Kopie van `Canon`

De woordenlijst staat niet (meer) online. U ziet hieronder een kopie van de informatie. Het kan zijn dat de informatie niet meer up-to-date is. Wees dus kritisch bij het beoordelen van de waarde ervan.


Canon
Categorie: Kunst, muziek & cultuur > Fotografie
Datum & Land: 28/05/2013, BE
Woorden: 87


Abbe-waarde
Een numerieke waarde die de dispersie van licht door optisch glas aangeeft

Aberratie
De ideale fotografische lens levert een beeld op met de volgende kenmerken: • Een punt wordt weergegeven als een punt

Achromatische lens
Een lens die chromatische afwijkingen corrigeert voor twee golflengten van het licht

Achterin scherpstellen
Scherpstellen gebeurt door één of meer lenselementen te bewegen die zich intern achter het lensdiafragma bevinden

Algehele lineaire verlenging
Het hele optische systeem van de lens beweegt recht naar achteren en naar voren wanneer wordt scherpgesteld

Altijd handmatig scherpstellen
Een systeem waarbij de fotograaf de handmatige scherpstelring van de lens kan draaien en zo de automatische scherpstelling kan negeren terwijl de AF-MF-schakelaar op automatisch scherpstellen staat

Apochromaat, apochromatische lens
Een lens die chromatische aberraties corrigeert voor drie golflengten van het licht, waarbij met name in het secundaire spectrum de aberratie grotendeels wordt gecorrigeerd

Asferische lens
Fotografische lenzen bestaan meestal uit verschillende lenselementen, die alle zijn voorzien van sferische oppervlakken (tenzij anders aangegeven)

Beeldafstand
De afstand van het achterste hoofdpunt van de lens tot het filmvlak wanneer de lens is scherpgesteld op een object op een bepaalde afstand

Beeldcirkel
De diameter van de scherpe beeldcirkel die wordt gevormd door een lens

Beeldhoek
Het gebied van een scène, uitgedrukt als een hoek, dat door de lens scherp kan worden weergegeven. De nominale diagonale beeldhoek is gedefinieerd als de hoek die wordt gevormd door denkbeeldige lijnen die het tweede hoofdpunt van de lens verbinden met de twee uiteinden van de diagonaal van het beeld (43,2 mm).

Beeldstabilisator
Een geweldige nieuwe technologie waarmee de lens beweging kan detecteren zoals schudden of trillingen en onmiddellijk een optische correctie kan toepassen door een groep lenselementen te verplaatsen

Beeldvergroting
De verhouding (lengteverhouding) tussen de ware grootte van een object en de grootte van het beeld dat wordt gereproduceerd op film. Een macrolens met een vergrotingsaanduiding van 1:1 kan een beeld reproduceren met dezelfde grootte als het oorspronkelijke object (ware grootte.

Bijziendheid
Een afwijking van het oog waarbij het beeld van een oneindig ver punt wordt gevormd voor het netvlies wanneer het oog zich in de neutrale stand bevindt

BrandpuntWanneer lichtstralen parallel aan de optische as op een bolle lens vallen, convergeert een ideale lens alle lichtstralen tot één punt vanwaaruit de stralen weer uitwaaieren in een kegelvorm. Dit punt waarin alle stralen samenvallen, wordt het b


Brandpuntsafstand
Wanneer parallelle lichtstralen parallel aan de optische as op de lens vallen, wordt de afstand langs de optische as van het tweede hoofdpunt (het achterste hoofdpunt) tot het brandpunt de brandpuntsafstand genoemd. Eenvoudig gezegd is de brandpuntsafstand van een lens de afstand langs de optische as van het tweede hoofdpunt van de lens tot het filmvlak wanneer de lens is scherpgesteld op oneindig.

Brekingsindex
Een numerieke waarde die de mate van breking van een medium aanduidt

Buitengewone gedeeltelijke dispersie
Het menselijk oog kan monochromatische lichtgolflengtes registreren tussen 400 nm (paars) en 700 nm (rood). Binnen dit bereik wordt het verschil in brekingsindex tussen twee verschillende golflengtes gedeeltelijke dispersie genoemd. De meeste gebruikelijke optische materialen hebben vergelijkbare eigenschappen met betrekking tot gedeeltelijke dispersie. Bepaalde glasmaterialen hebben echter andere eigenschappen met betrekking tot gedeeltelijke dispersie. Enkele voorbeelden hiervan zijn glas met een grotere gedeeltelijke dispersie bij kortere golflengtes, FK-glas met een kleine brekingsindex en lage dispersie-eigenschappen, fluoriet en glas met grotere gedeeltelijke dispersie bij langere golflengtes. Deze soorten glas worden geclassificeerd in een groep met buitengewone eigenschappen met betrekking tot gedeeltelijke dispersie. Glas met deze eigenschappen wordt gebruikt in apochromatische lenzen ter compensatie van chromatische aberratie.

Chromatische aberratie
Wanneer wit licht (licht dat uit vele kleuren bestaat die zo gelijkmatig zijn gemengd dat het oog geen kleuren waarneemt, maar slechts wit licht ziet) zoals zonlicht door een prisma valt, wordt een regenboogspectrum zichtbaar. Dit fenomeen vindt plaats omdat de brekingsindex van het prisma (en de dispersiegraad) varieert met de golflengte (korte golflengten worden sterker gebroken dan lange golflengten). Dit fenomeen treedt in mindere mate ook in fotografische lenzen op en wordt chromatische aberratie genoemd omdat het optreedt bij verschillende golflengten.

Circulair polarisatiefilter
Een circulair polarisatiefilter is functioneel hetzelfde als een lineair polarisatiefilter omdat het alleen licht doorlaat dat in bepaalde richtingen trilt

Cirkelvormige opening
Bepaalde Canon-lenzen beschikken over een nieuwe diafragmaeenheid met cirkelvormige opening

Coating
Wanneer licht een lens binnenvalt en weer uittreedt, wordt ongeveer 5% van het licht gereflecteerd bij elke overgang van lens naar lucht door het verschil in brekingsindex

coma-aberratie
Coma of coma-aberratie is een fenomeen dat zichtbaar is in de periferie van een beeld dat wordt geproduceerd door een lens die is gecorrigeerd voor sferische aberratie. Bij dit fenomeen komen lichtstralen die onder een hoek aan de rand van de lens binnenvallen, samen in de vorm van een komeet in plaats van op het gewenste punt. Vandaar de naam.

Contrast
De mate van onderscheid tussen de gebieden met verschillende helderheidsniveaus in een foto, bijvoorbeeld het verschil in helderheid tussen lichte en donkere gedeelten. Als de reproductieverhouding tussen wit en zwart duidelijk is, is het contrast hoog, als het verschil tussen wit en zwart onduidelijk is, is het contrast laag. Over het algemeen geven lenzen van goede kwaliteit afbeeldingen van goede kwaliteit met hoge resolutie en hoog contrast

Cos4-wet
Deze wet zegt dat het verlies aan licht aan de rand van een afbeelding toeneemt naarmate de beeldhoek groter wordt, zelfs als de lens een gelijkmatig scherp beeld geeft

Dieptescherpte
Het gebied voor en achter het brandpuntsvlak waarin het object kan worden gefotografeerd als scherpe afbeelding. De dieptescherpte is gelijk aan beide kanten van het beeldvlak (filmvlak) en kan worden bepaald door de minimale verstrooiingscirkel te vermenigvuldigen met het getal F, ongeacht de brandpuntsafstand van de lens.

Diffractieve optische elementen
Diffractieve optische elementen, een revolutionaire nieuwe optische technologie voor lenzen waarmee super-telefotolenzen kunnen worden ontwikkeld die aanmerkelijk korter en lichter zijn dan eerder mogelijk was

Dioptrie
De mate waarin lichtstraalbundels die de zoeker verlaten samenkomen of uiteenlopen

Dispersie
Een fenomeen waarbij de optische eigenschappen van een medium variëren met de golflengte van het licht dat op het medium valt

Draaiende verlenging van de voorste groep
Het cilindergedeelte van de lens met de voorste lensgroep draait zodat de voorste groep naar achteren en naar voren beweegt tijdens het scherpstellen

effectieve opening
De opening van een lens is gekoppeld aan de diameter van de bundel lichtstralen die door de lens valt en is bepalend voor de helderheid van het afgebeelde object in het brandvlak

EMD
(Elektromagnetisch diafragma) Elke EF-lens is ontworpen voor gebruik met de digitale gegevensoverdracht van het EOS-systeem die mogelijk wordt gemaakt door de volledig elektronische bevestiging en bevat een EMD dat de diameter van de opening elektronisch regelt

Flensafstand
De afstand van het referentievlak van de lensbevestiging van de camera naar het brandpuntsvlak (filmvlak). In het EOS-systeem is de flensafstand van alle camera's ingesteld op 44,00 mm. De flensafstand wordt ook wel de afstand tussen flens en brandpunt genoemd.

Fluoriet
Fluoriet heeft een extreem lage refractie- en dispersie-index in vergelijking met optisch glas en beschikt over speciale eigenschappen voor gedeeltelijke dispersie (buitengewone gedeeltelijke dispersie), waardoor een zo goed als ideale correctie mogelijk is van chromatische aberraties in combinatie met optisch glas

Fraunhoferlijnen
Absorptielijnen die in 1814 zijn ontdekt door de Duitse natuurkundige Fraunhofer (1787-1826)

Fresnel-lens
Een type convergerende lens die wordt gemaakt door het bolle oppervlak van een platte bolle lens nauwkeurig te verdelen in een grote hoeveelheid concentrische cirkelvormige ringlenzen en deze te combineren. Hierdoor wordt de lens veel minder dik terwijl de functie van een bolle lens behouden blijft. In een spiegelreflex wordt de zijde tegenover het matte oppervlak van het scherpstelscherm gevormd als fresnel-lens met een pitch van 0,05 mm. Hierdoor wordt diffuus omgevingslicht naar het oculair geleid.

Gepolariseerd licht
Aangezien licht een soort elektromagnetische golf is, kan het worden gezien als uniform trillend in alle richtingen in een vlak dat loodrecht staat op de voortplantingsrichting. Dit soort licht wordt natuurlijk licht of natuurlijk gepolariseerd licht genoemd.

Gezichtsvermogen
De mogelijkheid van het oog om details van de vorm van een object te onderscheiden. Gezichtsvermogen wordt uitgedrukt als een numerieke waarde die het omgekeerde aangeeft van de minimale gezichtshoek waaronder het oog twee punten of lijnen nog duidelijk kan onderscheiden, dat wil zeggen de resolutie van het oog in vergelijking met een resolutie van 1'. (Verhouding met een resolutie van 1' wordt gezien als 1.)

Grondige eliminatie van het secundaire spectrum
Wanneer u een convexe fluoriet lens combineert met een glazen concave optische lens met brede dispersie om de golflengten van rood en blauw licht te corrigeren, bieden de kenmerken voor de gedeeltelijke dispersie door fluoriet ook een effectieve compensatie voor de golflengten van groen licht

Hoofdpunt
(knooppunt) De brandpuntsafstand van een dunne, dubbel bolle lens die bestaat uit één element, is de afstand langs de optische as van het middelpunt van de lens tot het brandpunt

Hoofdstraal
Een lichtstraal die de lens onder een hoek binnengaat op een ander punt dan het punt van de optische as en die door het middelpunt van de diafragmaopening gaat

Hyperbrandpuntsafstand
Met het principe van scherptediepte bereikt u tijdens het scherpstellen op steeds verder gelegen objecten een punt waarop de verste grens van de scherptediepte gelijk is aan oneindig ver

Ingestelde scherpstelling
Een voorziening van de Image Stabilized supertelefoto EF-lenzen

Inwendig scherpstellen
Scherpstellen gebeurt door één of meer lensgroepen te bewegen die zich tussen de voorste lensgroep en het diafragma bevinden

Lichtvlek
Licht dat wordt gereflecteerd via het oppervlak van de lenzen, de binnenkant van de cilinder van de lens of de binnenkant van de behuizing van de spiegel van de camera kan op de film vallen en een gedeelte of zelfs de hele afbeelding vervagen, waardoor de afbeelding minder scherp wordt. Deze nadelige reflecties worden lichtvlekken genoemd. Hoewel lichtvlekken grotendeels kunnen worden verminderd door het oppervlak van de lenzen te voorzien van een coating en door anti-reflectiemaatregelen in de cilinder van de lens en de camera, kunnen lichtvlekken niet helemaal worden vermeden in alle omstandigheden.

Lineair polariseringsfilter
Een filter dat alleen licht doorlaat dat in een bepaalde richting trilt

Lineaire verlenging van de voorste groep
De achterste groep blijft vast en alleen de voorste groep beweegt recht naar achteren of naar voren tijdens het scherpstellen

Luchtlens
De luchtruimten tussen de glazen lenselementen waaruit een fotografische lens bestaat, kunnen worden beschouwd als glazen lenzen die dezelfde brekingsindex hebben als lucht (1,0). Een luchtruimte die is ontworpen vanuit deze achterliggende gedachte, wordt een luchtlens genoemd. Aangezien de breking van een luchtlens tegengesteld is aan die van een glazen lens, fungeert een convexe vorm als een concave lens en een concave vorm als een convexe lens. Dit principe werd het eerst geopperd in 1898 door Emil von Hoegh, die voor het Duitse bedrijf Goerz werkte.

Macrolenzen
Macrolenzen zijn essentieel voor het maken van close-ups van bloemen, insecten en andere kleine objecten op ware grootte of met een grotere vergroting

Mate van verlenging
Bij een lens waarbij het hele optische systeem naar voren en achteren beweegt bij het scherpstellen is dit de mate van beweging die nodig is om scherp te stellen op een object dat op een beperkte afstand van de oneindige scherpstelling is verwijderd

Mechanische afstand
De afstand van de voorste rand van de lenscilinder tot het filmvlak

MTF-diagrammen aflezen
MTF-diagrammen (Modulation Transfer Function) bevatten een grafiek waarin het vermogen van een lens wordt geanalyseerd om scherpe details te vertalen in hele dunne sets parallelle lijnen. Ook het contrast van de lens of de mogelijkheid om een scherpe overdracht te geven tussen lichte en donkere gedeelten in sets dikkere parallelle lijnen wordt weergegeven in het diagram. Dunne herhalende sets lijnen worden parallel gemaakt aan een diagonale lijn die loopt van de ene hoek naar de andere hoek van een 35-mm beeld, rechtstreeks door het exacte middelpunt van het beelddeel. Dit worden sagittale lijnen genoemd, die soms worden aangeduid met S in MTF-diagrammen van Canon. Loodrecht op deze lijnen worden extra sets herhalende lijnen getekend. Deze worden meridiaanlijnsets of M genoemd. Met herhalende, extreem dunne, korte, parallelle lijnen met een dichtheid van 30 lijnen per millimeter wordt de mogelijkheid van de lens gemeten om fijne details vast te leggen. Dit wordt ook wel de resolutie genoemd.

Normaal gezichtsvermogen, emmetropie
Een gesteldheid van het oog waarbij het beeld van een oneindig ver punt wordt gevormd op het netvlies wanneer het oog zich in de neutrale stand bevindt

Numerieke opening
(NA) Een waarde die wordt gebruikt om de helderheid of resolutie van het optische systeem van een lens uit te drukken

Objectafstand
De afstand van het voorste hoofdpunt van de lens tot het object

Openingshoek
De hoek tussen het voorwerppunt op de optische as en de diameter van de intredepupil, of de hoek tussen het beeldpunt op de optische as en de diameter van de uittredepupil

Openingsverhouding
Een waarde waarmee de helderheid van het beeld wordt uitgedrukt. Deze wordt berekend door de effectieve opening van de lens (D) te delen door de brandpuntsafstand (f). Aangezien het resultaat van de deling D-f bijna altijd een kleine decimale waarde is die kleiner is dan 1, waardoor het moeilijk is om deze waarde praktisch toe te passen, wordt de openingsverhouding meestal op de lensbuis weergegeven als de verhouding tussen de effectieve opening en de brandpuntsafstand, waarbij de brandpuntsafstand gelijkgesteld is aan 1.

Opnamebereik
(camera-afstand)De afstand van het filmvlak (het brandpuntsvlak) tot het object. De positie van het filmvlak wordt op de meeste camera's aangegeven met een speciaal symbool, zoals hieronder afgebeeld

Optische as
Een rechte lijn die de middelpunten van de bolvormige oppervlakken aan elke kant van een lens verbindt. Anders gezegd is de optische as een hypothetische middellijn die het middelpunt van de kromming van elk lensoppervlak verbindt. Bij fotolenzen die bestaan uit verschillende lenselementen, is het van groot belang dat de optische as van elk lenselement precies is uitgelijnd met de optische as van alle andere lenselementen.

Parallelle stralenbundel
Een groep lichtstralen die zich parallel aan de optische as voortplanten vanuit een oneindig ver gelegen punt

Paraxiale straal
Een lichtstraal die vlak bij de optische as valt en helt onder een zeer kleine hoek in relatie tot de optische as

Randbelichting
De helderheid van een lens wordt bepaald door het getal F, maar deze waarde geeft alleen de helderheid aan bij de positie van de optische as, dat wil zeggen in het middelpunt van het beeld. De helderheid (de oppervlaktebelichting van het beeld) aan de rand van het beeld wordt de randbelichting genoemd en wordt uitgedrukt als percentage (%) van de hoeveelheid belichting in het midden van het beeld. Randbelichting wordt beïnvloed door lensvignettering en de cos4-wet (cosinus 4) en is onvermijdelijk lager dan het in midden van het beeld. Reflectie is een fenomeen waarbij een gedeelte van het licht dat op een glazen oppervlak of een ander medium valt, wordt gebroken en zich voortplant in een volkomen andere richting. De voortplantingsrichting is hetzelfde ongeacht de golflengte. Wanneer het licht een lens zonder anti-reflectiecoating invalt en verlaat, wordt ongeveer 5% van het licht gereflecteerd op de overgang van glas en lucht. De hoeveelheid licht bepaalt de voortplantingsrichting. De twee elementen van een lichtgolf die daadwerkelijk met het menselijk oog kunnen worden waargenomen zijn de golflengte en de amplitude. Verschillen in golflengte worden waargenomen als kleurverschillen (binnen het zichtbare spectrum), terwijl verschillen in amplitude worden waargenomen als verschillen in helderheid (intensiteit). Het derde element, dat niet met het menselijk oog kan worden waargenomen, is de trillingsrichting binnen het vlak dat loodrecht op de voortplantingsrichting van de lichtgolven staat.

Reflectie
Reflectie is een fenomeen waarbij een gedeelte van het licht dat op een glazen oppervlak of een ander medium valt, wordt gebroken en zich voortplant in een volkomen andere richting. De voortplantingsrichting is hetzelfde ongeacht de golflengte. Wanneer het licht een lens zonder anti-reflectiecoating invalt en verlaat, wordt ongeveer 5% van het licht gereflecteerd op de overgang van glas en lucht. De hoeveelheid licht bepaalt de voortplantingsrichting. De twee elementen van een lichtgolf die daadwerkelijk met het menselijk oog kunnen worden waargenomen zijn de golflengte en de amplitude. Verschillen in golflengte worden waargenomen als kleurverschillen (binnen het zichtbare spectrum), terwijl verschillen in amplitude worden waargenomen als verschillen in helderheid (intensiteit). Het derde element, dat niet met het menselijk oog kan worden waargenomen, is de trillingsrichting binnen het vlak dat loodrecht op de voortplantingsrichting van de lichtgolven staat.

Resolutie
De resolutie van een lens geeft de reproductiecapaciteit aan van een objectpunt van de lens. De resolutie van de uiteindelijke foto hangt af van drie factoren: de resolutie van de lens, de resolutie van de film en de resolutie van het papier waarop wordt afgedrukt. Resolutie wordt beoordeeld door met een bepaalde vergroting een diagram te fotograferen met groepen zwarte en witte strepen die steeds smaller worden en daarna met een microscoop het negatief te bekijken met een vergroting van 50x.

Schaduw
Een fenomeen waarbij licht dat op een lens valt, gedeeltelijk wordt geblokkeerd door een obstakel zoals een lenskap of de rand van een filter, waardoor de hoeken van het beeld donkerder worden of het hele beeld lichter wordt

Scherptediepte
Het gebied voor en achter een object waarop is scherpgesteld waarin de gefotografeerde afbeelding scherp is. In andere woorden de diepte van de scherpte voor en achter het object waar de vervaging op het filmvlak binnen de grenzen van de toelaatbare verstrooiingscirkel valt. De scherptediepte varieert met de brandpuntsafstand van de lens, de opening en het opnamebereik.

Schijnbeeld of geest
Een soort lichtvlek die optreedt wanneer de zon of een andere sterke lichtbron deel uitmaakt van het tafereel en een complexe reeks reflecties tussen de oppervlakken van de lenzen een duidelijk gedefinieerde reflectie veroorzaakt die symmetrisch tegenover de lichtbron zichtbaar is in de afbeelding

Sferische aberratie
Deze aberratie komt in zekere mate voor bij alle lenzen die helemaal zijn opgebouwd uit sferische elementen. Sferische aberratie zorgt ervoor dat parallelle lichtstralen die door de rand van een lens vallen, samenvallen op een brandpunt dat dichter bij de lens ligt dan stralen die door het midden van de lens vallen.

Stop/diafragma/opening
De opening waarmee de diameter van de groep lichtstralen die door de lens vallen, wordt aangepast

Stopfunctie voor autofocus
Een functie die uniek is voor de vier supertelelenzen met beeldstabilisatie van Canon

Super Spectra-coating
Alle EF-lenzen worden voorzien van een coating volgens de standaarden van Canon

Super UD-lenzen
Door de hoge productiekosten van synthetische fluorietkristallen zijn fluorietlenzen extreem duur

Superieure kwaliteit voor het volledige beeldgebied
Als u zowel in het midden als aan de randen van het beeld een grote beeldscherpte wilt bereiken wanneer u met een telelens fotografeert, is het gewenst dat de brekingsindex van de voorste convexe lens zo klein mogelijk is

Symmetrische lens
Bij dit type lens heeft de lenzengroep achter het diafragma vrijwel dezelfde configuratie en vorm als de lenzengroep vóór het diafragma. Symmetrische lenzen worden ingedeeld in verschillende typen, zoals Gauss, triplet, Tessar, Topogon en orthometer. Van deze lenstypen vormen het type Gauss en de daarvan afgeleide lenzen tegenwoordig de meest gangbare configuratie.

Telelens
Bij standaardfotolenzen is de lengte van een lens (de afstand van de top van het voorste lenselement tot het brandvlak) langer dan de brandpuntsafstand. Dit is niet het geval bij lenzen met een uitzonderlijk lange brandpuntsafstand omdat het gebruik van een normale lensconstructie voor telelenzen een zeer grote, onhandelbare lens zou opleveren. Om de grootte van zo'n lens in de hand te houden, met behoud van de gewenste lange brandpuntsafstand, wordt een concave (negatieve) lensassemblage tussen de hoofdassemblage met convexe (positieve) lenzen geplaatst. Dit levert een lens op die korter is dan zijn eigen brandpuntsafstand. Lenzen van dit type worden telelenzen genoemd. In een telelens bevindt het tweede hoofdpunt zich vóór het voorste lenselement.

Telelensverhouding
De verhouding tussen de lengte van een telelens en de brandpuntsafstand van de lens wordt de telelensverhouding genoemd. Anders geformuleerd is dit de waarde van de afstand van de top van het voorste lenselement tot het brandvlak gedeeld door de brandpuntsafstand. Bij telelenzen is deze waarde kleiner dan een. Ter illustratie: de telelensverhouding van de EF 300 mm f-2.8L USM is 0,91 en de verhouding voor de EF 600 mm f-4L USM is 0,78.

UD-glas
Fluorietlenzen zijn extreem duur door de hoge productiekosten van synthetische fluorietkristallen

USM
(Utrasone Motor) In 1987 maakte Canon, de eerste camerafabrikant, gebruik van een geavanceerde USM (Ultrasone Motor) en deed de wereld versteld staan met de stille, supersnelle autofocusprestaties van de EF 300 mm f-2

Veldkromming
Veldkromming is een fenomeen dat ervoor zorgt dat het vormvlak van de afbeelding krom wordt, zoals de binnenkant van een platte kom, waardoor de lens geen vlakke afbeelding van een vlak object kan maken. Als wordt scherpgesteld op het midden van de afbeelding, is de rand onscherp en wanneer de rand scherp is, is het midden onscherp. De mate van veldkromming wordt grotendeels bepaald door de methode die wordt gebruikt om astigmatisme te corrigeren. Aangezien het beeldvlak valt tussen het sagitaalvlak en het meridiaanvlak, geeft een goede correctie van astigmatisme een kleine veldkromming.

Vermindering van de totale lengte van de lens
Om de lengte van een telefotolens te verminderen is het noodzakelijk om de gezamenlijke sterkte van de bol-holgroepen te vergroten

Verstrooiingscirkel
Omdat alle lenzen een bepaalde mate van sferische aberratie en astigmatisme vertonen, kunnen lenzen de stralen van een punt op een object niet perfect convergeren tot een echt beeldpunt (een oneindig kleine stip zonder oppervlak). Met andere woorden: beelden zijn samengesteld uit een aantal stippen (niet punten) met een bepaald oppervlak of een bepaalde grootte. Omdat de scherpte van het beeld afneemt naarmate de grote van de stippen toeneemt, worden de stippen verstrooiingscirkels genoemd. De kwaliteit van een lens kan derhalve worden aangegeven met de grootte van de kleinste stip die met de lens kan worden weergegeven, of de kleinste verstrooiingscirkel. De maximaal toegestane stipgrootte wordt de toegestane verstrooiingscirkel genoemd

Verziendheid
Een afwijking van het oog waarbij het beeld van een oneindig ver punt wordt gevormd op het netvlies wanneer het oog zich in de neutrale stand bevindt

Vignettering
Lichtstralen die vanaf de randen van het beeldgebied de lens binnenvallen, worden gedeeltelijk geblokkeerd door de lenshouders vóór en achter het diafragma. Hierdoor vallen niet alle stralen door de effectieve opening (diameter van het diafragma) en ontstaat lichtverlies aan de randen van het beeld. Dit soort vignettering kan worden geëlimineerd door een kleiner diafragma te kiezen.

Vijf aberraties van Seidel
In 1856 stelde de Duitser Seidel via analyse het bestaan vast van vijf lensaberraties die optreden bij monochromatisch licht (met één golflengte)

Werkafstand
De afstand van de voorzijde van de lensbuis tot het te fotograferen object

Zoomlenzen
Met één zoomlens kunt u het werk doen van een aantal lenzen met een vaste brandpuntsafstand

Zwevend systeem
Algemene fotolenzen worden ontworpen met een optimale balans voor de compensatie van aberraties voor slechts één veelgebruikt opnamebereik