging als gevolg van de veranderlijke resultante van de aantrekkingskracht van de maan en de zon op de watermassa†™s op aarde, niet gestoord door weerkundige omstandigheden.

atroof
Syn.: voedselarm Def.: arm aan minerale voedingsstoffen

atropos pulsatorius
Syn.: Houtluis Def.: ongedierte Toelichting: Treft men dikwijls op oude houten vissersschepen aan. De houtluis voedt zich met doorweekt hout.

atoomgetal
Def.: en specifiek getal dat voor elk element anders is, gelijkwaardig aan het aantal protonen in de kern van ieder atoom.

atoom
Def.: het kleinste deeltje materie dat voor elk element uniek is. Toelichting: Het zijn de bouwstenen van alle materie.

atmotroof
Def.: met regenwater gevoed (neerslagafhankelijk).

atmosferische druk
Afk.: LUCHTDK Syn.: luchtdruk Def.: uitdrukking voor het gewicht van de aarde omringende gassen.

atmosferische depositie
Def.: droge en natte neerslag van (stof)deeltjes en stoffen uit de atmosfeer.

atmosfeer
Def.: het onderste deel van de dampkring

atlantikwall
Def.: deze kustverdedigingslinie is in van 1942 tot 1944 aangelegd door de Duitsers, ter bescherming van het westelijk zeefront. Toelichting: De Atlantikwall liep van de Spaanse grens tot Noorwegen, en omvatte in Nederland onder andere verdedigingswerken te Den Helder, IJmuiden, Hoek van Holland en Vlissingen.

atis-killer
Def.: apparaatje dat de korte pieptoon die gepaard gaat met het ATIS-signaal onderdrukt.

atterbergse grenzen
Syn.: consistentie grenzen ; plasticiteitgrenzen Def.: een serie getallen, bepaald uit proeven op Cohesieve grond, die het watergehalte aangeven waarbij de consistentie (vast, plastisch, vloeibaar) van een grond verandert.

attribuut
Def.: kenmerk van een object

attribuutwaarde
Def.: waarde die een attribuut aanneemt

attritie
Def.: het met veel energie roeren in een water-vaste stof-mengsel met als doel de aan het oppervlak van de deeltjes gehechte verontreinigende stoffen los te maken.

averij particulier
Syn.: Bijzondere averij Def.: de averij die niet het gevolg is van fouten of ingrepen van de bemanning of derden (act of men) Toelichting: bijvoorbeeld stormschade.

averij
Def.: schade aan schip, tuig of lading, opgelopen tijdens de reis.

averij grosse
Syn.: Gemene averij Def.: daarvan is sprake wanneer er opzettelijk en redelijkerwijs een buitengewone opoffering of uitgave wordt gedaan ter gezamenlijke beveiliging, met het doel de zaken voor gevaar te bewaren. Toelichting: In de praktijk betekent dit bijvoorbeeld dat (een deel van) de lading overboord wordt gezet om het schip en de opvarenden te redden.

avegaarboor
Def.: opgebouwd uit sterke stangen die zijn omwonden met een brede stalen spiraal. Toelichting: Al draaiend vijzelt de boor grond omhoog

avegaar
Def.: meestal een holle as waaromheen over de volle lengte een schroefblad is gelast

avilastic
Def.: kunststofweefsel dat geen water doorlaat en wordt gebruikt voor drysuits.

azimuttafels
Def.: boeken die de tafels en tabellen bevatten die nodig zijn om de coördinaten van een hemellichaam te vinden.

azimuth
Def.: de hoek die een richting van standplaats naar richtpunt maakt met het noorden (positief met de wijzers van de klok mee)

b-water
Def.: water van belang voor de waterkwantiteit in het beheersgebied van het waterschap.

bèta activiteit
Afk.: bèta Def.: mate van straling van elektronen uit een mengsel als gevolg van radioactief verval in het mengsel Toelichting: Bèta straling kan afhankelijk van de energie wel door de huid dringen. Een bekende hoog energetische bèta straler is strontium-90 welke zich in menselijke botten ophoopt.

bbp beleidsproduct
Syn.: beleidsproduct Def.: een beleidsproduct is een tussen waterschappen afgesproken taakveld. Over deze taakvelden wordt door waterschappen eenduidig gerapporteerd, zodat gerapporteerde gegevens onderling vergelijkbaar zijn. Binnen het BBP (Beheer en Beleid Product) speelt de financiële verantwoording van activiteiten een belangrijke rol.

bbp beheerproduct
Syn.: beheerproduct Def.: een beheerproduct is een nadere detaillering van een beleidsproduct waarbij de financiële verantwoording wordt gesplitst naar bouw en verwerving, naar bedieningsactiviteiten met betrekking tot het primair proces en naar activiteiten met betrekking tot onderhoud aan onderdelen.

bwo-kering
Afk.: BWO Def.: kering geplaatst en ontworpen ter bescherming van waterstaatswerken in oorlogstijd

byssusdraad
Syn.: baard Def.: stevige eiwitdraden, waarmee een mossel zich vasthecht aan het substraat

c-water
Def.: alle wateren in het beheersgebied van het waterschap niet vallend onder A-wateren of B-wateren, met uitzondering van solitaire wateren die zijn aangemerkt als vennen, poelen en kolken voorzover deze niet zijn gelegen in gebieden waaraan bijzondere waarden zijn toegekend.

classificeerder
Def.: die arbeiders die de tanks, dubbele bodems en piek van een schip schoonmaken en sauzen

classificeerder
Def.: controleur van de arbeiders die de tanks, dubbele bodems en piek van een schip schoonmaken en sauzen.

classificatieproef
Def.: proef ter karakterisering van grond, waartoe de volgende bepalingen kunnen horen: volumieke massa, soortelijke massa, natuurlijk watergehalte, Atterbergse grenzen, krimpgrens, korrelverdeling, korrelvorm en humusgehalte

classificatie verontreinigd slib
Def.: er worden vier soorten slib onderscheiden: - Klasse 1: voldoet aan de algemene milieukwaliteitsnorm: schoon tot licht verontreinigd. ; - Klasse 2: overschrijdt de algemene milieukwaliteit: licht tot matig verontreinigd. ; - Klasse 3: overschrijdt de toetsingswaarde: matig tot ernstig verontreinigd. ; - Klasse 4: overschrijdt de saneringswaarde: ernstig tot zeer ernstig verontreinigd. Toelichting: Vervuild slib kan ernstige gevolgen hebben voor het milieu. Effecten op planten en dieren zijn al merkbaar bij klasse 2 - slib. Vervuild slib kan zich door opwerveling makkelijk van de ene naar de andere plek verplaatsen en op een andere plaats schade aanrichten. Ook kan op langere termijn het grondwater verontreinigd raken.

cleaning in place
Afk.: CIP Def.: reinigingssysteem waarbij de te reinigen onderdelen binnen de procesconfiguratie, dus zonder uitbouw, kunnen worden gereinigd.

cleaning in place tank
Afk.: CIP Tank Def.: opslagvat voor permeaat om het spoelen van de membranen mogelijk te maken.

climax stadium
Def.: eindstadium van een natuurlijk verlopende successie.

clinometer
Def.: instrument dat wordt gebruikt om de overhelling (het aantal graden slagzij) van schepen te meten.

clostridium botulinum
Def.: splijtzwam (Schizomycetes) uit de familie van de Bacillaceae die door afscheiding van toxinen een belangrijke rol speelt bij voedselvergiftiging.

clupea sprattus
Syn.: sprot Def.: vissoort die in de Zuiderzee niet voorkwam, maar tegen de herfst op onze kusten verschijnt en dan in grote hoeveelheden gevangen en gerookt wordt.

cluster
Def.: een samengestelde groep doelvariabelen

cunet
Def.: een in natuurlijke ondergrond gemaakte ingraving Toelichting: Meestal gegraven om een betere ondergrond te kunnen aanbrengen

cumulatieve neerslagmeter
Def.: neerslagmeter die gebruikt wordt op meetpunten die slechts met grote tussenruimten in de tijd bezocht worden.

cultuurlandschap
Def.: door de mens aangelegd landschap

cumulatieve neerslagkromme
Def.: curve of an accumulatieve kwantiteit versus time.

cultuurhistorische (landschaps)waarden
Def.: landschappelijke structuren en elementen in een gebied die getuigen van een lange, nog herkenbare ontwikkelingsgeschiedenis, inclusief archeologische waarden.

cultuurhistorisch waardevol gebied
Def.: gebied met landschappelijke kenmerken of bebouwingsvormen die getuigen van het menselijk gebruik van het gebied

cultuurhistorie
Def.: beschavingsgeschiedenis Toelichting: De bestudering van het onroerend deel van het cultureel erfgoed, bestaande uit het bodemarchief (archeologie), de sporen van menselijk handelen in het landschap (historische geografie) en de gebouwde omgeving (bouw--kunsthistorie)

cultuur
Def.: het verbouwen van gewassen - teelt

cultuur
Def.: kunst en wetenschap

cultuur
Def.: geheel van voortbrengselen van een gemeenschap

cultureel erfgoed
Def.: wat aan cultuur uit vroeger tijd is doorgegeven

culturele eutrofiëring
Def.: daling van het zuurstofgehalte in het water, dat ernstige gevolgen heeft voor het waterleven Toelichting: deze daling wordt veroorzaakt door mensen.

cutpoint
Def.: het scheidingspunt van een hydrocycloon. Toelichting: Bij scheiding komt 50% van de deeltjes van die diameter in de onderloop, 50% in de bovenloop van de hydrocycloon terecht.

cutterzuiger
Afk.: CSD Def.: een baggerwerktuig met een zuigbuis die voorzien is van een roterende snijschroef (de cutter). Voordat de grond wordt opgezogen wordt deze eerst stuk gesneden

cuwvo percentiel waarde
Def.: waarde uit een meetreeks waarvoor geldt dat x% van de waarden in die een bepaalde meetreeks een waarde heeft die kleiner dan of gelijk is aan deze waarde Toelichting: Als deze waarde tussen twee meetwaarden in valt, wordt op voorgeschreven wijze altijd één van deze twee waarden uit de reeks genomen. CUWVO-percentielen zijn eenvoudig te bepalen omdat de waarde altijd overeen komt met één van de meetwaarden uit de meetreeks.

dwarsscheeps
Def.: in de richting dwars op de boot, gerekend vanaf het breedste gedeelte hiervan.

dwarsprofiel-segment
Def.: opdeling van een profiel in segmenten waarop een soort profielverdediging aanwezig is, met het oog op toetsing

dwarsprofiel waterkering
Def.: een denkbeeldige, haaks op de referentielijn staande doorsnijding van de waterkering Toelichting: Hier wordt zowel gedoeld op de locatie als de weergave van het dwarsprofiel. Voor de primaire waterkeringen is aangesloten bij de Uniemodel-Legger ten behoeve van primaire waterkeringen. Bij het gegevenselement 'weergave dwarsprofiel' zijn de elementen opgesomd die afgebeeld worden - daarbij is aangesloten bij het Uniemodel-legger-technisch beheerregister ten behoeve van de primaire waterkeringen (inclusief het supplement zandige kust). Deze lijst kan uiteraard vrijelijk worden aangevuld. Voor de niet-primaire waterkeringen geldt dat mogelijk niet alle genoemde elementen relevant zijn

dwarsprofiel
Def.: bodemprofiel in een dwarsdoorsnede van een kust, rivier of dijk.

dwarskuil
Def.: kuilnet waarmee dwars vooruit drijvende, dus zo dat de wind voorlijker dan dwars inkomt, gevist wordt.

dwarshelling
Def.: helling waar een schip dwars, dus evenwijdig aan het water, op staat.