|
|
Zoek het eens op Uit diverse werkstukken Dit woordenboek was onder de titel `Zoek het eens op` geplaatst op een gratis homepage van skynet.be.
De homepage bestaat inmiddels niet meer, de informatie blijft echter behouden d.m.v. dit woordenboekje.
Het woordenboek beschrijft een bonte verzameling van termen uit diverse interesses, verzameld uit werkstukken van Vlaamse scholieren
Zoek het eens op van Uit diverse werkstukken maakt deel uit van encyclo's gebruikerswoordenboeken. Het is op 18/08/2010 geplaatst in de categorie Algemeen of niet ingedeeld. Het woordenboek heeft 373 woorden. Laatst gewijzigd op 19/08/2010.
|
| Aardappel Ontdekkingsreizigers De aardappel is afkomstig uit Zuid-Amerika. In feite is de aardappel door de Spaanse ontdekkingsreizigers in de 16e eeuw in Europa binnengebracht. Voordat de Spanjaarden in Zuid-Amerika de aardappel ontdekten, was hij al meer dan 800 jaar het favoriete cultuurgewas van de Indianen. Na de ontdekking van Ameria in 1492 door Columbus, veroverden de Spanjaarden in Zuid-Amerika het Andes-gebergte. Op zoek naar het goud van de Inca`s ontdekten ze de aardappelplant. Op een hoogte waar andere landbouwgewassen niet meer groeien, verbouwden de Inca`s al honderden jaren de aardappel. Het was het dagelijks voedsel van de Indianen. Monniken Katholieke monniken pootten (=plantten) in 1570 in het Spaanse Sevilla de eerste aardappel in hun kloostertuinen. De boeren wilden aanvankelijk niets van de aardappel weten. Omdat het loof en de bessen van de plant giftig zijn, dacht men dat de knollen ook erg ongezond waren. De aardappel diende in de 16e eeuw als medicijn tegen ziekten. Het zijn de monniken geweest die voor de verspreiding van de aardappel hebben gezorgd. Via Spanje kwam de aardappel in Frankrijk terecht. Aan het einde van de 16de eeuw bereikte de aardappel onze streken. Langzaam maar zeker ging de aardappel een steeds belangrijkere rol spelen in de voedselvoorziening van de bevolking. De aardappel die in ons land aanvankelijk als varkensvoer en `slechte` kost werd beschouwd, kreeg meer en meer de rol van volksvoedsel. Aardappelen waren goedkoper dan graan (brood).
Aardbeien De aardbei is een rode, een beetje een hartvormige vrucht. Bij de meeste vruchten zitten de zaden binnenin, maar bij de aardbei zitten ze aan de buitenkant. Deze zaadjes liggen een beetje beschermd in een kuiltje. Lang geleden was de aardbei een inheems gewas. De bosaardbei groeide en groeit nog steeds in het wild in vele bossen. Maar de grote kweek-aardbei komt toch van Noord-Amerika. Een aardbei is eigenlijk een nichtje van de roos. Ze plant zich voort door uitlopers. Aan de moederplant komen lange draden, waaraan de plantjes beginnen te groeien. Het best leggen we de vruchten op een laag vers stro. Dit houdt ze met de voeten van de grond en beschermt ze tegen rot en schimmel. Waar groeien aardbeien ? Aardbeien groeien gewoon in Nederland en België op een veld. Onder de aardbeiplanten ligt stro, zo blijven de aardbeien schoon en droog, dan rotten ze niet.
Aardbevingen Om aardbevingen te begrijpen moet je eerst weten hoe de aarde in mekaar zit. De tekening hierboven toont je een dwarsdoorsnede van de aarde. Het hart van de aarde noemen we de kern. Deze kern bestaat uit vloeibaar magma. Daaromheen ligt de mantel. De mantel is opgebouwd uit gesteente dat voortdurend in beweging is. Aan de buitenzijde vinden we de korst. Deze korst vormt geen geheel maar bestaat uit naast elkaar liggende platen. Waar de platen mekaar raken vinden we breuken. Het is langs deze breuken in de aarde dat aardbevingen zich voordoen.De platen kunnen op elkaar stoten, van elkaar wegdrijven of langs elkaar schuiven. Door de langzame beweging van de platen neemt de spanning toe. Langzaamaan wordt die spanning zo groot dat de aarde scheurt. Alle opgehoopte spanning en energie komt vrij en veroorzaakt de beving.Aardbevingen ontstaan niet alleen maar vanwege schuivende steenmassa`s. Zo kan de inslag van een meteoriet een aardbeving of de uitbarsting van een vulkaan veroorzaken.Over de hele wereld zijn er zo`n 13 000 aardbevingen per jaar. Gelukkig zijn ze niet allemaal even sterk. Grote aarbevingen komen ongeveer 16 keer per jaar voor. De aardkorst in het midden van de Atlantische Oceaan scheurt regelmatig open en deze scheuren worden weer opgevuld met vloeibaar gesteente (magma) uit de aarde. Op deze manier wordt er steeds meer bodem op de oceaan gemaakt en drijven de werelddelen verder uit elkaar. Dit gebeurt alleen bij de nieuwe oceanen zoals de Atlantische en Indische Oceaan.
Aarde De aarde is, gerekend vanaf de zon, de derde planeet in ons zonnestelsel. Ze is iets groter dan venus namelijk 12.756 kilometer in doorsnede. De aarde draait in 23 uur, 56 minuten en 4 seconden om de eigen as en in 365 dagen om de zon.Vanuit de ruimte ziet de aarde er prachtig uit met de blauwe oceanen, de groene kleur van de wouden en de donkere kleuren van de werelddelen.Rond de aarde draait één maan. Deze heeft één maand nodig om een volledige omwenteling rond de aarde te maken. De maan `trekt` aan de aarde zoals een grote magneet. Zo ontstaan eb en vloed. De maan trekt het water van de zeeën omhoog.In het midden van de aarde ligt de aardkern, daar omheen de mantel en bovenop de mantel de aardkorst.Rond de aarde zit een atmosfeer die ook uit verschillende lagen bestaat. Zo vinden we er o.a. wolken, zuurstof en de ozonlaag.Op de aarde kennen we ook seizoenen. Dit komt omdat de aarde op sommige delen beter verwarmd wordt dan op andere delen. De aarde draait immers rond.
Aardolie Vele miljoenen jaren geleden, toen organische resten (overblijfselen van afgestorven planten en dieren) als gevolg van aardbevingen bedolven werden door lagen zand en ander gesteente, vormde zich aardolie. Op grote diepte bereikte deze organische laag een temperatuur van 120°C, begon door de hitte te sudderen en veranderde in een vloeibare stof: aardolie. Op sommige plaatsen, diep in de bodem van het land of de zee, ontstonden aardoliehoudende lagen die we ook olievelden noemen. Geschiedenis 6000 jaar geleden had de mens nog geen weet van de aanwezigheid van de aardolie in de grond. Op sommige plaatsen kwam de olie spontaan aan de oppervlakte. Men gebruikte het kleverig goedje als muurbedekking of om boten waterdicht te maken.Romeinse dokters probeerden aardolie uit als medicijn tegen een aantal ziektes. Dit werd uiteraard een volledige mislukking.In de 7de eeuw gebruikten Byzantijnse soldaten aardolie als wapen. Ze vinden het Grieks vuur uit. Dit vuur, dat niet door water te blussen is, schieten ze af in de vorm van brandpijlen.In 1859 graaft Edwin Drake in Titusville (Verenigde Staten) een put om onder de grond naar aardolie te zoeken. Zijn ontdekking luidt een nieuw tijdperk in. Van diep onder de grond tot in het benzinestation Eerst wordt een bodemonderzoek gedaan. Dit onderzoek toont aan of er olie in de bodem aanwezig is.Wanneer blijkt dat de onderzochte stalen olie bevatten bouwt men op die plaats een boortoren. Wanneer de aardolie zich onder de zeebodem bevindt worden boorplatforms gebouwd.
Ademhaling Wanneer we ademhalen komt er verse lucht in onze longen. Wanneer we uitademen, verlaat de lucht onze longen. Deze handeling is levensnoodzakelijk. Zonder zuurstof kan ons lichaam niet overleven. We kunnen ademen via onze neus of onze mond. Manieren van ademen - BorstademhalingDe spieren tussen ribben trekken samen en trekken zo de borstkas op. Zo wordt de borstkas vergroot en kunnen de longen meer uitzetten. Je ademt in. Bij uitademen gebeurt het omgekeerde. Het middenrif vormt de grens tussen borstkas en buikholte. - Buikademhaling Wanneer het middenrif omlaag gaat wordt de inhoud van de borstkas groter en wanneer deze omlaag gaat kleiner. Zo helpt het middenrif bij ademhaling. De weg die de lucht in ons lichaam aflegt Bij inademen gaat lucht door de mond- en/of neusholte. Vervolgens gaat lucht naar de luchtpijp en dan naar de longen. In de longen vertakt de luchtpijp zich tot steeds nauwere buisjes, deze monden uit in de longblaasjes. Bloedvaten liggen dicht tegen de longblaasjes aan. De longblaasjes geven zuurstof af aan het bloed en halen er koolstofdioxide uit. Het bloed zorgt voor de aan- en afvoer van zuurstof en kooldioxide van en naar de cellen.
Afrika Afrika is een continent vol afwisseling. Nergens ter wereld zijn er zoveel bergen, dalen, vlakten en moerassen. Onder de rijke en vruchtbare noordkust ligt de droge Sahara-woestijn.Ten zuiden van de Sahara vinden we de welig tierende regenwouden. Het zuiden en het oosten van Afrika bestaan voor het grootste deel uit savannen. Dit zijn droge grasvlakten met hier en daar wat struikgewas en bomen. De meeste Afrikaanse landen zijn arm hoewel sommige rijke natuurlijke bronnen bezitten. Veel Afrikaanse landen hebben geen vaste regeringen. Opstanden en burgeroorlogen zorgen hiervoor. De bevolking De dorpen op het platteland worden door verschillende stammen bevolkt. Sommigen, zoals de Kikuyu`s in Oost-Afrika, leven al eeuwenlang in hetzelfde dorp. Anderen, zoals de Arabieren, zijn nog niet zo lang geleden vanuit andere delen van Afrika of andere contineten komen wonen.De verschillende culturen houden niet op bij de grens van een land. Zo is het mogelijk dat mensen met dezelfde cultuur in een ander land wonen en dat verschillende volksstammen in één land wonen. Het platteland De meeste Afrikanen wonen op het platteland. Ze verbouwen hun eigen voedsel en het komt maar zelden voor dat ze genoeg hebben om iets te verkopen of te ruilen. De meeste stammen bebouwen al generaties lang dezelfde akkers en wonen met hun familie in hetzelfde dorp. Soms trekken de jonge mannen naar de stad om een paar jaar in een mijn of een fabriek te werken. Ze komen dan met spaargeld terug en stichtten een gezin.
AIDS Wat voor ziekte is AIDS ? Aids is een ziekte van je afweersysteem en die ziekte wordt veroorzaakt door het HIV-virus. Dat HIV is een virus, net als bijvoorbeeld de griep. Alleen is het HIV-virus een heel sterk en slim virus. Het beschadigt je afweersysteem waardoor je je niet meer kunt beschermen tegen ziektes. HIV De letters HIV staan voor: Human Immunodeficiency Virus, oftewel: een virus dat het menselijk afweersysteem beschadigt. AIDS De letters AIDS staan voor: Acquired Immune Deficiency Syndrome. Dat betekent dat het een verworven (acquired) aandoeding is, waarbij het afweersysteem (immune) tekort schiet (deficiency) waardoor een complex van symptomen (sydrome) kan optreden. Afweersysteem Alle levende wezens beschermen zich de hele dag door tegen ziektes en gevaarlijke situaties. Dat doet ons lichaam op allerlei verschillende manieren. Onze huid is bijvoorbeeld een mooie beschermlaag. En je neus kan je waarschuwen voor gevaar, want als je iets vies ruikt weet je dat het niet goed is. En in je bloed zitten cellen die ziektekiemen doden. Hieronder zie je een zak bloed die in een centrifuge is rond geslingerd. Je kan zo goed zien wat er allemaal in zit. Onderin zie je de rode bloedcellen, bovenin het bloedplasma, en daartussen zit een dun laagje witte bloedcellen.De villa, die opgetrokken is in baksteen en waarvan de daken met dakpannen zijn afgewerkt, bestaat uit drie delen: het luxueuze woongedeelte, het personeel- en stallencomplex en tot slot de opslagruimte (graanschuren).
Alexander de Grote In 323 v. Chr. was het grootste deel van de in die tijd gekende wereld veroverd door één man en samengevoegd tot één wereldrijk dat zich uitstrekte van Klein-Azië tot aan India. De naam van deze generaal was Alexander de Grote. Hij was de zoon van Phillipus II, koning van Macedonië, een klein maar machtig Grieks koninkrijk.In 336 v. Chr. werd Phillipus vermoord en werd Alexander op 20-jarige leeftijd koning. Hij was eerzuchtig en bleek een uitstekend generaal te zijn.In 334 v. Chr. drong hij het grote Perzichte Rijk binnen, waar Darius III regeerde. Na een aantal indrukwekkende overwinningen veroverde hij een groot gebied, van Egypte tot India. Toen hij op 33-jarige leeftijd stierf, had hij zijn legers meer dan 19 000 km meegevoerd en overal waar hij kwam had hij de verspreiding van de Grieks cultuur aangemoedigd. Na zijn dood viel het rijk uiteen. Veldslagen Alexander leverde veel veldslagen en hoewel hij meestal over minder manschappen beschikte dan de vijand won hij bijna elke veldslag. De reden was het zeer goed geoefende en sterk bewapende leger waarover hij beschikte. Bij de slag om Issus in 333 v. Chr. versloeg hij het leger van Darius dat uit 110 000 man bestond. Zijn eigen leger telde amper 36 000 soldaten.
Alexander Graham Bell Alexander Graham Bell werd op 3 maart 1847 in Edinburgh geboren en overleed op 2 augustus 1922 in Baddeck.Hij was de eerste die een bruikbaar apparaat vervaardigde dat het mogelijk maakte de menselijke stem via een draad van de ene naar de andere plaats te verzenden.Bell was geen echte geleerde en ook geen natuurkundige. Hij was spraakleraar voor doofstommen in een school in de Amerikaanse stad Boston. Zijn taak bestond erin doofstommen te leren liplezen. `s Avonds werkte hij in zijn werkkamer waar hij allerlei proeven deed om een toestel uit te vinden dat zowel de menselijke stembanden als het oor kon nabootsen.In 1870 was het zo ver. Op het uitvinderssalon in Philadelphia kaapte hij de eerste prijs weg. Jammer genoeg waren in die tijd weinig mensen overtuigd van het nut van zijn uitvinding. Als je het apparaat alleen kon gebruiken om altijd met dezelfde mensen te spreken, was het inderdaad niet veel waard. Er moest dus een netwerk uitgewerkt worden waarop je iedereen die met het netwerk verbonden was kon oproepen.Twee jaar later was ook dit een feit. Op die eerste centrale in 1878 konden 27 toestellen aangesloten worden. Omstreeks 1900 werd de eerste automatische centrale in werking gesteld.
Ambiorix Toen Caesar met zijn Romeinse legers omstreeks 50 v.Chr. Gallië veroverde, had hij de grootste moeite met de onderwerping van de bewoners van onze streken, de Eburonen. Onder Ambiorix kwamen zij in opstand tegen de Romeinen. Ze versloegen 5 cohorten. Maar in 54 v. Chr. werden ze door Ceasar bijna geheel uitgeroeid. Nadat hun leider Ambiorix verslagen was en zijn volk gevlucht of uitgemoord, schonken de Romeinen het land van de Eburonen weg aan een bevriende stam: de Tungri. Ambiorix In het begin van onze jaartelling werden onze streken bewoond door verschillende stammen die allen onafhankelijk van elkaar leefden.In 58 v. Chr. rukt de jonge, Romeinse generaal Julius Caesar naar Gallië op om het te veroveren en alzo het grote Romeinse Rijk in het noorden te versterken tegen vijandelijke invallen. In de zomer van 57 v. Chr. valt Caesar het gebied dat tussen de Schelde en de Maas lag, binnen. Hij versloeg eerst de Nerviërs en daarna de Atuatieken. Bronnen vermelden dat 60 000 Nerviërs en 53 000 Atuatieken vermoord werden. Waarschijnlijk zijn deze cijfers overdreven maar vast staat dat het menselijk leed zeer groot moet geweest zijn.In 54 v.Chr., is heel Noord-Gallië onderworpen en zijn de Romeinen heer en meester in het gebied tot aan de Rijngrens. De taak van Caesar op het vasteland is volbracht en vervolgens gaat hij op veldtocht naar Brittannië. Uit angst voor een Keltische opstand tijdens zijn afwezigheid, besluit Caesar de Keltische leiders met zich mee te nemen als gijzelaars.
Amerikaanse revolutie Op 4 juli vieren de Amerikanen de onafhankelijkheid van hun land. `Independence Day` of onafhankelijkheidsdag herinnert aan het moment waarop de 13 Amerikaanse koloniën het gezag van Groot-Brittanië niet langer erkenden. De kolonisten kwamen in opstand omdat ze wel belastingen aan de Britten mochten betalen maar geen vertegenwoordigers in de regering mochten kiezen. Ze hadden geprobeerd om met Groot- Brittanië vrede te sluiten. Op het Eerste Continentale Congres in 1744 kwamen vertegenwoordigers uit de verschillende districten bijeen om een eerlijke belastingsregeling tot stand te brengen. Dat mislukte en een jaar later braken er gevechten uit tussen Britse soldaten en kolonisten uit Lexington in de staat Massachusetts. De kolonisten organiseerden een leger onder bevel van George Wahington. Het Tweede Congres bracht ook geen vrede en op 4 juli 1776 verklaarden de Amerikanen zich onafhankelijk. In 1781 was de oorlog voorbij. Twee jaar later erkende Groot-Brittanië de onafhankelijkheid van de Verenigde Staten van Amerika. De rit van Paul Revere In de nacht van 18 april 1775 reed de zilversmid Paul Revere van Charlestown naar Lexiton in Massachusetts om de mensen voor het naderende Britse leger te waarschuwen. Deze nachtelijke rit maakte hem beroemd. Op 19 april 1775 gingen Britse soldaten uit Boston in Massachusetts op weg om militaire opslagplaatsen in Concord in beslag te nemen. Onderweg kwamen ze bij Lexington een groep gewapende Amerikanen tegen. Met het gevecht dat volgde, was de oorlog begonnen.
Amfibieën Alle amfibieën zijn aan water gebonden om hun eieren te leggen. De eieren hebben namelijk geen schaal en worden in het water tegen uitdroging beschermd.Ook als volwassen dieren zijn de amfibieën aan het water gebonden, want ze hebben een naakte huid die bedekt is met een laag slijm. Dit slijm bevat veel water en moet dus vochtig gehouden worden. Waar het water vandaan komt heeft geen belang. Het kan zelfs verdampingswater van de bomen uit het tropisch regenwoud zijn of regenwater dat in een holletje van boomschors blijft staan.Amfibieën noemt men ook wel tweeslachtige dieren omdat ze in twee verschillende milieus kunnen leven: zowel in het water als op het land. Toch zijn er ook uitzonderingen die vrijwel uitsluitend in één van beide biotopen leven.Alle kikkers, salamanders en padden zijn in het beginstadium van hun leven visachtige larven zonder poten en met een ademhaling door middel van uitwendige kieuwen. De jongen lijken helemaal niet op de volwassen dieren. Wanneer ze groter worden ondergaan ze een gedaanteverandering of metamorfose. Dit verschijnsel treffen we ook aan bij de insecten. De jongen voeden zich met plankton, plantenresten en kleine diertjes. Wanneer ze dikkopjes of kikkervisjes zijn, ontwikkelen zich eerst de achterpoten en daarna de voorpoten. Salamanders Salamanders komen in Nederland en België nog wel voor maar hun aantal is sterk teruggelopen. De landbouw en de waterverontreiniging zijn de grootste boosdoeners. Gelukkig zijn alle amfibieën beschermd.
André Marie Ampère Andre Marie Ampère werd geboren in 1775 in Polemieux-au-mont-d’Or in de buurt van Lyon (Frankrijk) en stierf in 1836. Ampere bracht een groot deel van zijn jeugd door in Lyon bij zijn vader, Jean-Jacques Ampère. In 1782 besloot Jean-Jacques echter dat Andre zich moest gaan concentreren op zijn studie. Om zich hieraan aan te passen verhuisden ze permanent naar Polemieux. Zijn leven Ook al ging Andre nooit naar school hij kreeg een uitstekende opleiding. Zijn vader hielp hem bij zijn experimenten, maar hij leidde zijn studie vooral zelf, waarbij hij stukken uit L’Encyclopedie las als ontspanning. Andre was een wonderkind dat bezeten was van wiskunde. Al vrij snel, hij was pas dertien jaar oud, ontwikkelde hij zijn eigen theorieën en ideeën. Zo probeerde Ampère een stuk te publiceren aan de Academie de Lyon. Omdat hij geen calculus had gestudeerd werd zijn stuk niet gepubliceerd, maar het bleek een keerpunt in zijn leven te worden. Ampère kwam erachter dat hij meer wiskunde moest gaan studeren. Hij nam calculus-lessen van een monnik in Lyon en begon met het bestuderen van werken van Euler, Bernoulli en Lagrange’s Mecanique analytique. Ampère was duidelijk op weg een groot wiskundige te worden. Net toen alles er veelbelovend uit begon te zien werd zijn leven getroffen door ellende. Zijn vader werd veroordeeld tot de guillotine tijdens de Franse Revolutie. Dit had als gevolg dat hij gedurende achttien maanden geen tijd meer besteedde aan zijn studie. Na een kort huwelijk overleed zijn vrouw.
Anne Frank Onderduiken voor de Duitse bezetter Anne Frank was een joods meisje dat, samen met de rest van haar familie, in de Tweede Wereldoorlog moest onderduiken. Onderduiken betekent dat je je moet verstoppen voor een hele lange tijd. De Duitsers die onze streken in die tijd bezetten brachten alle joodse mensen en mensen die het niet met de Duitsers eens waren naar concentratiekampen. In deze kampen werden veel mensen gedood. De volwassenen, maar ook veel kinderen die daar gevangen werden gehouden, werden heel slecht behandeld. Ook hierdoor stierven er veel mensen. De familie Frank probeerde aan dit lot te ontsnappen door onder te duiken. In een huis aan de Prinsengracht in Amsterdam, doken ze onder samen met de familie van Daan en meneer Dussel. Twee jaar hebben ze er gewoond. Het was een moeilijke tijd. Anne moest de hele dag stil zijn, ze mocht nooit naar buiten en altijd leefde ze in angst. Haar dagboek Over die tijd in het Achterhuis, zo werd hun schuilplaats genoemd, schreef ze in haar dagboek. Daarin vertelt ze wat het betekent om ondergedoken te zitten en geen vrijheid meer te kennen. Na twee jaar werden Anne en de anderen verraden en naar een kamp in Duitsland gebracht. Vlak voordat de oorlog afgelopen was is Anne daar gestorven. Alleen haar vader heeft de oorlog overleefd. Toen Anne`s dagboek werd gevonden bleek het een heel mooi en belangrijk verhaal geworden te zijn. Er is een boek van gemaakt en heel, heel veel mensen over de hele wereld hebben het gelezen.
Annie M.G. Schmidt Anna Maria Geertruida Schmidt werd op 20 mei 1911 in Kapelle, in Zeeland, geboren. Ze overleed op 21 mei 1995. Tot op de dag van vandaag mag ze beschouwd worden als de belangrijkste schrijfster die Nederland ooit kende. Dat komt niet alleen omdat ze heel veel heeft geschreven. Maar ook omdat haar boeken bij heel veel mensen, en vooral bij kinderen, in de smaak vielen.Naast het schrijven van boeken heeft Annie M.G. Schmidt nog andere dingen gedaan. Zo heeft ze heel lang in een bibliotheek in Zeeland gewerkt. Na de Tweede Wereldoorlog ging Annie bij Het Parool, een krant in Amsterdam, werken. Niet als journalist, maar op de documentatieafdeling. Daar begon Annie Schmidt echt met schrijven. Haar werk Annie M.G. Schmidt heeft veel geschreven. Behalve verhalen en gedichten voor kinderen schreef ze ook voor volwassenen, teksten voor liedjes, cabaret, toneelstukken, radio- en televisieprogramma´s. In de jaren ´50 schreef ze ieder jaar een bundel gedichten voor kinderen. Deze gedichten zijn speels, gaan vaak over malle dingen die gebeuren met deftige mensen of over stoute kinderen. Ook schreef ze in die periode acht boekjes over Jip en Janneke. Dit waren korte verhaaltjes over de belevenissen van twee kleuters. In haar andere kinderboeken gebeuren de wonderlijkste dingen. Pratende dieren en andere gekke figuren spelen de hoofdrollen. In deze boeken levert Annie M.G. Schmidt op een vriendelijke en grappige manier kritiek op volwassenen en op de maatschappij. In 1964 won ze als eerste de belangrijkste kinderboekenprijs van Nederland: de Staatsprijs voor kinder- en jeugdliteratuur (tegenwoordig is dat de Theo Thijssenprijs).
Apen en mensapen Mensapen behoren tot de intelligentste zoogdieren op aarde. We kennen de chimpansee, de gorilla, de gibbon en de orang-oetan. Alleen hebben ze grote hersenen, lange armen, vingers, tenen en een behaard lichaam. Omdat ze tot dezelfde familie als de mens behoren lijken hun lichaamsvormen en intelligentie op deze van de mens. De gewone aap is nauw verwant aan de mensaap. Tot deze veel grotere groep behoren o.a. de baviaan, de resusaap, de rode franjeaap en het zijdeaapje. Apen hebben dezelfde lichaamsbouw als mensapen maar zijn over het algemeen kleiner. Het kleine zijdeaapje weegt maar 150 gr terwijl de grote mannetjesgorilla 180 kg weegt. Zowel apen als mensapen hebben ronde gezichten met een platte snuit, kleine oren en grote, naar voren gerichte ogen. Ze gebruiken hun voorste ledematen als armen en met hun handen kunnen ze een voorwerp heel stevig, maar ook heel voorzichtig, beetpakken. De meeste apen hebben een staart, die als tegengewicht gebruikt wordt bij het slingeren tussen de bomen. Sommige apen beschikken over sterke grijpstaarten terwijl mensapen dan weer geen staart hebben. Beide soorten eten allerlei voedsel waaronder vruchten, bladeren insecten en vogeleieren. De gorilla De gorilla is een mensaap van de grootste soort. Hij kan tot 2 m groot worden. Een gorilla is een traag en vreedzaam dier, dat graag luiert en blaadjes en plantenstengels eet. Gorilla`s leven in equatoriaal Afrika waar ze, in kleine groepjes, langzaam door de wouden trekken.Een gorillagroep bestaat uit 5 tot 10 dieren waaronder één groot mannetje, een aantal vrouwtjes en hun jongen van verschillende leeftijd.
Aquaducten Aquaduct betekent eigenlijk waterleiding.Een aquaduct is een kanaal voor het vervoeren van water. Velen denken dat aquaducten door de Romeinen werden uitgevonden. Maar dit is helemaal niet waar. Vanaf de vroegste oudheid werden woongebieden in Mesopotamië al van water voorzien door overdekte kanalen die een verbinding vormden met de rivieren de Tigris en de Eufraat. Ook de Oude Grieken hebben onderaardse gangen en kanalen gebruikt, die in de rotsen waren uitgehouwen, om het water naar droge gebieden te laten stromen. De Romeinen waren wel de eersten die aquducten aanlegden om problemen van watervoorziening op te lossen.Meestal gebeurde het vervoeren van water onder de grond, maar op sommige plekken kon dat niet. Dan bouwden de Romeinen bogen van beton en steen. Het waterkanaal moest over de hele lengte precies even schuin aflopen. Want dan bleef het water even hard stromen.Aquaducten waren enorme bouwwerken. Eén van de best bewaarde is de Pont du Gard in Frankrijk (Nimes). Dit aquaduct heeft een lengte van 275 m en is 50 m hoog. Oorspronkelijk had dit aquaduct een lengte van maar liefst 50 km. De meeste aquaducten waren zeer hoog. Dit was vooral om veiligheidsredenen. Zo was het moeilijker om het water te `stelen` of te vergiftigen.
Arabieren Het Arabisch gebied strekt zich uit van de Atlantische Oceaan tot aan de Arabische Zee (6500 km). Het is een gebied waar 206 miljoen mensen wonen die allen één taal spreken, het Arabisch, en volgens dezelfde Arabische cultuur leven. Er zijn 21 Arabische staten die zich uitstrekken over het Afrikaanse en Aziatische continent. Het merendeel van de bevolking is moslim (islamiet) maar er wonen ook christenen onder hen. Ook de leefgewoonten verschillen enorm. Sommigen zijn nomaden, anderen leven in moerassen of in de bergen en er zijn natuurlijk ook Arabieren die net als wij in dorpen en steden wonen.
Archeologie Archeologen graven letterlijk in de tijd. De archeologie bestudeert de overblijfselen van de menselijke samenleving. Archeologen graven grond af of zoeken onder water naar voorwerpen die onze voorouders achter lieten. Ze zoeken naar sporen van gewassen, begrenzingen van velden en allerlei aanwijzingen, die ons tonen hoe mensen in langvervlogen tijden het landschap benut hebben. Nu moet je niet denken dat een archeoloog zich alleen bezig houdt met doden en begraven voorwerpen. Ze bestuderen ook wat er in de toekomst met een samenleving zou kunnen gebeuren. Door de archeologie weten we, dat menselijk handelen of veranderingen in klimaat of omgeving complete samenlevingen kunnen vernietigen. Bekende archeologen Heinrich Schliemann (1822-1890) In 1870 ontdekte deze Duitse archeoloog in het huidige Turkije de plaats waar in de oudheid de stad Troje gelegen heeft. Hij ontwierp de grondregels van het opgraven, waarvan nauwkeurig aantekeningen maken er één was. Toch hield hij zich niet altijd aan de eigen regels. Enkele voorwerpen gingen verloren, omdat hij te haastig jacht maakte op kunstschatten.Howard Carter (1873-1939) In 1922 deed deze Engelsman een opzienbarende ontdekking: hij vond in de Vallei der Koningen de in overdaad gevulde graftombe van Toetanchamon, die 3500 jaar geleden farao van Egypte was. Vlak bij de kist van de koning lagen gouden schatten en stonden schitterende meubels.Leakey De familie Leakey heeft baanbrekende ontdekkingen gedaan over de herkomst van de mens.
Artsen Zonder Grenzen Ziek zijn is niet prettig. Gelukkig is er altijd wel een dokter in de buurt om je te helpen. En als je medicijnen nodig hebt ga je die gewoon bij de apotheek om de hoek halen. Dat is allemaal heel goed geregeld in ons land.Helaas is dit niet overal zo. T.V.-beelden met uitgehongerde mensen op de vlucht voor oorlogen of natuurrampen spreken voor zich. Als deze mensen hulp nodig hebben is niet alles netjes geregeld. Hier komt Artsen Zonder Grenzen (AZG) ter hulp. AZG: wereldwijde medische hulp AZG werd in 1971 opgericht door enkele jonge artsen en journalisten. Deze organisatie verleent overal ter wereld hulp aan mensen in nood, aan slachtoffers van natuurrampen en oorlogsgeweld en dit zonder onderscheid van ras, religie, filosofie of politieke overtuiging. AZG is onafhankelijk en neutraal: de organisatie kiest voor niemand partij.AZG stelt in meer dan 80 landen ongeveer 3000 mensen te werk. Zo zijn ze op dit ogenblik actief in Afghanistan, Cambodja, Peru, Roemenië, ... Waarom ? Soms is er oorlogHele dorpen en steden worden dan verwoest. Kinderen kunnen niet meer buiten spelen. De winkels zijn leeggeplunderd. Families vluchten naar veiligere plaatsen. Mensen worden ziek of zijn gewond. Medicijnen zijn er niet meer en ziekenhuizen zijn stukgeschoten of gewoon gesloten.Soms worden mensen gediscrimineerdZoals de Indianen in Zuid-Amerika. Of de mensen in de krottenwijken rond de grote steden. Een dokter kunnen zij niet betalen.Soms heerst er ziekteAls deze ziekte besmettelijk is (cholera, hersenvliesontsteking, .
Astronauten Op 12 april 1961 werd de Russische kosmonaut (dit is het Russische woord voor astronaut) Joeri Gagarin als eerste mens aan boord van een raket de ruimte ingeschoten. Acht jaar later zette de Amerikaan Neil Armstrong als eerste mens voet op de maan. Sinds die tijd hebben een paar honderd astronauten, zowel mannen als vrouwen, een reis door de ruimte gemaakt. Een astronaut heeft belangrijk werk tijdens een ruimtereis. Hij voert in de ruimte wetenschappelijke experimenten uit in gewichtloze toestand, verlaat het ruimteschip om beschadigde satellieten te repareren en fotografeert ver verwijderde planeten en sterren. Op dit moment bereiden astronauten zich voor op een volgende mijlpaal in de ruimtevaartgeschiedenis: een tocht naar andere planeten in het zonnestelsel. Opleiding Een astronaut krijgt een gedegen opleiding met een zwaar trainings- programma, waarbij gezondheid op de eerste plaats komt. Er wordt geoefend in gewichtloze toestand. Hiervoor worden modellen van ruimtetoestellen onder water gebracht. Leven in de ruimte Wij hebben gewicht door de aantrekkingskracht van de aarde. Door een ruimteschip een bepaalde snelheid te geven wordt die aantrekkingskracht of zwaartekracht overwonnen. Daardoor ontstaat er in een ruimteschip gewichtloosheid. Aan boord van een ruimteschip eten en drinken de astronauten hetzelfde als op aarde. Er is meestal geen bad of douche en astronauten wassen zich met natte doeken. Regelmatig bewegen is zeer belangrijk, want leven in gewichtloosheid verzwakt het beendergestel en de spieren.
Astronomie Astronomie of sterrenkunde is een wetenschap die al bijna zo oud is als de mens zelf. De Babyloniërs, de oude Grieken en de Arabieren keken al naar de hemel en probeerden de bewegingen van maan en sterren te begrijpen. De meeste hemellichamen stonden echter te ver weg om nauwkeurige waarnemingen te doen. Na de uitvinding van de telescoop in de 17de eeuw begon men echt iets te leren over de verschijnselen in het heelal. Sterrenkundigen deden onvoorstelbare ontdekkingen over andere planeten en over het ontstaan van nieuwe sterren uit gloeiende gaswolken. Ze ontdekten ook dat een explosie het einde van een ster kan betekenen. In 1609 richtte de Italiaan Galilei voor het eerst een telescoop op de hemel. Zijn observaties brachten hem op het idee dat de aarde om de zon draaide en niet het centrum van het heelal was zoals men tot dan toe gedacht had. Tegenwoordig hebben astronomen de beschikking over een enorm uitgebreid assortiment instrumenten om de ruimte te bestuderen. Ze kijken door allerlei soorten telescopen, ze lanceren ruimtesondes die andere planeten bezoeken en ze schieten sattelieten de ruimte in om hoog boven de aarde het heelal te bestuderen. De ruimtetelescoop De optische telescoop is een van de belangrijkste hulpmiddelen van de astronoom. De meeste hebben in plaats van lenzen een grote spiegel, die het zwakke licht van veraf gelegen sterren bundelt. In 1990 werd de Hubble-ruimtetelescoop gelanceerd. Het is een spiegeltelescoop die hoog boven de aarde zweeft om van daaruit waarnemingen te doen, zonder gestoord te worden door de dampkring van de aarde.
Atomen Wanneer je eens om je heen kijkt merk je dat er miljoenen verschillende stoffen bestaan, van metalen en plastic voorwerpen tot mensen en planten. Al die stoffen bestaan uit ongeveer 100 verschillende soorten bouwstenen die op allerlei manieren aan elkaar vastzitten. Deze kleine bouwstenen noemen we atomen. Ze zijn zo klein, dat zelfs het allerkleinste stofdeeltje uit meer dan een miljoen atomen bestaat. Sommige stoffen, zoals ijzer, zijn opgebouwd uit één enkel soort atoom. Andere, zoals water, bevatten moleculen (groepjes atomen bij elkaar). Zulke moleculen kunnen heel eenvoudig, maar ook heel ingewikkeld zijn. Elke watermolecule bevat twee waterstofatomen en één zuurstofatoom. Plastic is samengesteld uit moleculen die vaak weer uit miljoenen atomen bestaan. Het midden van een atoom is ondoorzichtig en heet de kern. Daaromheen bewegen de elektronen die elektrisch geladen zijn. Wanneer je de kern van een atoom splitst, komt er geweldig veel kracht vrij. Die kracht wordt gebruikt in kerncentrales en kernbommen. De ontdekker De Griekse wijsgeer Democritus vermoedde 2400 jaar geleden al dat ieder voorwerp uit kleinere deeltjes bestond. Pas in 1808 bewees de Engelse geleerde John Dalton het bestaan van atomen. Rond 1909 ontdekte de geleerde Ernest Rutherford uit Nieuw-Zeeland de kern.
Aulos of dubbelfluit Het centrum van de oude Griekse wereld was Athene. De Grieken blonken uit in de architectuur, de beeldhouwkunst, toneel en muziek. Eén van de oudste en bekendste muziekinstrumenten die de Grieken bespeelden was de dubbelfluit of de aulos.De Grieken geloofden dat de muziek het lichaam en de ziel beter maakte. Zo speelden ze met de aulos over de aangetaste lichaamsdelen van een zieke. De Griekse schrijver Aristoteles schreef :`De aulos is een uitstekend middel om de krankzinnigheid te verdrijven.` Omdat de muziek het karakter van een mens op een goede manier kon vormen was het naast sport één van de belangrijkste vakken op school. Het was belangrijker dan rekenkunde.De aulos was gemaakt van twee rieten buizen. Het geluid kun je vergelijken met dit van een hobo en niet van een fluit. De dubbelfluit werd trouwens op dezefde wijze als de hobo bespeeld. De muzikant droeg vaak een band rond de mond. Zo werd de druk op de lippen en de wangen wat lichter en werd de mond luchtdicht afgesloten. De aulos werd voor verschillende gelegenheden gebruikt. Zo liepen Aulosspelers vaak mee in stoeten en speelden ze bij huwelijken of begrafenissen.Ook in het theater werd de dubbelfluit gebruikt. Ze begeleidden dan toneelspelers die, uitgedost in prachtige gewaden en maskers, dansten en zongen.
Australië Het Australische continent is zeer uitgestrekt. De grote afstand tussen dit werelddeel en zijn buurlanden dwong de Australiërs tot onafhankelijkheid. Het merendeel van de bevolking woont in de vruchtbare, langgerekte streek langs de oost- en zuidoostkust. Melborne en Sydney, de twee grootste steden van Australië en de hoofdstad Canberra liggen alle drie binnen dit gebied. Deze streek telt ook vier van de zes Australische staten. Landinwaarts ligt de wildernis ( het vlakke, dorre binnenland) in een zinderende hitte. Een gedeelte van de oorspronkelijke bevolking, de aboriginals, leeft nog altijd op de traditionele manier in de wildernis. Velen zijn echter naar de steden getrokken. De rest van de bevolking zijn afstammelingen van Britse kolonisten en inwijkelingen. Sydney De grootste en oudste stad van Australië is Sydney. Deze stad was oorspronkelijk een strafkolonie van Groot-Brittanië. Omdat de eigen gevangenissen overvol zaten werden Britse veroordeelden hier naartoe gebracht om hun meestal levenslange gevangenisstraf uit te zitten.Sydney werd gesticht in 1788. Er verbleven toen 1500 bewakers en hun gevangenen. Nu telt de stad een bevolkingsaantal van meer dan 3,5 miljoen inwoners. Ze is gebouwd rondom Port Jackson, een enorme natuurlijke baai waar de Sydney-Harborbrug overheen gespannen is. Naast het toerisme is Sydney een drukke industriestad. Brisbane De grootste stad van de staat Queensland (Australië is onderverdeeld in zes staten: Victoria, Queensland, Nieuw-Zuid Wales, Zuid-Australië, Noordelijk Territorium en West-Australië) is Brisbane.
Australopithecus Waarom liep de Australopithecus rechtop ? De eerste mens, de Australopithecus, leefde zo`n 4,5 miljoen jaar geleden in Afrika. Hoewel ze zeer sterk op apen geleken was er één groot verschil: de Australopithecus liep rechtop.Doordat het klimaat veranderde verdwenen op een bepaald ogenblik in Afrika de wouden en ontstonden er grasvlakten. Het was voor de toen levende wezens niet langer mogelijk om te schuilen in de bomen. Er waren ook steeds minder vruchten om te eten. Om water en voedsel te vinden moest men soms lange afstanden afleggen. Het was daarbij aangewezen om rechtop te lopen. Zo konden ze beter uitkijken over het hoge gras en beschermden zich zo tegen mogelijke vijanden. De Australopithecus stond niet aan de top van de voedselketen zoals de huidige mens. Hij was zelf prooi van roofdieren en zeer kwetsbaar. Hoe zag de Australopithecus eruit ? De Australopithecus was met zijn 1 tot 1,5 m eerder klein. Zijn gewicht situeerde zich tussen de 30 en 70 kg. Zijn hoofd leek op dat van een aap dit wil zeggen: een zeer laag voorhoofd, opvallend zware wenkbrauwbogen, een platte neus en een vooruitgestoken kaak.De tanden waren groter dan deze van de aap en ze waren ook anders ingeplant.Het grootste verschil met de aap zat in het feit dat de Australopithecus rechtop liep. Dit leren we uit de fossiele vondsten van deze eerste mensensoort. Aan de stand van de heupbeenderen, kniegewrichten en voeten kun je zien hoe iemand zich beweegt. Lucy, de wereldberoemde Australopithecus Op 30 november 1974 werd in Ethiopië, in Oost-Afrika, door Donald Johanson en Tom Gray, voor het eerst een Australopithecus teruggevonden.
Azteken Meer dan zevenhonderd jaar geleden ontstond er in Mexico een nieuwe beschaving toen de laatste inheems-Amerikaanse veroveraars - de Azteken - in de vallei van Mexico terecht kwamen. In 200 jaar tijd bouwden ze een machtig rijk met 12 miljoen inwoners op. Ze waren er vast van overtuigd dat de wereld zou vergaan, tenzij ze mensenoffers aan de zonnegod Huitzilopochtli brachten. Ze bouwden tempels en piramiden waar ze de gevangenen uit veroverde gebieden offerden.In 1519 drongen Spaanse veroveraars Mexico binnen en versloegen de Azteken. Montezuma II, de laatste koning van de Azteken, werd gevangen genomen en door zijn eigen mensen gedood. Het rijk verviel en stortte ineen.
Babylon Tussen de rivieren Eufraat en Tigris (het huidige Irak en Syrië) onstond 5000 jaar geleden één van de eerste beschavingen: Mesopotamië of tweestromenland. Dank zij de twee rivieren, die regelmatig buiten hun oevers traden, was de bodem er zeer vruchtbaar en de landbouwmethoden zeer modern. De Babyloniërs, de bewoners van deze streek, ontwikkelden een schrijfmethode, gebruikten het wiel en bouwden steden. Eén van deze steden was Babylon. Het was het middelpunt van handel en godsdienst tot de Romeinen de stad in hun bezit namen en ze in verval geraakte. Babylon De stad werd dikwijls herbouwd voordat ze verwoest werd. Omstreeks 600 v. Chr. was Babylon op het toppunt van haar roem. Het was een indrukwekkende stad met enorme muren en bijzondere religieuze gebouwen waaronder een piramide-achtige ziggurat (torentempel). Babylon had ook één van de zeven wereldwonderen: `De hangende tuin`. Koningen De bekendste koning was Nebukadnesar II (605-562 v. Chr.). Hij veroverde ondermeer Jeruzalem, voerde de duizenden inwoners weg en liet hen in gevangenschap leven. Men zegt dat hij op oudere leeftijd gek werd. Ruïnes Ongeveer 90 km ten zuiden van Bagdad in Irak liggen de ruïnes van het oude Babylon. Veel is er niet bewaard, maar de plaatsen waar eens de paleizen en ziggurat stonden, zijn nog goed zichtbaar. De resten werden in de 19de eeuw door archeologen opgegraven. Verscheidene delen van de oude stadsmuur zijn naderhand terug opgebouwd.
Bakker We kennen drie soorten bakkers: de warme bakker (hij bakt elke dag vers brood), de koude bakker (verkoopt brood maar bakt het niet zelf) en de industriële bakkerij. (Hier worden massa`s broden gebakken. Je kunt het bekijken als een `broodfabriek`).
Ballet Geschiedenis van het ballet Ballet is ontstaan uit het hofballet. In de zestiende eeuw waren hofballetten aan de hoven van Italië en Frankrijk erg in. Het woord `ballet` komt van het Italiaanse werkwoord `ballare`, wat dansen betekent. De Franse koning Lodewijk XIV regeerde van 1643 tot 1715 en hij was gek op dansen. Hij gaf vaak grote feesten met muziek, zang en dans. Op die feesten danste de koning zelf ook. Lodewijk XIV maakte het ballet heel populair. In 1661 richtte de koning de `Académie Royale de la Danse` op. Dat was een clubje van de allerbeste beroepsdansers. Zij moesten hun vak ook aan andere dansers leren. Vanaf dat moment ging de danstechniek snel vooruit. Na een tijdje gingen de Franse dansmeesters overal in Europa lesgeven. De dansers dansten in die tijd nog heel stijf en precies. Dans was toen nog alleen iets voor mannen. Vrouwen mochten niet op het toneel komen. Een vrouwelijke rol werd gewoon door een man gespeeld! Later mochten er ook vrouwen op het podium. Een heel bekende was de ballerina Marie Camargo. Ballerina is een ander woord voor balletdanseres. Camargo danste zoals iedereen in die tijd: erg technisch. Iedere beweging werd perfect uitgevoerd. Dat veranderde pas rond 1830. Dichters, muzikanten en dansers kregen er genoeg van. Al dat gezeur over techniek en verstand. Ze vonden de fantasie belangrijk. Ze wilden `met gevoel` dansen. Zo ontstond de romantische balletstijl. De balletverhalen gingen over droomwerelden met elfen, feeën en geesten. Ballerina`s droegen lange soepele `tutu`s` (rokken van tule) met strakke bovenlijfjes.
Barok Uit de renaissance groeide een nieuwe kunstrichting: de barok. Waar de renaissance streefde naar orde en stabiliteit, streefde de barok naar het grootse en weelderige. Zowel de barokke schilderijen, beeldhouwwerken als gebouwen laten een overweldigende indruk na.De renaissancekunstenaars beelden hun figuren af in een rustige, kalme sfeer. De voorwerpen en figuren worden netjes afgelijnd en zeer gedetailleerd weergegeven.Net zoals de renaissancekunstenaar vindt ook de barokkunstenaar zijn inspiratie in de kunst van de oudheid, maar hij gebruikt nieuwe technieken die de kunstvoorwerpen meer beweeglijkheid geven. De beweeglijkheid wordt verkregen door kleuren, versieringen en licht- en schaduweffect. De barok in de Zuidelijke Nederlanden In 1600 kwam een Vlaamse schilder, Pieter Paul Rubens (1577 - 1640), in het milieu van de schilders van de vroege barok. Hij was in Antwerpen opgeleid in de renaissance traditie en daarna naar Italië gegaan, waar hij het werk van Titiaan bewonderde en bestudeerde.Al snel ontwikkelde hij een eigen manier van schilderen waarin invloeden van andere Italiaanse schilders zoals Carravagio en Carracci merkbaar waren. Zijn stijl kwam vooral tot uiting in zijn kleurengebruik en in zijn diagonaal opgebouwde composities. (= Zijn figuren bewogen zich van de ene hoek van het schilderij, naar de andere hoek.)Naast Rubens was Jacob Jordaens (1593 - 1678) de belangrijkste meester der Vlaamse barok. De barok in de Noordelijke Nederlanden Werd Rubens de beroemdste schilder van zijn tijd in het katholieke deel van Europa, de eerste grote schilders van de protestante wereld verschenen in de Noordelijke Nederlanden.
Bastille De Bastille was een fort met acht torens van elk 25m hoog en met muren van wel anderhalve meter dik en stond symbool voor de koninklijke macht in het Frankrijk van de 18de eeuw. Het gebouw dateerde uit de 14e eeuw en werd als versterking tegen de Engelsen, de aartsvijanden van de Franse koning, gebouwd. Onder de regering van koning Charles VI werd het fort omgebouwd tot gevangenis. Vooral de onderaardse kerkers gaven aan het gebouw een afschrikwekkende klank. De meeste gevangenen zaten in achthoekige cellen opgesloten in de tussen de vijf en zeven verdiepingen tellende torens. In de cellen stonden een bed, één of twee tafels en verschillende stoelen. Er was een stookplaats en een raam voorzien van spijlen. De gevangenen mochten hun eigen spullen meenemen. Zelfs huisdieren zoals katten of honden waren toegelaten. Het eten dat een gevangene kreeg hing af van zijn/haar sociale status. Hoe belangrijker je was en hoe meer geld je verdiende, hoe beter voedsel kreeg je voorgeschoteld. Ter verstrooiing was het toegestaan te kaarten en een slokje wijn te drinken. Op 14 juli 1789, toen de bestorming van de Bastille en de Franse Revolutie begonnen, zaten er slechts zeven gevangenen opgesloten: vier valsmunters, twee krankzinnigen en een jonge graaf. Toen de Bastille was ingenomen werd het gebouw met de grond gelijk gemaakt.
Belgische vorstenhuis Het Belgische vorstenhuis is jong. Zijn geschiedenis begint in 1830, toen België onafhankelijk werd en de regering op zoek was naar een koning. Die koning werd gevonden in de persoon van prins Leopold, van het Duitse geslacht Saksen-Coburg-Gotha.
België Lid van de Europese Unie sedert 1957 Oppervlakte: 30.528 km² Aantal inwoners: 10.131.000 Staatsvorm: monarchie, federale staat Staatshoofd: Koning Albert II Hoofdstad: Brussel Munt: EURO Taal: Nederlands, Frans, Duits Bevolking: 91% Belgen, 9% niet Belgen (60% Eur. Unie) Godsdienst: 88% katholiek, 2,5 % islam, 0,5 protestants, 0,4% joods België bestaat sinds 1830 en bestaat uit 10 provincies. Het is een federale staat met 3 gemeenschappen (Vlaamse, Franse en Duitstalige) en 3 gewesten (Vlaams, Waals en Brussels). Ze hebben elk hun eigen regering en hun bevoegdheden. Reliëf Van noord naar zuid kan men België in 3 gebieden onderverdelen: Laag-België: Grenst in het westen aan de Noordzeekust (66 km). Deze streek is zeer toeristisch. Verder landinwaarts strekt zich een gebied uit dat langzaam stijgt. In het zuidwesten wordt het heuvelachtig (Kemmelberg 156 m). Het noordelijk deel bestaat uit de Scheldepolders en de Kempen. Midden-België: Omvat de golvende plateaus. In westelijke richting gaat het plateau over in de Vlaamse Ardennen. Dit is een bebost heuvelachtig landschap met o.a. de Kluisberg (141 m). Hoog-België: In het zuiden wordt het ingenomen door de beboste heuvelachtige Ardennen. Het hoogste punt is de Botrange (694 m). De langste rivieren zijn de Schelde en de Maas. Klimaat België kent een gematigd zeeklimaat met koele winters en zachte zomers. De maandtemperaturen te Ukkel bereiken een gemiddelde van 3°C in januari en 17°C in juli. De jaarlijkse neerslag is er 825 mm.
Beo Verspreidingsgebied Beo`s vinden we in delen van Oost-lndia, de Himalaja van Kunlun tot Zuid-China, van Malakka tot Maleisie en op veel Zuidoostaziatische eilanden. We kennen verscheidene ondersoorten zoals de middelgrote beo (Gracula religiosa intermedia) en de grote beo (Gracula religiosa religiosa). Leefgebied Beo`s leven in boomkruinen aan de randen van dichte bossen of bij open plekken, vaak in vruchtdragende vijgenbomen. Soms tref je ze ook aan in besdragende struiken. Zeer zelden komen ze op de grond voor. Gedrag Buiten de broedperiode leven ze in groepjes van 5 of 6 vogels. Soms trefje ze aan in zwermen van honderd of meer (samen met andere grote vruchteneters) in vruchtdragende vijgenbomen. Ze vormen paren voor het leven. Voedsel Beo`s leven van vruchten en bessen , vooral wilde vijgen. Daarnaast eten ze ook nectar en insecten. Ze vangen termieten in de vlucht en slapen apart of paarsgewijs op dichtgebladerde takken of in boomholten.
Beren Beren behoren tot de gevaarlijkste dieren die we kennen. Er zijn zeven soorten beren, waarvan de ijsbeer de grootste is. Als hij rechtop staat is hij bijna drie meter lang. Een ijsbeer kan een gewicht van 500 kg halen. De kleinste beer, de Maleise beer, meet ongeveer 1,20 m. Andere beren zijn de grizzlybeer en de lippenbeer. Omdat beren zich hoofdzakelijk met vlees voeden worden ze bij de carnivoren gerekend. Reuzenpanda`s, die van bamboe leven, zijn familie van de beren. Zowel beren als panda`s kunnen zeer slecht zien maar beschikken dan weer over een zeer sterke reukzin.Beren hebben grote, brede, krachtige poten die voorzien zijn van scherpe, dikke klauwen. Hiermee grijpen ze een prooi vast, graven ze naar wortels of verdedigen ze zich. Eén klap van een volwassen berenpoot kan een mens doden. De zwarte beer We kennen twee soorten zwarte beren: één soort leeft in de Verenigde Staten en één soort in Zuidoost-Azië. De Amerikaanse soort is niet helemaal zwart. Ze kunnen ook wel eens donkerbruin of roodbruin zijn. Het zijn heel goede boomklimmers en ze kunnen heel hard rennen (wel 40 km/u). De Amerikaanse zwarte beren wonen vooral in de nationale parken. De reuzenpanda De pandabeer komt voor in Midden- en West-China en eet meestal bamboescheuten. De panda is bekend omdat hij als symbool staat voor het Wereld Natuurfonds dat zich inzet voor bedreigde dieren. Van de panda leven er nog maar een paar honderd exemplaren.
Beuk Beukenbossen behoren tot de mooiste bossen en wellicht is de beuk de mooiste boom van het bos. Beukenbossen komen voor in heel Europa, Azië en Noord-Amerika. Van de tien soorten komen de meeste voor in China en Japan. De gewone beuk (Fagus sylvatica) wordt bij ons het meeste gebruikt.
Bevers Er zijn twee soorten: de Noord-Amerikaanse en de Europese bever. Bevers zijn net als ratten, muizen en eekhoorn knaagdieren. Zoals alle knaagdieren beschikken ze over lange, scherpe voortanden om aan planten en bomen te knagen. Bevers zijn echte bouwers. Hun tanden worden gebruikt als beitels waarmee ze takken afhakken en meesleuren. Met deze takken bouwen ze hutten en dammen. Hoewel bevers aan land gaan om eten te zoeken, zijn het echte waterdieren. Het zijn uitstekende zwemmers. Hiervoor gebruiken ze hun zwemvliesachtige achterpoten om snelheid te maken. Met hun platte, geschubde staart sturen ze en versnellen ze. De staart wordt ook gebruikt om andere dieren bij gevaar te waarschuwen. De bever slaat dan heel hard in het water.In de 18de en 19de eeuw werd er op de bevers gejaagd. Van hun dikke bontvacht werden jassen en mutsen gemaakt. Tegenwoordig is de jacht verboden en zijn ze niet langer met uitsterven bedreigd. Dammen Op een geschikt plekje in het water bouwt de bever een dam met stokken, stenen en modder. Het water rond de dam verspreidt zich zoals bij een meertje en daar bouwt de bever dan zijn onderkomen.Als het hout in de buurt schaars wordt, gaat hij het verderop halen. Hij graaft een kanaal en duwt de boomtakken door het water naar de dam.Het hol van de bever heeft verschillende onderwateringangen. Binnen is hij veilig voor alle roofdieren. Zij kunnen immers niet door de sterke muren graven of naar de onderwateringang zwemmen. Het hol Het hol is gebouwd van takken en modder.
Bier Het begin De mens brouwt al 5000 jaar bier. Maar we kunnen slechts vermoeden hoe de eerste brouwer ermee begonnen is. Men vermoedt dat er misschien een stuk brood in een schaaltje lag, waar water bij is gekomen. Dat broodpapje kan dan spontaan zijn gaan gisten en vanwege het alcoholgehalte taste het de zintuigen aan. Daarna liet men dit proces met opzet plaatsvinden, steeds weer en steeds beter. Zo ontwikkelde zich uit een alcoholhoudende broodpap tenslotte ons bier.Duizenden jaren hield men vast aan deze brood-bierbrouw-methode die in onze ogen een omweg is. De Sumeriëers, de vroegere bewoners van het Eufraat-Tigris-gebied, gebruikten voor het bier brouwen brood dat alleen aan de buitenkant hard gebakken was. De Egyptenaren namen grote ronde broden van deeg als grondstof voor bier en de fellah`s, de boeren langs de Nijl, doen het tegenwoordig nog precies zo. De brouwerij was vaak ook bakkerij.Duizenden jaren later, zo omstreeks het begin van onze jaartelling, was het bier brouwen bekend geworden in Noord-Europa, waar wijnbouw niet mogelijk was. Romeinse schrijvers vertellen ons dat de Galliërs in Frankrijk en Duitsland drank bereidden uit gerst. De Germaanse stammen vonden het eerste bier gebrouwen uit gerst en tarwe ongelofelijk vies.Bier brouwt men van graan. De enzymen zetten het zetmeel om in suiker.De kwaliteit van het bier uit de oertijd is zeker niet te vergelijken met het huidige bier. Het bier was toen niet helder en vanwege dit haast niet houdbaar. Zo zijn er afbeeldingen uit Babylonië bewaard gebleven waarop te zien is dat bier met een rietje werd gedronken om hiermee de in het bier drijvende graankorrels tegen te houden.
Bijen en wespen De honingbij, de hommel en de wesp kennen we allemaal. Waar we minder vanaf weten is het bestaan van nog duizenden andere soorten zoals de houtbij, de bij zonder angel, en de urntjeswesp. Bijen en wespen vind je overal ter wereld. Deze insecten zijn uitstekende vliegers en het bewegen van hun vleugels maakt een zoemend geluid. Veel bijen en wespen leven alleen en bewonen een nest onder de grond of in een holle plantenstengel. Anderen, zoals de hommel en de honingbij, leven in grote groepen (kolonies) in bomen, daken en rotsen. In een hommelkolonie werkt de koningin net zo hard als haar werksters maar in de kolonie van de honingbij legt de koningin alleen maar eieren. Een bijenkolonie telt wel 50 000 bijen. De bijenkorf Imkers houden bijenkorven waarin honingbijen hun jongen grootbrengen en honing opslaan. In de korf bevinden zich rijen honingraten (van was) vol met eieren, opgroeiende larven en poppen. Ook de koningin zit daar, samen met haar darren (mannetjes) en werksters.Bijen produceren honing en slaan dat in de bijenkorf op zodat er ook voor de winter voedsel is. De koningin van de korf legt `s zomers iedere dag 1500 eieren. Na een paar dagen komen er larven uit de eieren. Deze worden eerst poppen en dan volwassen bijen. De werksters verzamelen voedsel, zorgen voor de jongen en beschermen het nest. Een dar (mannetje) paart met de koningin waarna hij sterft. Het wespennest Na de winterslaap bouwt de koningin een papierachtig nest. Ze zoekt hout bijeen, kauwt dat fijn en met speeksel vermengd ontstaat er een papje.
blauwe reiger De blauwe reiger is een grote, stevig gebouwde reiger. Hij heeft een lengte van 90-100 cm en een vleugelspanwijdte van 155-175 cm. De snavel is grijsgeel, in de paartijd oranje. Volwassen dieren hebben twee lange smalle sierveren aan het achterhoofd. Vaak vind je reigers heel onopvallend langs riet of op een veld staand, wachtend op een buit. Voedsel De blauwe reiger leeft van vis, kikkers, mollen en muizen. Wanneer de kans zich voordoet gaat hij ook graag op bezoek bij tuinvijvers. Woning Het nest van de blauwe reiger is een platform van takken dat in kruinen van hoge, oude bomen gebouwd wordt. Soms treffen we ook nesten aan in het riet of op rotsen.
Bloed Waaruit bestaat bloed ?In het lichaam van een volwassene zit ongeveer vijf liter bloed. Kinderen doen het met 2 à 3 liter. Ons bloed is opgebouwd uit: plasma (54%), witte bloedlichaampjes en bloedplaatjes (1%) en rode bloedlichaampjes (45%). De rode bloedlichaampjesDeze zijn voortdurend onderweg. Ze reizen door aders en haarvaten, tussen het hart, de longen en de andere organen. Zo brengen ze zuurstof van de longen naar elk orgaan en elke cel van het lichaam en voeren ze koolstofdioxine naar de longen. Deze verwijderen dan die schadelijke stoffen uit ons lichaam.De rode bloedlichaampjes bevatten hemoglobine. Deze stof bevat ijzer en haalt de zuurstof uit de longen en brengt die naar alle delen van het lichaam. Dat ijzer geeft aan bloed zijn rode kleur.De witte bloedlichaampjesZij zijn de lijfwachten van ons lichaam. Zodra een virus of bacterie ons lichaam wil binnendringen schieten ze in actie. Ze proberen de indringer te herkennen en gaan hem vervolgens te lijf met een giftige stof. Hierdoor wordt hij onschadelijk gemaakt. Sommige witte bloedlichaampjes maken antistoffen aan die microben vanop afstand kunnen doden.De bloedplaatjesZij helpen mee het bloed te stollen. Wanneer je een verwonding oploopt hechten ze zich aan de wand van de bloedvaten vast en vormen samen met het plasma een prop. Het plasma scheidt dan stoffen af die ervoor zorgen dat het bloed stolt.Het plasmaIs voor 90% opgebouwd uit water en bevat duizenden stoffen die het lichaam kwijt wil of nodig heeft. Het plasma zorgt ervoor dat het bloed ongehinderd kan stromen.
Boeddhisme Ongeveer 2500 jaar geleden ontstond in India het Boeddhisme. Momenteel zijn er meer dan 300 miljoen boeddhisten, vooral in Azië, in de wereld. Boeddhisten volgen de leer van Boeddha, wat de `verlichte` betekent. Boeddha zelf werd ongeveer 563 jaar v. Chr. geboren. Zijn echte naam was Siddharta Gautama en hij was een rijke Indische prins die de ellende in de wereld niet langer kon aanzien. Hij begon te reizen en te mediteren (diep nadenken). Na drie jaar bereikte hij de `verlichting`, het volledig begrijpen. Hij werd monnik en vertelde zijn ideeën aan anderen.Boeddhisten geloven dat iedereen na zijn dood opnieuw geboren wordt. Dit nieuwe leven is afhankelijk van je karma (optelsom van alle goede en kwade dingen die je in je vorige leven gedaan hebt). Boeddhisten streven naar een toestand van volmaakte vrede (nirvana). Boeddha leert dat men om de nirvana te bereiken het Achtvoudige Pad moet bewandelen: het juiste inzicht, juiste besluit, juiste woord, de juiste daad, het juiste leven, het juiste streven, het juiste denken en de juiste meditatie. Monniken Boeddhistische monniken geven al hun aardse bezittingen op. Het enige dat ze behouden zijn hun saffraangele gewaden, een naald, een scheermes, een doek om water te filteren en een bedelnap. Ze brengen de dag door met bidden, onderwijzen en mediteren. Elke dag gaan ze uit bedelen. Zo komen ze aan voedsel. In sommige boeddhistische landen hoort een kort verblijf in een klooster bij de opvoeding van schooljongens.In een boeddhistische tempel vind je meestal relikwieën van boeddha.
Boeken Van steen naar papier In het hoofdstuk `geschiedenis van het schrift` lees je dat de Sumieriërs met een rietstift op kleitabletten schreven. Deze kleitabletten waren zeer onhandig in gebruik. Ze namen niet alleen veel plaats in maar waren ook zeer zwaar. De Egyptenaren ontdekten dat ze van papyrusriet vellen konden maken waar op geschreven kon worden. Dit riet groeide langs de oevers van de Nijl en werd door de Egyptenaren gebruikt voor het vervaardigen van matten, doeken, sandalen. Er werden zelf boten van geweven. Rond 2500 voor Christus werd er ook papier mee gemaakt. De stengels van de plant werden opgesneden en geplet tot platte stroken. Deze werden over elkaar gelegd en met een papje aan elkaar gelijmd waarna ze verder werden platgeklopt met een hamer. Hoe meer stroken men aan elkaar lijmde hoe langer het vel werd. Het papyrusvel werd opgerold (boekrol) en opgeborgen in een koker. Deze kokers werden mooi versierd zoals de kaften van onze boeken nu. Het gebruik van papyrus had wel nadelen. Slechts één zijde was mooi glad om te beschrijven.
boommarter De boommarter komt hoofdzakelijk voor in afgelegen bossen waar veel schuilplaatsen zijn. Je vindt hem echter ook in rotsige, bosloze streken. Boommarters kiezen hun rustplaatsen vaak in boomholten, konijnenholen, tussen boomwortels of onder takkenbossen. De boommarter is een nachtdier en is bijgevolg overdag zelden waar te nemen. Hij voelt zich thuis in bomen waar hij met gemak in klimt. Bij een val komt hij, net zoals een kat, altijd op zijn poten terecht. Marters kunnen zwemmen, maar het is niet hun favoriete bezigheid. Uitzicht Een boommarter meet 40 - 58 cm, heeft een staartlengte van 20 - 28 cm, weegt 0,9 - 1,8 kg en kan meer dan 10 jaar oud worden. De vacht van de boommarter kleurt warmbruin. Hij heeft een volle, pluimige staart die bijna een derde van zijn totale lengte in beslag neemt. De lange achterpoten zorgen ervoor dat de rug bij het lopen licht naar voren gebogen is. Op de spitse kop staan vrij grote oren. De poten en de snuit zijn bijna altijd donkerder dan de kastanjebruine vacht. Wijfjes zijn over het algemeen kleiner dan mannetjes. Ze zijn niet groter dan een huiskat. Voedsel De boommarter is een jager die zijn prooi meestal op de grond vangt. Hij eet wat hij tegenkomt: insecten, vogels, eieren, kleine zoogdieren en aas. In de nazomer en herfst eet de boommarter ook vaak bessen en vruchten. Jongen In maart of april worden na een draagtijd van 8 à 9 maanden twee tot zeven jongen geboren. Het nest zit bij voorkeur in een holle boom, tussen boomwortels en vaak in oude spechtenholen.
Bosuil Uitzicht Bosuilen zijn er in verschillende kleuren. Zo zijn er naast de typisch bruin gekleurde exemplaren in donkere en lichtere tinten, ook grijze vogels. Met een grootte van ca. 38 cm behoort de bosuil tot de kleinere uilensoorten.Opvallend is tevens de ronde kop met de grote donkere ogen. Dicht tegen een boomstam aangedrukt is de bosuil net als andere uilensoorten voor een ongeoefend oog haast niet waar te nemen. De bosuil is een standvogel. Hij bewoont het liefst de wat oudere en (loof)bosrijke gebieden, het liefst zo gevarieerd mogelijk. Ook is het een uilensoort die nogal eens in diverse parken en grotere tuinen kan voorkomen. Voedsel Het dieet van de bosuil is een echt uilendieet van voornamelijk muizen. Daarnaast vangt hij ook kleinere vogels, insecten, regenwormen, amfibieën en zelfs vleermuizen. Voortplanting De balts van bosuilen begint soms al in december en het is al geen uitzondering meer dat men in februari soms al bewoonde nesten kan vinden waarin de eerste witte en vrijwel ronde eieren al zijn gelegd. De bosuil is een typische holenbroeder. Er wordt dankbaar gebruik gemaakt van gaten en nissen in oude gebouwen of verlaten nesten van voornamelijk roofvogels en kraaiachtigen. Het vrouwtje van de bosuil legt tussen de 3 en 6 eieren die ongeveer 1 maand worden bebroed. De jongen blijven ca. 20-25 dagen in het nest, maar gaan dan al vroeg op ontdekking uit in de takken rondom het nest. De jongen blijven gewoonlijk ca. 3 maanden in het territorium van de ouders voordat ze hun eigen plaats in de natuur gaan opzoeken.
Braakballen Braakballen !? Het klinkt smerig maar het is het helemaal niet. Ze stinken niet en zijn helemaal niet vies. Braakballen zijn samengeperste ballen van onverteerde voedselresten zoals botjes, haren en veren, onverteerbare stukjes pantsers van insecten en plantenresten. We kennen de braakbal vooral van uilen, maar ook andere vogelsoorten braken hun niet verteerde voedselresten uit. Meeuwen, reigers, kraaiachtigen, klauwieren en roofvogels produceren ook regelmatig een braakbal. De vogels zijn ertoe in staat doordat hun maag uit twee delen bestaat: de kliermaag en de spiermaag. In de spiermaag worden de onverteerde resten tot een bal geperst, en met een laagje slijm erover is het makkelijk om ze via de slokdarm naar buiten te wurmen. Samen met het slijm dienen de haren van de gegeten muizen als `bindmiddel`.Het onderzoek van braakballen vertelt veel over de voedselkeuze van de dieren. Het is leuk en helemaal niet moeilijk om gevonden braakballen te ontleden. Als je een braakbal even in warm water legt, valt hij gemakkelijk uit elkaar. Daarna kun je met een pincet en een vergrootglas de onderdeeltjes van de braakbal verder uit elkaar halen en bekijken.
Brazilië Identiteitskaart Brazilië (República Federativa do Brasil) is een republiek in Zuid-Amerika. Met een oppervlakte van 8 547 404 vierkante kilometer is het het grootste land van Zuid-Amerika. Bazilië telt 174 468 580 inwoners, 20 personen per vierkante kilometer, en de hoofdstad is Brasília. Met uitzondering van Chili en Ecuador grenst het aan alle landen van Zuid-Amerika en, met een kustlengte van 7920 km, in het oosten aan de Atlantische Oceaan. De munteenheid is de real en de nationale feestdag 7 september. Landschap Brazilië kan worden verdeeld in de volgende natuurlijke landschappen: 1. Het Amazonegebied,2. Het Hoogland van Guyana,3. Het Bergland van Brazilië, 4. Zuidoost-Brazilië. Klimaat Het klimaat heeft een duidelijk tropisch karakter. De gemiddelde maandelijkse temperaturen zijn nergens extreem hoog. Zo is het absolute maximum, dat in de staat Pará (bij Belém) werd waargenomen, 34 °C. Door de grote vochtigheid daalt de temperatuur er `s nachts echter nooit tot beneden 18 °C. Over het geheel genomen valt er in Brazilië vrij veel regen. In een groot gedeelte van het Amazonegebied, met name in het westen en nabij de monding van de rivier, valt meer dan 2000 mm neerslag per jaar. Plantengroei Het Amazonegebied bestaat vrijwel geheel uit tropisch regenwoud, waarin een overvloed aan planten terug te vinden is. In deze bossen komen kostbare houtsoorten, bijv. mahonie, voor. Dieren De dierenwereld, vooral die van het regenwoud, is van een tropische vormenrijkdom.
Bronzen bijl Gedurende tienduizenden jaren hadden mensen wapens en werktuigen gemaakt van steen. Het was een degelijk materiaal dat overal te vinden was. De volgende stap in de ontwikkeling was het brons. Het grote verschil met vroeger lag erin dat brons niet meer door iedereen gemaakt kon worden. Het bezit van brons was een teken van rijkdom. Wat is brons ? Brons is een mengsel van koper (90%) en tin (10%). Omdat koper een zeer zacht metaal is, wordt tin toegevoegd. Dit maakt het mengsel harder en dus steviger. Bronsmijnen moet je dus niet gaan zoeken want ze bestaan niet. Het nieuwe metaalmengsel kwam vanuit het Nabije Oosten in onze streken terecht omstreeks 1800 v.Chr. Koper werd gehaald in Oostenrijk terwijl het tin afkomstig was uit Engeland. Bronsgieters aan het werk Germaanse kooplui voerden de eerste bronzen voorwerpen bij ons in. Later begonnen ambachtslui ze hier ook te maken. De bronsgieter werd beschouwd als een tovenaar omdat hij alleen de kennis bezat.In het begin werd met gietvormen van kalksteen gewerkt. Later werden ze ook vervaardigd uit terracotta en leem. Het voordeel van deze materialen was hun duurzaamheid. Daardoor konden ze honderden keren opnieuw gebruikt worden. Twee platte stenen werden in de vorm van een bijl uitgehold en op elkaar geplaatst. Deze vormden de gietvorm of mal. In deze mal goot men het vloeibare metaal. Brons smelt bij ongeveer 950 °C. Vervolgens stolde het mengsel en werd het uit de mal genomen.Naast wapens en werktuigen werden er ook siervoorwerpen zoals sluitspelden voor kleren, juwelen of amuletten gemaakt.
Brood Bij de bakker vinden we tientallen soorten brood met verschillende smaken. Dit is niet altijd zo geweest. De eerste broden bestonden enkel uit meel en water.Het allereerste brood De eerste mensen aten een papje van meel en water. Waarschijnlijk ontstond het eerste brood door een ongelukje. Misschien morste iemand wat van die pap op een hete steen die in het vuur lag. De pap bakte, kreeg een knapperige korst en smaakte bovendien niet onaardig. Het brood was uitgevonden.De Egyptenaren aten gedesemd brood. Zo’n 1.500 jaar voor onze jaartelling ontdekte een Egyptische slaaf dat brood kon rijzen. Deze slaaf had als taak iedere dag vers brood te bakken. Brood dat ouder was dan een dag was niet te eten. Op een dag merkte hij dat hij een restje broodpap van de vorige dag had laten staan. Dit restje was zuur geworden (= verzuurd deeg of zuurdesem). Om te voorkomen dat iemand dat merkte, deed hij het gauw bij de nieuwe broodpap. De broden die hij daarvan maakte, waren veel luchtiger en smaakten veel lekkerder dan de broden die hij eerst maakte. Doordat zuurdesem gist, ontstaan er tijdens het bakken luchtbelletjes : de gaatjes in het brood. Hij kreeg veel complimenten over dit brood en hij bakte voortaan brood met een restje deeg van de vorige dag.De Grieken De Grieken waren echte fijnproevers. Zo slaagden de bakkers van het oude Athene erin om 72 soorten brood te bakken. Deze smaakten niet alleen anders, ze hadden allemaal een andere vorm. De rijke Griek voegde aan het deeg allerlei ingrediënten toe die de smaak beïnvloedden: honingwijn, vijgen, wilde peren, braambessen, sesamzaad, .
Buideldieren Buideldieren leven in Midden- en Zuid-Amerika, de Verenigde Staten, Australië en op Nieuw-Guinea. Het zijn primitieve zoogdieren en daarom verschillen ze nogal van andere zoogdieren. Toen de Europeanen in de zestiende eeuw voor het eerst buideldieren zagen, dacht men dat het knaagdieren waren.De eerste zoogdieren, de eierleggende zoogdieren, ontstonden 195 miljoen jaar geleden. De primitiefste nog levende zoogdieren, de snaveldieren, ontstonden tussen de 15 en de 100 miljoen jaar geleden. Daarvan leven er nu nog drie soorten en opvallend is dat ze als enige zoogdieren eieren leggen. Na de snaveldieren vormen de buideldieren de primitiefste groep levende zoogdieren. Er zijn ongeveer 260 soorten buideldieren.Niet alle buideldieren hebben een buidel. De bekendere soorten, zoals de kangoeroes en de koala, hebben wel een buidel, maar sommige buidelratten hebben er geen. Buidelidieren onderscheiden zich wel van andere zoogdieren door de voortplanting. Bij buideldieren worden de jongen in een veel vroeger stadium geboren. Veel soorten groeien daarom in en buidel.
buizerd Een buizerd herken je aan zijn gedrongen lichaamsbouw, zijn ronde kop en zijn korte, brede staart met een reeks dwarsbandjes. Zijn kleur gaat vanwit tot donkerbruin. De bovenzijde van het lichaam is meestal bruin, de onderkant lichter met donkere strepen. Mannetjes en vrouwtjes zien er hetzelfde uit hoewel de vrouwtjes doorgaans iets groter zijn.Een buizerd heeft een lengte van 51 - 57 cm en een vleugelspanwijdte van 113 - 128 cm. Je treft hem aan in de nabijheid van bossen, weilanden en akkers. Een buizerd neem je het gemakkelijkst waar in de lucht. Hij vliegt langzaam, met moeizame en stijve vleugelslagen. Bij het zweefvliegen op de thermiek worden de vleugels naar voren en omhoog gehouden met opwaarts gerichte grote slagpennen en uitgespreide staart. Voedsel Het favoriete voedsel van de buizerd zijn muizen. Hij vangt ook vogels, kleine zoogdieren, reptielen en amfibieën, terwijl aas ook niet wordt versmaad. De buizerd zit graag op een niet te hoge uitkijkpost zoals een paaltje, een dikke aardkluit of lage tak van een alleenstaande boom, en loert vandaar op zijn prooi, die hij in glijvlucht slaat. Jongen In mei-april bouwt de buizerd bouwt een plat, omvangrijk nest (horst) in oude naald- of loofbomen. Het nest is gevoerd met kleine twijgen, varens, gras en mos. Ze broeden op 2 à 3 eieren gedurende een 30 à 35 dagen. De jongen blijven nog 40 à 49 dagen op het nest. Het vrouwtje broedt alleen, maar wordt soms door het mannetje afgelost.
Bunzing De bunzing behoort net als de wezel, de hermelijn, de boommarter en de steenmarter tot de familie van de marterachtigen.Een bunzing (Mustela putorius) is 45-65 cm lang, weegt 650-1200 gr. en heeft een staart van 18 cm. De pels is bruinzwart met een lichtere ondervacht. Opvallend is het witte gezicht met een donker masker rondom de ogen. De bunzing leeft meestal in de omgeving van water in een kleinschalig landschap met voldoende schuilmogelijkheden, bijvoorbeeld in oeverbegroeiingen, droge sloten, heggen, houtwallen, bosranden en akkerranden. Een bunzing woont in een hol van een konijn, mol, vos, das of onder steenhopen, houtmijten of in holle bomen. `s Winters wordt de bunzing ook wel in de buurt van boerderijen gezien. Ze eten allerlei dieren en zijn niet kieskeurig: konijnen, ratten, muizen, mollen, vogels, reptielen, amfibieën en insecten. De dikke vacht maakt bunzings bijna ongevoelig voor beten van vijanden zoals honden, vossen of slangen. Bunzings zijn zeer lenig. Bij plotseling gevaar gaan ze blazen en trekken ze hun geurklieren samen, waardoor ze een straal melkachtig wit vocht 50 cm naar achteren spuiten. Het is een bijtend en stinkend vocht dat echt als afschrikmiddel gebruikt wordt. De jongen, vier tot acht stuks, worden naakt en blind geboren. Na 20 dagen openen ze de ogen en ontstaat een grijze vacht. De snuit en de oorranden worden wit. Na een jaar zijn ze volwassen en aan het einde van het tweede levensjaar, geslachtsrijp.
Buskruit Ongeveer 1000 jaar na de geboorte van Christus werd er een nieuwe en letterlijk wereldschokkende uitvinding gedaan: die van het buskruit. De ontdekking Niemand weet wie het eerst de scheikundige stoffen mengde die buskruit vormen. We weten alleen met vrij grote zekerheid dat het eerste buskruit in China gemaakt werd. De samenstelling ervan wordt het eerst genoemd in een Chinees boek dat ongeveer in het jaar 1044 werd geschreven. Het is best mogelijk dat de Chinezen al veel eerder buskruit gebruikten.Zij waren heel bedreven in het maken van vuurwerk. Zo deden ze vele proeven om verblindend mooie kleuren en snelle raketten te krijgen. Tussen de vuurwerkmakers heerste een grote wedijver waarbij ieder zijn eigen formules had en deze voor de anderen geheim hield. Daarom is het mogelijk dat deze oude Chinese scheikundigen de bereidingswijze van buskruit allang hadden ontdekt voordat ze in 1044 werden opgeschreven. Europa ontdekt het buskruit In de 14de eeuw maakt een Duitse monnik, Berthold Schwarz, een mengsel van enkele scheikundige stoffen waardoor een deel van het klooster de lucht in vloog. Vele geschiedkundigen zijn het erover eens dat hij , evenals de Chinezen, de juiste verhouding ontdekte tussen de stoffen salpeter, zwavel en koolstof en alzo buskruit maakte. Bewijzen zullen we dit nooit kunnen vermits deze ontploft zijn.Waar het buskruit ook vandaan is gekomen, het was duidelijk voor de onderzoekers dat ze een uitvinding gedaan hadden waardoor een geweldige kracht kon ontwikkeld worden.
Byzantium De opbloei van het Byzantijnse Rijk begint in de derde eeuw, toen het Romeinse Rijk in verval raakte. In 330 verhuisde de Romeinse keizer Constantijn de hoofdstad van het Romeinse Rijk naar Turkije, oftewel van Rome naar Byzantium. De stad kreeg een andere naam: Constantinopel (nu Istanboel). De stad werd het middelpunt van het rijk en van de christelijke godsdienst. Onder het bewind van keizer Justinianus I bloeiden handel, kunst en architectuur. Maar het keizerrijk werd steeds vaker aangevallen en in het jaar 642 drongen islamitische Arabieren de Byzantijnse gewesten in Noord-Afrika en Azië binnen. In 1453 werd Constantinopel door de Ottomanen (Turken) veroverd. Constantijn de Grote In 313 werd Constantijn de Grote (288-337) Romeins keizer. In die tijd was het christelijk geloof een verboden godsdienst. Rond 312 bekeert Constantijn zich zelf tot het christelijk geloof toen hij volgens de legende aan de hemel een kruis had gezien. Vanaf dan wordt het christelijk geloof de staatsgodsdienst van het Byzantijnse Rijk en zou later de Grieks-katholieke Kerk genoemd worden. De Aya Sophia Keizer Justinianus I (483-565) liet tijdens zijn regeerperiode de Aya Sophia (kerk der Heilige Wijsheid) bouwen. Het was de grootste christelijke kerk in de oosterse wereld en de bedoeling was dat deze het Byzantijnse Rijk van een geestelijk centrum zou voorzien.
Camouflage Soms denk je een stukje hout te zien maar plotseling vliegt het als een vogel weg. Of je meent een bloem waar te nemen en dan blijkt het een vlinder te zijn. Veel dieren en planten overleven omdat ze qua uiterlijk een eenheid vormen met hun omgeving. Dit verschijnsel noemen we camouflage. Zo is het bijvoorbeeld heel moeilijk om een pasgeboren hertje in het struikgewas te ontdekken omdat zijn vacht vaalbruin en gespikkeld is. De groene vleugels van de bidsprinkhaan lijken net bladeren en een kameleon kan de kleur van zijn omgeving aannemen. Camouflage helpt dieren om zich voor hun vijanden schuil te houden, maar het helpt leeuwen en luipaarden ook om hun prooi ongezien te benaderen. Een andere vorm van camouflage is doodstil blijven zitten, zoals konijnen dat in een gevaarlijke situatie doen. De kameleon De kameleon staat bekend om zijn vermogen van kleur te veranderen en om zijn tekening waarmee hij zich aanpast aan zijn omgeving. De kleurverandering ontstaat als de cellen in zijn huid van grootte veranderen en de kleurstofcellen dichter onder het huidoppervlak komen te liggen, of juist dieper de huid ingaan. Zo veranderde de Jacksonkameleon, toen hij van zijn tak werd afgehaald, in vijf minuten volledig van groen en geel naar gevlekt bruin. De poolhaas In de zomer is de poolhaas één met zijn omgeving door zijn bruine kleur. In de herfst verhaart zijn vacht en krijgt hij een nieuwe, witte bontjas die een uitstekende camouflage in het winterse landschap vormt.
Canada In het noorden van Canada ligt een onherbergzaam gebied van eeuwige sneeuw en ijs. In het westen treffen we de Rocky Mountains aan. Midden-Canada is dan weer één groot graangebied. Dit maakt dat het op één na grootste land ter wereld meteen ook één van de dunst bevolkte is. Canada telt 27 miljoen inwoners. Deze wonen vooral in het zuidoosten, vlak bij de grens van Canada en Amerika. In Canada worden twee talen gesproken: het Frans en het Engels. De meeste Canadezen zijn immigranten. De taal van de oorspronkelijke bewoners, Indianen en Inuït (eskimo`s), hoor je er niet meer. Geografische ligging Canada beslaat de noordelijke helft van Noord-Amerika en strekt zich uit van de Stille Oceaan tot aan de Atlantische Oceaan. Een deel van het land ligt binnen de poolcirkel. De 8892 km lange grens tussen de Verenigde Staten en Canada is de langste grens tussen twee landen. De Rocky Moutains De Rocky Mountains is een bergketen in het westen van Canada. De bergen zijn met bomen begroeid en vormen een paradijs voor beren en andere wilde dieren. Natuurlijke rijkdommen Omdat Canada rijk is aan natuurlijke bronnen is het een welvarend land. Je vindt er mineralen zoals koper en ijzererts en het bezit enorme voorraden olie, kolen en aardgas. Veel Canadezen zijn werkzaam in fabrieken, bos- en landbouw. Canada exporteert veel naar de Verenigde Staten. Beide landen hebben een vrijhandelsverdrag. Dit betekent dat er geen belastingen betaald moeten worden op goederen die ze aan elkaar leveren.
Caraïben Tussen Mexico en Venezuela ligt over meer dan 3200 km een lange rij tropische eilanden. Men noemt ze de Caribische eilanden. Enkele eilanden zijn onbewoonde rotsen of koraalriffen maar veel andere zijn vrij groot met een welvarende bevolking. Zo heeft Martinique bijvoorbeeld 359 000 inwoners. Ze wonen rond de beboste hellingen van vulkanen. In het Caribisch gebied liggen 13 landen en 12 andere territoria. Het grootste land is Cuba met meer dan 10 miljoen inwoners. Ieder land heeft zijn eigen cultuur maar er zijn ook overeenkomsten. Het zijn restanten van de Europese overheersing uit de 18de en 19de eeuw. De Europese overheersers brachten Afrikaanse slaven naar de eilanden om op de suikerplantages te werken. De afstammelingen van deze slaven vormen vandaag de grootste bevolkingsgroep. Landbouw Meer dan de helft van de bevolking verdient de kost in de landbouw. Ze werken voor de landeigenaars en verbouwen suiker en thee, of ze hebben zelf een klein stukje land waarop gewassen voor eigen gebruik geteeld worden. Geschiedenis Het Caribisch gebied werd in 1492 door Christoffel Columbus ontdekt. Op een aantal eilanden woonden Amerikaanse Indianenstammen, de Arawaks, de Taino`s en de Cariben. Toen de Europeanen eenmaal overheersten, werden die indianen tot slavernij gedwongen. Degenen die in opstand kwamen werden gedood. Er zijn nu nog maar twee kleine groepen Indianen over: op Domonica en St.-Vincent.
Carnaval Carnaval Ieder jaar in februari wordt er gefeest, het is dan carnaval. Met carnaval staat de wereld een paar dagen op z?n kop. In heel Nederland, maar nog steeds het meest in Brabant en Limburg. Je trekt bijzondere kleren aan, iets geks of kleren die iets voorstellen. De een wil indiaan zijn, de ander zeerover of prinses. Uren lang wordt er gefeest, wel drie dagen lang. Er wordt gedanst, gegeten, gedronken. De burgemeester heeft niets te vertellen. Prins Carnaval is nu de baas. Plaatsnamen worden veranderd. Zo heet Den Bosch Oeteldonk, Eindhoven Lampegat, Bergen op Zoom Krabbegat. Ontstaan Het carnavals feest is al honderden jaren oud. Hoe oud het precies is, dat weten we niet. Maar we weten wel dat de oude Grieken hun wijngod Dyonisos op een schip met wielen rond reden. En dat de Romeinen een feest vierden waarbij ze zich ook verkleedden. En de Germanen vierden een feest in februari, omdat de zon dan weer langer ging schijnen. Ze waren blij dat de lange, koude winter weer voorbij was. De winter was voor de Germanen de moeilijkste tijd van het jaar. Er groeide niets meer en er was dan ook bijna niets te eten. De mensen waren dan ook ieder jaar weer dankbaar dat de zon langer ging schijnen en dat het warmer werd. De goden werden daarvoor bedankt en de boze geesten, die voor de kou hadden gezorgd probeerde men te verdrijven. Iedereen hoopte dat de planten weer zouden gaan groeien, dat er weer voldoende eten zou komen. maskers en ratels Maskers en ratels Vroeger droegen de mensen vaak maskers om daarmee de geesten af te schrikken.
China China heeft de oudste geschreven geschiedenis ter wereld. Deze gaat 3500 jaar terug. Er wonen een miljard mensen en van de totale wereldbevolking is één vijfde Chinees. Omdat het zo`n onmetelijk land is, is ook de bevolking niet uniform. De mensen uit het ene deel van China zien er heel anders uit dan deze uit het andere deel. De meeste Chinezen zijn Han-Chinezen. Maar sommige mensen in West-China lijken weer meer op mensen in hun buurlanden Pakistan en India. Ook het Chinese landschap is zeer afwisselend. Het oosten en zuidoosten is groen en vruchtbaar. Maar China heeft ook dorre steen- en zandwoestijnen.Het land wordt sinds 1949 geregeerd door een communistische regering. De sterke regering en de hardwerkende bevolking hebben ervoor gezorgd dat er genoeg voedsel, onderwijs en een goede gezondheidszorg is. Geografische ligging China is op twee na het grootste land ter wereld en beslaat een oppervlakte van 9,5 miljoen km². Het ligt in Oost-Azië met Rusland in het noorden en Zuidoost-Azië en het Indiase subcontinent in het zuiden en het westen. Ten oosten ligt de Oost-Chinese Zee. Landbouw en veeteelt De meeste Chinezen wonen dicht bij elkaar in een gebied dat maar 15% van het totale landoppervlak bedraagt. Twintig percent van de bevolking woont in de reusachtige steden en de rest op het platteland. Daar verbouwen ze rijst en tarwe en fokken ze varkens en ander vee.Het Chinese voedsel bestaat vooral uit rijst, noedels en heel veel groenten. Er wordt ook veel gedroogd voedsel zoals sojabonen, vis en vlees gegeten.
Chinese muur Geen aaneengesloten bouwwerk Het beroemdste bouwwerk in China is de Chinese muur. Deze loopt van de zee, bij Shanhaiguan in de oostelijke provincie Hebei, tot aan Jiayuguan in Gobiwoestijn, in de westelijke provincie Gansu. De Chinese muur is niet in één keer gebouwd. Het oudste deel van de muur dateert van de 7e eeuw v.Chr. De laatste hand aan de muur werd gelegd rond 1500. Hoe lang de muur is, is niet precies vast te stellen. In China staat hij bekend als de `Muur van 10.000 Li`. Eén Li is 500 meter. Dit wil zeggen dat hij 5000 kilometer lang zou zijn. De muur is ook geen aaneengesloten bouwwerk. In feite is het een verzameling van verschillende stukken. De bouw De muur werd gebouwd om de verschillende Chinese staten te beschermen tegen invallen van nomadische ruitervolkeren uit het noorden. De Hunnen vormden een bedreiging voor de Chinese staten sinds de 3e eeuw voor Chr. Het was China`s eerste keizer, Qin Shi Huangdi, die rond 221 v.Chr. opdracht gaf de diverse gedeelten muur met elkaar te verbinden om zijn nieuw gevormde rijk beter te kunnen beschermen. Er werd tien jaar aan de muur gewerkt. Honderdduizenden jonge mannen werden gedwongen aan de constructie mee te werken. Sommigen schattingen zeggen dat wel 1 miljoen mannen zijn gestorven. Honderd jaar later waren de Hunnen nog altijd niet verslagen. Keizer Wu Di liet de muur opnieuw uitbouwen, richting westen. Nu was de muur zo`n 2000 li, ofwel 1000 kilometer lang. Tijdens de volgende dynastieën werd de muur telkens herbouwd en gerepareerd, want nog altijd meldden zich `barbaren` aan de noordgrenzen.
Chocolade Chocolade wordt gemaakt van cacao. Spaanse veroveraars leerden cacao kennen toen ze in de zestiende eeuw Amerika veroverden. Tegenwoordig vind je chocolade in allerlei vormen. Vooral de Belgische is gekend over de hele wereld. Godendrank van de Azteken Toen Colombus in het begin van de 16de eeuw de kust van Midden-Amerika verkende, ontdekte hij dat de inboorlingen als ruilmiddel de zaden van de cacaoboom gebruikten. Jaren later, in 1537, kreeg de Spaanse veroveraar Cortés van een Azteekse vorst een schuimende, lichtjes benevelende drank aangeboden waarin dezelfde zaden verwerkt waren. Deze drank noemden de indianen `xocoatl` of godendrank. De Spaanse kolonisten en missionarissen die zich in Amerika hadden gevestigd, maakten er `chocolate` van. Bij ons werd het `chocolade`. Halverwege de 17de eeuw deed chocolade zijn intrede in onze streken, aanvankelijk als drank, later ook in vaste vorm. De cacaoboom Oorspronkelijk groeide de cacaoboom in tropisch Amerika, maar tegenwoordig wordt hij ook in vele andere tropische gebieden aangeplant. De boom houdt van een gemiddelde temperatuur van 25°C, vochtige lucht en vochtige grond. Hij kan tot 15 meter hoog worden, maar op de plantages laat men hem meestal niet hoger worden dan 4 meter. De bladeren hebben een lengte van 40 centimeter en de vele witte tot roze bloemen groeien op de stam en op de grotere takken. Slechts enkele tientallen bloemen per boom leveren vruchtkolven op. Een veelheid aan producten De cacaoboom is een belangrijke voedselplant die verschillende producten oplevert.
Christendom Christenen zijn volgelingen van Jezus Christus, een jood die 2000 jaar geleden werd geboren in het huidige Israël. Jezus was leraar en profeet, maar de christenen geloven dat hij ook als zoon van God op aarde kwam om de mensen te verlossen van het kwaad. Jezus werd door zijn vijanden vermoord maar zijn volgelingen verkondigden dat hij uit de dood was opgestaan. Dit verschijnsel, dat aan de basis van het christelijk geloof ligt noemen we de `verrijzenis`.Tegenwoordig belijden meer dan 1,6 miljard mensen over de hele wereld het christelijk geloof. Daarmee is het christendom de meest verspreide godsdienst ter wereld. Binnen het christelijk geloof zijn verschillende richtingen. De drie belangrijkste zijn het katholicisme, het protestantisme en het Grieks-katholicisme. De meeste christenen belijden hun geloof door in kerkdiensten samen te komen Doop Door zich te laten dopen treden volwassenen en kinderen toe tot de christelijke kerk. Bij deze ceremonie worden ze met water besprenkeld of erin ondergedompeld. Tijdens deze plechtigheid krijgen de kinderen een naam en de ouders beloven hun kinderen als goede christenen op te voeden. In sommige landen houdt men de doop in een meer of rivier. Rooms-Katholisisme Zij vormen de grootste groep van alle christenen. Ze geloven dat de paus, hun geestelijke leider, Gods vertegenwoordiger op aarde is. Katholieken gaan gewoonlijk elke zondag naar de mis en zij biechten regelmatig hun zonden op aan een priester. Ze vereren Maria, de moeder van Jezus, en bidden tot haar om bescherming en raad.
Christoffel Coloumbus In 1492 vertrokken drie zeilschepen de Nina, de Pinta en de Santa Maria uit Spanje voor een gedurfde reis. Men wilde een nieuwe zeeroute naar Azië vinden om er specerijen (kruiden) en goud vandaan te halen. Christoffel Columbus (1451-1506), een Italiaans zeeman uit Genua, leidde de expeditie die door de Spaanse vorsten gesponsord werd. Er werd al handel gedreven met Azië maar dit gebeurde altijd via een oostelijke route. Colombus was er zeker van dat een westelijke route veel korter was. Twee maanden na zijn vertrek kwam hij in Azië aan. Dat dacht hij tenminste. Pas na zijn dood ontdekte men dat Colombus niet in Azië maar wel op de Caribische eilanden was terecht gekomen. Hij had toevallig Amerika ontdekt. De ontdekking van de Caribische eilanden Toen Columbus in het Caribisch gebied aan land ging trof hij daar mensen aan van de Carib- en Arawakstammen. Hij noemde deze mensen Indianen omdat hij dacht in India te zijn.
Circus Ontstaan Het woord circus komt uit het Latijn en betekent letterlijk cirkel. De Romeinen gebruikten deze naam voor hun renbanen waar zij wagenrennen hielden. Deze renbanen waren langwerpige banen met in het midden een lange muur die aan de uiteinden halfronde palen had, waaromheen de wagens de bocht moesten nemen. Aan één korte kant stonden de stallen vanwaaruit de wagens startten. Aan weerszijden van de baan waren tribunes voor de toeschouwers. Sommige van deze Romeinse renbanen zijn bewaard gebleven. In Rome is de bekendste renbaan te bezichtigen: circus Maximus met 400.000 plaatsen. circus Maximus De geschiedenis van het circus zoals we dat nu kennen begint in 1770. Een Engelse sergeant, Philip Astley, vertoonde toen zijn kunsten op paarden in een piste met een tribune eromheen. Later liet hij zelfs een permanent gebouw maken en nodigde zangers, dansers en clowns uit om tussen de paardennummers op te treden. In 1774 ging hij met zijn circus naar Parijs en had daar veel succes. De circustraditie was geboren. In de negentiende eeuw ontstonden er in Engeland en Frankrijk overal circussen. Vaak waren het complete families die een eigen circus oprichtten en hiermee hun brood probeerden te verdienen. Zo was er in Frankrijk het circus Franconi en in Engeland het circus van de gebroeders Sanger. De circustraditie waaide ook over naar Amerika. Daar ontstond het eerste rondreizende tentcircus rond 1830. Hier werden wilde dieren, zoals leeuwen en tijgers, in het circusprogramma geïntroduceerd.
Communisme In 1917 werd in Rusland de eerste communistische regering ter wereld gevormd en rond 1950 leefde al bijna een derde van de wereldbevolking onder communistisch bewind.Het woord `communisme` is van het Latijnse woord `communis` afgeleid wat `gemeenschappelijk` betekent. De Griekse schrijver Plato schreef meer dan 2000 jaar geleden al over communistische ideeën in zijn boek `De Staat`. Veel later ontwikkelde Vladimir Lenin, een Rus, het moderne communisme aan de hand van boeken van de Duitse filosoof Karl Marx.De kapitalisten geloven in privé-bezit, maar communisten vinden dat het volk eigenaar moet zijn van de rijkdommen van een land en dat die eerlijk moet verdeeld worden. In de twintigste eeuw was het communisme een zeer belangrijke politieke macht. Maar de mensen in communistische landen hadden nauwelijks bezittingen en geen enkele vrijheid. Aan het einde van de jaren 1980 verwierpen verscheidene landen, waaronder de Sovjet-Unie, het communistisch bewind. Karl Marx Het communisme is gebaseerd op de werken van Karl Marx (1818 - 1883). Zijn belangrijkste boek,`Het Kapitaal`, werd een communistische bijbel. Marx schreef dat er al eeuwenlang strijd werd gevoerd tussen de rijke heersers en de arme arbeiders. De arbeiders zouden er volgens hem in een revolutie in slagen de rijke heersers te verslaan. De steunpilaren van het kapitalisme Bij een kapitalistisch systeem bezitten een paar mensen alle bedrijven. De arbeiders krijgen een loon maar delen niet in de winst. De steunpilaren van het communisme Bij een communistisch systeem bezitten de arbeiders de bedrijven.
Compost Wat is compost ? Compost is een donker, zwart-bruin, kruimelachtig materiaal dat naar bosgrond ruikt. Het is een humusproduct dat levende organismen en gemineraliseerde plantenvoedende elementen bevat. Het water en nutriënten worden door de compost goed vastgehouden en langzaam en naar behoefte aan de plantenwortels ter beschikking gesteld. Na het gebruik van de compost gaat de afbraak van het organische materiaal ook nog door in of op de bodem. Daarbij worden steeds meer voedingselementen vrijgegeven. Tegelijk wordt ook humus gevormd waardoor een goede kruimelige bodemstructuur ontstaat die water, warmte en voedingsstoffen vasthoudt. Compost: - Verrijkt de bodem met organisch materiaal en voedt het bodemleven. - Doet een bodemstructuur ontstaan die water, warmte en voedingsstoffen vasthoudt. - Maakt kleibodems lichter en zorgt ervoor dat zandgronden beter water vasthouden. - Brengt de zuurtegraad van de bodem tot op optimale waarde. - Buffert temperatuurverschillen tussen dag en nacht. - Voorkomt erosie van de bodem door wind en water. - Beschermt de planten tegen parasieten en ziekten. Wat is composteren ? Composteren is een versnelde vorm van het natuurlijke verteringsproces, waarbij het er in essentie op neerkomt de micro-organismen en wormen die voor de afbraak zorgen, goed te voeden en te verzorgen. Dit betekent: de organische afvalstoffen goed mengen en ervoor zorgen dat er voldoende vocht en lucht aanwezig is. Maar composteren is in de eerste plaats een wonderlijk en leerrijk tuingebeuren dat je meer inzicht verschaft in de natuurlijke processen die rondom ons plaatsgrijpen.
Computer De mens heeft lang gezocht naar een manier om het rekenen te versnellen. De eerste stap in dit proces was het telraam dat vandaag nog altijd door de Chinezen gebruikt wordt. De eerste voorloper van de computer was de rekenmachine die Blaise Pascal in 1642 uitvond. Deze machine kon optellen en aftrekken. In de 18de eeuw werden veel automaten gebouwd. Ze moesten opgewonden worden met een sleutel en konden allerlei bewegingen uitvoeren.De eerste computerDe eerste computer was de ENIAC. Deze elektronische rekenmachine werd in 1943 in Amerika gebouwd. Hij woog 30 ton, verb
Conquistadores In 1492 ontdekte Columbus het Caribisch gebied. Niet lang daarna (begin van de 16de eeuw) gingen de eerste Spaanse avonturiers hem achterna. Deze veroveraars of conquistadores waren vooral soldaten die belust waren op goud, zilver en grond. De katholieke kerk stuurde priesters met hen mee om de indianen te bekeren. De beroemdste veroveraars waren Hernando Cortés (1485-1547) die de Azteken in Mexico versloeg en Francisco Pizarro (1470-1541) die de Inka`s in Peru overwon. Omdat de conquistadores konden beschikken over stalen wapens, vuurwapens en paarden kostte het hun niet veel moeite om de indianen te verslaan. Bovendien stierven meer dan 70 miljoen indianen aan ziektes (mazelen, waterpokken) die de Europese veroveraars met zich meebrachten. Dat betekende ook het einde van de beschaving en cultuur van deze indianen. Door het land in hun bezit te nemen, maakten de conquistodores de weg vrij voor een enorm Spaans rijk in de Amerikaanse landen. Dit rijk hield stand tot in de 19de eeuw. El Dorado De veroveraars hadden verhalen gehoord over een gouden koninkrijk met aan het hoofd `El Dorado`, de gouden man. Ze hebben heel lang naar dit land gezocht, maar nooit hebben ze het gevonden. De meeste van de schitterende gouden kunstvoorwerpen namen ze mee naar Europa, waar ze omgesmolten werden. De indianen De indianen werden na de veroveringen wreed behandeld en moesten als slaven in de goudmijnen voor de Spanjaarden werken. Het duurde niet lang of hun eigen levensstijl verdween voor altijd.
Dassen en stinkdieren Dassen en stinkdieren zijn `s nachts het meest actief. Het is vooral dan dat ze op zoek gaan naar voedsel. Ze zijn familie van de wezel en komen , met uitzondering van de poolgebieden, zowat overal in de wereld voor.De das is een zwaar, stevig dier met een breed en gespierd lijf. Met zijn sterke klauwen graaft hij zijn hol (dassenburcht). Hierin slaapt hij overdag. Zijn dikke vacht kleurt zwart met wit en bruin.Het stinkdier heeft, net als de das, zwarte en witte strepen maar heeft ook een lange pluimstaart. Hij komt vooral in de uitgestrekte bossen van Noord- en Zuid-Amerika voor. Als we kijken naar het uiterlijk kunnen we de stinkdieren in drie groepen verdelen: gestippelde, gestreepte en deze met een varkensneus. De twee laatste leven in zelf gegraven holen in de grond. Het gestippelde stinkdier woont in bomen. Zowel de das als het stinkdier hebben een prima methode om vijanden op een afstand te houden. Als ze aangevallen worden verspreidden stinkdieren in hun huid een vieze geur. Dassenburcht Een dassenfamilie bestaat soms wel uit 15 verschillende exemplaren die in één dassenburcht leeft. Zo`n dassenbucht is een netwerk van tunnels langs de waterkant of tussen de wortels van bomen. Een dassenhol kan wel 100 jaar dienst doen en meer dan 20 verschillende ingangen hebben. Regelmatig krijgt het hol een grondige poetsbeurt. De dassen slepen het vuil dan naar buiten en leggen met verse bladeren, mos en gras een nieuwe vloerbedekking aan. Strepen Hij is gemakkelijk te herkennen aan de duidelijke zwarte en witte strepen op zijn kop.
De vier seizoenen Lekker genieten van de warme zonnestralen kan jammer genoeg niet het hele jaar door. Hoe komt dat ? Waarom is het in de winter koud en in de zomer warm ? Dag en nachtJe hebt het al gemerkt dat in de winter de dagen veel korter zijn dan in de zomer. Dag en nacht zijn het gevolg van de draaiing van de aarde om haar as. Eén volledige omwenteling duurt 24 uren. De kant van de aarde die naar de zon gericht is ontvangt het licht van de zon en heeft dus dag. De andere kant ontvangt geen licht en heeft nacht.Komen de zonnestralen loodrecht op de aarde toe, dan duren dag en nacht precies even lang. Dit gebeurt twee maal per jaar: op 23 september en op 21 maart.Vier seizoenenDe aarde staat schuin in het heelal. Daardoor is ofwel de bovenzijde (het noordelijk halfrond) ofwel de onderzijde (zuidelijk halfrond) naar de zon gericht. Dit komt omdat de aarde niet alleen rond haar eigen as maar ook rond zon draait. Zo`n omwenteling duurt één jaar. Nu eens is de bovenzijde van de aarde, dan weer de onderzijde meer naar de zon gericht.Vanaf 21 maart tot 23 september is het noordelijk halfrond meer naar de zon gericht. Dit betekent dat een groter oppervlak van het noordelijk halfrond belicht wordt en het langer duurt vooraleer dit deel wegdraait uit het zonlicht. De dag is dan langer dan de nacht. De lengte van de dag neemt toe van 21 maart tot 21 juni (de langste dag). Het wordt dan ook warmer. Deze periode noemen we de lente.Vanaf 21 juni begint de zomer en worden de dagen opnieuw korter. Ze duren wel nog altijd langer dan de nachten.
Dinosauriërs Lang voor het ontstaan van de mens werd de aarde, 160 miljoen jaar lang, bevolkt door enorme dieren: dinosauriërs. Het bestaan ervan werd pas 150 jaar geleden ontdekt.Dinosauriërs waren reptielen en zij leefden op het land. De naam `dinosaurus` betekent `verschrikkelijke hagedis` en net als een hagedis had de dinosaurus een taaie, geschubde huid.Er zijn honderden verschillende soorten dinosauriërs geweest die niet allemaal op hetzelfde ogenblik leefden en die in twee hoofdgroepen verdeeld kunnen worden. De vogelbekken-dinosauriërs hadden een bekkenbouw die op die van een vogel leek. De hagedisbekken-dinosauriërs hadden dan weer een bekkenbouw die op die van een hagedis leek.Niet alle dino`s waren reuzen. Sommige waren niet groter dan een kip of een hond. Er waren vleesetende dinosauriërs maar ook plantenetende soorten. Ongeveer 65 miljoen jaar geleden stierven alle dinosauriërs en andere vliegende of zwemmende reptielen om onbekende reden uit. Tyrannosaurus Rex De gigantische Tyrannosaurus was de grootste vleesetende dinosaurus. Het is ook het grootste, ons bekende, vleesetende landdier aller tijden. Wetenschappers ontdekten in Noord-Amerika voor het eerst de fossielen van deze dieren. Ze waren 14 meter lang en 6 meter hoog. De enorme tanden waren langer dan 15 centimeter. De Tyrannosaurus woog bijna 7,25 ton en was waarschijnlijk te zwaar om snel te kunnen rennen en op andere dinosauriërs te jagen. Hij at kleine of zieke dieren en dode dinosauriërs. Iguanodon De Iguanodon is een planteneter.
Dirk Freemout Dirk Frimout werd geboren in Poperinge op 21 maart 1941. Na het behalen van zijn diploma van ingenieur elektronica (1963) en van zijn doctoraat in de toegepaste fysica (1970) aan de Universiteit van Gent, vertrok hij naar Colorado om een postdoctoraat te behalen in een laboratorium van atmosferische en ruimtelijke fysica (1972). Tot 1978 werkte hij in het Belgisch Instituut voor Ruimte-Aëronomie. In 1977 stelt hij voor het eerst zijn kandidatuur als astronaut. Vijftien jaar later is hij de eerste Belg in de ruimte. In het kader van een missie van de Nasa maakte hij een vlucht rond de Aarde. Hij vloog op 24 maart 1992 mee aan boord van het ruimteveer Atlantis. Hij was er verantwoordelijk voor de wetenschappelijke proeven die werden uitgevoerd. De in hoofdzaak Amerikaanse bemanning bestond uit nog vijf mannen en een vrouw. De missie Atlas-1, gericht op observatie van de Aarde, eindigde op 2 april 1992. Dirk Frimout zag een jongensdroom - namelijk vliegen in de ruimte - in vervulling gaan. Zijn prestatie kon rekenen op het enthousiasme van alle Belgen. Hij werd geëerd met de graad van Groot Officier in de Leopoldsorde. Hij ontving tevens de titel van burggraaf.
Dolfijnen Dolfijnen zijn zoogdieren die behoren tot de groep der tandwalvissen. Dolfijnen hebben zich in hoge mate aan de zee aangepast en bezitten daardoor vele eigenschappen die hen van andere dieren onderscheiden. Zowel de grote als de kleine soorten hebben de vorm van een uitgerekte torpedo, geheel gestroomlijnd vanaf het topje van de neus tot aan de slanke, ankervormige staart. Ondanks hun omvang bewegen ze zich gemakkelijk door het water. Hun staart golft in een rustige beweging op en neer en drijft hen zo voort met nauwlijks enige turbulentie in het water of verpilling van kracht. Dolfijnen halen 30 kilometer per uur. Dolfijnen dragen hun neusgaten boven op hun hoofd. Ze ademen uit door te `spuiten`, als ze aan de oppervlakte komen en ademen in voordat ze weer onderduiken. Dolfijnen brengen daarom het grootste deel van hun leven door aan het wateroppervlak of in de buurt daarvan. Alle tandwalvissen zien en horen goed en hebben een zachte en gevoelige huid die rimpelt als ze door het water zwemmen, waardoor de wrijving verminderd. De meeste zijn volledig onbehaard, hun onderhuids vet `blubber` zorgt voor de isolatie. Soorten Er zijn maar liefst tachtig soorten, met grote verschillen in karakter. De meest bekende soort is wellicht de tuimelaar.Tuimelaars leven in vrijwel alle tropische en gematigde zeeën. Je ziet ze in grote scholen bij de kust en in de buurt van veel belangrijke scheepvaartroutes.De tuimelaar groeit tot een lengte van 3,6 meter en voedt zich met allerlei soorten vis.
Donald Duck Levensverhaal Donald is de zoon van Woerd `Snater` Duck (de zoon van Oma Duck) en Hortensia Duck (de zus van Dagobert Duck). Zijn driftig karakter heeft Donald niet van vreemden. Zijn ouders konden er ook wat van. Het was dan ook niet meteen liefde op het eerste gezicht toen Woerd en Hortensia elkaar voor het eerst ontmoetten. Zijn eerste verschijning In juni 1934 ging `The Wise Little Hen` in première. In deze tekenfilm probeert een kip hulp te krijgen bij het oogsten van haar maïs. Haar buren zien al dat werk niet zo zitten en doen net of ze enorme buikpijn hebben. Eén van deze buren is een kwakende eend met een matrozenpakje: Donald Duck. Hij speelde in `The Litle Wise Hen` nog maar een bescheiden bijrolletje. De enige woorden die hij in de film zei waren: `Who? Me? Oh no, I`ve got a bellyatche` (Wie? Ik? Oh nee, ik heb buikpijn). Orphan`s Benefit Al binnen een jaar verscheen Orphan`s Benefit. In deze film geven Donald Duck en Mickey Mouse een benefietvoorstelling voor weeskinderen. Die vinden het optreden niet veel voorstellen en proberen het dan ook op allerlei manieren te doen mislukken. Dat lukt ze goed, want Donald windt zich voortdurend op en gaat vreselijk te keer. Zijn driftig optreden valt bij het publiek in de smaak. Donalds tekenfilmcarrière telt dan ook meer dan 170 films. Strips Na een aantal optredens in weekendbijlages voor Amerikaanse kranten kreeg Donald Duck in 1938 zijn dagelijkse krantenstrip. Deze werd geschreven door Bob Karp en getekend door Al Taliaferro.
Dood Ook al is het geen prettig onderwerp, vroeg of laat krijgt iedereen ermee te maken. Alles wat geboren wordt en leeft gaat op een dag weer dood. Leven met de dood: vroeger Rituelen rond de dood zijn geen uitvinding van onze tijd. Archeologische vondsten tonen aan dat de mens al van in zijn prille bestaan met de dood bezig was. Al eeuwenlang gebruiken mensen rituelen om op een plechtige manier afscheid te nemen van de doden.De NeanderthalerDe Neanderthaler (150 000 tot 35 000 v.Chr.) plaatste zijn doden op een bloemenbed. In 1960 werd deze stelling bevestigd toen in Noord-Irak onderzochte grond van een Neanderthalergraf restanten bevatte van stuifmeel van hyacinten, boterbloemen en stokrozen.De Oude GriekenDe Oude Grieken dachten dat ze na hun dood als schimmen naar de onderwereld gebracht werden. Daar werden ze over een riviertje gezet door een veerman. De Griekse doden kregen een muntstuk mee in hun mond. Daarmee konden ze de veerman betalen. Het riviertje werd bewaakt door Cerberus, een gevaarlijke hond met drie koppen. Die zorgde ervoor dat er geen doden terugkeerden naar de overkant.De Oude EgyptenarenDe Egyptenaren stopten allerlei spullen mee in het graf van hun doden. Spullen die de dode aan de andere kant zou kunnen gebruiken. Voor de farao`s bouwden ze zelfs reusachtige piramides. Die stopten ze vol met allerhande schatten. En omdat het lichaam goed bewaard moest blijven, balsemden ze het en wikkelden het in linnen doeken. Zo`n mummie bleef duizenden jaren goed bewaard.
Drugs Verslaafd Een verslaving is iets wat je absoluut niet kunt laten. Voor de één is dat bijvoorbeeld een sigaret roken of gokken, voor de ander kan het heel iets anders zijn. Je kunt ook verslaafd zijn aan eten en aan drank. Wist je dat de meest simpele dingen al verslavend zijn? Spekjes, dropjes en chips of wat dacht je van lekker languit op de bank liggen en TV kijken of uren internetten/websurfen ? Totdat je er niet meer vanaf kunt blijven, je bent er afhankelijk van geworden.Sommige mensen, ook van jouw leeftijd, zijn verslaafd aan drugs. Ze vinden het gevoel en de invloed die drugs op hun geest hebben erg prettig. Soorten drugs We kunnen de verschillende drugs onderverdelen in drie grote groepen:- drugs die stimulerend werken,- drugs die verdovend werken,- drugs die je bewustzijn veranderen. Stimulerende drugs Stimulerende drugs geven je een gevoel dat je veel meer energie en kracht hebt. Sommige sportmensen maken gebruik van deze drugs om hun prestaties te verbeteren. Tabak, koffie, cola, ... behoren tot deze categorie.Verdovende middelenDeze maken je heel kalm en ontspannen. Slaapmiddelen, alcohol,... zijn verdovende middelen.Bewustzijnsveranderende middelenDeze middelen zorgen ervoor dat de wereld rondom jou er heel anders gaat uitzien. Zo lijkt de wereld plots heel hevig te gaan draaien en zie je dingen die er helemaal niet zijn. Gewenning Mensen die drugs gebruiken worden geestelijk en lichamelijk afhankelijk van deze middelen. Lichamelijke afhankelijkheid wil zeggen dat je lichaam altijd maar meer drugs nodig heeft om hetzelfde effect te bereiken.
Druktechniek Dagelijks hebben we te maken met gedrukte tekst en afbeeldingen: advertenties, verkeersborden, agenda`s, kranten, boeken, ... Gedrukte teksten zijn vanzelfsprekend maar er is een tijd geweest dat alle informatie moeizaam met de hand opgeschreven werd. Slechts weinig mensen konden toen lezen of schrijven. De uitvinding van de boekdrukkunst bracht hier verandering in. Er konden snel en goedkoop meer exemplaren van dezelfde tekst gemaakt worden. Vroeger had men losse, metalen letters die met de hand achter elkaar gezet werden. Dit zetsel werd geïnkt en op papier afgedrukt. Tegenwoordig beschikt men over computergestuurde fotozetmachines waarbij tekst in spiegelbeeld op film gezet wordt. 1. Het zetten De zetter typt de tekst in op de computer. Deze stuurt signalen naar de zetmachine die met behulp van een laserstraal de tekst op een plastic, lichtgevoelige film afdrukt. 2. Kleurscheiding Alle kleuren en afbeeldingen in een boek zijn weergegeven met slechts vier kleuren inkt. Voor elke kleur is een aparte drukplaat van een film gemaakt. Die aparte films maakt men door alle afbeeldingen op een draaiende wals te leggen. Een laserstraal tast de afbeeldingen vier keer af. Eén keer voor elke kleur. 3. Drukpers Drukplaten worden langs fotografische weg gemaakt. De zetfilm en de kleurenfilm worden belicht zodat elk detail op de lichtgevoelige laag van de drukplaat vastgelegd wordt. Chemicaliën op de plaat maken de opdruk zichtbaar. Vervolgens worden de platen op rollen in de drukpers bevestigd.
Duizendpoten Duizendpoten zijn zeer snelle rovers. Duizendpoten en hun langzame familieleden, de miljoenpoten, horen tot de geleedpotigen. Ze kunnen wel 180 paar poten hebben. Duizendpoten hebben één paar poten per segment. Miljoenpoten hebben twee paar poten per segment. Er zijn ongeveer 3000 soorten duizendpoten en 10 000 soorten miljoenpoten. Beide komen voor in donkere vochtige bossen, in de aarde, in gevallen bladeren en rottend hout. De meeste duizendpoten leggen hun eieren in de grond en laten ze verder aan hun lot over. Miljoenpoten zijn voornamelijk planteneters. Ze zijn zeer nuttig en verwerken dode bladeren en hout. Hun uitwerpselen vormen voedingsstoffen voor de grond. Miljoenpoten Als de miljoenpoot zijn weg door de aarde zoekt, bewegen zijn poten zich in een golfbeweging met 10 tot 20 poten tegelijk. De monddelen zijn speciaal geschikt om plantaardig materiaal te eten. De meeste voeden zich met rottend materiaal. Anderen eten wortels en vormen een bedreiging voor de landbouw. De meeste miljoenpoten verspreiden een onaangename geur om vijanden af te schrikken. De gestreepte reuzenduizendpoot Hij is de gevreesde vijand van wormen, naaktslakken en insecten. Een duizendpoot vindt zijn prooi door de twee lange voelsprieten op zijn kop te gebruiken. Daarna zet hij zijn twee lange gifklauwen in het slachtoffer. Het voorste paar poten is omgebouwd tot gifklauwen die verbonden zijn met gifklieren. De kaken bijten de prooi in stukken en brengen de stukken naar de mond van de duizendpoot.
Eekhoorn De eekhoorn is een echte boombewoner die als een acrobaat door de bomen rent en springt. Maar ook op de bosbodem is hij goed thuis. Hij begraaft zijn eten voor barre tijden en vindt het terug dankzij zijn reukvermogen. Hij houdt geen echte winterslaap. De winter brengt hij door in zijn nest. Uiterlijk Net als de bever, de hamster en de muis is de eekhoorn een knaagdier. Eekhoorns vallen op door hun grote pluimstaart, gepluimde oren, grote ogen en lange tenen met lange, scherpe nagels. De vachtkleur van rug en staart is rood of donkerbruin. De buik heeft echter een witte vacht die duidelijk afsteekt tegen de rugvacht. De wintervacht is donkerder en grijzer dan de zomervacht.Eekhoorns zijn zonder staart 21 tot 25 cm lang. De staart is 14 tot 22 cm lang. Het gewicht varieert van 230 tot 415 gram. Mannetjes en vrouwtjes zijn even groot. Leefwijze Eekhoorns zijn vooral in de vroege ochtend en de namiddag actief. Voedsel zoeken ze in de bomen en op de grond. Ze kunnen goed springen en klimmen en bewegen zeer behendig tussen bomen en takken. De staart dient als evenwichtsorgaan. Hun voedsel bestaat hoofdzakelijk uit boomzaden zoals eikels, noten en kegels van naaldbomen. Ook eten ze knoppen, bladeren, bessen, paddestoelen, rupsen, vogeleieren en jonge vogels. Een winterslaap kennen eekhoorns niet, want ze blijven warm in hun nest en leggen voedselvoorraden aan. Wel zijn ze `s winters minder actief. De voedselvoorraden worden in de zomer en de herfst aangelegd. De plek waar ze hun voorraad hebben verstopt, vergeten ze vaak, maar dankzij hun reukvermogen sporen ze die meestal weer op.
Eerste wereldoorlog Tussen 1914 en 1918 woedde er in Europa een hevige oorlog die wereldoorlog genoemd werd omdat bijna elk land in de wereld ermee te maken kreeg. Verschillende grote Europese landen streden om de macht en de gevechten begonnen, toen het keizerrijk Oostenrijk-Hongarije de oorlog verklaarde aan Servië. Er ontstonden twee kampen: de geallieerden (bondgenoten) Groot-Brittanië, Frankrijk, Italië, Rusland en de Verenigde Staten tegenover de centrale mogendheden Duitsland, Oostenrijk-Hongarije en Turkije. In het begin dachten beide partijen dat ze elkaar snel en gemakkelijk konden verslaan. Maar al spoedig bleek dat geen van de partijen sterk genoeg was om te winnen. Er sneuvelden duizenden soldaten voor de prijs van een paar honderd meter terreinwinst. Sommige dachten dat deze oorlog toekomstige oorlogen zou voorkomen, maar uiteindelijk was alles voor niets geweest. Niet lang daarna brak er in Europa een nog grotere oorlog uit. De aanleiding tot de oorlog Op 28 juni 1914 werd aartshertog Ferdinand, de erfgenaam van de Habsburgse troon, door een Servische terrorist doodgeschoten. Duitsland steunde Oostenrijk tegen Servië, ook als Oostenrijk de oorlog zou verklaren. Een maand na de aanslag begon de eerste wereldoorlog. Loopgravenoorlog De troepen rukten zo ver mogelijk op, waarna ze dekking zochten in loopgraven. De soldaten zaten daar dicht opeengepakt, tot aan hun knieënin de modder, terwijl ratten en luizen hen het leven nog zuurder maakten. Zodra de soldaten uit de loopgraven te voorschijn kwamen, werden ze door de vijand met machinegeweren neergemaaid.
Egels, mollen en spitsmuizen Egels, mollen en spitsmuizen zijn goed aangepast aan het leven in het donker. Hun ogen en oren zijn niet al te best, maar ze ruiken des te beter en door hun gevoelige snorharen kunnen ze de weg in het donker vinden. Egels zijn ongeveer 25 cm lang. Ze hebben kleine oortjes, een kort staartje, een lange snuit en zijn aan de bovenkant helemaal bedekt met scherpe stekels. De meeste egels verstoppen zich overdag in een holletje tussen bladeren of onder een heg. Ze komen in de schemering tevoorschijn om insecten, slakken en wormen te eten.De gewone mol brengt het grootste deel van zijn leven onder de grond door. Zijn zachte, fluwelen vacht is kort en groeit niet in een bepaalde richting, waardoor de mol zich gemakkelijk in de grond beweegt. De mol gebruikt zijn voorpoten met lange nagels als schopjes en graaft hiermee tunnels, op zoek naar insecten.Spitsmuizen zijn ook aangepast aan het donker. Ze lijken op muizen maar ze zijn kleiner en hebben een langere neus en hele kleine oogjes. Egels, mollen en spitsmuizen behoren allemaal tot de groep insecteneters. De Europese egel Egels kunnen razendsnel lopen. Wanneer een egel zich bedreigd voelt, rolt hij zich op als een bal. Zelfs zijn poten en kop zijn verstopt in het midden van die bal. Een ring van spieren aan de onderkant van zijn lichaam trekt zich samen als een koordje om een beurs. Egels hebben ongeveer 5000 stekels die bij gevaar rechtop gaan staan.Ook `s winters rolt de egel zich op tot een bal en houdt zijn winterslaap.
Egyptische kunst Aan het hoofd van het Egyptische rijk stonden de farao`s. Zij waren niet alleen koning maar ook God. Na hun dood werden de farao`s begraven in grote piramiden (graven). De muren van deze grafkamers werden beschilderd met prachtige afbeeldingen. Meestal vertelden deze schilderijen iets over het leven van de farao`s. Dikwijls hadden ze ook een religieuze functie. Deze muurschilderingen leren ons veel over het leven in die tijd. Dat komt omdat de kunstenaars zeer realistische voorstellingen gaven van het leven zoals zich dat toen afspeelde. Alles werd natuurgetrouw en met oog voor detail afgebeeld. Wanneer we de afgebeelde figuren bestuderen valt wel een eigenaardigheid op. De hoofden worden altijd in profiel (van op de zijkant) weergegeven. De ogen zijn dan weer zo geschilderd dat ze ons steeds aankijken. Het bovenlichaam (de schouders) is steeds van voren te zien, terwijl de benen en de voeten in looppositie gedraaid zijn. De meeste muurschilderingen zijn ingekleurde reliëfs. Als je er met de vingers overgaat voel je het beeld uitsteken boven de achtergrond. Er werden ook vaste kleuren gebruikt. Zo werd de huid van de vrouw altijd okergeel, deze van de man altijd roodbruin, de goden groen of blauw en de kleding vaak wit gekleurd.
El Greco El Greco (Spaans voor `de Griek`) werd geboren in 1541 op het eiland Kreta (Griekenland) en overleed in Toledo (Spanje) op 6 of 7 april 1614. Zijn echte naam was Domenikos Theotokopoulos. El Greco werkte enige tijd in Venetië, bij Titiaan, waar hij beïnvloed werd door Il Tintoretto en Caravaggio. In zijn vroege werk zijn Italiaanse en Byzantijnse voorbeelden duidelijk zichtbaar. Nadat hij zich rond 1570 in Spanje vestigde, ontwikkelde hij een eigen stijl. Deze stijl wordt gekenmerkt door ongewone kleurencombinaties, sterke contrasten en langgerekte figuren. Hij schilderde hoofdzakelijk religieuze taferelen. Omdat hij de bijbel nogal zeer persoonlijk interpreteerde kwam hij dikwijls in moeilijkheden met de kerkelijke overheden. Na zijn overlijden, toen het im- en expressionisme de waarde van zijn werk begrepen, duurde het tot in de 19de eeuw voordat zijn werk op de juiste waarde werd geschat.
Elektriciteit Elektriciteit is een vorm van energie. Ze wordt voortgebracht door elektronen. Dit zijn kleine deeltjes die deel uitmaken van een atoom. Elk elektron heeft een kleine elektrische lading. Als je nu het licht aansteekt stromen er per seconde miljoenen en miljoenen elektronen door de lamp. Kabels die in de muren en plafonds verborgen zijn, transporteren de elektriciteit door huizen en fabrieken, zodat de energie beschikbaar is door een druk op de knop. Elektrische energie bestaat ook in draagbare vorm. Batterijen halen hun elektrische energie uit chemicaliën, terwijl zonnecellen gebruik maken van de energie van het zonlicht. Lampen, elektromotoren en talloze andere apparaten hebben elektriciteit als krachtbron. Zonder elektriciteit zouden ook radio`s, televisietoestellen en computers niet werken. Twee soorten Er zijn twee soorten electrikiteit: elektriciteit die stroomt (elektrische stroom) en elektriciteit die niet stroomt (statische elektriciteit).Bij elektrische stroom bewegen miljarden elektronen zich door een leiding en zorgen zo voor energie. De elektrische stroom gaat van een bron, zoals een batterij of krachtcentrale, naar een machine en keert via een andere leiding terug naar de bron. De hoeveelheid elektrische stroom wordt gemeten in ampères.Statische elektriciteit ontstaat door wrijving. Er zijn twee soorten elektrische lading: positieve (+) en negatieve (-). Voorwerpen hebben meestal van beide evenveel zodat de ladingen elkaar in evenwicht houden. Maar als je een ballon tegen textiel wrijft, dan krijgt de ballon daardoor extra elektronen en dus een hogere negatieve lading.
Energie Zonder energie zou een auto niet rijden, een trompet geen geluid maken en een kaars niet branden. Met andere woorden: energie is het vermogen om dingen te laten gebeuren. Wanneer iemand een steen naar een raam gooit, zal de bewegingsenergie van de steen zichtbaar worden door het breken van de ruit. Het leven op aarde wordt beheerst door energie, waarvan het grootste deel afkomstig is van de zon. De zon zorgt er o.a. voor dat planten kunnen groeien. En planten vormen weer voedsel voor bijvoorbeeld dieren. Voedselenergie wordt opgeslagen in de spieren van het dier waardoor het zich kan bewegen.Energie zelf is niet zichtbaar of tastbaar maar kan wel worden verplaatst en zelfs opgeslagen. Bijvoorbeeld water bovenaan een waterval: de opgeslagen energie verandert in bewegingsenergie zodra het water begint te vallen en stroomt mee tot onder aan de waterval. Soorten energie Energie kent vele verschijningsvormen, die bovendien in elkaar kunnen overgaan. Bij krachtcentrales bijvoorbeeld wordt de chemische energie die opgeslagen is in kolen of olie, omgezet in warmte-energie, die weer water omzet in stoom. De stoom tenslotte drijft de turbines aan die elektrische energie maken om huizen en fabrieken van stroom te voorzien. Energie, kracht en arbeid Wanneer met kracht een voorwerp verplaatst wordt, wordt energie overgebracht op dit voorwerp en zijn omgeving. Deze overdracht van energie wordt arbeid genoemd. De hoeveelheid arbeid die verzet wordt, is afhankelijk van de grootte van de kracht en de afstand die het voorwerp aflegt.
Eskimo`s Oorspronkelijk komen de Eskimo`s uit Azië. Ongeveer 4000 jaar geleden vestigden ze zich op de Noordpool. Een Indiaanse stam uit Noord-Amerika noemde hen Eskimo dat `eter van rauw vlees` betekent. De Eskimo`s noemden zichzelf Inuït wat `echte mensen` betekent. De nieuwe Noordpoolbewoners waren nomaden en trokken rond om op zeehonden en kariboes (rendieren) te jagen. Ze overleefden de bitterkoude winters door schuilplaatsen in de grond te graven. Ze maakten een dak van wrakhout en walvisbeenderen met daaroverheen een laag turf. Hun kleding bestond uit dubbele lagen kariboe- of poolbeervacht. Tegenwoordig wonen de meeste Eskimo`s in kleine dorpen of steden, maar ze proberen hun oude cultuur in ere te houden. De jacht neemt nog altijd een belangrijke plaats in hun leven in. De ligging Er wonen Eskimo`s in Siberië, Alaska, Canada en op Groenland. Er zijn veel verschillende groepen Eskimo`s die genoemd zijn naar de streek waar ze wonen. Het noordelijkste puntje op aarde wordt door de Eskimo`s uit de poolstreken op Groenland bewoond. Op jacht De ouderwetse eskimoslee wordt door 10 tot 15 poolhonden voortgetrokken. Als een goede bestuurder de teugels in handen heeft, kunnen de honden in één dag 80 km afleggen.Rijke eskimo`s gaan niet meer met de hondenslee maar met de sneeuwauto op jacht. Omdat de jacht vele dagen kan duren worden voorraden en levensmiddelen meegenomen. Eskimo`s jagen alleen op dieren om te kunnen eten en om de vachten te verkopen. Ze jagen niet om de sport.
Europa De Europese cultuur heeft op de rest van de wereld een invloed gehad. Europa heeft namelijk een lange geschiedenis van machtige, welvarende landen met bloeiende handel en industrie. Een groot deel van die welvaart had en heeft Europa te danken aan de vruchtbare bodem en de vele rivieren. Er valt bovendien voldoende regen om de gewassen goed te laten groeien. Toch is het klimaat in Europa niet overal hetzelfde. De Zuid-Europese landen grenzen aan de Middellandse Zee en de lange, warme zomers in dat gebied lokken veel vakantiegangers. Het uiterste noorden van Europa ligt boven de poolcirkel, waardoor het daar vreselijk koud is. Europa heeft ook een aantal hoge bergketens zoals de Alpen en de Pyreneeën. De bevolking van Europa - 750 miljoen mensen - is net zo gevarieerd als het landschap: van lichte types in het noorden tot donkergetinte types in het zuiden. De ligging Europa ligt ten noorden van de Middellandse Zee en grenst in het westen aan het noordelijk deel van de Atlantische Oceaan. Groot-Brittanië, IJsland en een aantal andere omliggende eilanden horen ook bij Europa. Het Oeral gebergte in Rusland vormt de lange oostgrens met Azië. De Europese Gemeenschap De Europese Gemeenschap bestaat op dit ogenblik uit 15 landen die samen afspraken maken over handel, industrie en landbouw in Europa. Men helpt elkaar en men controleert elkaar. Industrie en handel In de 18de en 19de eeuw werden in Europa allerlei machines uitgevonden waardoor men in de fabrieken goedkoper en meer kon produceren.
Europese Unie Geschiedenis De geschiedenis van de Europese Unie kunnen we in vijf stappen samenvatten. Stap 1 In 1951 wordt de Europese gemeenschap voor Kolen en Staal of E.G.K.S. opgericht. Zes landen (België, Nederland, Luxemburg, Duitsland, Frankrijk en Italië) ondertekenen dit verdrag. Het doel is om de krachten voor de wederopbouw van Europa, dat door de tweede wereldoorlog veel te lijden had gehad, te bundelen. - In 1957 wordt de E.G.K.S. vervangen door de Europese Economische Gemeenschap of E.E.G. De zes eerder vernoemde landen maken deel uit van de E.E.G. De instelling heeft tot doel om op economisch vlak samen te werken. Stap 2 - In 1967 verenigen E.G.K.S. en E.E.G. zich in de Europese Gemeenschap of E.G.- In 1973 treden Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk toe tot de E.G.- In 1979 vinden voor de eerste maal verkiezingen plaats voor het Europees Parlement. 410 afgevaardigden worden rechtstreeks verkozen.- In 1981 treedt Griekenland toe tot de E.G.- In 1986 worden Spanje en Portugal lid van de Europese Gemeenschap. Stap 3 - In 1992 sluiten 12 landen van de E.G. in Maastricht een akkoord dat de naam `Verdrag van Maastricht` wordt genoemd. De landen van de E.G. zullen nu ook op politiek vlak nauwer gaan samenwerken. Ze vormen voortaan de E.U. of Europese Unie.- Op 1 januari 1993 gaan de grenzen tussen de lidstaten van de E.U. open en kunnen deze landen vrij handel drijven.- In 1995 treden Oostenrijk, Finland en Zweden toe tot de E.U. De Unie telt nu 15 lidstaten. Stap 4- Sinds januari 1999 hebben 12 van de 15 landen (Zweden, Verenigd Koninkrijk en Denemarken doen niet mee) een gezamelijke munt.
Evolutietheorie Hoe zag de eerste mens eruit ? De eerste mensen zagen er niet uit zoals jij en ik. Zij leken meer op apen dan op mensen. Langzamerhand zijn ze geëvolueerd tot ze eruit zagen zoals de mensen nu. Deze evolutie heeft zeer lang geduurd. Ongeveer 4,5 miljoen jaar om precies te zijn.De eerste mensachtige aap was de Australopithecus. Van deze soort is later de Homo sapiens sapiens of de huidige mens geëvolueerd. Zoals je kunt zien leek deze mensachtige meer op een aap dan op een mens. Alleen liep hij rechtop wat apen niet deden.
Fazant De naam fazant is een verzamelnaam voor een heleboel soorten fazanten waarvan vooral de mannetjes vaak prachtige kleuren hebben die ze gebruiken om indruk te maken op vrouwtjesfazanten en op hun mannelijke rivalen. Veel van die fazanten kunnen we in dierentuinen bewonderen of in volières zoals de goudfazant en de zilverfazant.De vrouwtjes zijn veel onopvallender gekleurd. De reden daarvoor is dat het vrouwtje tijdens het broeden op haar nest verstopt tussen struiken of hoog gras niet op mag vallen. Want de fazant heeft veel vijanden die dol zijn op een fazantenboutje of op de eieren. Katten, honden, vossen, bunzingen of grote roofvogels zoals de havik eten fazanten, terwijl andere grote vogels zoals kraaiachtigen en reigers de eieren of kuikens opeten. Geen oorspronkelijke bewoners Oorspronkelijk kwamen in onze streken geen fazanten voor. Vermoedelijk zijn fazanten, ca. 500-800 jaar na Chr., vanuit Transkaukasië als siervogel ingevoerd. Pas in de 18e tot de 20e eeuw is men begonnen de Oost-Chinese fazant in te voeren voor de jacht. Deze is herkenbaar aan een witte halsring. De fazanten die nu in in het wild in ons land rondlopen zijn kruisingen van deze twee soorten. Veel gelijkenis met de kip Net als kippen zijn het echte alleseters. Ze eten insecten, wormen, zaden, planten, knoppen, bessen, vruchten enz. Waar veel voedsel te vinden is, komen ook meer fazanten voor. Als slaapplaats kiezen ze net als onze kippen een hoge plek uit waar ze veilig zijn voor hun vijanden op de grond.
Fiets Ook al bestaat het wiel al duizenden jaren, toch duurde het tot het einde van de 18de eeuw voordat de voorloper van de fiets ontworpen werd. Het idee was niet vroeger ontstaan omdat niemand zich kon indenken dat iemand het evenwicht op een tweewieler kon bewaren.De voorouder van de fiets De voorouder van de fiets was niets meer dan een houten balk tussen twee houten wielen.De loopmachines van het einde van de 18de eeuw waren geen succes. Het waren zeer zware tuigen. Bovendien was je sneller te voet op je bestemming dan met zo`n fiets.In 1813 gaf de Duitser Karl von Drais een demonstratie met de `draisine`. Hij had meer succes dan zijn voorgangers. De tweewieler van von Drais ging vooruit als je je met je voeten afduwde. Deze loopfiets had ook een stuur. In Duitsland en Engeland ontketende deze loopfiets een echte rage die wel van korte duur was.De trappedalen De eigelijke geschiedenis van de fiets begint in 1861 toen de Franse koetsenbouwer Pierre Michaux op het voorwiel pedalen op traparmen bevestigde. De eersten hadden een houten frame. Later schakelde hij over op metaal. Om de schokken te dempen lagen er op de wielen volle rubberen banden. Omstreeks 1870 verschenen fietsen met reusachtige voorwielen. Het voordeel van zo`n grootwieler was de hoge snelheid die je ermee kon bereiken. Een nadeel was dan weer dat je een trapladder nodig had om op te stijgen. Bovendien was het niet zonder gevaar om met zo`n fiets te rijden. Het zadel bevond zich meer dan 2 meter boven de grond.
Forel De forel is een slanke, beweeglijke vis die zich bijzonder vlug verplaatst in zoet en zuurstofrijk water van meren en snelstromende waterlopen. Deze vis is nauw verwant met de zalm. De forel komt voor in alle koude en gematigde streken van de wereld. Woongebied Het woongebied van de forel ligt niet ver van de bron, in snelstromende beken en rivieren, met stroomversnellingen en watervallen, afgewisseld met rustige stukken. De bodem is bedekt met keien en grind. Begroeiing is haast volledig afwezig. Dat is het ideale woongebied van de forel. Voortplanting Om hun eieren te leggen, trekken forellen naar rustige plaatsen in de rivier, waar de stroming niet te sterk is. Deze plaatsen worden `paaigronden` genoemd. Sommige soorten uit de Noord-Europese meren of uit bergstreken zwemmen de rivieren die in de meren uitmonden op, tot aan hun paaigrond. De forellen die in de Belgische rivieren leven, zwemmen niet tegen de stroom in. De periode waarin eieren worden gelegd noemen we de paaiperiode. Een forel paait tijdens haar leven meerdere keren. De mannetjes planten zich voort vanaf de leeftijd van 2 jaar, de wijfjes vanaf 3 jaar. In de herfst graaft de wijfjesforel met haar staart een kuil in het grind. Daarin legt ze haar eitjes, die dan door het mannetje bevrucht worden. In de natuur wordt amper 5% van de 2000 tot 3000 eitjes bevrucht. De anderen worden doorgaans vernietigd of door andere vissen verslonden. Uit het eitje komt een pootvis die nog van gedaante moet veranderen en groeien, dankzij het reservemateriaal in de voedingszak, `dooierzak` genoemd.
Fossielen Fossielen zijn de resten of afdrukken van dieren en planten die in het rotsgesteente bewaard zijn gebleven. Heel vaak zijn het alleen nog maar harde delen van een dier die achter gebleven zijn. Zoals tanden of beenderen. De rest is weggerot. Soms kan het ook een pootafdruk van een dier zijn die we terugvinden. De vorming van fossielen duurt miljoenen jaren. De wetenschap die zich bezighoudt met de studie van fossielen heet paleontologie Ontstaan van fossielen Organismen sterven en worden bedekt door zand of klei. Ze komen zo in een aardlaag te liggen. Bijvoorbeeld een klei- of zandlaag. Alleen de harde delen van dit organisme blijven over. Van een dier of een mens zijn dit de beenderen. Bovenop het organisme komt weer een andere aardlaag te liggen. Zo`n laag noemt men een sediment. Het organisme wordt zo afgesloten van de lucht. In de loop van de tijd (eeuwen) komen verscheidene lagen op elkaar te liggen. Door de druk van de lagen fossiliseert of versteent het organisme. Uit de gefossiliseerde delen tracht men een voorstelling te maken hoe het organisme er uit gezien heeft. Men noemt dat een reconstructie. Schematische voorstelling van fossilisatie
Frankrijk Algemeen Frankrijk is wat betreft oppervlakte en invloed één van de grotere landen in Europa. Het ligt ten zuiden van België en Nederland. Er wonen 58 miljoen mensen (ongeveer 107 inwoners per km²). Frankrijk is een republiek. Dit betekent dat de Fransen een president hebben. De hoofdstad van Frankrijk is Parijs. Parijs is een mooie oude stad met veel bekende gebouwen. Je zult vast wel de Eiffeltoren en de Arc de Triomph kennen. De Franse regering is ook in Parijs gevestigd. Parijs zelf is een wereldstad en telt met haar voorsteden 9,1 miljoen inwoners. Hiermee is het de grootste stad van Frankrijk. Andere grote steden zijn Marseille (810 000 inwoners), Lyon (420 000 inwoners), Toulouse (370 000 inwoners) en Nice (345 000 inwoners).De officiële taal is het Frans. Niet overal in Frankrijk praten de mensen in het dagelijkse leven Frans. Zo komen we er ook het Occitaans( in het zuiden), Baskisch (in de westelijke Pyreneeën), Duits (in Elzas-Lotharingen), Nederlands( in Frans Vlaanderen), Catalaans (Roussillon), Italiaans (rond Nice) en Corsicaans (op Corsica) tegen. Frankrijk heeft een oppervlakte van 543.965 km². Buurlanden van Frankrijk zijn in het noorden België, in het oosten Luxemburg, Duitsland, Zwitserland, Italië en Monaco en in het zuiden Spanje. De grenzen zijn voor het merendeel van natuurlijke aard: in het noorden en noordwesten het Nauw van Calais en het Kanaal, in het westen de Atlantische Oceaan, in het zuiden de Pyreneeën en de Middellandse Zee en in het oosten de Alpen, de Jura en de Rijn.
Frans Hals Frans Hals werd waarschijnlijk in Antwerpen geboren in 1580 en hij overleed in Haarlem op 1 september 1666. Hij was vooral bekend als portretschilder en behoort samen met Rembrandt van Rijn en Johannes Vermeer tot de grootmeesters van de 17de eeuwse Hollandse schilderkunst. Zijn leven Na de val van Antwerpen in 1585 weken de ouders van Hals, die afkomstig waren van Mechelen, uit naar de Noordelijke Nederlanden. De familie wordt voor het eerst in 1591 in Haarlem vermeld. Volgens een bericht uit 1618 was Frans Hals een leerling van Carel Mander. Zijn eerste vrouw, Annetje Harmensdochter, stierf reeds in 1615. In 1617 trouwde hij Lysbeth Reiniers. Uit beide huwelijken had hij een groot aantal kinderen.In tegenstelling tot de meeste andere schilders uit die tijd schijnt hij nauwelijks gereisd te hebben. Slechts een verblijf van enkele maanden te Antwerpen, waar hij met de schilderkunst van Peter Paul Rubens in aanraking kwam, staat vast. Zijn werk bestaat uit ca. 200 portretten en uit ca. 50 portretachtige genrevoorstellingen (dit zijn gefantaseerde voorstellingen). Omdat zijn opdrachtgevers zeer belangrijke posities hadden in het dagelijkse leven wijst erop dat Frans Hals een gerespecteerd man is geweest. Uit verschillende archiefstukken blijkt ook dat hij herhaaldelijk in financiële moeilijkheden is geraakt. Vanaf 1662 – hij was toen mogelijk tachtig jaar geworden – ontving hij van de burgemeester van Haarlem jaarlijks geldelijke steun. Zijn werk Over de vóór 1610 ontstane werken is niets bekend.
Franse Revolutie In 1789 probeerde het hongerig Franse volk de rijke edelen die het land regeerden, ten val te brengen. `Vrijheid ! Gelijkheid ! Broederlijkheid !`, was hun leuze. Na de revolutie kwam het gewone volk aan de macht.De revolutie begon toen koning Lodewijk XVI failliet was en daarom voor het eerst sinds 1614 het Franse parlement bijeen riep. De Staten-Generaal steunde zijn voorstel om de belastingen te verhogen niet en nam de macht van hem over. In Parijs bestormde een grote menigte de Bastille, een gevangenis die het symbool van de koninklijke macht was. De koning werd gedwongen om de revolutie te steunen, maar nadat Frankrijk in 1792 tot republiek was uitgeroepen, werd Lodewijk XVI terechtgesteld. In 1793 brak er een tegen-revolutie uit die een schrikbewind tot gevolg had. Veel van het goede dat de revolutie gebracht had werd nu weer teniet gedaan. In 1799 greep generaal Napoleon Bonaparte de macht en eindigde de revolutie.
Gas Een snelle, milieuvriendelijke en gemakkelijke energiebron is gas. Gas wordt niet alleen in huis maar ook in de industrie gebruikt. Het gas dat wij als brandstof gebruiken is aardgas. Het wordt uit bronnen diep onder de zeebodem gewonnen. Ons aardgas is miljoenen jaren oud en het werd gevormd uit overblijfselen van planten die in de prehistorie op het land en in het water groeiden. Hoe ontstaat aardgas ? 1. Kleine plantjes zinken in de zee waardoor er op de zeebodem een laag dode planten gevormd wordt die zich met modder bedekt.2. Ook op het land vormt deze laag zich. Elke herfst opnieuw vallen bladeren van bomen en struiken en vermengen ze zich met de modder op de grond. Langzaam versteent de modder. Zo vormen zich meer en meer steenlagen waarvan het gewicht de planten steeds verder naar beneden drukt. Onder de grond loopt de temperatuur op.3. Door de druk en de hitte veranderen planten in zee langzaam in olie en daarna in gas. Op het land veranderen de planten eerst in steenkool, vervolgens in olie en daarna in gas. Het gas wordt in een diepe bron door een nieuwe steenlaag ingesloten.4. Het gas komt uit de bron omhoog naar het boorplatform en wordt via pijpleidingen naar de fabriek gevoerd.5. Hier wordt het ruwe gas gezuiverd en gedroogd. Vervolgens wordt het in grote tanks opgeslagen. Het wordt bevroren en in vloeibare vorm bewaard. Soorten gassen Een gasbron produceert verschillende soorten gassen. Methaan is één van de belangrijkste, maar ook propaan en butaan zijn brandbare gassen die uit een bron gewonnen worden.
Geld Munten en geldbiljetten zijn slechts metalen schijfjes of velletjes papier en toch zal de winkelier ze aannemen in ruil voor waardevolle artikelen. Geld is een algemeen aanvaard betaalmiddel dat je kunt ruilen tegen goederen. Als betaalmiddel kan eigenlijk van alles gebruikt worden, zolang het maar door iedereen aanvaard wordt. Zo hebben Tibetanen bijvoorbeeld een tijd pakjes gedroogde thee als geld gebruikt. Vroeger werden munten van edelmetaal (goud of zilver) gemaakt. In de 11de eeuw verschenen in China de eerste papieren bankbiljetten en hoewel papieren briefjes geen waarde hebben, beloofde de bank ze desgevraagd in te ruilen tegen goud. Op Engelse bankbiljetten staat deze belofte nog steeds gedrukt. Geschiedenis Prehistorie De eerste mensen waren verzamelaars die leefden van de jacht, de pluk en visvangst. Ze voorzagen in hun dagelijkse behoeften door rond te trekken. Ze hadden helemaal geen nood aan geld en bekommerden er zich dan ook niet om.Ruilhandel Langzamerhand gaf de mens zijn zwerversbestaan op en ging zich dankzij de uitvinding van de landbouw op één plaats vestigen. Terzelfdertijd ontstaat ook de ruilhandel. Dit is heel toevallig gebeurd. Op een dag had een groepje plukkers-jagers waarschijnlijk met een overschot aan bosbessen nu toch zo verschrikkelijk zin in een stukje vlees voor het middagmaal. De buren uit het dichtstbijzijnde dorp, die net een grote mammoet hadden gevangen, kregen evenveel zin in een beetje verse bosbessen bij hun stukje wild. De ruilhandel was geboren.
Geluid Geluid is een trilling van lucht Het geluid verplaatst zich als golven. Deze geluidsgolven worden door de oorschelp opgevangen en naar binnen geleid. Vervolgens laten ze het trommelvlies trillen. Hierdoor worden de geluidsgolven versterkt. Omdat de hamer in verbinding staat met het trommelvlies gaat deze ook meetrillen. Bij elke trilling slaat de hamer tegen het aambeeld die op zijn beurt de trilling doorgeeft aan de stijgbeugel. De stijgbeugel brengt de vloeistof waarmee het slakkenhuis gevuld is in beweging. De trillingen worden nu opgevangen door zenuwvezels die in de wanden van het slakkenhuis zitten. Deze zenuwvezels geven de trillingen door aan de hersenen. Hier worden ze omgezet in geluid. Toonhoogte wordt gemeten in Hertz De klank van geluid wordt bepaald door de toonhoogte, het aantal maal per seconde (frequentie) dat de verdichtingen en verdunningen van de geluidstrillingen optreden. De frequentie wordt uitgedrukt in Hertz. De mens kan frequenties vanaf ongeveer 20 Hertz tot bijna 20.000 Hertz horen. Laagfrequent geluid zijn frequenties onder de 100 Hertz, hoogfrequent geluid zijn de frequenties van meer dan 4.000 Hertz. Geluidsterkte wordt uitgedrukt in decibel De sterkte van een geluid ofwel het geluidsniveau, wordt uitgedrukt in decibel (dB).
Geneeskunde De eerste mensen geloofden dat een ziekte een straf van de goden was en dat priesters en tovenaars hen genezen konden. Als de Grieken uit de oudheid ziek waren, gingen ze naar de tempel en offerden dieren aan Aesculapius, de god van de genezing. Ze dronken geneeskrachtig water en baadden zich erin. Vervolgens volgden ze een streng dieet. In de 5de eeuw v. Chr. verkondigde de Griekse dokter Hippocrates dat ziekten niet door tovenarij maar door de natuur werden veroorzaakt en ook weer genezen. Hij kreeg de naam `vader van de geneeskunde`. De onderzoekingsgeest van de Renaissance (14de-15de eeuw) had allerlei experimenten tot gevolg, die een basis vormden voor de Europese geneeskunde. Veel mensen twijfelden nu aan de ouderwetse ideeën over geneeskunde. Geleerden als Vasalius (1514 - 1564) bestudeerden de lichamen van overledenen om meer over ziekten en hun geneeswijzen te weten te komen. Sinds die tijd zijn er in de geneeskunde veel ontdekkingen gedaan. Kruidengeneeskunde Kruidengenezers legden lijsten aan van allerlei kruiden en hun toepassingen. Monniken wisten ook veel van kruiden. De eerste apothekers verwerkten kruiden in hun drankjes en medicijnen, maar in Europa werden tijdens de Renaissance veel kruidengenezers van hekserij beschuldigd. Veel mensen gebruiken tegenwoordig weer kruiden om ziekten op een natuurlijke wijze te behandelen. Geschiedenis - De eerste dokters probeerden tienduizend jaar geleden een patiënt te genezen door een gaatje in zijn hoofd te boren.
Giraf De giraf is een bijzonder opvallend dier, met zijn ongewone nek en wonderlijke lichaamsbouw. Je kunt hem niet alleen in de dierentuinen aantreffen, maar ook nog in de savannes van Afrika, ten zuiden van de Sahara. Behalve zijn zeer opvallende lichaam, is ook zijn kleurrijke vacht een typisch kenmerk. Het dier heeft immers een bruine kleur, doorweven met een geel netwerk, dat een goede camouflage biedt tussen de bomen. Deze vallen immers samen met het licht en schaduw van de takken. De geboorte Giraffen leven in gezinsverband. Zo’n gezin bestaat uit een mannetje, met meerdere wijfjes. Wanneer een vrouwtje bevrucht is, duurt de draagtijd meestal een dik jaar (400 à 468 dagen). De bevalling zelf vindt buiten de kudde plaats en duurt niet zo lang. Meestal brengen giraffen één of twee jongen ter wereld. Zo’n kleine giraf is toch al 1m80 hoog en weegt zo’n 45 kilo. Het jong kan al meteen staan. De zoogtijd neemt een half jaar tot een heel jaar in beslag. Na twee dagen kan een jong reeds de ouderen bijhouden. Pas na 10 jaar zijn ze volwassen. Al die tijd worden ze met zorg omringd. Om de jonge giraffen te beschermen tegen roofdieren, geven de ouderen rake klappen met hun sterke hoeven. Een andere verdedigingstaktiek is zeer snel weg galopperen. Snelheid Zoals geweten zijn de poten van een giraf lang en slank. Gewoon lopen, laat staan hardlopen, is niet zo evident: omwille van de lengte van de poten zouden de voorste poten de achterste kunnen raken en zou de giraf dus steeds struikelen over z’n eigen poten.
Gladiatoren Het woord gladiator is afgeleid van het Latijnse woord `gladius` wat `zwaard` betekent. De gladiatorengevechten waren oorspronkelijk een godsdienstig gebruik van Etruskische oorsprong en werden gehouden bij begrafenissen ter ere van de overledene. Wat begon als een herdenking in 264 v.C. werd al gauw een bloedige sport. De gladiatoren vochten vanaf 80 v.C. in een amfitheater zoals het Colosseum te Rome. Wie werd gladiator ? Er waren drie soorten gladiatoren:- ter dood veroordeelden en misdadigers,- slaven die streden om de eer van hun meester,- vrijen.De twee eerste soorten werden gladiator omdat ze op deze manier hun vrijheid konden terugwinnen. De vrije mensen streden voor het geld en voor hun eer, want als gladiator kon je veel roem verwerven.Gladiatoren bekampten elkaar in twee soorten gevechten: het duel en de jacht. Een dag in de arena Als er in het amfitheater spelen waren, werd er begonnen met een parade. De parade en andere evenementen werden vaak begeleid door muziek. De evenementen in de morgen konden beginnen met ingestudeerde gevechten. Dat werd gevolgd door dierengevechten, of het laten zien van kunstjes door getrainde dieren.De lunchpauze werd opgevuld met het executeren van criminelen. Dit gebeurde door er hongerige dieren op los te laten, of ze te dwingen in een toneelstuk te spelen, waarin ze echt dood gingen. Ze konden ook de arena worden ingestuurd voor een gevecht, zonder dat ze getraind werden. Degene die won, moest opnieuw vechten, net zolang tot hij stierf.
Gletsjers en ijskappen De hoogste bergtoppen ter wereld zijn altijd bedekt met een sneeuwlaag die nooit smelt. De temperatuur komt er zelden boven het vriespunt en nieuwe sneeuwlagen drukken op de lagen eronder, waardoor er ijs ontstaat. Zo vormt zich een dikke laag ijs, een ijskap of een ijsvlakte. De massa zet zich in beweging en er ontstaat een gletsjer, die heel langzaam in de richting van lager gelegen hellingen beweegt. Daar is het warmer, zodat de gletsjer smelt. Op de Noord- en Zuidpool smelten gletsjers niet. Daar bewegen ze in de richting van de zee waar ze in grote ijsbergen of drijvende ijslagen uit elkaar vallen. Een miljoen jaar geleden lag deze enorme ijskap over een groot deel van Europa en Noord-Amerika. Onze gebieden kenden toen een IJstijd. Toen 10 000 jaar geleden de temperatuur begon te stijgen smolt het ijs. Nu komen ijskappen alleen nog voor in Groenland en de Zuidpool. IJsbergen Slechts één tiende deel van een ijsberg steekt boven het water uit. IJsbergen zijn voor schepen dan ook zeer gevaarlijk. Denk maar eens aan de Titanic die in 1912 zonk nadat het schip met een ijsberg in aanvaring kwam. IJskap Een ijskap strekt zich over een zeer groot gebied uit. Als het ijs een dikte van ongeveer 60 m bereikt heeft zet de ijskap zich door het grote gewicht in beweging. Er ontstaat een gletsjer.Gletsjers kunnen een landschap veranderen. Ze verbrijzelen zelf het hardste gesteente en laten een ander landschap achter. Zo ontstonden er diepe valleien, meren, rivieren en watervallen.
Gloeilamp Simpel dingetje, zo`n gloeilamp: bolletje glas (1), draadje, metalen fitting en branden maar! Maar zo eenvoudig is dat niet. De gloeidraad is gemaakt van het harde metaal wolfraam. De gloeidraad (3) is één meter lang en dunner dan een mensenhaar. Door zijn lengte is de draad in een spiraal gewikkeld. Het licht ontstaat als de gloeidraad onder stroom wordt gezet. De stroom verhit de gloeidraad tot ongeveer 3000 oC. Vanwege de hitte gaat de gloeidraad gloeien. De lamp (ballon) is gevuld met het gas argon (2). Dit voorkomt koolvorming op de gloeidraad. Het glas van de gloeilamp is een halve millimeter dik. De schroefdraad, die in de fitting (4) gedraaid moet worden, doet dienst als stroomgeleider. De uitvinder Als je aan iemand vraagt wie de lamp uitgevonden heeft krijg je zeker als antwoord: Edison. Eigenlijk is dit niet helemaal de waarheid. Voordat Edison met zijn lamp op de markt kwam waren er al lampen. Het verschil met de andere lampen was dat de lamp van Edison een langere levensduur had. De lampen van de andere uitvinders brandden eigenlijk niet lang genoeg om ze te kunnen verkopen. Edisons lamp was echter wel rijp voor de verkoop. Een beetje geschiedenis Tot ver in de Middeleeuwen maakte de mens voor verlichting gebruik van eenvoudige olielampjes. De olie werd geperst uit zaden. Later ontdekt men dat uit het vet van runderen en schapen kaarsen gemaakt konden worden.Het gebruik van petroleum in de negentiende eeuw leidde tot een betere verlichting met eenvoudiger lampen.
Gouden Eeuw In de 17e eeuw ging het goed met Nederland. Dat kwam omdat de Antwerpse haven voor de scheepvaart werd afgesloten. De meeste schepen voeren nu door tot Amsterdam. In Antwerpen viel de handel stil, omdat er geen schepen meer kwamen. De Antwerpse handelaren verhuisden naar Amsterdam. Overal in Amsterdam ontstonden nieuwe bedrijfjes. Vooral de mensen in het westen van ons land waren rijk. Dat kwam omdat hier veel meer handel en werk te vinden was. Ook met de wetenschap ging het goed in de Gouden Eeuw. Er werden belangrijke uitvindingen gedaan. De telescoop werd bijvoorbeeld uitgevonden en men kon voor het eerst echt de ruimte in kijken. Met de schilderkunst ging het ook goed. Veel rijke mensen lieten zichzelf schilderen, want fototoestellen bestonden nog niet. Omdat het met de handel, de wetenschap en de schilderkunst goed ging in Nederland, noemen we de 17e eeuw wel de Gouden Eeuw. Regenten In de Gouden Eeuw waren regenten de baas in een stad in Nederland. Zij waren lid van de vroedschap en van de magistraat. Een vroedschap is een soort gemeenteraad, de magistraat is te vergelijken met de burgemeesters en de wethouders van nu. De regenten deden erg hun best om de stad rijk te maken en de rust te bewaren, maar soms deden ze dat niet helemaal eerlijk. Dan staken ze bijvoorbeeld het geld voor de stad in hun eigen zak. Geen koning In de 17e eeuw was er geen koning in Nederland. Ons land was meer een soort republiek. Er waren gewesten, een soort provincies, die hun gebied zelf bestuurden.
Goudvissen Afkomst De goudvis is familie van de karper. Zijn lichaamsbouw lijkt erg op dat van deze vis, hij heeft alleen grotere schubben. De oorspronkelijke stamvorm van de goudvis komt uit China, Japan en Vietnam. Meer dan vierduizend jaar geleden werden ze daar voor het eerst gekweekt. In de 17e eeuw werd hij als siervis naar Europa gebracht. Tegenwoordig komt de goudvis in Italië, Zuid Frankrijk en Portugal op veel plaatsen in vijvers en ander rustig water verwilderd voor. Waar veel roofvis is, redt hij het vaak niet, waarschijnlijk door zijn opvallende kleur. Bij ons wordt de goudvis graag als aquariumvis en in siervijvers gehouden. Hoe ademt een vis ? Wij halen zuurstof uit de lucht via onze longen. Vissen halen zuurstof uit het water langs hun kieuwen. Dat zijn meerdere dunne vliesjes aan beide kanten van zijn kop. Hij neemt een slok water met zijn bek en doet die dan dicht, waardoor het water langs de kieuwen moet stromen. De zuurstof wordt uit het water gehaald en opgenomen in het bloed. Hoe zwemt een vis ? Een vis gebruikt de spieren van zijn lichaam om zich door het water voort te bewegen. Hij gebruikt zijn vinnen om te sturen, zijn evenwicht te bewaren en om te remmen. Zijn schubben, die voornamelijk als bescherming dienen, stroomlijnen de vis waardoor hij gemakkelijker kan glijden in het water. De zintuigen van een vis Een vis kan even goed zien als wij, maar omdat zijn ogen aan beide kanten van zijn kop staan en een beetje uitpuilen, kan hij helemaal rondkijken zonder zich om te draaien.
Graan wordt meel Eén tarwehalm of aar bevat tussen de 45 en 60 graankorrels. Deze moeten eerst tot meel gemalen worden alvorens de bakker er brood kan van bakken.Hiervoor dienen de graankorrels vijf handelingen te ondergaan: het maaien, het dorsen, het wannen, het opslaan en het malen.
Griekse kunst Schilderijen uit deze periode (3000 -30 v. Chr.) zijn niet teruggevonden. Toch krijgen we een mooi beeld van de Griekse schilderkunst dank zij de vazenschilderkunst die boven alles uitsteekt. Grieken waren meesters in het vervaardigen van aardewerk. Het mooiste Griekse aardewerk werd gemaakt in de stad Athene. Het aardewerk werd versierd met tekeningen. Daardoor weten we veel van de Griekse cultuur en schilderkunst. Wanneer we de tekeningen op de vazen aandachtig bekijken stellen we vast dat twee tekentechnieken gebruikt werden: de zwartfigurige (± 550 v. Chr.) en de roodfigurige stijl (± 430 v. Chr.). Aanvankelijk gebruikt de kunstenaar figuren van mensen, demonische dieren en mythische wezens om vazen te versieren. Zij worden op veel verschillende manieren en in verschillende scènes voorgesteld. Later gaan deze figuren plaats ruimen voor stille, zich naast of tegenover elkaar bevindende figuren.
Grotten Onder het aardoppervlak ligt een wereld vol geheimen, want een rots verbergt vaak een grot: een enorme ruimte met slanke, stenen zuilen. De grotten die soms duizenden jaren oud zijn, ontstonden doordat water het zandsteen langzaam uitholde. Niet alle grotten liggen onder de grond. De grotten in de rotsen langs de kust zijn vaak door golven gevormd. Er ontstaan ook grotten in gletsjers en in lava rond een vulkaan. In een grot is het vochtig en donker. De grootte is heel verschillend. Sommige zijn heel klein en anderen zijn dan weer honderden meter lang. Eén van de diepste grotten ter wereld vinden we in Frankrijk. Deze grot ligt bijna 1,6 km onder de grond. Deze grot deed in de prehistorie dienst als schuilplaats. In Lascaux vind je in sommige grotten prachtige muurtekeningen en voorwerpen die meer dan 10 000 jaar oud zijn. Hoe ontstaat een grot ? In streken met kalksteenrotsen zijn soms heel grote ondergrondse grotten te vinden. Gedurende duizenden jaren heeft zuurrijk regenwater de kalksteen doen oplossen. Zo ontstonden er smalle spleten in de bodem die door het schuren van het water groter werden en veranderden in ondergrondse grotten en rivieren.StalactietenAan het plafond van een grot hangen soms stalactieten. Ze ontstaan doordat naar beneden druppelend water een wit mineraal, calciet, oplost. Wanneer het water opdroogt, blijven de restjes calciet achter die na verloop van tijd uitgroeien tot stalactieten. Zo`n stalactiet groeit 2,5 cm in 500 jaar.StalagmietenOmdat het in de grotten zeer vochtig is druppelt water van bovenaf op de grond.
Grove den De grove den groeit het best in gebieden met lange, koude winters. Hij kan 500 jaar oud worden. Het hout wordt gebruikt in de bouw (grenen), in de papierindustrie en als brandhout. In parken en tuinen wordt hij aangeplant vanwege zijn sierlijke uiterlijk. Uit de grove den kan terpentijn, teer en hars gewonnen worden.De grove den komt in ons land het meest voor in stuifzandgebieden. Het is in de duingebieden geen inheemse soort: alle grove dennen zijn daar aangeplant. De boom stelt weinig eisen aan de grond en hij is bestand tegen vorst, hoog grondwater, droogte en hitte. De grove den heeft daarbij zo weinig voedsel nodig dat hij zelfs op humusloos stuifzand kan groeien. Het enige waar hij gevoelig voor is, is zeewind: vandaar dat men niet veel grove dennen heeft aangeplant in de duingebieden.
Guglielmo Marconi Guglielmo Marconi werd op 25 april 1874 bij Bologna geboren en overleed op 20 juli 1937 in Rome.Al heel vroeg wordt Marconi geconfronteerd met de uitvinding van de telefoon. Ook de uitvinding van de Duitse geleerde Hertz die elektromagnetische golven met de snelheid van het licht door de ruimte stuurde, maakt grote indruk op de jonge ingenieur. Volgens hem moet er een manier bestaan om geluiden draadloos door te zenden en ergens anders weer op te vangen.Als twintigjarige sluit hij op zijn zend- en ontvangsttoestel een antenne aan. Op deze manier slaagt hij erin korte fluittonen over een korte afstand door te zenden. Met krachtigere apparaten slaagt hij erin deze morsetekens over grotere afstanden te versturen.Marconi trekt naar Engeland en installeert zijn radiotoestellen aan boord van zeeschepen. Een paar jaar later beschikken al heel wat schepen over zo`n toestellen en over marconisten om ze te bedienen. Ondertussen gaat Marconi verder met zijn proeven.Op 12 december 1901 zendt hij zijn eerste radiogolven van Europa naar Amerika. Mede dank zij de hulp van o.a. Edison wordt het mogelijk om menselijke stemmen uit te zenden.
Haaien De meest gevreesde zeevis is de haai. Zijn prachtige stroomlijn, een ongelooflijk goed ontwikkeld reukorgaan en een bek met messcherpe tanden maken deze vis een wapen. Haaien bestaan al 350 miljoen jaar en hun vorm is in die tijd nauwelijks veranderd. De mensenhaai is de grootste roofvis en bereikt een lengte van meer dan 9 m en een gewicht van 2,5 ton. Hij heeft kaken met veel grote tanden. Vaak slikt hij zijn prooi in één keer in. Haaien moeten in beweging blijven, anders zinken ze. De mensenhaai legt dagelijks een afstand van 500 km af. Hoewel de meeste vissen een skelet van been hebben, bestaan skeletten van haaien en hun familieleden de roggen uit kraakbeen.Roggen hebben een afgeplat lichaam, met aan de onderkant een brede mond en stompe tanden om schelpdieren mee te kraken. Roggen leven dicht bij de zeebodem en bewegen zich sierlijk voort, golvende bewegingen makend met hun grote borstvinnen. Identiteitskaart Haaien hebben veel rijen tanden. Als ze groeien gaan de tanden van de binnenkant van de bek naar de buitenrand. Uiteindelijk verslijten de tanden waarna ze worden vervangen door de tand erachter. Haaientanden hebben een gezaagde rand waarmee ze dwars door vlees kunnen zagen.De huid van een haai is bedekt met tandachtige schubben en haalt alles open waar hij tegenaan komt.De zwemkracht van de haai komt van de staart. Het grotere bovenste deel geeft hem met elke slag vaart en zorgt ervoor dat het lichaam horizontaal blijft. Door zijn gewicht zou anders zijn kop naar beneden gaan.
Hagedissen De hagedissen, een familie die uit ongeveer 3700 soorten bestaat, vormt de grootste groep reptielen. Hagedissen komen overal voor uitgezonderd het hoge Noorden en de open zee. De grootste in de soort is de komodovaraan en de kleinste is de gekko. Deze laatste meet 3,5 cm. Een typische hagedis is de leguaan. Hij heeft een slank lichaam, een lange staart, gespleten tong, poten aan de zijkant van zijn lichaam en vijftenige voeten. Sommige soorten hagedissen hebben helemaal geen poten. Ze zijn aangepast aan hun gravend en onderaards bestaan. Denk maar aan de hazelworm die meer lijkt op een slang dan op een hagedis. Net zoals alle reptielen leggen hagedissen eieren. Deze worden in de grond begraven of onder rotsen verstopt totdat de jongen uitkomen.Om hun lichaam warm en actief te houden zijn hagedissen afhankelijk van de temperatuur van hun omgeving. Daarom brengen ze veel tijd door met zonnebaden. Zo slorpen ze de warmte op als voorbereiding op latere activiteiten. Wanneer `s nachts de temperatuur daalt worden ze traag en sloom.Veel hagedissen hebben de kleur van hun omgeving. Zo zijn hagedissen die in bomen leven groen gekleurd. Woestijnhagedissen zijn dan weer bruin of zandkleurig. Identiteitskaart Zoals alle reptielen hebben hagedissen een geschubde huid en een uitstekend zicht. Dank zij hun gehooropening achteraan de kop kunnen ze horen. De uitgestrekte klauwen zorgen voor een goed evenwicht.Net zoals de armen van een zeester, kan een afgevallen staart van een hagedis weer aangroeien.
Halloween Halloween, ook genoemd All Hallows’ eve(ning), is de Engelse naam voor Allerheiligenavond. Het wordt gevierd op 31 oktober, de avond voor Allerheiligen. Halloween heeft een zeer rijke en tevens ver in het verleden reikende geschiedenis. Het mag worden beschouwd als één van de oudste feestdagen tot op heden, met wortels die duizenden jaren teruggaan. Eigenlijk is Halloween een combinatie van 3 feestelijkheden, Samhain (Kelten), Pomona (Romeinen) en Allerheiligen, Allerzielen (Christendom), die elk doorheen de eeuwen heen hun stempel hebben gedrukt op dit winterfeest. De Kelten Halloween vond zo`n 2000 jaar geleden zijn oorsprong bij de Kelten. Vooral bij de oude druïden, de toenmalige Keltische priesters, die leefden in wat nu Engeland, Frankrijk, Schotland en Wales wordt genoemd. De moderne versie van deze feestdag vandaag de dag is nog steeds ondergedompeld in de tradities, mythes en legendes van het oude Keltische volk. Zij waren voornamelijk een landbouwers- en herdersvolk. Magie had een centrale plaats in hun dagelijks leven. De Kelten kenden veel natuurgoden. Ook geloofden ze in landgeesten, elfen, dwergen, heilige bronnen, bomen en stenen.De Kelten vierden hun nieuwjaar, dat Samhain werd genoemd, op 1 november. Ze vierden het einde van het zonneseizoen en het begin van een lange donkere tijd, de winter. De nacht tussen de overgang van het zonneseizoen en de winter was voor de Kelten een magische nacht. De Romeinen In de eerste eeuw na Christus veroverden en bezetten de Romeinen het land van de Kelten.
Hamster De hamster in het dierenrijk De hamster behoort tot de familie der woelmuizen. Het geslacht der hamsters kunnen we in drie verschillende soorten onderverdelen:- djoengaarse dwerghamsters- langstaart dwerghamsters- overige hamstersDe enige nog in het wild levende hamster die we in ons land aantreffen, de Europese dwerghamster, behoort tot de derde soort. De Europese dwerghamster of Korenwolf Uitzicht De Korenwolf is ongeveer 25 tot 30 cm groot. Hij heeft een zwarte buik, wat erg opvallend is. Bij de meeste hamsters is de onderkant van het lichaam juist lichter dan de rug. De Korenwolf komt voor in Midden-, Zuid-, en West-Europa. In Nederland komt hij in Zuid-Limburg voor. VoedselDe hamster is een knaagdier dat alles eet, bij voorkeur plantaardig voedsel. Van jonge graanplanten eet hij de ondergrondse delen en later de rijpe korrels. Hamsters klimmen zelfs in maïsplanten en zonnebloemen. Van akkerkruiden eet hij het malse groen, de wortels of de zaden. Ook lust hij biet, aardappel, fruit en noten. De hamster hamstert een wintervoorraad van rijpe zaden die hij in zijn wangen verzamelt. De voorraden kunnen tot zo`n twaalf kilo wegen. Aan zijn hamsteren dankt de korenwolf zijn bijnaam. De korenwolf onderbreekt zijn maandenlange winterslaap regelmatig om van zijn voedselvoorraad te eten. WoningHamsters zijn van oorsprong dieren van de steppe. In West-Europa leeft hij in akkers. De hamster woont in ondergrondse burchten. De burcht heeft nest- en voorraadkamers, die meestal op een diepte van een halve tot één meter te vinden zijn.
Hans Memling Zijn schilderkunst Hans Memling was uit het Rijnland afkomstig. Hij werd geboren in Seligenstadt tussen 1430-1440 en overleed te Brugge op 14 augustus 1494. Hij was een leerling van Rogier van de Weyden. Na de dood van van der Weyden verliet Memling Brussel en trok naar Brugge waar hij de favoriete schilder van de rijke burgers en de buitenlandse kooplieden werd.Van de 100 schilderijen die men aan hem toewijst zijn er slechts twee gesigneerd. Met Memling bereikte de paneelschilderkunst te Brugge zijn laatste hoogtepunt. De schilderkunst van Memling is zeer statisch. Dit wil zeggen dat hij weinig beweging in zijn schilderijen aanbrengt. De figuren staan los van elkaar en de composities zijn zeer eenvoudig van opbouw.Naast de vele religieuze thema`s schilderde hij ook portretten en miniaturen.
Harnas De wapenuitrusting bestond uit een lamellenpantser. Dit was een bovenkledingstuk van een dikke stof of leer, bedekt met dunne metalen plaatjes. Het beschermde tegen pijlen en scherpe degens. Het pantser werd vooral gedragen door de gewone krijgers: het voetvolk.De ridders streden te paard. Om hun tegenstanders uit het zadel te duwen gebruikten ze bij voorkeur een lans. Om zich hiertegen te beschermen droeg de ridder een maliënkolder. Dit was een pantser van allemaal kleine ringetjes. Een helm en een schild vervolledigden de uitrusting.Vanaf de 13de eeuw werden aan de maliënkolder metalen platen toegevoegd. Aanvankelijk alleen op de schouders maar later op het ganse lichaam. De bedoeling was om de ridder tegen de kruisboog te beschermen. Het harnas was volledig uit metaal vervaardigd, zeer goed beweegbaar en meestal versierd. Alleen de machtige heren konden het zich veroorloven. Ridder worden Alleen de adellijke jongens konden ridder worden. Vanaf hun twaalfde jaar gingen ze in dienst bij een ridder als schildknaap bij een ridder. Ze moesten hun heer dienen en deze wijdde hen in ruil in in de gevechtstechnieken. Na hun opleiding konden ze dan tot ridder geslagen worden.Ridders worden dikwijls afgeschilderd als edele lieden. Het tegenovergestelde is eerder waar. Lange tijd gedroegen ze zich als roofridders die op plundertocht trokken en zich bezighielden met oorlog voeren. Tot de Kerk, die toen nog heel veel macht had, deze praktijken verbood. Oorlog werd alleen nog toegestaan om de zwakken te beschermen.
Hawaii Hawaii is een staat van de Verenigde Staten van Amerika. Deze omvat de Hawaii-eilanden in de Grote Oceaan, op ongeveer 3860 km van San Francisco (Californië). De eilanden hebben een oppervlakte van 28 313 km². Op Hawaii leven 1,1 miljoen mensen. De hoofdstad is Honolulu, op het eiland Oahu. De eilandengroep bestaat uit 8 hoofdeilanden en meer dan 120 kleinere, deels onbewoonde, eilanden en atols. De grootste eilanden zijn Hawaii (10 443 km², 120 000 inw), Maui (1884 km², 100 000 inw.), Oahu (1555 km², 836 000 inw.), Kauai (1431 km², 51 000 inw.), Molokai (673 km², 6700 inw.), Lanai (364 km², 2400 inw.), Niihau (178 km², 230 inw.) en Kahoolawe (115 km², onbewoond). Fauna en flora Het aantal inheemse plantensoorten is zeer hoog. Vele zijn dan ook alleen op Hawaii te vinden. Zo telt het palmengeslacht Pritchardia op acht eilanden dertig verschillende soorten, waarvan geen enkele op meer dan één eiland is waargenomen. De oorspronkelijke vegetatie van Hawaii behoort tot het subtropische regenwoud: de bomen hebben altijdgroene bladeren. Het oorspronkelijke oerwoud op de grotere eilanden is verdwenen. Het centrale plateau van Hawaii is een steppe: de Kaoewoestijn. Net zoals bij de planten hebben, als gevolg van de afgelegen ligging, , zich binnen de dierenwereld enkele soorten ontwikkeld die alleen maar op Hawaii te vinden zijn. Vooral bij de landslakken, de insecten en de vogels is dit het geval. Op de westelijke eilanden vind je prachtige vogelsoorten zoals de Hawaii-honingzuigers.
Hazen en konijnen Konijnen en hazen behoren tot de Lagomorpha of haasachtigen. Tot deze familie behoren ook de katoenstaarten en fluithaas. Konijnen zijn snel en zeer behendig. Ook al kunnen ze gewoon lopen, ze verplaatsen zich meestal door het maken van snelle sprongen. Zowel konijnen als hazen beschikken over zeer gevoelige snorharen en scherpe zintuigen. Ze hebben lange knaagdierachtige voortanden om gras, wortels en bladeren mee te eten. Ze verteren hun voedsel tweemaal. Eerst eten ze het voedsel, verteren een deel, scheiden zachte uitwerpselen uit en eten dit weer op om er meer voedingsstoffen uit te halen. Uiteindelijk laten ze kleine, harde keutels op de grond achter.Ook al lijken hazen en konijnen sterk op elkaar, ze hebben ook veel verschilpunten. Zo bouwen konijnen holen terwijl hazen in het open veld leven. Het konijn, identiteitskaart De meeste konijnen blijven binnen een straal van 150 m van hun hol. Konijnen zijn vooral `s nachts actief maar je ziet ze ook overdag naar voedsel zoeken. Konijnen knabbelen op vele soorten grassen, bloemen en kruiden. Ze knagen de plantjes tot tegen de grond af. Aan het schoonmaken van de vacht wordt veel tijd besteed. Met de poten, tong en tanden haalt het konijn vuil weg en verwijdert het de vlooien.Het konijnenhol is een systeem van gangen tussen boomwortels, in een oever of in de duinen. In een hol verblijven ongeveer 10 volwassen dieren en hun jongen. Andere, kleinere holen binnen hun territorium worden gebruikt in geval van nood. In de holen zijn vluchtgangen voorzien.
Heksen Een heks? Dan denk je al snel aan een oud, lelijk vrouwtje (met een zwarte muts), die samen met haar kikkers en zwarte raaf diep in het bos woont. Maar wist je dat mensen echt in heksen hebben geloofd? Heel wat vrouwen zijn onterecht op de brandstapel beland. En tegenwoordig zijn er nog steeds mensen die zich met de natuur bezig houden. Dat noem je geen hekserij, maar wicca. Slechte naam Het woord `heks` betekende lang geleden: oude, wijze vrouw. In elke streek woonde wel zo` n oude
Helios De zonnegod Helios komt van het Grieks en betekent zon. Helios is de zonnegod uit de Griekse mythologie. De oude Grieken hadden vele goden en ze stelden deze goden allemaal voor als supermensen. Zo ook Helios.Hij is de baas, de heerser van de nieuwe dag. Met zijn stralende zonnewagen rijdt hij door de hemel en brengt de mensen licht. `s Morgens stijgt hij in het oosten op uit de oceaan (Oceanus), de wereldzee die de aarde omspoelt. Na een tocht langs de hemel daalt hij `s avonds weer in het westen neer in de oceaan. `s Nachts vaart hij op zijn zonneboot terug van het westen naar het oosten over de oceaan. Helios wordt altijd afgebeeld in een licht gewaad met een stralenkrans om zijn hoofd. Meestal zit hij in een wagen en ment hij zijn vlammen-snuivende paarden. Helios heeft ook een zoon, Faëthon. Het verhaal vertelt dat de mensen niet willen geloven dat Faëthon een zoon van de zonnegod is. Om achter de waarheid te komen, gaat Faëthon naar zijn vader. Hij vraagt zijn vader hem een teken te geven zodat hij kan bewijzen dat hij de zoon is van de zonnegod. Na lang aandringen krijgt hij van Helios de toelating om voor één dag de zonnewagen te besturen. De gevolgen zijn noodlottig. Wanneer Faëthon de teugels heeft genomen, schiet de wagen met wilde sprongen door de lucht en slingert heen en weer. De vurige paarden raken de vaste sterren, later schieten ze een wolkenlaag binnen, die onmiddellijk in laaiende vlammen staat. Ook de aarde raakt in brand. Geen plek op aarde schijnt door de vlammen gespaard te worden.
Hermelijn De hermelijn behoort tot de familie der marterachtigen. Wat uiterlijk betreft lijkt deze soort veel op de wezel, maar hij is duidelijk groter en heeft een langere staart met lange haren en een zwarte (pluim)punt. De rug is grijs- of beige bruin en de buik is wit of geel. De scheidingslijn tussen rug- en buikzijde loopt recht. De oren hebben een lichte rand. Hermelijnen kunnen in de winter geheel of gedeeltelijk wit worden, maar de staartpunt blijft altijd zwart. Leefgebied De hermelijn komt in grote delen van Europa voor, behalve in het zuiden. Het dier leeft in zeer verschillende gebieden, van beboste terreinen en houtwallen tot polders. In vergelijking met de wezel houdt de hermelijn zich op in vochtiger terrein, zoals slootkanten en rietvelden.Hij verschuilt zich onder boomwortels, in oude konijnen- of rattenholen, in houtstapels, nisjes en boomholtes. Leefwijze De hermelijn is zowel `s nachts als overdag actief. Hij eet voornamelijk woelmuizen, woelratten en konijnen. Daarnaast eet hij vogels en heel af en toe vogeleieren. Net als de wezel bewaart de hermelijn soms gedode en half opgegeten prooidieren.Na een draagtijd van 10 weken worden in april of mei 4 tot 8 naakte en blinde jongen geboren. De paring heeft al in het voorjaar van het vorige jaar plaatsgevonden!
Herten, antilopen en gazellen Het prachtige gewei maakt het hert tot een indrukwekkende verschijning. Hij beschikt net als zijn neven, de antilope en de gazelle, over goede ogen en oren, en een goed reukorgaan waarmee hij onraad bespeurt. Er bestaan 36 soorten herten waarvan de meeste in bosgebieden leven. Enkele zoals de kariboe (rendier), komen ook in het ijskoude Noordpoolgebied voor. Antilopen en gazellen leven voornamelijk in woestijnen en op open savannes (graslanden). Tot deze groep behoren ook het wildbeest of de gnoe en de dik-dik antilope. Het gewei Antilopen, runderen en gazellen hebben hoorns die hun leven lang bliijven groeien. Die hoorns bestaan uit opperhuid, zoals onze vingernagels, en sommige zijn als een kurkentrekker gedraaid. Het mannetjeshert heeft een hard en benig gewei. Een hert werpt ieder jaar zijn gewei af en krijgt een volledig nieuw in de plaats.In de bronstperiode zijn de herten op hun mooist. Ze dragen dan een volgroeid en schoon gewei. Dit gewei, dat enkel door de mannetjes gedragen wordt, wordt elk jaar groter. Er zijn geweien met 2, 4, 6, 8, 10, 12, 14 of meer takken. Deze takken of stangen kunnen tot 70 cm lang zijn. Het gewei valt elk jaar af, maar er groeit er elke zomer weer een nieuw aan, dat in de herfst volgroeid en hard is. Gewoonlijk komen er aan het gewei jaarlijks twee takken (één aan elke kant) bij. Maar heel wat oorzaken kunnen de vorm en de afmetingen van het gewei beïnvloeden: voeding, ziekte, erfelijkheid, ... Een `tientakker` is dus niet altijd vijf jaar oud.
Het Oude Egypte Dank zij de vruchtbare grond langs de oevers van de Nijl bereikte het oude Egyptische Rijk een zeer hoge beschaving. Deze beschaving, die 5000 jaar geleden begon, heeft meer dan 3000 jaar bestaan. Het rijk kwam tot bloei en bleef jarenlang stabiel dank zij het water van de Nijl dat ervoor zorgde dat het land veel opbracht.Egypte werd geregeerd door farao`s die door ambtenaren werden bijgestaan. Deze ambtenaren inden de belastingen en spraken recht. De Egyptenaren hadden veel goden en geloofden stellig dat zij na hun dood in een andere wereld verder leefden. Daarom lieten de farao`s graven bouwen waarvan de enorme piramiden het bekendst zijn. Langzaam verzwakte het Egyptische Rijk en in 30 v. Chr. werd het door de Romeinen veroverd. De Nijl Elk jaar treedt de Nijl buiten haar oevers en zet aan beide zijden een gebied van 10 km onder water. Wanneer dit water teruggetrokken is laat het een zeer vruchtbare sliblaag achter. De Egyptenaren maakten zeer handig gebruik van dit natuurverschijnsel. Het overtollige water werd ingedamd en gebruikt om gewassen te bevloeien. Bovendien was de bodem rijk aan mineralen en gesteenten. Piramiden De Egyptenaren geloofden dat ze na hun dood in een ander land verder leefden. Dit land zag er precies zo uit als Egypte. Na hun dood werd het lichaam gebalsemd. Zo kon het eeuwenlang intact bewaard blijven. Farao`s werden vervolgens in piramiden begraven. De eerste piramiden waren trappiramiden. De wanden hadden de vorm van een trap omdat men geloofde dat de afgestorven geest naar boven zou klimmen om zich op de top met de zonnegod te verenigen.
Hindenburg Op 8 juli 1838 wordt graaf Ferdinand von Zeppelin geboren in Constance in Duitsland. Hij dient lange tijd in het leger maar intussen bedenkt hij plannen voor de bouw van een groot luchtschip. In 1891 verlaat hij het leger. In zijn dagboek heeft hij dan al vele tekeningen gemaakt en stukken geschreven. Het eerste probleem van de graaf is: “Waarin bouw je een groot luchtschip?” De graaf bedenkt een loods op het water. In deze drijvende loods moet voldoende ruimte zijn om een luchtschip te maken. Omdat de loods op het water drijft is hij draaibaar. Als het luchtschip klaar is wordt de loods eenvoudig in de windrichting gedraaid. De wind blaast dan als het ware het luchtschip naar buiten zodat de tochten kunnen beginnen. De loods drijft op 95 pontons en is 140 meter lang. Dat is langer dan een voetbalveld! Hij is 24 meter breed en 21 meter hoog. Als anker dient een zwaar blok dat 20 meter diep op de bodem van het meer van Constance ligt. In de loods wordt het eerste grote luchtschip ter wereld gebouwd: de ‘Graaf Zeppelin 1’. Het schip is maar liefst 126 meter lang. Op reis Om het gigantische schip te laten zeilen in de lucht moet er veel gebeuren. Binnenin de sigaar zorgt een rail voor het bewegen van een gewicht. Als het gewicht naar de staart beweegt gaat de zeppelin omhoog. Als het gewicht naar de neus beweegt gaat de zeppelin omlaag. Om de motoren voor de propellers te laten draaien moet brandstof meegenomen worden. Er is maar weinig brandstof nodig omdat de propellers slechts zorgen voor voortstuwing en richtinggeving.
Hindoeïsme In India ontstond meer dan 5000 jaar geleden de oudste godsdienst ter wereld: het hindoeïsme. Deze godsdienst ontstond uit een aantal verschillende, vroege geloven. Hindoes geloven dat de ziel van de mens na de dood in een ander lichaam verder leeft. We noemen dit reïncarnatie of opnieuw geboren worden. De Indische maatschappij is verdeeld in verschillende standen of kasten die de rang in de maatschappij bepalen. Zo komt de ziel van goede mensen terug in een lichaam van een hogere rang terwijl de ziel van slechte mensen terugkomt in een lichaam van een lagere rang. Deze wedergeboorte herhaalt zich steeds maar het is mogelijk om eraan te ontkomen door bij elke reïncarnatie de levenswijze te verbeteren. Men noemt dat de staat van Moksha bereiken.Tegenwoordig zijn er ongeveer 600 miljoen Hindoes die hoofdzakelijk in India en Oost-Afrika leven. Vele goden Het Hindoeïsme telt vele goden die voortdurend de strijd aangaan tegen het kwade. De belangrijkste zijn Visjnoe, Brahma en Sjiwah. Visjnoe De beschermer, herstelt de vrede en orde in de wereld. Hij komt voor in wel 10 verschillende gedaanten waarvan Rama en Krisjna de meest geliefde zijn.SjiwahIs de vernietiger die heerst over leven en dood in de wereld. Hindoes geloven dat Sjiwah nieuw leven schenkt wanneer hij danst.BrahmaIs de schepper die afgebeeld wordt met vier hoofden die een getuigenis zijn van zijn grote kennis. Tempels De Hindoes aanbidden hun goden in grote tempels. Deze tempels bevatten sierlijke beeldhouwwerken en beelden van de goden.
Hoenders De familie van de hoenders is al eeuwen bekend over de hele wereld. Hiertoe behoort ook de vogel die voor de handel meer waarde heeft dan alle andere vogels bij elkaar: de kip.Alle familieleden hebben het hoenderachtige uiterlijk van de kip. De grootte, de kleurenpracht en de vorm van de romp kunnen wel verschillen want tot de hoenders rekenen we ook de pauwen, kalkoenen, fazanten, patrijzen, kwartels en parelhoenders.Hoenders zijn vogels die zich in hoofdzaak voeden met alles wat ze op en in de grond te eten vinden. Dat voedsel kan plantaardig zijn en bestaan uit zaden en vruchten, maar ook dierlijk. Hoenders eten ook wormen, insecten en larven. Ze zijn daartoe speciaal uitgerust met een puntige piksnavel en stevige tenen met nagels, die de grond goed kunnen openkrabben. De snavel is puntig om insecten en zaden op te pikken, maar ook stevig genoeg om zaden en vruchten van eventuele harde wanden te ontdoen. Hoenders zijn echte vlaktebewoners. Toch hebben ze wel de beschutting van lage bomen en struikgewas nodig om hun nest te maken. Het zijn grondbroeders die nestvliedende kuikens (de kuikens verlaten na de geboorte dadelijk het nest) ter wereld brengen.
Hoge Venen Een geschiedenis van 500 miljoen jaar Oude bergmassieven, stranden en gletsjers Met zijn 694 m is Botrange het hoogste punt van België. Je moet je geen spitse bergtop voorstellen maar een heuvel op een hoogplateau. Het hele gebied is een aaneenschakeling van afgeronde heuveltoppen. Op deze hellingen strekken zich de venen uit. Het veen heeft er niet altijd hetzelfde uitgezien. De Ardennen werden verscheidene keren door de zee overspoeld. Daardoor onderging de aardkorst heel wat plooiingen en werden bergketens gevormd. Dit gebeurde honderden miljoen jaren geleden. Onder invloed van barre weersomstandigheden, aardverschuivingen en stromend water kreeg het aardoppervlak telkens opnieuw een ander uitzicht. De oudste rotsen van het hoogplateau zijn 500 miljoen jaar oud. Je kunt deze rotsen gemakkelijk herkennen. Ze zijn opgebouwd in verscheidene laagjes. Mettertijd ontstond ook een ondoordringbare kleilaag. Zo`n 300 miljoen jaar geleden overspoelde de oceaan de Ardennen opnieuw. Aan de rand van het hoogplateau ontstond een dikke laag afgeronde keien. Deze zijn geleidelijk aan elkaar gaan klitten tot rotsen. In deze rotsen vinden we vele fossielen van waterplanten en zeedieren terug. Ook het klimaat heeft in de loop der tijden veranderingen ondergaan. Zo bedekte ongeveer 15 000 jaar geleden een enorme gletsjer heel Noord-Europa. Je kon het klimaat en de plantengroei van het hoogplateau vergelijken met die van de subpolaire streken van nu. Er zwierven op de toendra mammoeten en neushoorns rond.
Homo erectus Homo erectus, de eerste jager Ongeveer 1,9 miljoen jaar geleden verscheen de Homo erectus. Hij was groter dan de Homo habilis en ook zijn schedelinhoud was groter.De Homo erectus was zeer begaafd in het vervaardigen van werktuigen. Hij was de uitvinder van de vuistbijl. Dit was een grote steen die aan alle kanten bekapt was. Het was een werktuig met veel mogelijkheden: bomen vellen, botten breken, dierenhuiden schoon maken, vlees in stukken snijden, ... En, zeker niet onbelangrijk, er konden dieren mee gedood worden. Niet langer was de Homo erectus aangewezen op het vinden van dode dieren. Hij kon nu zelf op jacht.
Homo habilis De Homo Habilis maakte werktuigen. Uit de Australopithecus ontwikkelde zich ongeveer 2 miljoen jaar geleden de Homo habilis. Hij was iets groter dan de Australopithecus en had ook een grotere schedelinhoud. Daardoor was hij voor het eerst in staat werktuigen te maken. De Australopithecus gebruikte ook al stenen en stokken, als werptuig bijvoorbeeld om zich te verdedigen. Stenen bewerken deed hij echter niet. De Homo habilis maakte van een steen wel een werktuig. Sommige wetenschappers vinden daarom de Homo habilis de eerste echte mens. Want om zo iets uit te vinden moet je verstandig zijn. Homo sapiens De Homo sapiens sapiens verovert de wereld. Zo`n 100 000 jaar geleden verschijnt in het Nabije Oosten en Oost-Afrika onze rechtstreekse voorouder : de Homo sapiens sapiens. Vanuit deze twee streken verspreidt hij zich over de hele wereld. De laatste ijstijd was nog volop aan de gang en de continenten waren door de lage waterstand van de zeeën met elkaar verbonden.35 000 jaar geleden, het ogenblik waarop de Neanderthaler verdween, bereikte de moderne mens Europa. De Cro-Magnonmens De oudste Europese Homo sapiens sapiens werd gevonden in het Zuid-Franse plaatsje Cro-Magnon. Hij had dezelfde kaken, kin en herseninhoud als de huidige mens. Net zoals zijn voorgangers was de Cro-Magnonmens een jager-verzamelaar. Omdat hij verstandiger werd, werden ook zijn werktuigen veel verfijnder. Zo maakte hij gebruik van harpoenen, slingers, speren, ... Door al deze nieuwe uitvindingen werd het zoeken naar voedsel steeds gemakkelijker. Zo kon hij zich bezighouden met andere dingen zoals `kunst`. Grotschilderingen
Honkbal Geschiedenis Hoewel de Amerikanen blijven volhouden dat hun nationale sport honkbal, in 1839 werd bedacht door Abner Doubleday, staat het vast dat deze sport zijn oorsprong heeft in een oud Engels spel: Rounders. De sport zoals wij die beoefenen werd inderdaad door Doubleday op 20-jarige leeftijd `uitgevonden`. In de plaats waar hij woonde, Cooperstown (New York), bevindt zich het grootste honkbalmuseum van de wereld. In 1845 werden de eerste spelregels door Alexander Joy Cartwright aan het papier toevertrouwd. Bijna 150 jaar later gebruiken we nog steeds de afstand tussen de honken van 27 meter en werpt de pitcher de bal vanaf 18.45 meter over de thuisplaat. Diezelfde Cartwright kwam op het idee om een vereniging op te richten en dat mondde uit in de New Yorkse Knickerbocker Baseball Club. Deze club voerde op 3 september 1845 een aantal regels in en verhief daarmee baseball van tijdverdrijf voor kinderen tot een volwaardige sport voor volwassenen. Op 19 juni 1846 werd de eerste honkbalwedstrijd gespeeld in Hoboken, New Jersey. De New york Knickerbockers en de New York Base Ball Club brachten de regels in de praktijk. In 1868 werd door Harry en George Wright de eerste profhonkbalclub (Cincinnati Red Stockings) opgericht. De eerste competitie dateert van 1876. Stootball Volgens andere verhalen werd Rounders (honkbal) al eerder bedacht en stamt het af van het spel stootball. Dit was een spel dat in de paastijd werd gespeeld en voor zover is na te gaan werd het al in 1330 door melkmeisjes en boerenknechten in Engeland gespeeld.
Hop Hop of hoppe (Humulus lupulus L.) is een tweeslachtige plant van de familie Cannab(in)aceae, waartoe ook hennep (Cannabis sativa L.) behoort. De plant is vooral bekend omdat ze de grondstof vormt voor de bereiding van bier. Het zijn de hopbellen van de vrouwelijke hopplant die hiervoor gebruikt worden. Vrouwelijke hopbellen bevatten een stof (lupulinepoeder), die aan bier een bittere smaak verleent en tevens dienst doet als natuurlijke bewaarstof. Hop is een gevoelige plant, die niet overal groeit. Er bestaan zowat 40 verschillende variëteiten, waaruit de brouwer een keuze kan maken. ‘s Winters sterven de bovengrondse delen van de plant af, maar de wortelstokken (wortels) blijven bestaan. Een wortelstok kan in gunstige omstandigheden tot 1,5 meter verticaal en tot 2 meter horizontaal doorgroeien. Bij het begin van de lente ontstaan scheuten aan de wortelstokken. De jonge hopscheuten zijn echte lekkernijen! De scheuten worden rond draden geleid om het omhoog klimmen van de plant te leiden. Een hopplant kan een hoogte van 8 meter bereiken. De hopgroei situeert zich vooral tussen april en juli. In gunstige omstandigheden kunnen hopranken zelfs tot 35 centimeter per dag groeien! Gemiddeld haalt een hopplant een groeisnelheid van 10 centimeter per dag, waardoor hop één van de snelst groeiende planten is in het plantenrijk. Eens de hopplant volgroeid is (einde juni, begin juli), begint de bloei. Na zowat een maand groeien de vrouwelijke bloemen uit tot zogenaamde hopbellen, terwijl de mannelijke bloemen gewoon verwelken.
Huid Opbouw van de huid De huid bestaat uit twee delen: de opperhuid en de lederhuid. De opperhuid bestaat ook weer uit twee delen: de hoornlaag en de kiemlaag. In de hoornlaag vinden we vooral verhoornde of dode cellen. De kiemlaag wordt gevormd door levende cellen.In de lederhuid liggen de zenuwen, zintuigen, haarspiertjes, bloedvaten en zweetklieren. De zintuigen Onze huid bevat vier soorten zintuigen:1. tastzintuigen , die gevoelig zijn voor aanraking en druk op de huid;2. pijnzintuigen , die gevoelig zijn voor alles wat ons lichaam schade kan toebrengen;3. warmtezintuigen , die gevoelig zijn voor warmte;4. koudezintuigen , die gevoelig zijn voor koude. Hoe werkt de tastzin ? Er zitten miljoenen gevoelszintuigen over de hele huid verspreid. Elk van die zintuigen is het einde van een zenuw die met het ruggemerg verbonden is. Ze vangen prikkels op en zetten ze om in signalen die tot in de hersenen gevoerd worden waar we aanraking, pijn, warmte en koude voelen.Als de huid met iets in aanraking komt, worden de tastzintuigen geprikkeld. Zo voelen we een klemmende schoen, een stoot, een handdruk, ...De pijnzintuigen die in de huid voorkomen zijn gevoelig voor alles wat het lichaam kan beschadigen: verwondingen, stoten, bijtende stoffen, ...De warmte- en koudezintuigen zijn temperatuurzintuigen. Als we in een koude of warme omgeving komen of als we een koud of warmvoorwerp aanraken, worden we dat gewaar. Functies van de huid De huid is een belangrijk orgaan.
Huismus De huismus of gewoon ‘mus’ is zeker de bekendste vogel van ons land. In vrijwel elke woonplaats leven en tjilpen mussen. Sinds mensenheugenis komen ze voor in de omgeving van mensen. Ze hebben onze huizen en tuinen geadopteerd als broedplaats en eten mee van ons voedsel en dat van onze huisdieren. Als het goed met ze gaat blijven ze op dezelfde plaats en trekken ze niet weg. Wij zien ze zo vaak dat we er niet bij stilstaan hoe mooi ze in feite zijn. Ze hebben allerlei warme, licht- en donkerbruine kleuren en geen twee vogels zijn hetzelfde. Aan de kleine, witte veertjes kan je ieder individu herkennen, want die veertjes verschillen bij elk exemplaar. Voeding De huismus is een zaadeter, aangepast aan het eten van de grote zaden van gras- en cultuurgraansoorten. Hij eet echter ook ongewervelde dieren en allerlei afval, zoals brood en vleesresten. Broedgedrag De huismus is een uiterst succesvolle soort die nestelt in een holte of in een boom. In de tropen produceert hij wel 7 legsels per jaar. Hier en daar is hij een plaag voor de landbouw, echter in sommige landen waaronder Nederland en België lopen de aantallen de laatste jaren flink terug.Het nest, meestal onder de pannen of in een dakgoot, is een wat rommelige verzameling van stro, plantenstengels, stukjes stof en veertjes. Huismussen die in bomen wonen bouwen hun nesten heel anders. Bij hen zijn het stevige, koepelvormige bouwsels met een zij-ingang, op een veilige afstand boven de grond.Afhankelijk van het voedselaanbod worden kort na elkaar jaarlijks, van midden april tot begin augustus, 2 tot 4 legsels van 4 tot 6 eieren grootgebracht.
Hunebedden Prehistorie De tijd van de hunebedden hoort tot de prehistorie. Dat betekent letterlijk ´voor-geschiedenis´. Het is de tijd dat mensen hun geschiedenis niet opschreven. Ze konden namelijk nog niet schrijven. De geschiedenis of historie begint wanneer er wel verhalen uit die tijd zijn opgeschreven. De prehistorie duurde van ongeveer 250.000 voor Christus tot ongeveer 50 jaar voor Christus. Hunebedden Een hunebed is een graf. Wetenschappers denken dat alleen de belangrijkste mensen uit het dorp er in werden begraven. De doden kregen sieraden, wapens en een pot met voedsel mee in hun graf. Dat voedsel had de dode nodig, omdat hij of zij nog een hele reis naar een volgend leven moest maken. Zwerfkeien Lang voordat de steentijd begon, was er op aarde een ijstijd. Grote delen van Europa waren met ijs bedekt. Dat ijs kwam ook in Nederland terecht. In dat ijs zaten grote stenen die vanuit Finland en Zweden waren meegevoerd. Toen het ijs na duizenden jaren ging smelten, bleven de stenen in Nederland liggen. Die stenen noemen we zwerfkeien. Bouwen zonder machines De zwerfkeien zijn gebruikt om hunebedden te bouwen. De mensen gebruikten boomstammen, touw en ossen om de stenen te verplaatsen. Dit gebeurde vooral in de winter omdat de grond dan bevroren, dus hard, was. Als de stenen op de goede plek lagen, ging het bouwen op de volgende manier:1. Ze bouwden een heuveltje van zand met aan de zijkant twee gaten.2. In de gaten werden twee stenen rechtop tegen de zandheuvel gezet.
IJsbeer Iedereen kent deze `witte beer` wel. Zijn woonplaats situeert zich van de Noordelijke IJszee tot aan de zuidgrens van het drijfijs. Het bestand van deze beer is na de oorlog drastisch afgenomen tot slechts 5000 exemplaren. Hun huidige aantal wordt geschat op 40.000 beren. Het is dan niet verwonderlijk dat hun toekomst afhangt van de bescherming van het hele arctische gebied. Jongen Buiten de paartijd leven de ijsberen solitair (alleen). De paring vindt in de zomer plaats. Na een draagtijd van ongeveer 9 maanden brengt het vrouwtje de jongen ter wereld in het hol, dat ze voor haar winterslaap heeft gemaakt. Het aantal jongen dat ze voortbrengt varieert van één tot vier beertjes. In het begin zijn ze maar zo groot als een kat. Na zes weken steken ze hun snuit al naar buiten, maar ze blijven toch zo`n twee jaar bij hun moeder. Pas na die twee jaar krijgt de moeder opnieuw jongen. De beer is in volle lengte zo`n 2m50 lang. De schouderhoogte bedraagt 1m50. Een mannetje weegt al vlug tussen de 400 en 600 kg, een vrouwtje tussen de 300 en 400 kg. Uitzicht De ijsbeer heeft een gestroomlijnd lichaam dat smaller is dan een doorsnee beer. In vergelijking met de beer is de nek langer, en de kop kleiner. De ijsbeer is verbazend snel, en kan over een korte afstand zelfs sneller lopen dan een rendier. Onder zijn brede poten zitten kussenvormige zolen, en korte, scherpe nagels. Zijn tenen zijn tot de helft door zwemvliezen (vinnen) verbonden. Zijn dikke pels, en zijn vetlaag, zorgen ervoor dat zwemmen in het ijswater geen probleem is: hij voelt geen kou.
IJstijd De ijstijd Zo’n 600.000 jaar geleden veranderde het klimaat op de aarde. De straling van de zon werd minder, de winter werd kouder en ook ’s zomers ging de temperatuur omlaag. De zomers werden ook korter. In de winter viel er veel sneeuw. In honderden jaren werd Noord-Europa en de Alpentoppen bedekt met sneeuw. Omdat de zomers te kort en te koud waren dooide de sneeuw nooit helemaal, alleen de bovenste laag smolt. Als het dan weer kouder werd veranderde de gesmolten sneeuw in ijskorreltjes en de noemden we firn. De overgang van sneeuw naar firn duurde maar een paar dagen. Het gebeurde vooral op beschutte plaatsen, zoals in bergdalen. Op deze firn viel weer nieuwe sneeuw, zodat er een steeds zwaardere firn-laag ontstond. De lucht tussen de ijskorrels werd weggeperst. Zo ontstond er een ijsmassa die we een gletsjer noemen. Het kon wel honderden jaren duren voor dat sneeuw en firn een gletsjer waren. Wanneer de ijsmassa een bepaalde dikte had, begon hij te schuiven, dan zeggen we dat de gletsjer stroomt. Lage zeespiegel Door de kou kwam de sneeuw steeds verder naar het zuiden. De gletsjers rukten op tot in het laagland.Waar eerst altijd regen viel viel nu sneeuw. Het verschil is dat regen terugstroomt naar zee, en sneeuw en ijs niet. Dus bleef er veel meer water op het land liggen. De zeespiegel lag daardoor 90 meter lager!! De kustgebieden vielen droog, de eilanden werden met het vasteland verbonden. Bijvoorbeeld de Britse eilanden en Noord-Frankrijk waren een geheel. Veel later, toen het klimaat verbeterde smolt de sneeuw weer.
IJsvogel Veel mensen vinden de ijsvogel de mooiste vogel die er bestaat. Hij brengt het grootste deel van de dag door met vis vangen onder water, hoewel hij zelf niet eens kan zwemmen. Leefgebied IJsvogels zijn te vinden bij heldere, ondiepe, langzaam stromende rivieren, op plaatsen die beschut zijn tegen wind en golfslag. Omdat zij grote hoeveelheden vis nodig hebben, moeten zij hun leefgebied kiezen in de buurt van gezond en heel visrijk water.Veel ijsvogels leven het hele jaar in de naaste omgeving van hun broedgebied. Maar als het water `s winters bevriest zijn de vogels gedwongen open water op te zoeken, zodat ze dan nog al eens aan de kust te vinden zijn. Voeding De ijsvogel vist in de eerste plaats op kleine vissen, zoals elritzen en stekelbaarsjes. Gezeten op een hoogte van wel drie meter boven het water, maar vaak ook biddend, zoekt hij naar een goede buit. Heeft hij een prooi in het vizier, dan stort hij zich met opgevouwen vleugels bijna loodrecht het water in. Als hij zijn prooi goed vast in zijn snavel heeft, `roeit` hij met krachtige vleugelslagen naar de oppervlakte en vliegt vervolgens met de gevangen vis naar zijn uitkijkpost terug. Hier slaat hij zijn prooi dood tegen de boomtakken of de paal waarop hij is gaan zitten. Verspreiding De ijsvogel wordt in bijna heel Europa en Zuid-Azie aangetroffen, of op het uiterste puntje van Noord-Afrika en in het oosten tot Japan en op de Salomonseilanden in de Stille Oceaan. Van de 86 soorten komt er in Europa maar één soort voor.
India In India worden meer dan 1000 verschillende talen gesproken. Naast de twee officiële talen het Hindi en het Engels zijn er nog 14 andere talen die overal in het land gesproken worden. De meeste mensen spreken hun eigen plaatselijke taal. Het hindoeïsme is er de meest verspreidde godsdienst, maar je vindt er ook veel moslims, sikhs, christenen en boeddhisten. India heeft een zeer afwisselend landschap. Het noorden is bergachtig. De rivier de Ganges zorgt in het midden van het land voor vruchtbare akkers en in het zuiden ligt een droge hoogvlakte omgeven door een warm en vruchtbaar kustgebied. Met 844 miljoen inwoners is India na China het dichtst bevolkte land ter wereld. Ongeveer 30% van de bevolking woont in de grote steden en werkt in fabrieken en kantoren. Het overige deel woont in kleine, arme dorpjes en werkt op het platteland. India heeft jarenlang te weinig voedsel geproduceerd, maar nu de landbouw verbeterd is is ook de voedselproductie gestegen. Uitzicht Tussen het Indiase subcontinent en China in het noorden ligt een hoge bergketen die deel uitmaakt van het Himalayagebergte. In het westen gaat het Himalayagebergte over in het Karakoramgebergte dat de noordgrens met Pakistan vormt. Er wonen maar weinig mensen in dat gebied maar toch zijn de bergen voor de bevolking van zeer groot belang. De meeste rivieren die de vruchtbare akkers bevloeien, ontspringen in het Himalayagebergte.De Ganges stroomt vanaf de oorsprong in het Himalayagebergte in oostelijke richting door India en buigt naar het zuiden af.
Indonesië Indonesië is een republiek in Zuidoost-Azië, gelegen tussen het Aziatische vasteland en Australië. Indonesië bestaat uit 13 677 eilanden, waarvan er ongeveer 990 bewoond zijn. De archipel (zee met veel eilanden of eilandengroepen) telt ongeveer 228 437 870 inwoners en heeft een bevolkingsdichtheid van 120 inwoners per km². De hoofdstad is Jakarta en de munteenheid is de rupiah. Archipel De Indonesische eilanden omvatten het grootste deel van de archipel tussen het zuidoosten van het vasteland van Azië en het werelddeel Australië. Er zijn meer dan 13 000 eilanden en eilandjes. De vijf grootste eilanden zijn: Nieuw-Guinea, Borneo, Sumatera, Sulawesi en Djawa. Tezamen beslaan zij meer dan 90% van het totale grondgebied van de republiek. De afzonderlijke eilanden vertonen grote verschillen, niet alleen in grootte, maar ook in hoogte. De meeste eilanden zijn bergachtig en vulkanisch actief. Indonesië heeft dank zij deze vulkanen zeer vruchtbare grond. Klimaat Het grootste deel van Indonesië kent een tropisch regenklimaat. De gemiddelde jaartemperatuur schommelt rond de 25-27 °C. Plantengroei Indonesië heeft een buitengewoon rijke flora. Sumatera, Borneo en Nieuw-Guinea waren oorspronkelijk bedekt met zeer dicht tropisch regenwoud. Veel tropisch regenwoud verdwijnt voor landbouwgrond. Langs de slibrijke zeekusten treft men mangrovebos aan. Daarachter groeien vooral op Sumatera en Borneo vaak uitgestrekte veenmoerasbossen in voedselarm zoet water. Kenmerkende bomen van de archipel zijn o.
Industriële revolutie Een nieuwe maatschappij Toen de Engelsman James Watt in 1764 de stoommachine uitvond, kon hij niet vermoeden dat zijn uitvinding de hele maatschappij op haar kop zou zetten. Door zijn uitvinding kwam de `industriële revolutie` op gang. Machines namen het werk over van de mensen. Op deze manier kon men allerlei dingen sneller en goedkoper gaan produceren. De eerste machines waren zo groot en duur dat ze thuis niet gebruikt konden worden. Daarom bouwde men fabrieken (voorheen was er vooral huisnijverheid). Deze werden vooral in de nabijheid van rivieren gebouwd omdat de machines op waterkracht en stoom werkten.De industriële revolutie kwam het eerst op gang in de textielindustrie. Al snel stak Engeland alle concurrenten voorbij. België haalde echter zeer snel zijn achterstand in. In ons land schoten de textielfabrieken als paddestoelen uit de grond. De eerste trein Door de vooruitgang in de staal- en kolenindustrie ontwikkelde zich een nieuw transportmiddel: de trein. Dank zij deze uitvinding konden goederen en mensen snel van de ene naar de andere plek reizen. De eerste trein op het Europese vasteland reed in ons land. In 1835 werd de spoorlijn Mechelen-Brussel plechtig ingehuldigd. De keerzijde In de hoop werk te vinden trokken veel plattelandsbewoners naar de steden. Er was immers werk genoeg. Alleen diende er voor een hongerloon zeer hard gewerkt te worden. Bovendien werd elke overtreding zeer streng gestraft. Vijf minuten te laat komen kostte de helft van je dagloon.
Inka`s In de twaalfde eeuw kwam een Amerikaanse Indianenstam vanuit het Andesgebergte (Zuid-Amerika) in de vruchtbare Cuzco vallei wonen. Aan het einde van de 15de eeuw hadden ze een heel groot gebied veroverd (1.139.596 km²) dat meer dan 10 miljoen inwoners telde. De Inka`s beschikten niet alleen over een zeer sterk leger, ze gebruikten bij het besturen van het land ook heel bijzondere communicatietechnieken. Er werden overal in het land verharde wegen aangelegd. Vervolgens liepen koeriers van de koning 240 km per dag (in estafette) om boodschappen van en naar de hoofdstad Cuzco te brengen. Paarden en voertuigen waren er niet. Aan het hoofd van het rijk stond het opperhoofd, die als een god vereerd werd en absolute macht over zijn onderdanen uitoefende.In 1525 was het Inka-rijk op zijn hoogtepunt en besloeg het een gebied van meer dan 3200 km langs de westkust van Zuid-Amerika waar nu Equador, Peru, Bolivië en Chili liggen. Maar toen in datzelfde jaar het Inka-opperhoofd Huayna Capac stierf, brak er door twee ruziënde troonopvolgers een burgeroorlog uit. In 1532 arriveerde een groepje Spaanse soldaten in het land en trof er wanorde aan. In geen tijd versloegen ze het Inka-leger en in 1533 stond het Inka-rijk volledig onder Spaans bewind. Machu Picchu De vestigingstad Machu Picchu besloeg een gebied van 13 km² en was gebouwd op terrassen, die meer dan 2280 m boven de zeespiegel in een bergwand waren uitgehakt. Cultuur De Inka`s weefden lappen stof met ingewikkelde patronen in prachtige kleuren.
Inktvissen Met hun vreemde lichaamsvorm en hun sterke tentakels zijn inktvissen indrukwekkende dieren. De inktvis is de grootste en intelligentste van alle ongewervelde dieren (dieren zonder ruggengraat). De zintuigen van de inktvis zijn bijzonder goed ontwikkeld: scherpe ogen, grote hersenen, snelle reacties en een goed geheugen. De verschillende soorten inktvissen (octopussen, zeekatten en nautilussen) zijn weekdieren en verwant aan schelpdieren met een week (zacht) lichaam zoals slakken, mosselen en oesters. Inktvissen hebben echter geen uitwendig geraamte zoals schelpdieren, maar sommige soorten hebben van binnen wel een heel dun penvormig geraamte. Een octopus heeft acht armen met zuignappen waarmee hij zich voortbeweegt. De zeekat en de nautilus hebben acht korte armen en twee lange tentakels die opgerold kunnen worden. De armen worden tijdens het zwemmen als roeispanen gebruikt en met de tentakels wordt de prooi gegrepen. Inkt Inktvissen hebben een inktklier die met de spijsverteringsorganen is verbonden. Als ze onraad bespeuren, spuiten ze een donkere vloeistof uit de inktzak naar buiten zodat het water donker en troebel wordt en de vijand hen niet kan zien. Deze donkerbruine kleurstof wordt ook door schilders gebruikt en noemt sepia. Fabeltjes Sommige grote inktvissen zijn met de armen gespreid wel 9 m breed. Maar verhalen over reuzeninktvissen die een duiker in zijn geheel opslokken of die schepen aanvallen zijn niet waar.
Insecten De grootste groep dieren op aarde zijn de insecten. Er zijn minstens een miljoen verschillende soorten, zoals kevers, vlinders, mieren en bijen. Meer dan 500 miljoen jaar geleden verschenen de eerste insecten op aarde. Ze komen in alle leefgebieden voor: van koude berggebieden tot tropische regenwouden. Hoewel alle insecten zes poten hebben en een uitwendig skelet, variëren ze enorm in grootte en vorm. De Afrikaanse Goliathkever weegt meer dan 100 gram en het kleine vuurvliegje is bijna niet te zien met het blote oog. Sommige insecten veroorzaken problemen voor de mens. Zo kunnen vliegen ziektes overbrengen en snuitkevers en sprinkhanen vernietigen dan weer landbouwgewassen. Parasieten zoals teken en luizen leven op en van dieren en soms ook op en van mensen. Toch spelen insecten een belangrijke rol in de natuur. Ze bestuiven bloemen en vormen een belangrijke voedselbron voor veel vogels, vleermuizen en reptielen. Bepaalde insecten zijn ook voor de mens zeer nuttig. Denk maar eens aan de bijen. Metamorfose Insecten beginnen hun leven als ei en veranderen van uiterlijk als ze groeien. We noemen dit metamorfose. Insecten vervellen, waarbij de harde huid barst, de nieuwe eronder te voorschijn komt en hard wordt.Bij insecten zoals vlinders, komt er uit het ei een larve of rups. Deze verandert later in een pop waar uiteindelijk de vlinder uitkomt.Bij insecten zoals de veldsprinkhaan lijkt het jonge insect als het uit het ei komt, op de ouders. Na elke vervelling gaat hij meer op een volwassen dier lijken.
Irrigatie Irrigatie geeft leven In veel landen regent het bijna nooit. Daar moeten ze dus zuinig zijn met hun water. Toch hebben gewassen water nodig.Boeren uit arme landen geven hun gewassen water door kleine geulen te graven tussen de gewassen door. Dit water kom ergens uit een rivier. Deze manier van water geven heet irrigatie. Alleen slibben de geulen snel dicht, dus moet een boer de geulen weer openmaken met een schep. Het is erg moeilijk werk aangezien het water niet te snel mag lopen want dan komen de planten te sterven. Het kan natuurlijk zijn dat er geen rivier in de buurt is. Dan kan er soms water uit een bron worden gehaald. Dit water zit diep in de bodem en wordt met pompen naar de oppervlakte gehaald. Irrigatie brengt ook dood Omdat mensen gedurende lange tijd grote hoeveelheden water gaan weghalen uit rivieren raakt dit water stilaan opgebruikt. Een goed voorbeeld hiervan is het Aralmeer in Centraal-Azië.Het Aralmeer ligt op de grens van Kazachstan en Oezbekistan en was een groot zoetwatermeer. In 1960 had het een oppervlakte zo groot als Ierland. Nu bestaat het uit zandbanken met smalle waterlopen ertussen. Het waterpeil is in de loop van de twintigste eeuw voortdurend gezakt. Al tientallen jaren wordt water gehaald uit de rivieren die in het Aralmeer uitmonden. Dat water gebruikt men om de akkers te bevloeien. Daardoor is een steeds groter deel van het meer drooggevallen. Onderstaande satellietfoto`s laten dit duidelijk zien.
Islam In de zevende eeuw stichtte de profeet Mohammed in Arabië een godsdienst die veel invloed op de wereld zou krijgen: de islam. De volgelingen van de islam noemen we moslims. Ze geloven dat veel profeten of meesters door God gezonden zijn. Mozes en Jezus Christus waren ook zulke profeten, maar volgens de moslims was Mohammed de allergrootste. Net als christenen en joden geloven moslims in één God: Allah. Islam betekent `onderwerping aan Gods wil` en de moslims gehoorzamen dan ook onvoorwaardelijk aan Allah. Het islamitische leven gaat uit van een reeks regels die de `vijf zuilen` van de islam worden genoemd. De moslims geloven dat ze de hemel zullen bereiken als ze volgens deze regels leven. Er gelden ook strenge regels voor de omgang van de mensen onderling. De kleding van moslimvrouwen moet hun lichaam helemaal bedekken en alcohol en gokken zijn verboden. Tegenwoordig zijn er meer dan 800 miljoen moslims in het Midden-Oosten, Azië en Afrika. De islam groeit nog steeds, o.a. door de invloed van heel strenge gelovigen die de oude, strenge ideeën van de islam weer willen invoeren. Mekka Mohammed is in de stad Mekka in Saoedi-Arabië geboren en volgens één van de vijf leefregels moet elke moslim minstens één keer in zijn leven naar Mekka gaan. Midden in de stad staat de Kaäba. Dit altaar is het middelpunt van de bedevaart en binnenin ligt een zwarte steen. Moskee De eredienst van de moslims wordt in de moskee gehouden. Bij de ingang trekken de moslims hun schoenen uit en wassen ze zich.
Italië Lid van de Europese Unie sedert 1957 Oppervlakte: 301.277 km² Aantal inwoners: 57.154.000 Staatsvorm: republiek Staatshoofd: Oscar Luigi Scalfaro Hoofdstad: Rome Munt: EURO Taal: Italiaans Bevolking: 94% Italianen Godsdienst: 90% katholiek Italië is een parlementaire democratie met algemeen stemrecht. De wetgevende macht wordt uitgevoerd door het parlement dat bestaat uit 2 Kamers. Bestuurlijk is Italië onderverdeeld in 20 regio`s met ruime autonomie, 103 provincies en 8.104 gemeenten. De zelfstandige republiek San Marino en Vaticaanstad behoren niet tot de republiek Italië. Reliëf De twee belangrijkste kenmerken van het Italiaanse reliëf zijn de Alpen en de Apennijnen. De Po is de langste rivier van Italië. De zuidrand van de Alpen helt af naar de Povlakte die in het zuiden aansluit bij de Apennijnen. De belangrijkste Apennijnenrivieren zijn de Arno en de Tiber. Italië kent ook een aantal prachtige meren. Klimaat Italië kent 2 klimaattypes: het continentaal klimaat met lange warme zomers en korte koude mistige winters. De rest van het schiereiland en de eilanden hebben een mediterraan klimaat met warme zomers en zachte winters.
Jachtluipaard De cheetah, oftewel de jachtluipaard, is het snelste landdier ter wereld. Hij kan snelheden bereiken van 110-120 kilometer per uur. Het jachtluipaard is compleet gebouwd op snelheid. Hij is klein en licht. Jachtluipaarden zijn zeer aggressief. Bij gevechten tussen mannetjes gaat het vaak tot op de dood. Jachtluipaarden jagen vaak midden op de dag als andere jagers liggen te slapen. Net als andere wilde katten is de jachtluipaard één van de meest bedreigde diersoorten. Snelheid Het jachtluipaard is het snelste landzoogdier. Gedurende korte tijd en over kleine afstanden kan hij een snelheid ontwikkelen van ongeveer 110 km per uur. Zijn lichaam is daartoe aangepast. Het is lang, soepel en gestroomlijnd. De poten zijn eveneens lang en de nagels kunnen niet worden ingetrokken zoals bij andere katten. De poten van een jachtluipaard lijken meer op poten van een hond. De diep gewelfde borstkas duidt erop dat het dier tot enorme krachtsinspanningen in staat is. Anders dan de overige katten, kan het jachtluipaard niet zo goed sluipen, zijn poten zijn hiervoor te lang. De jacht De jachtluipaard achtervolgt zijn prooi met grote snelheid en bereikt het dier meestal na ongeveer een minuut. Hij bespringt de prooi en sleurt het met zijn voorpoten op de grond. Daarna wordt het slachtoffer gewurgd door de luchtpijp dicht te drukken. Dit doet de jachtluipaard met zijn scherpe kaken. Om de buit te beschermen tegen andere roofdieren sleept hij deze meestal naar een veilige plaats om hem daar op te eten.
Jan Van Eyck Zijn schilderkunst Jan Van Eyck werd vermoedelijk in 1390 geboren en hij overleed in Brugge op 19 juli 1441. Hij was afkomstig uit de streek van Maaseik.Hij was één van de belangrijkste Vlaamse Primitieven. Van Eyck kan beschouwd worden als één van de grootste vernieuwers uit de geschiedenis van de schilderkunst. Met hem begint de glorietijd van de 15de eeuwse schilderkunst in de Nederlanden.Het scheppen van ruimte in zijn schilderijen was zeer vernieuwend voor deze tijd. Ook de manier waarop hij het perspectief weergaf was tot dan nog niet gezien.Zijn portretten waren zeer realistisch met een zeer grote aandacht voor het detail. Omdat hij een nieuwe schildertechniek gebruikte verkreeg hij op een unieke manier licht in zijn schilderijen. Hij bracht op het oorspronkelijk schilderwerk een aantal laagjes olieverf aan zodat de onderliggende kleuren een doorschijnend karakter kregen. Samen met zijn broer stelde hij de olieverftechniek op punt.
Japan Geografie Japan heet in het Japans `Nihon` of `Nippon`, hetgeen `de oorsprong van de zon` betekent. Japan bestaat uit vele eilanden, waarvan er vier de grootste en belangrijkste zijn. Dit zijn: Honshu (het hoofdeiland met steden als Tokyo, Kyoto, Osaka, Kobe en Hiroshima), Hokkaido in het noorden (met Sapporo), Kyushu in het westen (met Oita, Herado, Nagasaki en Fukuoka) en Shikoku. Daarnaast omvat het nog eens zo`n 3900 kleine eilandjes. Het totale grondoppervlak bedraagt ong. 377.800 km². Japan heeft een bevolkingsdichtheid van 330 inwoners per km². Geschiedenis Zo`n 10 000 jaar geleden kreeg het Japanse eilandenrijk zijn huidige vorm. Kort daarna begon het Jomon tijdperk (8000 v. Chr. - 300 v. Chr.). De bevolking bestond uit jagers en verzamelaars. Ze vormden kleine gemeenschappen en gebruikten aarden voorwerpen.Rond 300 v. Chr. worden de nederzettingen groter en vinden we de eerste sporen van rijstbouw (landbouw) terug.De eerste stappen naar een echte natie werden gezet in het Yamato tijdperk (300 - 593). Tijdens dit tijdperk brachten de voorouders van de huidige keizer een aantal kleine staatjes onder een gezag vanuit hun stadplaatsen, die nu bekend zijn als de prefecturen van Nara en Osaka.In 604 legde prins Shotoku de eerste Japanse grondwet vast. In dezelfde tijd begon het boeddisme. De Nara periode (710 - 794) begon aan het begin van de achtste eeuw met de vestiging van de eerste permanente hoofdstad in Nara. Aan het eind van de eeuw werd de hoofdstad verplaatst naar Kyoto en begon de Heian periode (794 - 1192), waarin adellijke families heersten en een uitgesproken nationale cultuur opbloeide.
Jeanne d`Arc Aan het begin van de 15de eeuw slaagden de Fransen er eindelijk in om de Engelsen uit hun land te verdrijven. De strijd begon met een vrouw die later één van de meest geliefde heldinnen in de Franse geschiedenis zou worden. Jeanne d`Arc werd in 1412 in een arm gezin geboren. Ze kon niet lezen of schrijven maar ze was heel intelligent en eigenwijs en ze ging in discussie met ontwikkelde mensen. Als jong meisje hoorde Jeanne d`Arc stemmen van heiligen en engelen, die haar de opdracht gaven om de Franse troon aan de wettige koning terug te geven. Het lukte haar om de erfgenaam van de troon - de latere Karel VII - van haar ideeën te overtuigen en in 1429 behaalde het Franse leger onder haar leiding de overwinning bij Orléans. Ze was toen nog maar 17 jaar. De troepen van Jeanne d`Arc behaalden nog meer overwinningen, maar in 1430 werd ze gevangen genomen door de Bourgondiërs, een sterke Franse groepering. Ze verkochten haar aan de Engelsen die haar beschuldigden van ketterij (het niet-geloven in de leer van de kerk). Jeanne d`Arc werd schuldig bevonden en op 30 mei 1431 werd ze in Rouen op de brandstapel ter dood gebracht. Na de dood van Jeanne d`Arc werden de Engelsen uit Frankrijk verdreven en groeide haar faam als heldin. Er ontstonden veel legenden rond haar persoon en in 1920 werd Jeanne d`Arc door de paus heilig verklaard. De Honderdjarige oorlog In 1337 maakte de Engelse koning Edward III aanspraak op de Franse troon en viel hij Frankrijk binnen. Toen Jeanne d`Arc werd geboren, had Engeland meer dan de helft van Frankrijk in handen.
Jodendom Er is een nauw verband tussen de geschiedenis van het Joodse volk en zijn godsdienst, het jodendom. Joden geloven in één God die meer dan 4000 jaar geleden een speciaal verbond sloot met hun voorvader Abraham. Ze waren Gods uitverkoren volk en ze beloofden aan zijn wetten te gehoorzamen en zijn boodschap aan anderen door te geven. De Joden geloofden dat er een Messias, een boodschapper van God, zou komen om de aarde te redden en het oude Joodse Koninkrijk te herstellen dat in de 6de eeuw v. Chr. was vernietigd. Het Jodendom streeft naar een rechtvaardig en vreedzaam leven voor alle mensen op aarde. In de Joodse geschriften wordt uitgelegd dat goed gedrag erg belangrijk is om dat doel te kunnen bereiken. De orthodox Joden - degenen die deze geschriften precies naleven - stemmen hun dagelijks leven op deze wetten af. Daar horen ook het voedsel en de kleding bij. Zo zullen zij bijvoorbeeld nooit varkensvlees eten. Maar veel Joden zijn niet orthodox en leggen die wetten niet zo letterlijk uit. Tijdens de eredienst wordt de Hebreeuwse taal gebruikt. Hebreeuws is ook de landtaal van Israël, het thuisland van de Joden. De Joden leven verspreid over de hele wereld, waar ze verschillende talen spreken. De Thora In de eerste vijf boeken van de Hebreeuwse bijbel, de Thora, staan de Joodse wetten en de vroege geschiedenis van het Joodse volk. In de overige bijbelboeken komen de profeten aan het woord en de uitleg van hun boodschap door de rabbijnen. De Thora gebiedt ook een wekelijkse rustdag, de sabbat, die op zaterdag wordt gehouden.
Johannes Vermeer Vermeer werd in Delft geboren op 31 okt. 1632 en overleed er op 15 dec. 1675. Hij was een Noord-Nederlands schilder en kunsthandelaar, zoon van een zijdewerker, die zich ook wel met de kunsthandel bezighield. Zijn leven Over zijn leven is weinig bekend. Hij trouwde in Delft in april 1653, werd lid van het gilde in hetzelfde jaar en werkte er zijn hele leven. Bekend is dat zijn financiële omstandigheden wel eens te wensen overlieten. Over zijn leertijd bestaan geen gegevens. We zien in zijn vroege werken Italiaanse invloeden. Als mogelijke leermeester wordt vaak Carel Fabritius genoemd. Zijn werk Vermeers oeuvre is vrij klein. Er zijn slechts 35 schilderijen bekend. De meeste tonen interieurs. Ze worden verlicht door een tamelijk koel daglicht. Er bevinden zich niet meer dan twee à drie personen. Licht, ruimte en kleur zijn de belangrijkste elementen in zijn werken. Twee eeuwen vóór de impressionisten wist hij licht door kleur uit te beelden. Aangezien slechts twee schilderijen van de kunstenaar gedateerd zijn: `de koppelaarster` (1656; Gemäldegalerie, Dresden) en `de astronoom` (1668; Musée du Louvre, Parijs), is het moeilijk een exacte chronologie in zijn oeuvre aan te brengen. Een voorbeeld uit zijn vroege periode is `de koppelaarster`, waarin meer actie aanwezig is dan in zijn latere werken. De nadruk valt op de figuur en er is nog geen sprake van ruimtelijke helderheid. Opvallend zijn de warme kleuren. Karakteristiek, ook voor zijn latere periode, zijn het stukje stilleven en het gebruik van de kleuren blauw en geel.
John Logie Baird John Logie Baird werd op 13 augustus 1889 in Schotland geboren en overleed op 14 juni 1946. Hij kreeg als bijnaam de `Vader van de Televisie`. Zijn jeugd Als kleine jongen interesseert John Logie Baird zich alleen maar voor draden, buizen, conservenblikjes en batterijen. Hij is een geboren knutselaar die alleen maar oog heeft voor alles wat met elektriciteit, telefoon en radio te maken heeft. Daarom besluit hij om voor ingenieur te studeren. Geen geluk in zaken Gezondheidsproblemen zorgen ervoor dat hij op jonge leeftijd verhuist naar de Antillen waar een zachter klimaat heerst dan in Schotland. Hier richt hij een jamfabriekje op dat zeer snel op de fles gaat. Hij keert terug naar Glasgow en start een fabriek dat schoonmaakproducten produceert. Ook dit bedrijf gaat failliet. Ook zijn derde bedrijf, een dameskousenfabriek, is geen lang leven gegund. Toch blijft hij doorzetten. Televisie Als hij hoort van Marconi`s uitvinding, wordt hij behekst door de gedacht dat het mogelijk moet zijn om naast radiogolven ook beelden uit te zenden. Na een tijd van studie en proeven doen slaagt hij erin een kruisvormige figuur anderhalve meter ver door te seinen. Ondanks de slechte kwaliteit bewijst hij dat beelden doorgezonden kunnen worden. In 1925 slaagt hij erin om voor het eerst een bewegend beeld van de ene kamer naar een andere door te zenden. Geleerden geven toe dat hij in zijn opzet geslaagd is en de televisie is geboren. Dank zij de schenking van familieleden richt John een televisiemaatschappij op.
Julius Caesar Julius Caesar was een uitstekend militair bevelhebber en een groot staatsman. Hij was zeer geliefd bij de bevolking omdat hij de schitterende volksspelen in Rome betaalde. Als bevelhebber breidde hij het toenmalige Romeinse Rijk verder uit door Gallië te veroveren. Gallië was het gebied waar nu Frankrijk, België en Zwitserland liggen. De senaat, een groep van mannen die het Romeinse Rijk bestuurden, was bang dat Caesar zichzelf tot keizer zou uitroepen. Ze gaven hem de opdracht zich met zijn leger aan hun gezag te onderwerpen en terug te keren naar Rome. Hij keerde naar Rome terug, maar niet om zich te onderwerpen maar om het te veroveren. In 45 v. Chr. werd Caesar alleenheerser. Een jaar later werd hij vermoord. Driemanschap Julius Caesar had de ambitie consul te worden. Een consul is een belangrijk leider. Om dit doel te bereiken sloot hij in 60 v. Chr. een verbond met zijn schoonzoon Pompeius en met Crassus, die ook een belangrijke politicus was. Ze vormden samen een driemanschap, dat de machtigste politieke groepering in Rome werd. De Rubicon Door zijn overwinningen in Gallië werd Julius Caesar erg populair bij de Romeinse bevolking. Er waren ook Romeinen die dachten dat hij hierdoor te veel macht kreeg. Daarom wilde de senaat, onder leiding van Pompeius, in 49 v. Chr. zijn overgave. Hij weigerde, stak de rivier de Rubicon over en bezette met zijn leger Italië waar een burgeroorlog uitbrak. Zijn dood Omdat hij te machtig geworden was wilden sommige senatoren hem dood.
Jupiter Jupiter wordt de reus van het Zonnestelsel genoemd omdat alle planeten uit ons Zonnestelsel passen in Jupiter. De Grieken noemden de planeet Jupiter naar de oppergod Zeus, de God van de hemel, het weer, het daglicht en de donder en bliksem.
Kaas Kaas bestaat vooral uit eiwit en vet. Dit zijn de vaste delen die in melk aanwezig zijn. Bij het kaasmaken komt het er dus vooral op aan de vaste stoffen in de melk te binden en te scheiden van de vloeistof of wei. Deze bereiding omvat zes stappen: het zuursel bereiden, de wrongelbewerking, het vormen, het persen, het pekelen en het rijpen. Om 1kg kaas te maken hebben we 10 liter melk nodig. Bekijken we deze stappen één voor één. Het zuursel bereiden De melk wordt opgewarmd waarna stremsel (dit maakt de kaas dik) en zuursel (voor de smaak) worden toegevoegd. Dit mengsel wordt in een kaastobbe goed doorheen geroerd en na een half uur is de melk veranderd in een dikke massa (er is wrongel ontstaan). De wrongelbewerking Nu moet het vocht uit de massa. Deze bewerking, die ook het soort kaas bepaald, omvat vier handelingen: scheppen met de pollepel (in mandjes zodat de wei spontaan wegloopt), snijden (door in stukken te snijden kan de nog overblijvende wei verder wegvloeien), roeren en rusten. Het vormen De bewerkte wrongel wordt uit de kuipen geschept en in linnen of katoenen doeken gewikkeld. Het `doeken` bevordert de korstvorming en laat de nog overblijvende wei wegvloeien. Daarna worden de vormen in houten kaaskoppen of kaasvaten gedaan. Het persen Het is hier de bedoeling om alle wei zoveel mogelijk te verwijderen. Met de kaaspers kan een grote druk uitgeoefend worden. Het pekelen De kaas wordt gepekeld omdat hij zo langer bewaard kan worden. Tevens bevordert het pekelen het verder onttrekken van de wei uit de kaas omdat zout vocht opneemt.
Kamelen en lama`s Geen enkel dier is zo geschikt om in de woestijn te leven als de kameel. Hij kan met de grote vetbult op zijn rug (zijn watervoorraad) lange afstanden afleggen zonder te eten of te drinken. Bovendien kan hij, als er veel voedsel voor handen is, een grote hoeveelheid gras en water als reserve in zijn maag opslaan. We kennen twee soorten kamelen: de dromedaris en de Bactrische kameel. De lama in Zuid-Amerika is een familielid van de kameel, maar heeft geen bult. Ook de alpaca, de guanaco en de vicuna in Zuid-Amerika zijn familie van de kameel. De kameel en de lama hebben sterke poten waarmee ze hard kunnen rennen. Met hun lange nek en de ogen, oren en neusgaten hoog op de kop bemerken ze op grote afstand dreigend gevaar. Al honderden jaren worden kamelen, lama`s en alpaca`s als lastdier gebruikt. De meeste dromedarissen zijn tam en worden voor de vleesproductie gebruikt. De kameel, het schip van de woestijn De kameel dankt zijn bijnaam aan de vele duizenden mensen die hij veilig doorheen de hete woestijnen bracht. Zijn ganse lichaam is perfect aangepast aan de barre levensomstandigheden in de woestijn:- een dikke vacht houdt hem `s nachts warm en overdag koel;- lange wimpers beschermen de ogen tegen de brandende zon en de kou;- de brede poten met kussentjes eronder staan een beetje naar buiten om te voorkomen dat de kameel in het zand wegzakt;- de neusgaten kunnen afgesloten worden zodat stof en zand het lichaam niet kunnen binnen dringen.Tijdens een zandstorm gaat de kameel op de dikke kussens van zijn knieën liggen, legt zijn oren plat, sluit de ogen met de dikke wimpers en knijpt zijn bek en neusgaten stijf dicht.
Kangoeroe Rugzak of buikzak ?Van oorsprong zijn alle zoogdieren uit Australië buideldieren. De vrouwtjes hebben een buidel op hun buik waarin de jongen goed beschermd zijn. De kangoeroe is het meest bekend. In groepjes springen deze planteneters over de open vlakten of tussen de bomen van het droge Australische landschap. Op andere werelddelen grazen hoefdieren over de vlakten, maar in Australië is het gras voor de kangoeroe. Als het moet, kunnen ze wekenlang zonder water. In de planten zit voldoende vocht om droge tijden te overbruggen. Kampioen hoogspringen Een kangoeroe loopt niet, hij springt. Als hij zich langzaam voortbeweegt, bijvoorbeeld als hij eet, zet hij eerst de korte voorpootjes vóór zich op de grond. Daarna zwaait hij met een sprongetje de twee achterpoten tegelijkertijd naar voren. Wil hij snelheid maken, dan doen de voorpoten even niet mee. Dan maakt hij met zijn grote, sterke achterpoten sprongen van wel twee meter hoog en acht meter ver! Hij bereikt een snelheid van 40 kilometer, en op korte stukjes zelfs meer dan 80 km per uur. Met de dikke gespierde staart kan hij sturen en zijn evenwicht bewaren. Op de grond en in bomen Van de 50 soorten kangoeroes zijn de rode en de grijze reuzenkangoeroe het grootst. De mannetjes wegen soms 90 kilo en als ze op hun achterpoten staan, zijn ze langer dan een mens. Ook in de bomen leven kangoeroes: de boomkangoeroe. Hij bewoont niet de open vlakten, maar in de dichtbegroeide tropische regenwouden. Daar klimt hij in bomen, om bladeren te eten.
Karel de Grote Twaalf eeuwen geleden regeerde één man over het grootste gedeelte van West-Europa. Karel de Grote kon nauwelijks lezen of schrijven, maar toch bracht hij een uitgestrekt rijk tot bloei. Hij was een Frank, één van de volken die het Romeinse Rijk binnenvielen, toen het in de 5de eeuw ineen stortte, en die zich daarna in Noord-Frankrijk vestigden.Karel de Grote was een groot krijgsman. In 768 werd hij koning van een klein land dat bedreigd werd door het buurland Frankrijk. Maar Karel de Grote overwon alle Fransen en viel toen Noord-Italië binnen. Hij vocht tegen de Hongaren en de Saksen in Duitsland. Ook Spanje werd door hem verslagen. Hij kreeg de moslims die Europa bedreigden op de knieën. Hij wilde niet alleen zijn macht vergroten, hij wilde de veroverde landen ook tot het christendom bekeren. Daarbij had hij geen medelijden met zijn tegenstanders, maar toch was hij niet echt een wrede heerser. In de veroverde landen verbeterde hij de situatie, bouwde hij veel scholen en moedigde iedereen aan te leren. De paus, het hoofd van de christelijke kerk, beloonde Karel de Grote door hem in 800 tot keizer te kronen. Toen Karel de Grote 14 jaar later stierf, was hij de machtigste man in Europa.
Kast Wanneer mensen voor het eerst een kast gebruikten kunnen we niet met zekerheid zeggen. Wat we wel weten is dat de huidige kast haar oorsprong in de middeleeuwen vindt. De eerste kast ontstond uit een kist. KistenToen de steden ontstonden hoefden mensen niet meer zo vaak te verhuizen en kregen de kisten een vaste plaats in huis. Vaak gebruikte men ze ook als zitbank. Onder sommige werden pootjes geplaatst zodat ze zelfs als tafel dienst deden.In de late middeleeuwen verschijnen de eerste grote kasten. Ze ontstonden door twee kisten op elkaar te plaatsen en er vooraan deuren aan toe te voegen.Kisten op hoge poten werden buffetkasten. Het deksel werd vervangen door twee deurtjes vooraan. Bovenaan stalde men spijzen, bekers en schotels uit. Op de onderste plank stond een kom met water. Na de maaltijd kon je hier je handen wassen. In de vroege middeleeuwen at men aan smalle tafels die bestonden uit planken en schragen. Deze werden na de maaltijd altijd afgebroken en opgeborgen. Pas veel later werd de tafel een vast onderdeel van het interieur.Kisten, tafels en stoelen kenden de Egyptenaren ook al. Een degelijke armstoel echter vinden we pas terug in de middeleeuwen. Zo`n stoel ontstond uit een kist waaraan een rugleuning en twee armleuningen werden toegevoegd. De eerste zitstoelen hebben in de zitting steeds een bergruimte.
Katten Als je ziet hoe een kat een vogel besluipt, begrijp je dat ze familie is van de leeuw en de tijger. Katten zijn uitstekende jagers. Ze beschikken over goede zintuigen, scherpe tanden en klauwen en ze zijn vlug en sterk. Katten kunnen heel goed zien in het donker. Ze jagen ook meestel `s nachts. Gewone huiskatten kunnen gemakkelijk in het wild overleven door muizen, vogels en insecten te vangen. Bijzondere raskatten daarentegen houden dit meestal niet lang vol, omdat ze veel meer zorgen van de mensen nodig hebben.De huiskat stamt af van een wilde, gestreepte kat, die ongeveer een miljoen jaar geleden in Afrika voorkwam. Deze Afrikaanse wilde kat verspreidde zich over Afrika, Azië en Europa totdat ze, langzamerhand getemd, in Afrika de voedselvoorraden tegen muizen en ratten beschermde. Sindsdien zijn er allerlei rassen gefokt. Tegenwoordig zijn er meer dan 500 miljoen huiskatten over de hele wereld verspreid. Behendige jager Het lichaam van de kat is volledig gericht naar het jagen. De lange, soepele staart zorgt ervoor dat een kat het evenwicht kan bewaren op zeer smalle randjes. Door haar uitstekend evenwichtsgevoel klimt ze vaak in bomen, op muren en schuttingen. Als een kat valt, vertellen de evenwichtsorganen in de oren onmiddellijk waar boven en beneden is. De kat brengt de kop omhoog, het lichaam volgt vanzelf, waarna ze veilig op de vier poten terecht komt.De spitse oren herbergen een zeer scherp geluid en de gevoelige snorharen helpen haar de weg in het donker te vinden.
Kelten De Kelten, een woest, trots en kunstzinnig volk overheersten zo`n 2000 jaar geleden een groot deel van Europa. Ze waren bedreven soldaten, boeren en metaalbewerkers. Gedurende een paar honderd jaar beïnvloedden ze kunst en cultuur in het noordwesten van Europa.Alle Kelten hadden dezelfde levensstijl maar er waren veel verschillende stammen. Ze werden nooit een echt verenigd volk. Zo leefden in het zuiden van Engeland de Atrebaten en in Noord-Frankrijk de Parisii. De Kelten leefden in kleine dorpen die later uitgroeiden tot kleine steden. De dorpen waren bij voorkeur op heuvels gebouwd en tot vestingen ingericht. Zo werden er rond de dorpen greppels en wallen gebouwd. In oorlogstijd schuilde men in deze forten.Tussen 300 v. Chr. en 100 jaar n. Chr. werden de Kelten in het Romeinse Rijk opgenomen. Geografisch De eerste Kelten woonden in een gebied in Midden-Europa dat later het zuiden van Duitsland werd. Rond 500 v. Chr. hadden ze zich verspreid over een groot deel van Europa, van Ierland tot aan de Zwarte Zee.In het jaar 61 v. Chr. leidde koningin Boudicea van de Iceni - een Keltenstam in Groot-Brittanië - een grote opstand tegen de Romeinen. De Britse Kelten waren echter niet opgewassen tegen het goed georganiseerde Romeinse leger en de opstand werd snel onderdrukt. Samenleving Keltische families woonden samen in een grote hut, die van steen of tenen en leem gemaakt was. De muren van deze hutten werden met klei dichtgesmeerd en een laag stro hield de regen buiten.
Kerkuil Kerkuilen werden vanwege hun witachtige verschijning vroeger wel eens beschouwd als geesten. Niet voor niets, want net als vrijwel alle andere uilensoorten is de Kerkuil in staat geruisloos te vliegen.Kerkuilen komen in vrijwel de gehele wereld voor, met uitzondering van de echt noordelijke gebieden en Azië. De Belgische en Nederlandse kerkuilen hebben veel `diamantvlekjes` op de borst. Kerkuilen uit de zuidelijker gelegen gebieden zijn vaak lichter van kleur met soms bijna spierwitte borstveren. Biotoop Kerkuilen geven de voorkeur aan oude schuren, gebouwen, nissen en holen als nestelplaats. Hieraan danken ze ook hun naam. Omdat we als mens met z`n allen echter steeds `opgeruimder` worden, verdwijnen deze nestlocaties steeds meer. Alternatieven kunnen dan overigens wel worden geboden middels speciale nestkasten die met name bij veel boerderijen in schuren worden geplaatst. Hiermee wordt door speciale kerkuilenwerkgroepen veel succes gehaald. Op jacht Kerkuilen zijn ware meesters in het jagen tijdens de duisternis. Ze zijn in staat hun gehoor optimaal te benutten en schijnen zelfs uitsluitend hiermee hun prooi te kunnen lokaliseren en vangen.Het `platte` gezicht van de Kerkuil dient als een soort versterker (vergelijkbaar met een schotelantenne) waardoor het geluid nog meer wordt versterkt.Het gehoor, samen met het nachtelijke gezichtsvermogen en de vrijwel geluidloze vlucht, maken de kerkuil een zeer efficiënte nachtelijke muizenjager. Voortplanting Kerkuilen beginnen meestal rond maart met het leggen van hun 3 tot 7 eieren die daarna zo`n 35 dagen worden bebroed.
Kermis De benaming `Kermis` komt voort uit het kerkelijk inwijdingsfeest. Zo`n 1000 jaar geleden werden over heel Europa duizenden nieuwe kerken, kapellen, kloosters, `gasthuizen` e.d. gebouwd. Deze werden ingewijd met een plechtige viering: de kerkemis. Deze kerkemis werd elk jaar op de inwijdingsdag als herdenking herhaald.
Kerstmis Ontstaan De Germanen (= de mensen die rond het begin van onze jaartelling in onze streken woonden) vierden rond 25 december hun midwinter- of joelfeesten. Deze feesten waren dankfeesten om hetgeen ze het voorbije jaar gekregen hadden. Ze duurden 13 dagen en 12 nachten (van 24 december tot 6 januari). Er werd gedurende deze periode niet gewerkt, maar wel enorm veel gegeten, gedronken en lawaai gemaakt. Dit lawaai was bedoeld om de boze geesten, die tegen het einde van het jaar tevoorschijn kwamen, te verjagen.Tijdens het feesten brandden er voortdurend enorme vreugdevuren waarop brandoffers werden gebracht aan de goden, godinnen, schimmen en doden. De dorpen werden versierd met groenblijvende takken en twijgen. Deze takken werden als symbool van vruchtbaarheid gezien en ze verdreven ook heksen, geesten en ziekte. Niet alleen de Germanen kenden deze midwinterfeesten. Ook Romeinen, Egyptenaren en nog andere volken vierden in de winter dit `feest van het licht.`Pas in 381 kwam het Christelijke element om de hoek kijken: men koos 25 december als geboortedag van Christus. Het heidense `feest van het licht` versmolt vervolgens met het Christelijke `feest van de vrede`. De kerk maakte op deze manier handig gebruik van de enorme populariteit van de joelfeesten om het Christendom verder te verspreiden. Advent Kerstmis wordt voorafgegaan door de Advent. Tijdens de Advent zijn Christenen in afwachting van de komst van Jezus. De Advent begint op de vierde zondag voor Kerstmis (het begin van het kerkelijk jaar) en duurt tot Kerstavond.
Kikker In ons land komen we vooral de groene kikker en de bruine kikker tegen. De groene kikker Wetenschappelijke naam : Rana esculenta Verspreiding : Vaste land van Europa en Noordelijk Azië. Voedsel : Mieren, wespen, vliegen, torren, vlinders en nachtvlinders. Grootte : tussen de 5 en de 9 cm De groene kikker wordt in sommige landen van Europa als lekkernij gegeten. Deze kikker leeft grotendeels in het water. Groene kikkers leven in groepen en zijn overdag actief. Ze houden erg van de zon. Er zijn drie soorten groene kikkers: de kleine groene kikker, de grote groene kikker en de middelste groene kikker. De hele zomer kun je ze aantreffen in de buurt van schoon water. Ze stellen geen specifieke eisen aan hun biotoop. Wel moeten ze kunnen zonnen. Het liefst bij een vijver die vaak in de schaduw ligt. De bruine kikker Wetenschappelijke naam : Rana temporaria Verspreiding : Vaste land van Europa en Noordelijk Azië. Voedsel : Mieren, wespen, vliegen, torren, vlinders en nachtvlinders. Grootte : ongeveer 8 cm De huidskleur van bruine kikker is zoals de naam al aangeeft overwegend bruin, hoewel hij ook naar groen kan neigen. Hij is echter niet met de groene kikker te verwarren omdat hij in tegenstelling tot deze een donkerbruine driehoekige vlek achter het oog heeft. Over de achterpoten lopen donkere dwarse banden en ook de voorpoten zijn voorzien van een streep. Van eitje tot kikker De paartijd van een kikker is in het vroege voorjaar rond april - mei. De bevruchte eitjes worden door het vrouwtje in het water afgezet.
Kinderrechten De Verenigde Naties De Verenigde Naties (VN) is een vereniging van 191 verschillende landen die werd opgericht na de tweede wereldoorlog.De VN willen:- ervoor zorgen dat er vrede is in de wereld,- ervoor zorgen dat de mensenrechten gerespecteerd worden,- de samenwerking tussen de landen verbeteren zodat economische, sociale, culturele en humanitaire problemen opgelost kunnen worden,- ... Wat is een verdrag ? Een verdrag is een afspraak tussen verschillende landen. Deze afspraak wordt opgeschreven. Nadien vergadert de VN en wordt er over deze afspraken gediscussieerd. Wanneer iedereen akkoord is met wat er in het verdrag staat, plaatst elk lid van de vergadering zijn handtekening. Hiermee verbindt elk land zich ertoe de gemaakte afspraken na te leven. Verdrag over de Rechten van het Kind Op 20 november 1989 is in New York het Verdrag over de Rechten van het Kind tot stand gekomen. In dit verdrag staan allemaal afspraken over hoe landen met hun kinderen moeten omgaan. Zo moet een land ervoor zorgen dat alle kinderen naar school kunnen. En dat kinderen genoeg te eten hebben en naar de dokter kunnen als ze ziek zijn. De Verenigde Naties (VN) hebben dit Verdrag gemaakt. De VN heeft aan alle landen gevraagd hun handtekening onder het Verdrag te zetten. 192 landen hebben dat ook echt gedaan! Alleen in Somalië en de Verenigde Staten is het verdrag nog niet van kracht. Het Comité van de Rechten van het Kind let erop dat landen dat ook doen.
Kippen Oorsprong Onze kippen stammen af van het Bankivahoen, ook wel het Rode Boshoen genoemd. Het is een schuw, wantrouwig en sluw dier, dat net zo groot is als een krielkip. Het Bankivahoen komt in India en Zuidoost-Azië nog steeds in het wild voor. De soort wordt er al zo`n vierduizend jaar lang gehouden als landbouwhuisdier. Het hoen legt zo`n twaalf eieren per jaar.
Kleding Prehistorie De eerste mensen trokken zwervend rond op zoek naar voedsel. Het materiaal voor hun kleding haalden ze uit de natuur. Bij voorkeur kleedden ze zich met dierenvellen of ze maakten een soort rok van riet of bladeren. Reeds van in het begin probeerden de mensen hun kleding zo mooi mogelijk te maken. Met schelpen en tanden van dieren maakten ze halskettingen. Ze doorboorden met priemen van been de huiden van de gedode dieren en naaide deze zo aan elkaar.Later gaven ze hun zwervend bestaan op en werden landbouwers. Ze kweekten o.a. vlas en hielden schapen waarvan ze de wol gebruikten. Vlas en wol sponnen ze tot draden. Deze draden werden dan met weefgetouwen tot lappen stof omgevormd. Eerst werd de lap gewoon om het lichaam gehangen en bijeengehouden door een doorn, een bot of een stokje. Laten werden de lappen dubbel gevouwen en maakte men een opening voor het hoofd. Zo ontstond een eenvoudige tuniek.
Kleuren 3300 jaar geleden beschikten schilders slechts over vier kleuren. Zwart werd gemaakt met houtskool, bruin met verbrande beenderen of aarde, wit met krijt en rood met aarde. Deze stoffen werden fijngewreven tot een poeder, het zogenaamde pigment. Geleidelijk aan werd het assortiment steeds verder uitgebreid. De mooie kleuren die we tegenwoordig in onze potlodendoos vinden, zijn het resultaat van chemische mengsels. De oorsprong van kleur Wit licht bestaat in werkelijkheid uit meerdere lijnen van verschillende kleuren die dicht tegen elkaar aanliggen. Deze hoofdkleuren zijn: rood, oranje, geel, groen, blauw, indigo (donkerblauw) en violet. Dit zijn ook de kleuren van een regenboog.Slechts drie kleuren zijn belangrijk, want samen vormen ze het witte licht. We noemen ze grondkleuren of primaire kleuren. Het gaat om groen, blauw en rood.De andere kleuren worden complementaire kleuren genoemd omdat ze verkregen worden door een menging van grondkleuren. Het licht ontleed door een prisma Isaac Newton heeft als eerste ontdekt dat wit licht in feite samengesteld is uit meerdere kleurenbanden. Zijn experiment toont aan dat een witte lichtstraal die op een glazen prisma valt net als een regenboog in kleurenbanden ontleed wordt. Voorwerpen rondom ons De oppervlakte en voorwerpen rondom ons hebben een welbepaalde kleur: wanneer het licht tegen een voorwerp aanbotst, `slorpt` het sommige kleurbanden op en `kaatst` het andere terug naar het netvlies van ons oog. Precies dit verschijnsel van opslorping of weerkaatsing geeft aan voorwerpen hun kleur.
Klimaat In de tropische regenwouden van Zuid-Amerika is het het ganse jaar door warm en vochtig. Aan de Noord- en Zuidpool kennen we zeer lange en strenge winters. Dergelijke weersomstandigheden noemen we het klimaat. Het klimaat is niet hetzelfde als het weer. Het weer kan zo veranderen terwijl het klimaat het weer omschrijft over een langere periode.Elk gebied op aarde heeft zijn eigen klimaat. Het klimaat is afhankelijk van de afstand tot de evenaar. Hoe korter je je bij de evenaar bevindt, hoe warmer het klimaat gaat zijn. Ook het landschap heeft een invloed op het klimaat. In het hooggebergte is het kouder dan in de laaggelegen gebieden eromheen. Een oceaan voorkomt dat het in een kustgebied erg warm of erg koud wordt. Het weer meer landinwaarts kent dan weer uitersten.Het klimaat beïnvloed een landschap en het leven (kleding, landbouw, huizen, ...). Een klimaat kan ook veranderen. Zo zijn alle klimatologen (mensen die zich bezighouden met onderzoekingen over het klimaat) het erover eens dat het klimaat op aarde steeds warmer wordt. De soorten Tropisch klimaatIn tropische gebieden is het het hele jaar door erg warm. Meestal valt de regen er elke namiddag in stromen uit de lucht. In deze gebieden vinden we veel regenwouden en tropische graslanden.Woestijnklimaat In een droge, dorre woestijn komt na een snikhete dag een koude, heldere nacht. In hoge bergwoestijnen komen ook koude en droge winters voor.Gematigd klimaatBij een warm-gematigd klimaat horen warme zomers en koude winters.
Knaagdieren Knaagdieren zijn over het algemeen kleine zoogdieren die leven van plantaardig voedsel. Ze zijn te herkennen aan de knaagtanden die bekend zijn van de konijnen en de muizen. Veel knaagdieren verstoppen zich voor hun vijanden, omdat ze klein en vrij weerloos zijn. De eekhoorns Er zijn in totaal 230 soorten eekhoorns. De eerste gedachte aan een eekhoorn roept het beeld op van een lange pluimstaart. De verschillende boomeekhoorns hebben echter helemaal niet zo`n pluimstaart. Een zeer bijzondere soort is de vliegende eekhoorn. Deze heeft een soort vel tussen zijn poten, waarmee hij zijn oppervlak vergroot als een soort vleugels. Deze eekhoorn kan afstanden afleggen door de lucht van over de honderd meter. De bevers Bevers staan bekend om de dammen die ze in rivieren bouwen. Deze knaagdieren hebben een brede platte staart, waardoor ze uitstekend kunnen zwemmen. Ze hebben ook zeer sterke knaagtanden waarmee ze complete bomen kunnen vellen voor hun dammen. Agoeti`s Agoeti`s zijn een groep knaagdieren, die voornamelijk in Midden- en Zuid-Amerika voorkomen. Ze lijken op grote langpotige cavia`s. Ze komen is zeer veel verschillende kleurvariaties voor. Cavia`s De cavia`s vormen een zeer grote groep binnen de knaagdieren. Bijna iedereen kent dit dier, omdat de tamme cavia veel als huisdier wordt gehouden. De cavia zoals wij hem kennen is een gedomesticeerde vorm van het guinees biggetje. De dieren worden vaak verward met marmotten. De marmotten vallen echter binnen de familie van de eekhoorns.
Koala Een echte teddybeer De koalabeer ziet er met zijn zachte, wollige vacht, ronde lijfje en grote dopneus, uit als de perfecte knuffel. Jammer dat hij in wezen een bijzonder kwetsbaar dier is. Koala`s voeden zich alleen maar met het blad van een paar soorten Australische gombomen. Krijgt hij niet meteen de juiste voeding, dan rolt hij zich in elkaar en sterft. Koala`s slapen zo`n 18 uur per dag. Dit komt door de lage voedingswaarde van zijn voedsel wat maar weinig energie oplevert. De ganse dag soest ie maar wat en pas tegen de avond komt er enige beweging in. Dan knabbelt hij op die olie-achtige bladeren, die hij zo fijn mogelijk kauwt, zodat ze wat gemakkelijker te verteren zijn. Zo kan hij ongeveer een pond bladeren eten. Na zijn maaltijd zoekt hij een gevorkte tak, nestelt zich behaaglijk en dut dan weer in. Op deze wijze ziet zijn doorsnee dag er dus uit. Leven in de bomen Om in de bomen te klimmen, beschikt de koala over scherpe, gebogen klauwen. De klauwen zijn op een merkwaardige manier verdeeld: hij heeft niet één duim tegenover vier vingers, maar twee duimen en drie vingers. Beide duimen grijpen de tak vast aan één kant, en de drie vingers omheen de andere kant, waardoor die een enorm sterke grip heeft waardoor belagers de koala niet van de tak krijgen. Voortplanting Een koalavrouwtje krijgt één jong per jaar. Net zoals bij andere buideldieren is het zeer klein (2 cm lang) en weegt het slechts 0,5 gram. Aan de voorkant van haar lijf, heeft het wijfje een buidel, waarin het kleintje inkruipt.
Koe Elke keer dat we een ijsje eten of melk drinken zouden we de koe dankbaar moeten zijn. Koeien of melkvee, geven jaarlijks miljoenen liter melk waarvan talloze melkproducten gemaakt worden. De melkkoe maakt deel uit van de groep die we rundvee noemen. Vijfduizend jaar geleden hielden mensen al rundvee en tegenwoordig wordt in ieder land rundvee gefokt om de melk, het vlees en de huid. Er zijn verschillende soorten rundvee maar ze hebben wel allemaal hoorns en gespleten hoeven (tweetenig) en ze leven allemaal in kudden. De manier waarop ze hun voedsel verteren, heeft hen de naam herkauwers bezorgd. De waterbuffel in Midden- en Zuidoost-Azië en de zeldzame anoa in de regenwouden in Indonesië zijn wilde runderen. Herkauwers Een rund heeft vier grote magen. Hij eet gras en andere planten die in de eerste maag, de pens, verteerd worden. Daarna braakt het rund de grove, vezelige stukjes voedsel op, herkauwt ze en slikt ze weer door. Het voedsel komt nu in de tweede maag, de netmaag. Dan gaat het naar de boekmaag en tot slot naar de lebmaag. Het lijkt een heel gedoe, maar op deze manier worden alle voedzame stoffen uit het voedsel gehaald. Rundvee Er zijn ongeveer 12 miljard tamme runderen over de hele wereld. Ze stammen af van het oeros, een wild rund dat in 1627 uitstierf. Inmiddels zijn er verschillende soorten gefokt en elk type past in een bepaald klimaat. Ze geven voornamelijk vlees, melk en huiden om leer van te maken. Het Fries-Hollands ras, het Maas-Rijn- en IJsselmeerras en Groninger Blaarkoppen zijn typische melkkoeien.
Koffie De eerste keer dat er een drank werd gemaakt van de rode bessen was ongeveer in het jaar 300, in Ethiopië. Het waren de Arabieren die daarna de koffieplant uit Ethiopië haalden en voor de handel gingen verbouwen. Aan het eind van de vijtiende eeuw maakten de Europeanen kennis met koffie. Reizigers die het Midden Oosten bezochten, kwamen terug met verhalen over koffiehuizen en de wonderdrank die vermoeidheid en slaperigheid verdrijft. Alle koffie komt uit de Derde Wereld. De koffiestruik is eigenlijk een plant die in een oerwoud groeit. Ze hout van een warm en vochtig klimaat, temperaturen tussen de 17 en 25 graden zijn ideaal. In alle (sub)tropische gebieden kan dus koffie verbouwd worden. De wortels van de koffiestruik houden van een zogenaamde humusrijke bodem, een mengsel van rottende bladeren en aarde, waarin veel organische voedingstoffen zitten. Die wortels kunnen trouwens wel 5 meter lang worden. Bladroest, een schimmel waardoor de bladeren van de koffiestruik zwart worden en afvallen, is de ergste vijand. Daarnaast houdt de koffiestruik helemaal niet van luizen, rupsen en wortelaaltjes. Hagel, storm, zware regenval, droogte en nachtvorst kunnen ook fataal zijn! De koffieoogst rijpe koffiebessen Aan koffiestruiken groeien bessen. Als de groene bessen rood en zwart kleuren, zijn ze rijp. In die rijpe bessen zitten de koffiebonen, meestal twee per bes. Er zij twee manieren om die bonen uit de bessen te krijgen: een droge en een natte. De eerste is de oudste en wordt vooral gebruikt in Brazilië en West-Afrika.
Koninginnedag Oorsprong De geschiedenis van deze dag begint op 31 augustus 1889. Prinses Wilhelmina wordt dan 9 jaar. De toenmalige regering van liberalen komt met het idee om een nationale feestdag (Prinsessedag) in leven te roepen. Ze doen dit om drie redenen:- om de eenheid binnen hun partij te bewaren (het rommelde er een beetje),- om het volk meer achter de troon te scharen,- om de oogstfeesten te vervangen.In november 1890 overlijdt koning Willem II. Wilhelmina, die dan pas 10 jaar is, wordt troonopvolgster. Dit is natuurlijk nog veel te jong en daarom regeert Koningin Emma in haar plaats.Op 6 september 1898 wordt Wilhelmina gehuldigd als koningin. De oorspronkelijke naam, Prinsessedag, wordt vanaf die dag Koninginnedag.Tijdens het koningschap van koningin Juliana verandert de datum van Koninginnedag naar 30 april, de verjaardag van koningin Juliana. Koningin Beatrix kiest niet de datum van haar verjaardag maar behoudt 30 april als eerbetoon aan haar moeder. Oranje boven Vele mensen in Nederland dragen een achternaam die verwijst naar een plaats. Denk bijvoorbeeld aan de bekende TV-presentator Jochem van Gelder. Ook de naam van het Koningshuis , het huis van Oranje, verwijst naar een plaats in Frankrijk: het prinsdom Oranje. In 1533 wordt in het stadje Nassau (Duitsland) Willem geboren. Hij erft het prinsdom Oranje van zijn neef. Ook erft hij een aantal stukken in Nederland. Willem noemt zich Prins van Oranje en algauw staat hij bekend als Willem van Oranje. Vanaf dan dragen alle nakomelingen van Willem de naam Van Oranje Nassau.
Koolmees De koolmees meet 14 cm en is gemakkelijk te herkennen door zijn zwarte kop met witte wangen, zijn gele buik waar parmantig een zwarte stropdas over hangt. Voeding Koolmezen zouden de fruitteler van groot nut kunnen zijn. Het zijn voortreffelijke rupsenpikkers. Tijdens de broedperiode kan één paartje ruim negenduizend rupsen aan de jongen voeren. Daarnaast eten de ouders zelf ook nog eens zo`n hoeveelheid. In principe zijn koolmezen insecteneters maar in tijden van schaarste eten ze eigenlijk van alles om in leven te blijven. Broedgedrag Het nest is een komvormig bouwsel van mos en wat gras, gevoerd met haar en dons. Meestal bevindt het zich in een holte in een boom of een muur of op een soortgelijk plekje, bijvoorbeeld in een nestkastje, een oude brievenbus of een ongebruikte afvoerpijp. De 5 à 12 eieren worden door het wijfje in circa 2 weken uitgebroed. Na een maand zijn de jongen zelfstandig. De koolmees begint eind april te broeden en brengt zijn jongen hoofdzakelijk met rupsen van nachtvlinders groot. Bij de jongen is het zwart van de volwassen dieren bruinachtig, het gezicht geel en de buikstreep nog niet zo sterk ontwikkeld.
Koude oorlog Toen de tweede wereldoorlog in 1945 voorbij was, lag Europa in puin. De Verenigde Staten en de toenmalige Sovjet-Unie waren inmiddels de twee machtigste landen of `supermachten` ter wereld geworden. Rond 1949 hadden zich twee nieuwe machtsblokken gevormd. Het Oostblok (geleid door de Sovjet-Unie) was communistisch en het Westen (met de Verenigde Staten aan het hoofd) was kapitalistisch. In de daaropvolgende 40 jaar stonden de twee supermachten tegenover elkaar in wat de Koude Oorlog werd genoemd. Elk land probeerde het machtigste te worden door zijn wapenvoorraad te vergroten. Dit gaf veel spanningen, maar in de jaren `80 verminderde de wedijver. Beide partijen begonnen met ontwapening en in 1990 werd de Koude Oorlog beïndigd. Berlijnse luchtbrug In 1945 deelden Groot-Brittanië, Frankrijk, de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie Berlijn in vier delen. In 1948 blokkeerde Stalin (Sovjet-Unie) al het verkeer naar West-Berlijn. Maar toen de westerse landen met een luchtbrug (vliegtuigen) de stad bleven bevoorraden, hief hij de blokkade op. Later trokken de Russen de Muur van Berlijn op. Deze zou gedurende tientallen jaren het oosten van het westen scheiden. Het IJzeren Gordijn Direct na het einde van de Tweede Werldoorlog sloot Stalin de grenzen van Oost-Europa. In 1946 hield Winston Churchill een toespraak, waarin hij zei dat er een ijzeren gordijn over Europa was neergelaten. De communisten regeerden de landen achter het denkbeeldige IJzeren Gordijn, waarbij de Russische geheime dienst (KGB) alle tegenstanders van het communisme arresteerde.
Kraaien, vlaamse gaaien en raven De leden van de kraaienfamilie zijn groot, brutaal en krassen luidruchtig. Er bestaan 116 soorten kraaien waaronder de zwarte kraai, de Vlaamse gaai, de ekster, de raaf en de roek. In Noord-Amerika, Europa, Afrika en Australië leven veel kraaien op het platteland. Ze vormen een plaag voor de landbouwers omdat ze het zaad van het graan opeten. In Azië en Zuid-Amerika houden veel Vlaamse gaaien en eksters zich in de dichte bossen verborgen. De kraai eet van alles: zaden, vruchten, insecten, kleine zoogdieren en dode dieren, vogeleieren en nestvogels. Ze kunnen geluiden van andere vogels en dieren en de menselijke stem goed imiteren. De kraai, vooral de kauw en de raaf, is de meest intelligente onder de vogels.
Krabben en andere schaaldieren Alle soorten krabben opsommen is onbegonnen werk want we kennen duizenden verschillende soorten. Zo is er de kleine parasiet-krab die in een mossel leeft, maar er is ook de enorme Japanse reuzenkrab waarvan de poten langer dan 3 m kunnen worden. Krabben ademen net als vissen door hun kieuwen. In tegenstelling tot vissen kunnen ze ook lang buiten het water overleven. Een sterke, harde schaal beschermt het lichaam als een harnas. Samen met de zeekreeft en de rivierkreeft behoort de krab tot de schaaldieren. Het lichaam bestaat uit twee delen. Hij heeft scharende poten en twee paar voelsprieten op de kop. Tijdens de groei verliezen krabben regelmatig de buitenste schildlaag van het lichaam, waarna een nieuwe te voorschijn komt.
Krokodillen en kaaimannen Aan een krokodil kun je nog heel goed zien dat ze uit de prehistorie stamt. Honderd miljoen jaar geleden ging ze met de dinosaurus mee op rooftocht. Krokodillen en kaaimannen behoren tot de reptielengroep Crocodylia. Er bestaan veertien soorten krokodillen, zeven soorten alligators (waarvan er vijf kaaimannen genoemd worden) en één soort gavialen.Deze reptielen zijn carnivoren (vleeseters). Ze houden zich schuil in rivieren, meren en moerassen en grijpen elke prooi die hen voor de voeten komt. Krokodillen en kaaimannen eten vis en kikkers in één hap op. Grotere prooien, zoals herten, worden onder water getrokken en aan stukken gescheurd. Soms worden ook mensen aangevallen en opgegeten. De Nijlkrokodil De Nijlkrokodil vinden we in de waterrijke gebieden in Afrika. Net zoals de meeste andere reptielen leggen de wijfjes eieren en bewaken deze tot ze uitkomen. Na drie maanden komen de eieren uit. De jongen worden dan voorzichtig in de bek genomen en naar het water gedragen waar ze veilig zijn voor vijanden.Een krokodil koestert zich graag in de zon. Dit heeft ze nodig omdat de zonnewarmte de lichaamstemperatuur doet oplopen. Hierdoor krijgt de krokodil de energie die nodig is om op jacht te gaan. De alligator Er zijn twee soorten alligators: de Chinese en de Amerikaanse. De Chinese alligator is met uitsterven bedreigd. Beiden leven van vis, watervogels en al wat ze te pakken kunnen krijgen. In dichter bevolkte gebieden durven ze zelfs boerderijdieren aanvallen.
Kruistochten In november 1095 riep paus Urbanus II alle christenen op hun geloofsgenoten in het oosten te hulp te snellen en de heilige stad Jeruzalem te bevrijden uit handen van de moslims. De eerste die aan deze oproep gevolg gaven waren de gewone mensen. Ze naaiden een rood kruis op hun schouders en vertrokken voor hun volkskruistocht naar Palestina. Pas toen de eerste volkskruistocht ter plaatse was vertrokken ook zwaar bewapende ridders te paard op kruistocht. Godfried van Bouillon (1061-1100), hertog van Lotharingen, nam ook deel aan deze eerste kruistocht. Op 15 juli 1099 werd Jeruzalem heroverd. Godfried van Bouillon werd gekozen tot Beschermer van het Heilig Graf, het graf van Christus. Oktober 1187 wisten de moslims onder leiding van Saladin de stad opnieuw in handen te nemen. Vanuit West-Europa werden nog zes kruistochten ondernomen maar allen mislukten. De reis van West-Europa naar het Heilig Land was lang en gevaarlijk. Onderweg stierven velen. Zij die terugkwamen brachten zijde en specerijen mee. Ook islamitische wetenschappen, zoals sterrenkunde en wiskunde, bereikten via deze weg onze streken.
Kwallen Zoutwaterkwallen Kwallen zijn holtedieren die het belangrijkste deel van hun leven doorbrengen als vrijzwevend lichaam. Kwallen bewegen zich voort door hun paraplu-achtige scherm samen te trekken. Omdat ze niet tegen de zeestroming in kunnen zwemmen worden ze tot het dierlijk plankton gerekend. Ze bestaan voor 98 procent uit water. Kwallen kunnen een deel van hun leven tweeslachtig zijn. Mannelijke en vrouwelijke exemplaren stoten gelijktijdig hun voortplantingscellen uit. Uit de bevruchte eicel groeit geen kwal, maar een larve die zich op een vaste ondergrond vasthecht en uitgroeit tot een poliep-achtig dier. In het voorjaar of de zomer snoeren deze poliepen kleine kwalletjes af, die snel uitgroeien. Alle kwallen hebben netelcellen, maar slechts enkele soorten hebben netelcellen, die door de menselijke huid heen kunnen dringen. Kwallengif bevat eiwitten. De werking van het gif kan daarom verminderd worden door hete natte zwachtels en/of zwachtels met azijn op de kwallensteek te drukken. Nooit met zout water afspoelen, want dat activeert nog meer netelcellen! Zoetwaterkwallen Naast de bovengenoemde zoutwaterkwallen komen in Nederland ook zoetwaterkwalletjes voor. Ze worden zelden opgemerkt, zijn een paar centimeter groot en veroorzaken geen jeuk. Zoetwaterkwalletjes zijn oorspronkelijk afkomstig uit Oost-Azië, maar tegenwoordig over de hele wereld te vinden.
Landbouw door de eeuwen heen De prehistorische tijd kunnen we onderveldelen in drie grote periodes: de steentijd, de bronstijd en de ijzertijd. De steentijd De eerste landbouwers vestigen zich rond 5000 V.C. in onze streken. Met de komst van deze boeren begint de nieuwe steentijd. Voordien leven de mensen vooral van de jacht en de visvangst. Maar stilaan komen er meer en meer boeren. Steeds meer mensen beginnen gewassen te verbouwen op kleine akkertjes die ontstaan door stukken bos te kappen. Met zelfgemaakte werktuigen zoals stenen bijlen, messen, sikkels en beitels bewerken ze de grond. Daarna strooien ze er zaadjes in van tarwe en gerst. Later gebruiken de mensen koeien om hun ploegen voort te trekken. Ook wordt het vee gehouden voor de melk en het vlees. Zo kunnen ze voor hun eigen eten zorgen en hoeven ze niet meer rond te trekken. Omdat de boeren nu op één plaats blijven wonen bouwen ze boerderijen. De wanden van de boerderijen worden gemaakt van planken of een vlechtwerk van takken besmeerd met klei en stro. De daken worden bedekt met stro. Binnenin bestaat de boerderij uit één groot vertrek. De bronstijd Rond 2200 V.C. begint bij ons de bronstijd. Het brons wordt nu de grondstof. Dit wil niet zeggen dat de stenen voorwerpen verdwijnen, integendeel, stenen voorwerpen blijven belangrijk omdat brons moest ingevoerd worden en dus zeer duur is. In de akkerbouw verandert niet veel. Tarwe en gerst blijven de voornaamste teelten. Wat wel opvalt is dat de koeien steeds kleiner worden. Het huisrund (afstammeling van de oeros) uit de steentijd was 1,80 m hoog.
Lenin Vladimir Iljitsj Oeljanov, beter bekend onder de naam Lenin, werd geboren in 1870 en overleed in 1924. Hij was een Sovjetrussich politicus en tevens de geestelijke vader van de Sovjet-Unie. Zijn leven Tot 1891 oefende Lenin het beroep van advocaat uit maar vanaf 1893 ging hij zich volledig bezig houden met de revolutionaire beweging. Zijn activiteiten voor de beweging zorgden ervoor dat hij in 1895 gearresteerd en naar Siberië verbannen (tot 1900) werd. Na afloop van zijn straf verliet hij Rusland en werkte in Duitsland, Engeland en Zwitserland. Hier publiceerde hij de sociaal-democratische krant `Iskra` (Vonk) die in Rusland verboden werd. Op het congres van de Russische socialistische partij in Londen (1903) wist hij een meerderheid te vinden voor zijn ideeën. Dit leidde tot de splitsing van de partij.In 1905 keerde hij terug naar Rusland en bereidde er de opstand voor. Deze mislukte echter en opnieuw verliet hij Rusland. De opstanden volgden elkaar nu snel op en op 16 april 1917 keerde Lenin met de hulp van Duitsland naar Rusland terug. Op 25 oktober van hetzelfde jaar bracht hij de tijdelijke regering ten val en werd voorzitter van de Raad van Volkscommissarissen en leider van de Communistische Internationale. Hij werd de machtigste man van Rusland.Lenin was een alleenheerser die niemand naast zich duldde. Deze toestand leidde in 1918 tot een aanslag op zijn leven en een burgeroorlog die twee jaar duurde en het land volledig uitputte. Vanaf 1921 begon hij te sukkelen met zijn gezondheid en op 21 januari 1924 overleed hij.
Lente Men heeft afgesproken dat de lente begint wanneer de zon loodrecht boven de evenaar staat. Meestal is dit op 21 maart. Sterrenkundigen kunnen dit zeer precies voorspellen. Zo weet men nu bijvoorbeeld al dat in 2043 de lente op 20 maart zal beginnen. Op de eerste dag van de lente duren dag en nacht precies even lang. Dit is dan niet alleen bij ons zo maar ook in de rest van de wereld. Het is wel zo dat de seizoenen over heel de wereld niet op hetzelfde moment hetzelfde zijn. (Lees hier meer). Voorjaarsbloeiers In de winter is de natuur in rust. Omdat de zon tijdens de lente hoger komt te staan en de temperaturen stijgen herneemt het leven. Eén van de eerste lenteboden is het sneeuwklokje. De naam van het plantje verraadt al dat dit bloempje zelfs bloeit wanneer er nog sneeuw ligt. Andere vroege bloeiers zijn de krokus en de narcis. Bomen ontwaken Net zoals de dieren houden bomen in de winter ook een winterslaap. Tijdens deze winterperiode ademen ze alleen maar nemen geen voedsel op. De warme voorjaarszon zorgt ervoor dat de wortels opnieuw voedsel uit de grond opnemen. Je merkt dan ook op dat de knoppen zwellen en de eerste groene blaadjes te voorschijn komen. Bij de wilgensoorten merk je het eerst veranderingen op. De groen gele knoppen zijn al in maart waarneembaar. Sommige bomen krijgen eerst bloemen en pas daarna komen de bladeren. Bekijk de foto van de hazelaar eens even. De hazelaar heeft mannelijke en vrouwelijke bloemen.
Linde Linden zijn de grootste Europese loofbomen. In onze streken groeien 3 soorten: de grootbladige zomerlinde (t.platyphyllos), de kleinbladige winterlinde (t.cordata) en de kruising tussen die twee: de Hollandse linde (t.europaea). De Hollandse linde zien we vaak als straatboom en als leiboom bij huizen en boerderijen. De winterlinde groeit in heel Europa in het wild en vormt zelfs hier en daar bossen.De zomerlinde komt vroeger in blad dan de andere soorten. Deze soort is zeldzaam in ons land, maar algemeen verspreid ten zuiden van Parijs.Linden kunnen heel oud worden en tot 45 m hoog. Vroeger werd er in de dorpen onder de Linde vergaderd en gedanst. Leilinden werden en worden als bescherming tegen de felle zomerzon aan de zuidzijde van huizen en boerderijen geplant.
Lodewijck XIV Lodewijk XIV werd in 1643 koning van Frankrijk. Hij regeerde 72 jaar en maakte zijn land het machtigste van het toenmalige Europa. Tijdens zijn jeugd regeerden zijn moeder en zijn eerste minister, kardinaal Mazarin, in zijn naam. In deze periode kwam de adel in verzet tegen de troon en het belastingsbeleid. Die opstand werd bekend onder de naam `la Fronde`. Toch lukte het Lodewijk XIV op 23-jarige leeftijd de volledige macht over Frankrijk in handen te krijgen en te regeren als alleenheerser. Hij verhuisde zijn hof naar Versailles, net buiten Parijs. Lodewijk XIV heeft heel wat oorlogen gevoerd en het Franse grondgebied uitgebreid. Al deze oorlogen kostten de staat veel geld en omdat Frankrijk bijna bankroet was, werden de belastingen verhoogd. Hierdoor kregen de armen onder de bevolking het zeer zwaar te verduren. Zonnekoning Lodewijk XIV hulde zich in pracht en praal. Zijn hof werd het centrum voor alle grote kunstenaars van die tijd. Over zichzelf schreef hij:`L`Etat c`est moi` oftewel `De staat ben ik`. Hij kreeg de bijnaam `Zonnekoning` omdat hij, net als de Griekse god Apollo, gold als beschermheer van de schone kunsten. Versailles Het paleis in Versailles is zeer indrukwekkend. Het bevat vele kamers, waaronder een 73 m lange spiegelzaal die overdaad, pracht en praal uitstraalt. Strakke tuinen met fonteinen en in model gesnoeide hagen omringen het paleis. Lodewijk XIV liet het bouwen en hij besteedde één tiende deel van de schatkist aan het onderhoud ervan. Het gebouw is thans museum.
Louis Pasteur De Franse scheikundige en bioloog Louis Pasteur (1822-1895) is vooral bekend door zijn ontdekking, in 1885, van het vaccin tegen hondsdolheid en van een doeltreffende behandeling om de ziekte te bestrijden. De wetenschapper Pasteur heeft echter nog veel meer uitzonderlijke ontdekkingen op zijn actief. Weldoener voor de mensheid Louis Pasteur werd in 1822 in Dôle (Frankrijk) geboren. Na zijn universitaire studies scheikunde en natuurkunde, besloot hij de lastige strijd aan te binden met geheimzinnige en gevreesde doders: de microben. Hij was er zeer vroeg van overtuigd dat de oorzaak van vele ziekten een minuscuul levend wezen was, een `micro-organisme`, dat alles overwoekerde, zelfs de lucht. Zijn eenvoudige theorie zou de wereld van de geneeskunde grondig doorheenschudden en een nieuwe praktijk ingang doen vinden: de aseptische chirurgie. Zo was hij de eerste die eiste dat een chirurg al zijn instrumenten zou reinigen en ontsmetten onder een vlam. In die tijd werd het vee zwaar uitgedund door een verschrikkelijke ziekte die miltvuur werd genoemd en die het bloed zwart kleurde. In het bloed van zieke dieren werden zeer kleine staafjes aangetroffen, die `miltvuurbacteriën` werden genoemd. Pasteur zou bewijzen dat het om levende organismen ging, microben, die van zieke op gezonde dieren werd overgedragen. Hij ontdekte de oorzaak van vele, door microben veroorzaakte ziekten en werkte remedies uit. Hondsdolheid In de 18de eeuw had de Engelsman Jenner al met succes het `vaccine` tegen de vreselijke pokken gebruikt.
Luchtballon Geschiedenis Op 4 april 1783 ontwikkelden Joseph en Jacques Montgolfier hun eerste hete luchtballon. De ballon was onbemand en overbrugde een afstand van 2 km. De ballon was gemaakt van doek en gevoerd met wit papier, bestreken met aluin als brandwerende laag. Het geheel werd bij elkaar gehouden door ongeveer 2.000 knopen. Op 19 september 1783 lieten de gebroeders Montgolfier de eerste levende wezens met hun ballon opstijgen: een schaap, een haan en een eend. Ze maakten een 8 minuten durende vlucht vanuit Versailles. De bollon bereikte een maximale hoogte van 500 meter en vloog 3,5 km ver. Twee maanden later, op 21 november 1783, maakten voor het eerst in de geschiedenis twee mensen een luchtreis. Het waren Jean François Pilatre de Rozier en de markies van Arlandes. De ballon ging ongeveer 90 meter de lucht in. Na 25 minuten landde de ballon veilig op ongeveer 8 kilometer van de plek waar hij omhoog was gegaan.Twee jaar later stak de Fransman Blanchard het Kanaal over en op 11 augustus 1978 werd de Atlantische oceaan bedwongen. Deze laatste reis duurde 6 dagen. Gedurende deze tijd werd een afstand van 5000 km afgelegd. De Amerikaan Steve Fosset slaagde er in 2002 als eerste in een reis rond de wereld te maken in een hete luchtballon. Hoe zit een hete luchtballon in elkaar ? We onderscheiden vijf grote delen:- het omhulsel,- de mand,- de brander,- de gasflessen,- het branderframe.Het omhulselHet omhulsel van de ballon is gemaakt van nylon. Om scheuren tegen te gaan is in de nylon een versterkingsnet geweven.
Luchthaven De luchthaven is een zo vlak mogelijk terrein dat geschikt is om vliegtuigen te laten landen en te doen opstijgen. Het is van groot belang dat zich in de nabije omgeving geen obstakels bevinden. Door toedoen van de pijlsnelle groei van het luchtverkeer zijn er wereldwijd veel grote internationale luchthavens ontstaan. De werking van een luchthaven Op de grootste luchthavens is de voornaamste rol weggelegd voor de luchtverkeersleider. Die loodst vanuit de verkeerstoren op de grond de verkeersvliegtuigen vanaf de pieren `gates` tot aan het begin van de startbaan. Het werk gaat dag en nacht door en onder alle weersomstandigheden. Voor het starten is een andere verkeersleider in de toren verantwoordelijk. Hij bevestigt de gezagsvoerder van het vertrekkende vliegtuig dat de startbaan vrij is en verschaft informatie over de wind en de weersomstandigheden. In de verkeerstoren dragen de verkeersleiders een hoofdtelefoon met een microfoon om via de radio te communiceren met de vliegtuigen en met andere verkeersleiders. Vliegtuigen verplaatsen zich altijd op verschillende hoogten en op vastgestelde afstanden van elkaar. De vliegplannen worden geregistreerd in de computer en aangepast naarmate de vlucht vordert. Alles wordt nauwlettend gevolgd door de verkeersleiders om botsingen te voorkomen. Als er sprake is van te grote drukte worden nieuw binnenkomende vliegtuigen doorverwezen naar een `wachtgebied` in het luchtruim op zo`n 50 km van de luchthaven. Zodra er een landingsbaan vrij komt, krijgt de piloot het sein dat hij een niveau mag dalen om vervolgens te landen, waarna de andere vliegtuigen elk ook weer een niveau dalen totdat ook zij mogen landen.
Ludwig van Beethoven Ludwig van Beethoven werd op 16 december 1770 te Bonn (Duitsland) geboren en overleed te Wenen (Oostenrijk) op 26 maart 1827. Op zevenjarige leeftijd viert hij zijn eerste optreden als pianist. Leerling van Mozart en Hayden Omdat zijn musicale opleiding zeer gebrekkig verlopen was gaat Beethoven in 1787 in de leer bij Mozart die al dadelijk zijn grote begaafdheid opmerkt en hem een schitterende muziekcarrière voorspelt.Na Mozarts dood studeert hij verder in Wenen bij Hayden. De hardhorige meester Ondertussen componeert en dirigeert hij eigen werken. Rond 1800, tijdens de opvoering van zijn vijfde symfonie, die hem internationale beroemdheid verschafte, ontdekt hij dat hij hardhorig is. Deze hardhorigheid werd alsmaar erger en in 1818 wordt hij volledig doof. Vanaf dan kan hij alleen nog maar schriftelijk communiceren.Naast vele symfonieën componeerde hij ook ouvertures, koorliederen, walsen, marsen en zelfs opera. Bij het grote publiek is vooral zijn negende symfonie het meest gekend.
Luizen Hoofdluizen Hoe zien hoofdluizen eruit ? De hoofdluis is een langwerpig, vleugelloos insectje, dat leeft in het haar van de mens. Ze voedt zich zoals een mug door het opzuigen van bloed via kleine prikjes. Jonge luisjes zie je amper. Volwassen luizen worden 2 tot 4 mm lang. De kleur varieert van lichtgrijs tot bruin. Hoe krijg je luizen ? Luizen kunnen niet springen of vliegen. Ze kruipen van de ene haardos naar de andere op het ogenblik dat 2 hoofden dicht bij elkaar komen, bij het spelen, ravotten, knuffelen.... Heel uitzonderlijk kan een luis in een muts, sjaal, kam of borstel verzeild geraken, en via deze weg eveneens in een andere haardos belanden. Doch geen paniek, zonder `gastheer` verliest de luis al vlug haar krachten om een stille dood te sterven. Hoe herkennen ? Een jeukerig gevoel in het haar is een stevig signaal. De hoofdluizen voeden zich met het bloed van de mens. Om te voorkomen dat het bloed stolt, wordt er speeksel in de huid gespoten en dat zorgt voor de hevige jeuk. Toch heeft niet iedereen jeuk en dan kunnen lege eitjes een aanwijzing zijn. Je kunt de luizen ook opsporen door boven een witte handdoek de haren grondig te kammen met een luizenkam. Hoofdluizen komen het meest voor op de hoofdhuid achter de oren en de haarlijn achter in de nek.Bladluizen Soorten Bladluizen behoren tot de familie van de Aphididae. Luizen zijn zuigende insecten die in de vrije natuur heel goed georganiseerd zijn. Aan hun eigen verdediging doen ze weinig.
Maansverduistering Wat is het ? Het kleine broertje van de zonsverduistering is de maansverduistering. Eigenlijk is dit verschijnsel hetzelfde als een zonsverduistering, maar dan voor waarnemers op de maan. Net zoals de maan een kleine schaduw op het aardoppervlak kan werpen en we van een zonsverduistering spreken, kan de aarde een enorme schaduw op de maan werpen. Zó groot zelfs dat de maan er soms wel drie keer in past. Dit is dan ook de reden dat we vaker een maansverduistering mogen meemaken dan een zonsverduistering. Wat neem je tijdens een zonsverduistering waar ? Tijdens een maansverduistering gaat de maan door de schaduw van de aarde. De maan ziet er dan donkerder uit en je ziet de verduistering. Het is net zoiets als wanneer jij in de schaduw van een boom gaat staan, dan zie je er ook donkerder uit.Tijdens een verduistering kan de maan een rode kleur krijgen. Dit komt omdat de kleur rood door de dampkring van de aarde meer wordt gebroken dan de andere kleuren. We zien dan een rode maan. Net zoals bij een zonsverduistering dacht men vroeger dat er dan wat ergs zou gaan gebeuren. Inmiddels weten we wel beter. Je kunt dus rustig naar een maansverduistering kijken.
Maarten Luther King Een christelijke dominee uit Montgomery, Alabama, in de Verenigde Staten leidde in augustus 1963 een vredesmars van 250 000 mensen naar de stad Washington, waar hij een bezielde toespraak hield. Martin Luther King jr. zag het als zijn levenstaak om langs vreedzame weg vrijheid en gelijkheid voor de zwarte mensen in Amerika te bewerkstelligen. De organisatie voor gelijke burgerrechten behaalde onder zijn leiding vele overwinningen op de segregatiewetten. Deze wetten hielden de zwarten van de blanken gescheiden en gaven alleen rechten aan de blanken. Martin Luther King leerde de mensen om te demonstreren zonder geweld. Hij was een voorstander van de `sit-ins`, vreedzaam bij elkaar zitten voor een regeringsgebouw of op een plaats die alleen voor blanken toegankelijk was. Twaalf jaar lang werd dominee King bedreigd met gevangenschap, geweld en de dood, maar hij bleef strijden voor gelijke burgerrechten. Sommige blanken haatten hem omdat hij zwart was en sommige zwarten hadden een hekel aan hem omdat hij geen geweld wilde gebruiken. In 1968 werd hij vermoord. I have a dream Deze woorden betekenden veel voor miljoenen zwarte en blanke Amerikanen. De toespraak die hij in 1963 tijdens de mars naar Washington hield, is beroemd geworden. Hij zei: `Het is mijn droom dat dit land ooit op zal staan en de werkelijke betekenis van zijn overtuiging zal nakomen, namelijk: het is vanzelfsprekend dat alle mensen gelijk zijn.`
Mammoet Mammoeten leefden in een periode die zo`n 1,65 miljoen jaar geleden begon en 12.000 jaar geleden ophield. Het klimaat op aarde wisselde toen heel sterk. Soms was het kouder dan nu, maar soms ook wel warmer. In de koude perioden, ijstijden, was het in onze streken extreem koud. De ijzige wind joeg sneeuwstormen over heel Noord-Europa en Noord-Amerika. Grote gebieden waaronder ook België en Nederland waren soms met ijskappen bedekt. Vanuit de bergen strekten gletsjers zich ver uit over het landschap. Dan brak er weer een warmere periode aan. Het ijs smolt en de plantengroei keerde terug. Drie soorten Er hebben drie soorten mammoeten bestaan: de zuidelijke mammoet, de steppen mammoet en de wolharige mammoet. Het hele lichaam van de wolharige mammoet was uitgerust om de echte ijstijden te doorstaan. Hij had een dikke vacht waarvan de haren soms tot aan de grond reikten. De oren waren klein en ook bedekt met haren. De twee andere mammoeten waren lang niet zo dik behaard. Omdat veel van het water op aarde bevroren was, waren sommige zeeën drooggevallen. Daardoor kon de wolharige mammoet zich verspreiden over grote delen van de wereld. Hij kwam voor in Noord-Amerika, Europa en Azië. Enorme slagtanden Alle mammoeten hadden grote slagtanden, veel groter dan die van de olifanten van tegenwoordig. Mammoeten waren net als de olifanten planteneters. Om het grote lichaam te onderhouden, moesten ze veel eten. Van al dat malen van het voedsel sleten de kiezen. Uitgestorven Zo`n 12.
Mao Een eenvoudige boerenzoon veranderde China van een achtergebleven agrarisch gebied in één van de machtigste staten van de wereld. Mao Tse Tung had als jongeman veel rondgereisd, waardoor hij zich bewust werd van de erbarmelijke omstandigheden waarin veel arme mensen leefden en geïnteresseerd raakte in het communisme. In 1921 hielp hij mee de Chinese Communistische Partij op te richten. Er volgde een lange strijd tussen de communisten, geleid door Mao en de Nationale Partij, geleid door Tsjang Kai-sjek, die eindigde in een burgeroorlog. In oktober 1949 overwon de Communistische Partij en nam de macht in China over en Mao riep de Volksrepubliek China uit. Mao werd een legendarische figuur. Mensen over de hele wereld probeerden zijn ideeën bekendheid te geven in hun eigen land. De Lange Mars In oktober 1934 leidde Mao zijn communistische volgelingen van hun hoofdkwartier in de provincie Kiangsi naar de provincie Shensi in Noordwest- China. Kiangsi werd door Tsjang Kai-sjek aangevallen. Meer dan 100 000 mensen, waaronder hele families, marcheerden meer dan een jaar lang. Slechts 30 000 deelnemers overleefden de tocht van 9700 km. Grote sprong voorwaarts In 1958 ontwierp Mao een plan om de Chinese economie te verbeteren. De Grote Sprong Voorwaarts, zoals het plan genoemd werd, wilde grote landbouwcommunes oprichten en de groei van kleine, arbeidsintensieve bedrijven stimuleren. Echter, een serie slechte oogsten en een slechte economische planning stonden succes in de weg.
Mars Mars wordt ook wel de `oorlogsplaneet` genoemd. Dit komt omdat bij de Oude Grieken de god van de oorlog Mars heette en de planeet kleurt rood oranje en dit zijn oorlogskleuren.Mars heeft altijd tot de verbeelding van de mensen gesproken. Zo heb je zeker al van de verhalen van de Marsmannetjes gehoord. Dit verhaal ontstond in 1896 toen de beroemde astronoom Percival Lowel dacht dat hij kanalen op Mars zag. `Waar kanalen waren, waren uiteraard ook mensen,` dacht hij. Wanneer je Mars bekijkt zie je inderdaad geulen lopen. Nu denkt men dat er in deze geulen lang geleden water moet gelopen hebben. En als er water op Mars was, was er misschien ook leven. Daarom onderzoeken de Amerikanen de laatste jaren opnieuw deze planeet.Mars is ongeveer twee keer kleiner dan de Aarde, 6887 km in doorsnede. De planeet heeft een dunne dampkring. Overdag stijgt de temperatuur tot + 20°C en `s nachts kan deze dalen tot - 80°C.Mars heeft een aantal dingen met de Aarde gemeen. Zo vinden we er ook twee poolkappen. Deze bestaan uit waterijs en kooldioxide. Misschien dat we dit water kunnen gebruiken als we ooit mensen naar Mars sturen. Ook heeft Mars enorme vulkanen. De bekendste is Olymphus Mons. Hij is maar liefst 25 kilometer hoog.De Aarde heeft één maan, Mars heeft er twee: Phobos en Deimos (Schrik en Vrees). Het zijn zeer kleine manen van respectievelijk 27 en 15 kilometer groot.
Maya De Maya waren een zeer omvangrijke groep volken die grote delen van Midden-Amerika bewoonden. Sociale organisatie De Mayasamenleving was onderverdeeld in verschillende standen:- de bovenste laag bestond uit priesters,- de middenlaag werd gevormd door ambtenaren, tempeldienaars e.d., - de onderste laag van de samenleving bestond uit de landbouwers. Maïs was van groot belang. Het was het hoofdvoedsel. Daarnaast werden o.a. zoete aardappelen, yucca, cacao, avocado`s en tomaten verbouwd. Het schrift De Maya waren het eerste Amerikaanse volk dat een eigen schrift kenden. De Codex Tro, een van de vier bewaard gebleven wetboeken van Maya-hiërogliefen, stamt ongeveer uit de 14de eeuw. De versierde pagina`s uit de Codex maken deel uit van een kalender waarin goede en slechte dagen werden voorspeld. De oude Maya gebruikten verf van natuurlijke kleurstoffen en papier gemaakt van agavevezels om de godsdienstige teksten en historische gebeurtenissen vast te leggen. Getallensysteem De Maya kenden een eigen getallensysteem dat erg afwijkt van wat wij nu gebruiken. Het lijkt misschien een beetje op Romeinse cijfers maar zit toch nog net iets ingewikkelder in elkaar. Ze gebruikten slechts twee tekens om getallen weer te geven, geen enen en nullen als een computer maar een punt en een streep. De punt is 1 waard en de streep 5. Een groot getal bestaat echter uit meerdere lagen en elke bovenliggende laag is 20 maal zoveel waard.
menselijk skelet In het lichaam grijpen botten en beenderen in elkaar en vormen zo het geraamte. Zonder geraamte zou het lichaam in elkaar zakken. Het geeft vorm aan het lichaam en aan de zachte lichaamsdelen. Ook beschermt het de organen. Zo beschermt de schedel de hersenen en de ribben vormen een beschermende kast rond het hart en de longen.Het geraamte is ook een anker voor de spieren die de verschillende lichaamsdelen bewegen. Bot bestaat uit levende cellen en mineralen, vooral calcium en fosfaat, en een vezelige, elastische stof: collageen.Veel beenderen van een pasgeboren baby bestaan uit rubberachtig kraakbeen. Als de baby ouder wordt, verandert het kraakbeen geleidelijk aan in hard been. Op latere leeftijd worden de beenderen weer brozer en breekbaarder. Inwendige geraamtes Mensen en andere zoogdieren, vissen, vogels en reptielen hebben allemaal een inwendig geraamte (endoskelet). De wervelkolom is het centrale gedeelte van het geraamte. De wervels zijn niet erg beweeglijk, maar de wervelkolom zelf is heel flexibel. Sommige dieren, wormen bijv. hebben geen geraamte. Hun lichaam krijgt vorm door de druk van het lichaamsvocht. Uitwendige geraamtes Insecten, spinnen en krabben hebben een uitwendig geraamte, een hard omhulsel of een schild. Dit soort geraamte kan niet meegroeien. Als een dier eruit groeit, moet hij het afleggen. Gewrichten Beenderen zitten met gewrichten aan elkaar. Er zijn verschillende soorten gewrichten: scharnier-, kogel- en nootgewrichten. Scharniergewrichten zoals in de elleboog kunnen één kant op bewegen.
Mercurius Mercurius wordt ook wel de sombere planeet genoemd en dit om verschillende redenen. Bijna alles aan Mercurius is fout. Ofwel is het er te heet, of het is er te koud en bovendien is de planeet bezaaid met gaten.Van alle planeten staat Mercurius het dichtst bij de Zon namelijk op een afstand van 57 miljoen kilometer. De planeet is drie keer kleiner dan de Aarde (4878 km). Mercurius draait in 58 dagen om zijn eigen as en in 88 dagen om de Zon.
Merel Kenmerken De mannetjes kleuren zwart, hebben een gele snavel. De vrouwtjes zijn donkerbruin, hebben onderdelen met in elkaar overlopende vlekken en een donkerbruine snavel. Habitat of woonplaats Merels komen overal waar bomen en struiken zijn voor, zelfs in de grote stad. Tegenwoordig komt de merel het meest voor in tuinen, gevolgd door parken en het boerenland. Hij komt het minst voor diep in het bos. Hier is hij overigens veel schuwer. Voedsel De merel trekt het hele jaar door wormen uit de grond en vangt allerlei insecten en andere ongewervelde door ijverig bladafval om te draaien. Hij heeft een gemengd menu. In bepaalde tijden van het jaar vormen de vruchten van meidoorn, hulst, vlier en taxus een belangrijke voedselbron. Broedperiode Het nest is een omvangrijke kom van gras of worteltjes, aaneengehecht met natte bladeren of modder. Het legsel bestaat uit 3-5 lichtgroene, roodbruin gespikkelde eieren.
Meteorieten Elke dag wordt de aarde vanuit de ruimte bestookt met meteorieten: brokstukken van steen of ijzer. Sommige zijn zo groot dat ze kraters in de bodem slaan. Waar komen die meteorieten vandaan ? Meteoroïden, meteoren en meteorieten In ons zonnestelsel zweven veel brokstukken van steen of metaal. De meeste zijn afkomstig van botsingen tussen de asteroïden. Dat zijn de vele duizenden hemellichaampjes die tussen Mars en Jupiter de asteroïdegordel vormen. Sommige brokstukken hebben een diameter van enkele kilometers maar de meeste zijn veel kleiner. We noemen ze meteoroïden of zwevend ruimtepuin.De aarde beweegt zich tussen ontelbare meteoroïden tijdens haar jaarlijkse baan om de zon. Daarvan dringt dagelijks een groot aantal de dampkring binnen. Aangetrokken door de aarde beginnen de meteoroïden te vallen. Dat gebeurt met een enorme snelheid. Deze snelheid zorgt ervoor dat ze gloeiend heet worden. Van op de aarde kun je ze waarnemen als korte lichtflitsen. We noemen dit verschijnsel `vallende sterren` of meteoren.Vroeger dacht men dat alle meteorieten afkomstig waren van de asteroïdegordel. Sinds kort weten we dat de aarde af en toe bestookt wordt door brokstukken die afkomstig zijn van de maan. Men kwam tot deze ontdekking door stenen afkomstig van de maanreizen te vergelijken met de meteorieten. Ontstaan van een meteorietenkrater Wanneer je een zware steen in een hoop zand laat vallen slaat deze een krater. Stel je nu en veel zwaardere steen voor die met een hoge snelheid op de aardbodem valt.
Metro en tram Wie zich vroeger wilde verplaatsen deed dat lopend of te paard. Wegen waren over het algemeen niet meer dan karrensporen. Reizen was vermoeiend, gevaarlijk en weinig comfortabel. Metro`s De eerste ondergrondse trein werd in 1863 geopend in Londen, in 1904 gevolgd door een trein in New York. In 1930 had New York al 358 kilometer aan ondergrondse treinverbindingen.In het begin werden de metro`s aangedreven door stoomlocomotieven. De tunnels en doorgangen waren dan ook vochtig en vies. De eerste ondergrondse lijnen werden opgebouwd uit smalle, ondiepe geulen met een dak er op. Vandaag de dag worden ze veel dieper onder de grond gebouwd.Tijdens het spitsuur staat het Japanse metropersoneel er om bekend dat ze zoveel mogelijk mensen in de trein persen, maar toch is dit niet het drukste metronetwerk. Moskou heeft het drukste ondergrondse vervoersnet van de wereld, de treinen vervoeren daar meer dan 3 miljard mensen per jaar. New York heeft de meeste metrostations, wel 468. De ondergrondse lijnen bestaan uit verschillende verdiepingen die met elkaar verbonden zijn door trappen en liften. Trams De eerste trams ontstonden aan het begin van de 20e eeuw. De tram werd echter pas populair in de jaren 40 en 50. Trams zijn goedkoper dan bussen, veroorzaken minder vervuiling en kunnen meer mensen meenemen. Dit is de reden waarom er nog steeds nieuwe tramlijnen en stations bijgebouwd worden. In 1832 werd de eerste tramweg voor personenvervoer in New York aangelegd. De wagens werden door paarden getrokken.
Michelangelo Zijn schilderkunst Michelangelo Buonarotti werd op 06 maart 1475 te Caprese geboren en overleed te Rome op 18 februari 1564. Hij wordt door kenners beschouwd als de grootste kunstenaar aller tijden. Naast schilder was hij ook een zeer begaafd beeldhouwer, architect en dichter.In tegenstelling tot vele andere kunstenaars van zijn tijd werd Michelangelo opgeleid door verschillende meesters.Zijn belangrijkste creatie op het gebied van de schilderkunst werd de decoratie van de Sixtijnse kapel (= de huiskapel van de paus) te Rome.De kapel, een rechthoekige, ruim 20m hoge zaal is versierd met wandschilderingen van verschillende kunstenaars. Tussen 1508 en 1510 voorzag Michelangelo het plafond van schitterende fresco`s met taferelen uit de bijbel. Met dit werk liet hij alle andere kunstenaars ver achter zich.
Micro-organismen Rondom ons leven organismen die zo klein zijn dat we ze niet kunnen zien. We noemen ze micro-organismen. Ze zweven in de lucht, zwemmen in poeltjes en oceanen en ze groeien op rotsen, aarde, planten en dieren. Micro-organismen zijn bacteriën en virussen, ééncellige diertjes zoals protozoa en ééncellige plantjes zoals algen. Ook microscopisch kleine levensstadia van grotere planten en dieren horen erbij, zoals de stuifmeelkorrels van bloemen en de sporen van paddestoelen. Ze zijn allemaal, van bacterie tot wier, zo klein dat we ze alleen door een microscoop kunnen zien. Virussen zijn het kleinst. Ze moeten een miljoen keer worden vergroot voor we ze kunnen zien. Microscopisch kleine organismen spelen een zeer belangrijke rol. Plankton bijvoorbeeld bestaat uit miljoenen algen en protozoa en is belangrijk voedsel voor waterdieren. Bacteriën in de grond brengen voedingsstoffen terug in de grond. Sommige micro-organismen, zoals virussen, kunnen ziektes veroorzaken. Amoebes De amoebe (spreek uit: ameube) is een eencellig diertje dat een protozoön (oerdiertje) wordt genoemd. We moeten een amoebe minstens duizend keer vergroten voor we hem kunnen zien. De amoebe beweegt zich voort door een deel van zijn lichaam uit te stulpen als een schijnvoetje. De rest van zijn lichaam vloeit in deze voet. Amoebes voeden zich door voedsel, zoals bacteriën, te omsluiten met hun schijnvoetje. Hierna kronkelt zijn hele lichaam om de prooi heen.Amoebes vermenigvuldigen zich door zich doormidden te delen.
Middeleeuwen Na de val van het Romeinse rijk begonnen de Middeleeuwen. Vroeger noemde men deze periode ook wel de `duistere periode`. Een tijd vol vechtjassen, uitbundige feesten en toernooien op de kastelen. Een tijd van beulen die handen afhakten en heksen verbrandden. We weten nu dat dit beeld niet helemaal klopt. De mensen in de Middeleeuwen waren niet onbeschaafder dan wij: ze leefden alleen onder andere omstandigheden. De Middeleeuwen duurden ongeveer 1000 jaar. Daarom verdelen we deze tijd vaak in twee stukken: de vroege Middeleeuwen van 500 tot 1000 na Christus, en de late Middeleeuwen van 1000 tot 1500 na Christus. Op deze pagina kun je informatie vinden over het leven op het platteland, het leven op het kasteel en het leven in de stad tijdens de Middeleeuwen.
Middeleeuwse kunst In 395 n. Chr. wordt het oostelijk deel van het Romeinse rijk (Byzantium) definitief gescheiden van het westelijk deel. De kunstvormen in onze gebieden worden vanaf dan volledig beïnvloed door kunststromingen vanuit Constantinopel, de hoofdstad van Byzantium (330 n. Chr. - 1450 n. Chr.).Centraal in deze vroegchristelijke periode staat de mozaïekkunst. Wanden van woningen en kerken werden met mozaïeken versierd. Een mozaïek is een schilderij samengesteld uit duizenden verschillende steentjes. Er worden hoofdzakelijk liturgische taferelen afgebeeld.Een apart hoofdstuk vormen de iconen. Iconen zijn schilderwerkjes op hout die door monniken gemaakt werden. Met een beitel werd de ondergrond uitgediept, zodat dan aan alle zijden iets verhoogde randen bleven staan. Op de uitgediepte ondergrond werd een linnen stof vastgelijmd. De iconenschilder bedekte eerst de achtergrondvlakken met bladgoud en bracht dan de andere kleuren aan. Het geheel werd vervolgens afgedekt met een beschermende vernislaag.De iconen maakten deel uit van de liturgie. Zo komt het dat op de meeste iconen liturgische taferelen te zien zijn.
Moederdag De tweede zondag van de maand mei zetten we onze moeders in de bloemetjes. We vieren dan `moederdag`. Om te weten waarom we precies op deze dag moederdag vieren moeten we een stap terug in de tijd. Geschiedenis Moederdag wordt al heel lang gevierd. Ten tijde van de Oude Grieken werden er feesten gehouden voor de moeder van de goden, Rhea. Je kunt gerust stellen dat deze feesten de vroege voorlopers waren van onze moederdag nu.Rond 1600 duikt er in Engeland `Mothering Sunday` op. Op de vierde zondag van de vastentijd wordt deze dag met cadeautjes, bloemen en taart gevierd.De echte voorloper echter van onze moederdag vindt zijn oorsprong in Amerika. Julia Ward How neemt hiervoor in 1872 het initiatief. Ze draagt deze dag op aan de vrede.In 1907 wordt het idee van moederdag door Anna Maria Reeves opgepikt. Omdat haar moeder, aan wie ze zoveel te danken had, pas was overleden wilde ze op de tweede zondag van mei (de dag dat haar moeder stierf) een nationale herdenkingsdag in het leven roepen. Ze richt een groep van mensen op die dezelfde mening delen. Samen met hen begint ze brieven te schrijven om anderen voor hun idee te winnen. Vele politici en zakenmensen worden aangeschreven en eindelijk krijgt Anna haar zin: op 8 mei 1914 wordt in Amerika de eerste nationale moederdag gevierd. Niet zoals oorspronkelijk bedoeld Al gauw wordt moederdag een dag voor de handelaars. De reclamejongens maken misbruik van het idee. Ze doen de mensen geloven dat ze moeder alleen kunnen vieren door cadeautjes te kopen.
Mohandas Ghandi De leider van de onafhankelijheidsbeweging in India was Mohandas Gandhi (1869-1948). Men noemde hem Mahatma wat `grote bezieler` betekent. Gandhi probeerde alle verschillende godsdiensten en volkeren in India bij elkaar te brengen. Hij benadrukte het belang van `satyagraha`: het geweldloze en vreedzame verzet tegen het Britse bewind. In 1948 wordt hij vermoord. Zijn leven Gandhi stamde uit een welstellende familie. Zijn vader was minister. Tijdens zijn jeugd was hij zeer teruggetrokken en hij nam zijn studies heel serieus. Net als zijn vader wilde hij advocaat worden. Daarom verlaat hij in 1888 India om in Londen te gaan studeren. In zijn vrije tijd bestudeerde hij ook alle wereldgodsdiensten. Hij ontdekte dat elk geloof gebaseerd is op dezelfde principes. Zolang iemand zijn religieuze principes opvolgde was het goed. In 1891 studeert hij af en keert hij terug naar India.Twee jaar later trekt hij naar Zuid-Afrika om daar voor een Indiase firma te gaan werken. Hij wordt er voor de eerste maal geconfronteerd met rassendiscriminatie. Hij zet zich gedurende 21 jaar in voor de rechten van de onderdrukten en belandt meerdere keren in de gevangenis. Hij beslist om een politiek verzet op te stellen zonder daden of geweld. In 1914 bereikt hij succes en de Zuid-Afrikaanse regering beslist om Gandhi`s eisen waar te maken. Zijn werk in Zuid-Afrika zit erop en hij keert naar India terug. Hij start nu zijn passief verzet tegen de Britse overheersing in India.In India evolueert hij tot een nationaal symbool.
Mustafa Kemal Atatürk Mustafa Kemal werd in 1881 geboren. Zijn wieg stond in de huidige Griekse stad Thessaloniki. De naam Atatürk, vader van de Turken, kreeg hij in 1934. Kemal was legerofficier in het Osmaanse leger, dat in de Eerste Wereldoorlog aan de kant van Duitsland meevocht.Na de oorlog werd Turkije verdeeld. Er kwamen Griekse, Italiaanse, Franse en Engelse troepen naar Turkije. In noordoost Turkije kwam een Armeense staat en in het zuiden zouden de Koerden de baas worden over hun eigen gebied. Atatürk was fel tegen deze plannen. Hij vond dat Turkije alleen een democratisch land kon worden als het economisch en politiek onafhankelijk was. Met legereenheden die nog onder zijn bevel stonden trok hij ten strijde en in 1922 dwong hij de Osmaanse sultan Istanbul te verlaten. Op 29 oktober 1923 riep hij Turkije uit tot republiek. Er kwam kiesrecht. De moslimleiders verloren hun politieke macht en mochten geen rechtspraak meer doen. Het werd vrouwen verboden een sluier te dragen en ze kregen dezelfde rechten als mannen. Alle kinderen moesten naar school. En het Turks moest voortaan geschreven worden in het Latijnse alfabet, in plaats van het Arabisch.
Muziekinstrumenten Soorten Muziekinstrumenten kunnen we in drie grote groepen onderverdelen: snaarinstrumenten, slaginstrumenten en blaasinstrumenten. Snaarinstrumenten Bij snaarinstrumenten wordt het geluid voortgebracht door de trilling van één of meer snaren. Deze snaren worden aan het trillen gebracht door erover te strijken, op te tokkelen of door ze aan te slaan.Het eenvoudigste snaarinstrument is de muziekboog. Je vindt dit instrument vooral in Afrika, Zuid-Amerika en Azië. Ze zijn waarschijnlijk ontstaan uit de bogen van de jagers. De eenvoudigste bogen bevatten één enkele snaar die aan beide uiteinden van een buigbare stok zijn bevestigd. De snaar kan tot trillen worden gebracht door het tokkelen met de vinger, door het slaan met een stok of het strijken met een kleine boog.Andere snaarinstrumenten zijn de lier, de harp, de luit, de gitaar,... Slaginstrumenten Op slaginstrumenten wordt zoals de naam al aangeeft op de een of andere manier geslagen. Bij trommels en pauken wordt met een stok op een strak gespannen vel geslagen. Bij de triangel wordt met een metalen staafje op een andere gebogen metalen staaf geslagen. De bekkens zijn twee metalen platen die worden bespeeld door ze tegen elkaar te slaan als twee pannendeksels. Blaasinstrumenten De blaasinstrumenten zijn onder te verdelen in twee groepen. De eerste groep bestaat uit alle houten blaasinstrumenten, zoals de blokfluit en de klarinet, deze worden de houtblazers genoemd. De tweede groep omvat alle metalen blaasinstrumenten zoals, de trompet en de saxofoon.
Napoleon Bonaparte Tijdens een luxueuze plechtigheid kroonde Napoleon Bonaparte zichzelf in 1804 tot keizer van Frankrijk. Bonaparte kwam uit een eenvoudig gezin van het eiland Corsica, maar toch werd hij één van de meest briljante veldheren uit de geschiedenis. Hij maakte in korte tijd carrière in het Franse leger en nadat zijn troepen Italië veroverd hadden, was generaal Bonaparte in 1799 zo machtig, dat hij met de hulp van het leger de macht in Frankrijk overnam. Hij benoemde zichzelf tot Eerste Consul en beloofde het volk vrede na de chaos die de Franse Revolutie had achtergelaten. Zijn sociale vernieuwingen vormden de basis van de huidige Franse wetten, onderwijssystemen en financiën. Het lukte Polen onder zijn bewind te krijgen. Denemarken, Oostenrijk en Pruisen waren bondgenoten en Portugal, Engeland, Zweden en Rusland bleven onafhankelijk. Zijn pogingen om Rusland te veroveren, mislukten jammerlijk en nadat hij in de slag bij Waterloo in 1815 door de Engelsen en de Pruisen was verslagen, werd hij naar het eiland St.-Helena in de Atlantische Oceaan verbannen. Hier stierf hij zes jaar later. Het rijk van Napoleon Omstreeks 1812 heerste Napoleon over een groot deel van Europa. Hij kroonde zijn broers tot koningen van verschillende landen. Zo werden de Nederlanden geregeerd door Lodewijk Napoleon. Het lukte deze zwakke koning niet de Hollandse vissers tegen te houden, die tegen de wil van de keizer handel dreven met Engeland. Die vissers droegen klompen en toen Bonaparte van hun handel hoorde, riep hij: `Die saboteurs!` (Sabot is Frans voor klomp.
Neanderthaler De Neanderthaler In 1857 werd in het Duitse plaatsje Neanderthal het skelet teruggevonden van de Homo sapiens. Men noemde hem de Neanderthaler naar de vindplaats van het eerste skelet. Ook in ons land, in de grotten van Spy bij Namen, zijn Neanderthalers teruggevonden.De Neanderthaler was de volgende stap in de evolutie naar de moderne mens. In Europa raakte de Neanderthaler afgesloten van de rest van de wereld. Een enorme ijskap had Centraal Europa bedekt. Hij was de eerste mens die moest overleven in een bar en winters klimaat. Leven in de ijstijd Wat is een ijstijd ? Vanaf 1,6 miljoen jaar geleden kende de aarde afwisselend warme en koude perioden. Zo`n koude periode noemt men ijstijd. Het land wordt dan volledig bedekt met een ijskap. De laatste ijstijd begon zo`n 120 000 jaar geleden. In Europa waren de Scandinavische landen, Schotland en de Alpen volledig bedekt met ijs. Door de daling van het zeewater was Engeland verbonden met het vasteland. Nederland en België waren één grote steppe waar rendieren, neushoorns, mammoeten, beren en muskusossen leefden. Wonen in de ijstijd. De Neanderthaler was een nomade. Dit wil zeggen dat hij geen vaste woonplaats had. Hij was steeds op zoek naar voedsel en daarom moest hij zwerven.De woning van de Neanderthaler moest dus gemakkelijk verplaatsbaar zijn. Hij woonde in een tent gemaakt van een geraamte van takken of mammoetbeenderen waarover dierenhuiden gespannen werden. Soms plaatste men de tent voor de ingang van een grot die dan extra bescherming bood tegen de gure wind.
Nederland In het buitenland wordt Nederland vaak Holland genoemd omdat het land vroeger uit zelfstandige provincies bestond, waarvan de provincie Holland de belangrijkste was. Nederland ligt in West-Europa en net als alle West-Europese landen heeft Nederland een democratisch ingerichte samenleving, een hoog ontwikkelde economie en een goed opgeleide en welvarende bevolking. Samen met veertien andere landen maakt Nederland deel uit van de Europese Gemeenschap. Dichtbevolkt Nederland heeft een oppervlakte van 41 864 km². Daarop wonen meer dan 15 miljoen inwoners. Dit zijn dus gemiddeld 440 mensen per km². Daarmee is Nederland één van de dichtstbevolkte landen ter wereld. Het dichtstbevolkte gebied van Nederland is Randstad, het gebied waar de vier grote steden in liggen (Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag). De Nederlandse bevolking groeit nog steeds aan. Lager dan de zee Nederland betekent `laag land`. Dat is een heel toepasselijke naam, want een groot deel van Nederland ligt lager dan de zee. Als er geen duinen en dijken waren, zou het westen van Nederland onder water lopen. Bloemen en bollen Bloemen en bloembollen zijn wereldwijd bekende Nederlandse exportproducten. Per jaar exporteert Nederland 173 000 000 kg bollen. De grootste afnemers zijn de landen van de E.U., maar ook in Japan en Amerika zijn ze meer dan welkom. Industrie Nederland is een land met veel industrie. Sommige Nederlandse bedrijven zijn zo groot geworden dat ze nu over heel de wereld vestigingen hebben.
Nederlands - Indië Vroeger heette Indonesië Nederlands-Indië. Het was een kolonie van Nederland. Het was wel gek, Nederland was klein en Indonesië heel groot. Rond 1600 voeren er veel Nederlandse schepen naar Indonesië, om daar specerijen te kopen. In Indonesië groeide namelijk peper, kruidnagelen, nootmuskaat en nog veel meer. Al deze producten waren in Nederland veel geld waard, omdat iedereen ze in het eten gebruikte. V.O.C.Er was een groot handelsbedrijf in Nederland dat schepen naar Indië stuurde voor specerijen en ook wel voor andere dingen: de Verenigde Oostindische Compagnie, opgericht in 1602. De VOC dreef handel met de mensen in Indonesië. Ze wilden natuurlijk hoge winsten halen, zodat ze er rijk van zouden worden. De VOC deed dat meer dan 200 jaar. Maar de VOC deed meer in Indië. Het had daar ook macht, en had ook soldaten in dienst. De vorsten en de mensen in Indië moesten doen wat de VOC wilde. En toen na 1800 de VOC er niet meer was ging de Nederlandse staat daar mee door.Kolonie De macht van Nederland over Indië werd steeds groter. De Indische vorsten moesten zich aan de Nederlanders onderwerpen. Het land werd een kolonie van het koninkrijk Nederland. Een kolonie is een ander woord voor een overzees gebied dat veroverd was door een Europees land. De kolonie kreeg officieel de naam Nederlands-Indië. Nederland bepaalde dat de boeren daar vooral specerijen, koffie en suiker moesten verbouwen. De Nederlanders gaven een prijs voor deze producten en verkochten die dan in Europa voor veel hogere prijzen.
Nederlands leger De taak van het leger Het leger is in deze tijd veel meer dan een leger dat het land verdedigt in geval van oorlog. Als volwaardig lid van de NAVO heeft het leger taken in internationaal verband.Het takenpakket kan in drie hoofdtaken onderverdeeld worden:1. het verdedigen van het Nederlands grondgebied en dat van de NAVO bondgenoten,2. het bewaken en zonodig afdwingen van vrede en veiligheid, waar ook ter wereld, door conflicten te voorkomen en eventueel militair in te grijpen,3. het verlenen van humanitaire hulp. In internationaal samenwerkingsverband, maar ook in geval van crisissituaties in Nederland, denk hierbij aan overstromingen of andere rampen. De onderverdeling Het Nederlands leger is verdeeld in vier grote groepen:- de Koninklijke Landmacht,- de Koninklijke Luchtmacht,- de Koninklijke Marechaussee, - de Koninklijke Marine. De Koninklijke Marine In vredestijd is het optreden van de Koninklijke Marine en haar bondgenoten vooral gericht op het voorkomen van oolog of in geval van oorlog, op het scheiden van de strijdende partijen. Marineschepen kunnen zonder grenzen te overschrijden voor langere tijd overal ter wereld zelfstandig optreden in de internationale wateren. De Koninklijke Marechaussee De Koninklijke Marechaussee is een politiekorps met een militaire status. Ze doet aan grensbewaking, politietaken op de luchthavens en bijstand aan de politie.De Marechaussee is belast met de beveiliging van de koninklijke paleizen in Den Haag, Soestdijk en Apeldoorn, regeringsgebouwen, de ambtswoning van de minister president en het NAVO hoofdkwartier AFCENT in Brunssum.
Nederlandse overheid In Nederland hebben we een parlementaire democratie. Daarin heeft de volksvertegenwoordiging, het parlement, het laatste woord. Verder bestaat de overheid uit een regering met een staatshoofd. Dat is in Nederland de koning of de koningin. Ook de gekozen volksvertegenwoordigers in de provincie (de Provinciale Staten) en bestuurders van de provincie (Gedeputeerden en Commissaris van de Koningin) zijn onderdeel van de overheid. Net zoals de volksvertegenwoordigers in de gemeenten (gemeenteraden) en de gemeentebestuurders (wethouders en burgemeester) bij de overheid horen. Bij de overheid werken tienduizenden ambtenaren (politiemensen, militairen, leraren in het openbare onderwijs, ...). De Grondwet regelt in grote lijnen hoe de overheid eruit ziet. De Grondwet regelt ook welke rechten burgers hebben tegenover die overheid en welke plichten de overheid heeft tegenover de burgers. Het parlement Het parlement wordt gevormd door de Eerste en Tweede Kamer. De Eerste Kamer heeft minder macht dan de Tweede Kamer.In de Tweede Kamer wordt de Nederlandse politiek gemaakt. De Tweede Kamer controleert de regering.De Eerste Kamer of senaat bespreekt de wetsvoorstellen die in de Tweede Kamer al werden aangenomen en gaat met deze voorstellen akkoord of niet. De Eerste Kamer kan zelf geen nieuwe wetten maken. De leden van de Eerste Kamer worden, in tegenstelling tot de Tweede Kamer, niet rechtstreeks door de Nederlandse bevolking gekozen maar aangeduid door de leden van de Provinciale Staten.
Nederlandse politie De politie in Nederland bestaat uit 25 regionale politiekorpsen. Daarnaast is er ook het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD). Het KLPD is er speciaal voor het toezicht op de autowegen, het water en in de lucht. Het KLPD heeft verder een afdeling die de Koningin en haar familie, maar ook andere belangrijke mensen beveiligt. Je moet dan denken aan ambassadeurs van andere landen. Het KLPD helpt de 25 regionale politiekorpsen ook nog op een andere manier. Er werken bij het KLPD mensen die veel geleerd hebben over speciale onderwerpen, zoals computers of het gedrag van misdadigers. Tenslotte zorgt het KLPD voor de uniformen, petten en wapens van de politie. De taak van de politie Het `politiebedrijf` heeft veel overeenkomsten met andere bedrijven. Zo heeft ook de politie een eigen taak. Die taak staat in de politiewet beschreven. Wát daar in staat wordt bepaald door de politiek, de mensen die in Den Haag het land besturen. De politie wil met haar werk bereiken dat mensen rustig en veilig, naast elkaar en samen, kunnen leven in de wijk, de stad of de regio. In moeilijke woorden noemen we dat: de politie werkt aan een veilige en leefbare samenleving. Dat kan de politie natuurlijk niet alleen. De politie wil dat samen met alle mensen doen. Om te zorgen dat de maatschappij veilig en leefbaar wordt of blijft, voert de politie 4 hoofdtaken uit: - Hulpverlenen - Voorkomen dat er `iets mis gaat` (dat noemen we preventie) - Handhaven van orde en rust - Oplossen van misdrijven en opsporen van daders Alle taken bij elkaar noemen we de POLITIEZORG.
Neil Armstrong Neil Alden Armstrong werd op 5 augustus 1930 geboren. Al van toen hij klein was, had hij een grote interesse voor alles wat met vliegen te maken had. Het verwonderde dan ook niemand dat hij in 1950 piloot werd bij de Amerikaanse marine. Twaalf jaar later, in 1962, werd hij astronaut.In maart 1966 kreeg hij de leiding over de Gemini 8 missie die jammer genoeg vroegtijdig afgebroken werd wegens brandstofproblemen. Het doel van het Gemini-project was ruimtetuigen in de ruimte aan elkaar koppelen. Het Apolloproject Armstrong werd toegevoegd aan het Apolloproject dat tot doel had mensen naar de maan te brengen. Juli 1969 kreeg hij de leiding over de Apollo 11 missie die de eerste mens op de maan moest brengen. Samen met Edwin Aldrin en Michael Collins vloog hij op 16 juli 1969 de ruimte in en vijf dagen later zette hij als eerste mens voet op de maan. Toen hij de trap van de maanlander afdaalde sprak hij de historische woorden:`That`s one small step for man, one giant leap for mankind`. (Dit is een kleine stap voor een mens, maar een grote sprong voor de mensheid). Samen met Aldrin maakte Armstrong een maanwandeling van ongeveer twee en een half uur. Op 24 juli 1969 landde de ruimtecapsule met de drie astronauten veilig terug op aarde.
Neptunus Neptunus dankt z`n naam aan zijn kleur: blauw als de zee. Daarom kreeg de planeet bij haar ontdekking in 1846 de naam van de God van de zee: Neptunus.Neptunus en Uranus lijken veel op elkaar omdat ze allebei uit gassen bestaan. Wat Uranus niet heeft, en Neptunus wel, zijn wolken, wolkenbanden en grote vlekken. De wolken bestaan ook uit gassen en de donkere vlekken kun je vergelijken met de Rode Vlek op Jupiter.Een dag op Neptunus duurt 16 uur en een jaar 164 jaar. Hoe verder je van de Zon verwijdert bent, hoe langer een jaar duurt.De temperatuur op Neptunus is verre van aangenaam: - 220 °C. De planeet is ongeveer even groot als Uranus: 49000 km.Neptunus heeft een aantal manen waarvan Triton er één is. Deze is iets kleiner dan onze eigen Maan.
Neushoorns en tapirs De eerste neushoorns kwamen 30 miljoen jaar geleden voor en sommige ontwikkelden zich tot de grootste zoogdieren die ooit leefden. Tegenwoordig hebben weinig dieren het zo moeilijk als de neushoorn. Duizenden werden gedood om hun hoorns en alle soorten staan op de lijst van bedreigde diersoorten. Neushoorns zijn herbivoren of planteneters. Er zijn vijf verschillende soorten: de witte en puntlipneushoorns van Afrika en de Indische, Javaanse en Sumatra neushoorns van Azië. Neushoorns leven meestal alleen. Het zijn bijziende dieren, maar ze beschikken over een zeer goed gehoor en een uitstekende reuk. De huid van de neushoorn is bijzonder dik en stevig en hangt in diepe plooien rond zijn lichaam. Bij de Indische neushoorn lijken het wel pantserplaten. Alle soorten, met uitzondering van de Sumatraanse neushoorn, zijn kaal. Tapirs zijn nauw verwant aan neushoorns. Het zijn stevige dieren met korte poten en een korte slurf, die voornamelijk in bossen leven. Tapirs zijn vooral `s nachts actief. Ze eten planten. Het zijn goede zwemmers en ze brengen veel tijd in het water door. Tapirs zijn op veel plaatsen zeldzaam geworden doordat de mensen er jacht op maakten.
Nieuw-Zeeland Nieuw-Zeeland ligt in de Grote Oceaan en behoort bij het werelddeel Oceanië. De totale landoppervlakte is 267.515 km2, de totale kustlijn bedraagt 15.134 kilometer. Nieuw-Zeeland bestaat uit verschillende eilanden en is ongeveer zo groot als Groot-Brittanië. Het meest noordelijke punt van Nieuw-Zeeland zijn de Surfille Cliffs. Het meest zuidelijke punt is de zuidwestkaap van het eiland Stewart. De afstand tussen deze twee punten bedraagt ongeveer 1600 kilometer. Nieuw-Zeeland ligt precies halverwege de evenaar en de Zuidpool. Wellington is de meest zuidelijke hoofdstad ter wereld. Klimaat De seizoenen zijn in Nieuw-Zeeland precies tegenovergesteld als in Nederland en België. Het is zomer van december tot en met februari en winter van juni tot en met augustus. Van het noorden naar het zuiden wordt het steeds kouder. Planten en dieren Planten De plantenwereld van Nieuw-Zeeland is zeer gevarieerd. Alle bomen die in de winter hun blad verliezen zijn ingevoerd terwijl de inheemse boomsoorten het hele jaar door groen zijn. De kauri-boom is een sparrensoort en is de op één na grootste boomsoort ter wereld. Pas na 800 jaar is de boom volwassen. De grootste kauri ter wereld staat in het Waipoua Kauri Forest, heet `Tane Manhuta` en is ongeveer 1200 jaar oud, 52 meter hoog en 13 meter in omvang. Er komen in Nieuw-Zeeland meer dan negentig soorten varens voor. Meest voorkomend is de koningsvaren met een blad dat aan de bovenkant donkergroen en aan de onderkant zilverkleurig is.
Nijlpaard Het nijlpaard is het grootste zoogdier dat leeft in zoetwater. Het brengt het grootste deel van zijn leven in het water door. `s Nachts verlaat het nijlpaard het water om te grazen. Een mannetjesnijlpaard wordt de stier genoemd, de vrouw is de koe, en het jong is het kalf. Het nijlpaard leeft in Afrika, ten zuiden van de Sahara tot Namibië en Zuid-Afrika. Hij vertoeft het liefst in rivieren of meren van grassteppen. Soms verlaat het nijlpaard het water om een zonnebad nemen. Dan kan het gebeuren dat het dier op verrassende wijze van kleur verandert. De gladde huid van het nijlpaard lijkt wel te bloeden, maar dit is slechts gezichtsbedrog: het rode pigment in de huid is namelijk een vorm van bescherming tegen de zon, een soort van ingebouwde zonnebrandolie. Mogelijk dient deze stof ook om infecties bij kleine wonden, die de dieren tijdens een vechtpartij hebben opgelopen, te voorkomen. Geboorte Na een draagtijd van ongeveer acht maanden zondert de moeder zich af van de groep, om onder water te bevallen. Wanneer het kalf op de wereld komt, zwemt het al vrij snel naar boven, om lucht te happen. Meteen nadat het kalf bijgekomen is, gaat het op zoek naar de tepels van de moeder. In die eerste dagen gebeurt ook het zogen onder water. Daar zijn ze immers veilig tegen de roofdieren. Na een paar weken keren moeder en jong terug naar de groep, waar het jonge kalf nu kan spelen met de andere jongen. Vele kalfjes worden gedood nog voor ze een jaar oud zijn. Ze vallen te prooi aan leeuwen, luipaarden en hyena`s.
Noordamerikaanse Indiaan Meer dan 20 000 jaar geleden kwamen de eerste bewoners vanuit Azië in Noord-Amerika aan. Tijdens de jacht volgden ze wilde dieren en trokken ongemerkt over de huidige Beringstraat die nu Azië en Noord-Amerika van elkaar scheidt, maar waar toen nog een landengte was. In de 16de eeuw kwamen de Europese ontdekkingsreizigers in Noord-Amerika aan. Ze dachten dat ze in India waren en noemden daarom de plaatselijke bewoners Indianen. De Europeanen vonden dat zij recht hadden op het land van de Indianen, die jarenlang oorlog voerden met de kolonisten om hun grondgebied te beschermen. Tijdens de 19de eeuw probeerde de Amerikaanse regering de Indianen uit hun thuislanden te verdrijven, maar de Indianen verzetten zich hevig. Na een bittere strijd werden de oorspronkelijke bewoners van Amerika naar reservaten (speciale woongebieden) overgebracht, waar velen nu nog altijd wonen. Verschillende stammen Als je op zoek zou gaan naar de Indiaan, dan kom je bedrogen uit want hij bestaat niet. De oorspronkelijke bewoners van Noord-Amerika behoorden tot verschillende stammen. De meeste stammen hielden zich bezig met de jacht, de visvangst en de landbouw. De bekendste zijn: Cheyenne, Commanche, Sioux op de grote prairies, Apache, Navajo en Pueblo in het zuidwetsen en Iroquois, Huron en Cherokee in het oosten.De Sioux-Indianen Ze woonden op de grote prairies waar ze te paard op buffels jaagden. Van de huiden maakten ze tipi`s (tenten) en kleding, het vlees aten ze op en van de beenderen en horens vervaardigden ze werktuigen.
Noordzee De Noordzee is de zee tussen Noorwegen, Groot-Brittannië, Frankrijk, België, Nederland, Duitsland en Denemarken. De noordgrens wordt gevormd door een denkbeeldige lijn tussen de Schotse Shetland- en Orkney eilanden en het Noorse vasteland. De ondergrens van de Noordzee is de lijn tussen Calais in Frankrijk en Dover in Engeland. Het is een ondiepe (30-200 m) randzee van de Atlantische oceaan met een gemiddelde diepte van 90 meter. De zeebodem loopt van zuid naar noord af waar hij overgaat in een tot 725 meter diepe trog, het Noorse Kanaal. De Noordzee beslaat circa 572.000 vierkante kilometer (=0,16% van de oppervlakte van alle wereldzeeën). De inhoud van de Noordzee is 54.000 kubieke kilometer. De gemiddelde watertemperatuur is 9,5° C in de noordelijke Noordzee, tot 11° C aan de Nederlandse westkust.
Noorwegen Noorwegen ligt aan de westkant van Scandinavië en wordt aan de zuidkant begrensd door het Skagerrak. In het noorden en westen liggen de Noordzee, de Atlantische Oceaan en de Noordelijke IJszee. Aan de landzijde grenst Noorwegen aan Zweden, Finland en Rusland. Voor de kust van Noorwegen liggen de Lofoten, de belangrijkste eilandengroep. De eilandengroep Spitsbergen (Svalbard) ligt ongeveer 650 kilometer ten noorden van Noorwegen. Van noord naar zuid meet Noorwegen in vogelvlucht bijna 1800 km. De breedte van het land bedraagt daarentegen hier en daar maar 80 km. Het klimaat Omdat het land zo uitgestrekt is vertoont het klimaat sterke lokale verschillen. Het een feit dat het in Noorwegen gemiddeld warmer is dan in veel landen die op dezelfde hoogte liggen. Aan de westkust, het fjordengebied, heerst een warm gematigd zeeklimaat met zachte en regenachtige winters. In het hoge noorden kan de temperatuur `s winters dalen tot -40°C. In de zomer komt de temperatuur regelmatig boven de 20°C. Hier heerst een echt toendraklimaat. Doordat het klimaat vrij droog is en er weinig wind staat zijn de lage temperaturen goed te verdragen. Ten oosten van de bergketens heeft het binnenland een landklimaat. Planten en dieren Een van de bekendste grote dieren in Noorwegen is de eland, die veel voorkomt in grote delen van Noord-Noorwegen. Tienduizenden tamme rendieren worden als vee gebruikt. Wilde rendieren leven o.a. op de Dovrefjell. Muskusossen zijn na de 2e Wereldoorlog opnieuw uitgezet omdat ze werden opgegeten vanwege het gebrek aan voedsel.
Normandiërs De grote kastelen in Engeland, Frankrijk en op Sicilië herinneren nog aan de Normandiërs, een krijgsvolk uit Noord-Frankrijk dat in de 11de en 12de eeuw voor grote veranderingen in Europa zorgde. De Normandiërs waren rechtstreekse afstammelingen van de Vikingen. Het waren uitstekende krijgslieden.Aan het begin van de 9de eeuw vestigden ze zich in een gebied in Frankrijk dat nu Normandië heet. Naast uitstekende krijgers waren de Normandiërs ook vakkundige bestuurders. De hertogen verdeelden hun koninkrijk in leengoederen die elk door een edelman bestuurd werden. Onder het bewind van hertog Willem I werd in 1066 Engeland veroverd en bereikten de Normandiërs het toppunt van hun macht. Engeland werd een Normandisch koninkrijk waar tal van kastelen, kerken, kloosters en kathedralen werden gebouwd. De Normandiërs regeerden Engeland tot 1154. Daarna gingen de Saksen (de oorspronkelijke Engelse bevolking) en de Normandiërs geleidelijk op in één natie. In 1204 veroverde de koning van Frankrijk het gebied. Willem de Veroveraar Willem I, hertog van Normandië (1027-1087), was een briljante maar wrede generaal en leider. Onder zijn leiding werd Engeland veroverd en nadat Willem I de Saksische koning Harold II had verslagen, werd hij tot koning van Engeland gekroond.In opdracht van Willem I begon men in 1085 een compleet overzicht van Engeland te maken. Dit `Domesday Book` beschreef de grondbezittingen, bevolking, vee en goederen van elk dorp in het land. Bouwkunst Naast geniale leiders waren de Normandiërs vakkundige bouwmeesters.
Oceanen Meer dan twee derde van onze aarde bestaat uit water. Oceanen en zeeën beïnvloeden ons klimaat en voorzien ons van voedsel en mineralen. Daarnaast vormen ze ook een leefgebied voor duizenden dieren en planten. Oceanen en zeeën ontstonden miljoenen jaren geleden toen de nog vloeibare aarde afkoelde. Vulkaanuitbarstingen deed waterdamp ontsnappen uit het binnenste van de aarde. Deze waterdamp koelde af, viel als regen omlaag en vulde de holten en bekkens in het rotsachtige grondgebied. Verschuivingen zorgden daarna voor de huidige vorm van de werelddelen en de oceanen. Op het land ontstonden rivieren. Deze vervoerden mineralen afkomstig uit gesteente. Het gevolg was dat oceanen en zeeën zout werden. Wereldoceanen en zeeën Oceanen zijn de uitgestrekte wateren tussen de werelddelen. De grootste en diepste is de Stille Oceaan. Deze oceaan ligt tussen Amerika en Azië en beslaat meer dan een derde deel van de aardbol. Andere oceanen in volgorde van grootte zijn: de Atlantische Oceaan, de Indische Oceaan en de Noordelijke IJszee. Deze laatste ligt tussen de uitgestrekte gebieden van de Noordpool en is grotendeels met ijs bedekt.Zeeën, baaien en golven zijn kleinere wateren die meestal tussen landgebieden en eilanden liggen. Sommige zeeën zijn zelfs helemaal door land omsloten. Eb en vloed Tweemaal per dag zakt en stijgt het waterpeil. Deze veranderingen noemen we getijden. De maan is de oorzaak van dit natuurverschijnsel. Als de maan recht boven het water staat, zorgt de aantrekkingskracht van de maan ervoor dat het zeewater naar de maan toegetrokken wordt.
Ocelot Algemeen De ocelot wordt ook wel pardelkat genoemd. Het is een uitstekende klimmer, maar geen woudbewoner. Hij komt juist veel voor in rots- en struikgebieden. De ocelot is een goede jager die vooral `s nachts actief is. Zijn prooi bestaat uit konijnen, knaagdieren, reptielen, vogels, kikkers, kleine apen en vis. Hij is van kop tot staart gevlekt en heeft daarmee een ideale schutkleur, volkomen aangepast aan de schaduwrijke bossen waarin hij leeft. De kleur is meer gevarieerd dan bij de meeste grote katten, want de ocelot is zandkleurig op de kop en de rug, zilverkleurig op de flanken en een tint bleker op de buik. Kop en nek zijn getekend met zwarte lengtestrepen, terwijl op het lichaam zwarte vlekken staan, onregelmatig in rijen gerangschikt. De ocelot woont in Zuid-Amerika en Midden-Amerika, hij wordt zo`n 65 tot 100 cm, zijn staart wordt ongeveer 30 tot 45 cm. Zijn wetenschappelijke naam is: Leopardes pardalis. In het Nederlands noemt men hem ook: wilde tijgerkat. Voortplanting Elk jaar krijgt de ocelot jongen. Na 115 dagen worden ze geboren, verborgen tussen de wortels van een omgevallen boom. De jongen hebben al bij de geboorte een volledige huidtekening. Er komen 1 à 2 jongen. Beide ouders brengen voedsel aan en de paren gaan na de geboorte van de jongen niet uiteen. De jongen blijven in hun nest voor een aantal weken. Als ze ongeveer 2 maand oud zijn beginnen ze de moeder te volgen bij het jagen.
Oehoe De oehoe, wiens wetenschappelijke naam `Bubo bubo` is, heeft een groot verspreidingsgebied. Hij leeft in Europa ( behalve in Denemarken waar het laatste paartje in 1891 door een jachtopziener werd gedood en Engeland), Noord-Afrika en `Eurazië`.De oehoe vrouwtjes zijn bij deze nachtroofvogel groter dan de mannetjes. Zij is zo’n 73 cm lang en weegt zo’n 3.3 kg, terwijl hij ca. 62 cm meet en 2.7 kg zwaar is. Wel hebben ze beiden een identiek verenkleed. De oehoe heeft een grote massieve kop met lange oorpluimen (dit zijn echter niet zijn oren!) en grote oranje ogen waar hij ‘s nachts uitstekend mee kan zien. Overigens kan bij echt volledige duisternis ook de oehoe niets meer zien. Naast dit prima gezichtsvermogen is ook zijn gehoor zeer scherp. Een ander kenmerk van alle uilen is dat ze hun kop bijna geheel rond kunnen draaien: dit kunnen ze dankzij een groot aantal halswervels.Zijn verenkleed is rossig bruin gekleurd met vele verticale zwarte strepen op zijn lijf. Net als alle andere uilensoorten hebben ook de oehoes een zeer dicht, zacht verenkleed, wat het hun mogelijk maakt om vrijwel geruisloos te vliegen. Biotoop De oehoe is een standvogel in bergen en bossen, bij voorkeur in gebieden met rotsen, steile kliffen en oude bomen (vooral naaldbomen). Overdag vind je hem rustend in dichte oude sparren of dennen, in holen of rotsnissen. Hij nestelt op ontoegankelijke rotsrichels, minder vaak op de grond aan de voet van een rots of boom; bij uitzondering in een verlaten roofvogelnest of in een schuur.
Olielamp Rond 57 v. Chr. werden onze streken door Julius Caesar veroverd en aan het Romeinse Rijk toegevoegd. Rijke Romeinse herenboeren bouwden hier villa`s. In de kleinere huizen rond de hoeve woonden de boeren, ambachtslieden en slaven. Vele Romeinse gebruiken werden in onze streken overgenomen. De eerste verlichtingVoor de Romeinen onze streken veroverden brandde overdag en `s avonds in elke hut een groot vuur. Dat vuur diende zowel om eten op te koken als verwarming en verlichting. Dit laatste was echter bijzaak want zodra het donker werd, viel elk leven in de nederzettingen stil. De olielamp die de Romeinen meebrachten was dan ook de eerste echte lichtbron. Zo kon het leven `s avonds, vooral in de stenen huizen van de rijken, gewoon doorgaan.Olielampen vond je in alle vormen, materialen en gewichten. Wat ze allemaal gemeen hadden was het vulgat en het wiekgat. In het vulgat goot men olijfolie. In het wiekgat stak een wiek die aangestoken werd. De wiek bestond uit een reepje lappen of plantaardig weefsel. De meeste hadden een handvat zodat ze gemakkelijk van het ene naar het andere vertrek konden meegenomen worden. Anderen werden dan weer met een ijzeren ketting aan het plafond opgehangen. Op sommige lampen werd een reflector (spiegeltje) gezet. Door de weerkaatsing verspreidde de lamp zo meer licht. Vaak was de olielamp versierd met taferelen uit het dagelijks leven.
Olifanten Eén van de meest indrukwekkende dieren op de aarde is vast en zeker de olifant. Met zijn grote slagtanden, enorme oren en sterke slurf imponeert hij iedereen. De olifant is het grootste en oudste levende landzoogdier. Hij is bijzonder sterk en heel intelligent. Al duizenden jaren wordt de olifant door de mens afgericht om zwaar werk te doen.We kennen twee soorten olifanten: de Afrikaanse en de Aziatische of Indische olifant. De Afrikaanse olifant De Afrikaanse olifant is iets groter dan de Aziatische en heeft veel grotere oren. Een flink Afrikaans mannetje meet meer dan 3 m tot aan de schouders en weegt meer dan 5,4 ton. Hij kan met zijn slurf voedsel van de grond maar ook boven uit een boom pakken. De slurf wordt ook gebruikt om te drinken, te ruiken en andere leden van de kudde te groeten. In diep water wordt de slurf als snorkel gebruikt.Vlak voor 1980 waren er ongeveer 1,3 miljoen olifanten in Afrika. Daar is nu nog maar de helft van over. Stropers doden de dieren om het ivoor van de slagtanden en de natuurgebieden waar de olifanten leven, worden bebouwd. De meeste olifanten leven nu in reservaten waar ze beschermd worden, zodat hun aantallen opnieuw toenemen. Tegenwoordig is de olifant een bedreigde diersoort en wordt de handel in olifanten en ivoor door een internationaal verdrag aan banden gelegd. De Aziatische olifant In de afgelegen wouden van India, China en Zuidoost-Azië leven vermoedelijk nog maar een kleine 50 000 olifanten in het wild. Een wijfje, ook wel koe genoemd, is gemakkelijk te temmen als ze tussen de 10 en 20 jaar oud is.
Ongewervelden Het dierenrijk kun je verdelen in twee grote groepen. De eerste groep zijn de gewervelde dieren. Deze naam dankt deze groep aan de botten in de rug, de wervels. De wervels vormen samen de wervelkolom. De andere groep noemen we de ongewervelde dieren. Ze worden ook wel lagere dieren genoemd. Deze dieren hebben geen wervelkolom of wervels. De groep van de ongewervelde dieren bestaat uit verschillende soorten. De eencelligen Eencelligen bestaan uit één cel. Ze zijn zo klein dat ze alleen met een microscoop te zien zijn. Voorbeelden van eencelligen zijn het klokdiertje en het pantoffeldiertje. Sponzen Je kent vast en zeker een badspons. Hij is vervormbaar en heeft heel veel gaten. Door de gaten kan de spons water opnemen. Doordat hij vervormbaar is, kun je hem uitknijpen. De meeste badsponzen zijn tegenwoordig van kunststof, maar ze lijken vaak nog op de echte natuursponzen.Bij een echte, levende natuurspons stroomt het water door die gaten in en uit. De spons heeft water nodig omdat het voedsel bevat. Een spons bestaat uit veel cellen. Holtedieren Holtedieren bestaan uit verschillende cellen en vangen hun prooi met tentakels. Een kwal is een voorbeeld van een holtedier. Platwormen Platwormen hebben een lang en dun lichaam zonder skelet. Het lichaam is in dwarsdoorsnede plat. Het bestaat uit aan elkaar vastzittende platte stukjes die we segmenten noemen. Een voorbeeld van een platworm is een lintworm. Lintwormen leven als parasieten in darmen van veel zoogdieren.
Ontstaan van de aarde Berekeningen hebben uitgewezen dat de aarde bijna 4,6 miljard jaar oud is. Omdat er maanstenen en meteorieten (brokstukken uit de ruimte) van dezelfde leeftijd teruggevonden zijn neemt men aan dat ons zonnestelsel tegelijk gevormd is. De zon en de planeten ontstonden uit een wolk kosmisch gas en stof. Evolutie 4,6 miljard jaar geleden verdichtte een gedeelte van een draaiende wolk van kosmisch stof en gas tot de zon. De resten van deze wolk kromp verder samen en verbrokkelde zich tot meerdere brokstukken ijs en gesteente. Deze ontwikkelden zich langzamerhand tot de planeten.De aarde deed er ongeveer 100 miljoen jaar over om een vaste massa te worden. Omdat de brokstukken tijdens het verdichten vaak met elkaar in botsing kwamen, ontstond een enorme hitte. Het aardoppervlak smolt en de jonge aarde was roodgloeiend.Radioactiviteit in het gesteente veroorzaakte nog meer hitte en de planeet smolt. Vloeibare ijzer zonk naar het middelpunt van de aarde. Het lichtere gesteente bleef boven het ijzer drijven en ongeveer 4,5 miljard jaar geleden koelde het aardoppervlak af. Zo ontstond een korst. Door de uitbarsting van vulkanen ontsnapten gassen die de dampkring vormden en gecondenseerde waterdamp vulde langzaam de oceanen met water.Ruim 3,5 miljard jaar geleden ontstonden de eerste levensvormen. Het waren niet meer dan microscopisch kleine cellen. Een gedeelte van deze levensvormen brachten zuurstof voort en zo begon een 2,5 miljard jaar geleden de opbouw van de dampkring. De werelddelen splitsten zich en ook al lijkt hun ligging nu vast, ze blijven bijna ongemerkt in beweging.
Oog Wat zien we aan de buitenkant van ons oog ? Er is heel wat waar te nemen. Boven de ogen vinden we onze wenkbrauwen. Deze hebben een beschermende functie. Ze zorgen ervoor dat zweet van ons voorhoofd niet in de ogen kan komen. Vervolgens hebben we de oogleden (1). Naast een beschermende functie, ze kunnen gesloten worden, zorgen ze er ook voor dat de oogbol bevochtigd wordt. Onder de oogleden zit namelijk de traanklier. Deze klier produceert vocht. Door het bewegen van de oogleden wordt de oogbol bevochtigd. Zo droogt deze niet uit. Het overtollige vocht verdwijnt in het traanbuisje dat in de binnenhoek onderaan het oog zit en in verbinding staat met de neus. Onze wimpers houden de stofdeeltjes tegen. Het zwarte puntje in het midden van de oogbol (3) noemen we de pupil (2). Wat verder vertellen we er meer over. Tot slot zien we de iris (4) of het regenboogvlies. Het oog Bij alles wat we doen gebruiken we onze ogen. Het oog heeft een doorsnede van 25 mm en is gevuld met een doorzichtige gelei. Omdat het oog een zeer kwetsbaar orgaan is ligt het netjes beschermd in een holte in de schedel, omgeven door een laag vet en spieren.
Optische instrumenten De lens, ontdekking of uitvinding ?Waarschijnlijk is het pricipe van de gebogen lens ontdekt door waarneming. Waterdruppels vormen namelijk natuurlijke lenzen. Als we een waterdruppel op een blad nauwkeurig bekijken zien we dat het oppervlak van het blad vergroot wordt. De kunstmatige lens zelf werd uitgevonden. Deze uitvinding vond niet opzettelijk plaats maar door toeval, door steeds maar weer proberen en doordat de mens steeds meer kennis verwierf. We kunnen niet zeggen dat de lens door één mens is uitgevonden. Roger Bacon Gebruik van de eerste lens De glazen lens werd voor het eerst gebruikt voor brilleglazen. Dit was het gevolg van het werk van twee Engelsen in de 13de eeuw. Robert Grosseteste besefte dat lenzen niet alleen kleine voorwerpen vergrootten maar dat je ver verwijderde dingen dichterbij kon krijgen. Zijn proefnemingen met dit idee bracht zijn leerling, Roger Bacon, ertoe te gaan onderzoeken hoe een slecht gezichtsvermogen verbeterd kon worden met behulp van uitwendige lenzen. Zij waren de eersten die het elementaire onderzoek met betrekking tot de bril begonnen. De uitvinder van de eigenlijke bril is niet bekend. Wel is geweten dat aan het einde van de 13de eeuw de eerste bril in Venetië verscheen. Men vermoedt dat de uitvinding zelf in 1286 werd gedaan maar zeker is men niet. Venetië was in die tijd het centrum van de glasindustrie, zodat het voor de hand ligt dat de eerste bril hier vervaardigd werd. De oudste brillen waren heel primitief. Ze waren voorzien van eenvoudige bolle lenzen.
Orkanen Orkanen hebben verschillende benamingen. Zo worden ze ook vaak tyfoon en cycloon genoemd. Deze benamingen hangen af van de streek waar de orkaan voorkomt. Orkanen rond de Golf van Mexico en het Caribisch gebied noemen we tyfoons. Woedt de orkaan in de Indische Oceaan of langs de oostkust van China en Japan, dan wordt hij cycloon genoemd.Ondanks deze verschillende namen hebben orkanen dezelfde verschijnselen en gevolgen. Orkanen zijn superstormen met veel regen en extreme winden die veel schade kunnen veroorzaken. Ze ontstaan in tropische streken. De gevolgen van orkanen kunnen naast overstromingen, golfslag en wind ook aardverschuivingen veroorzaken. Gelukkig richten de meeste geen schade aan omdat ze dikwijls uitrazen boven minder dicht bevolkte gebieden. Weet een orkaan toch bewoonde gebieden te bereiken, dan vallen er doden. Hoe ontstaan orkanen ? Omdat de zon recht boven de evenaar staat is in deze streken de lucht het warmst. We noemen dit gebied de `Intertropische Convergentiezone`. Deze zone schuift gedurende het jaar heen en weer over de evenaar en is zeer onstabiel. Dit wil zeggen dat het er de ene keer heel nat en dan weer zeer droog is. Hier ontstaan buien en krachtige onweerswolken. Vaak klitten of clusteren deze onweerswolken en buien samen en zo ontstaat een heel gebied met buien. Wanneer deze buien door de straalstroom (een zeer sterke luchtstroom op ongeveer 5 km boven de aarde) ter plaatse wordt opgepakt gaat zo`n buiengebied een eigen leven leiden. Nu is het geen bui meer die `s avonds uitdooft, maar een systeem dat langer blijft bestaan.
Paarden, zebra`s en ezels Voor de uitvinding van de auto en de trein waren paarden een snel en doelmatig vervoermiddel. Deze snelle, sierlijke wezens behoren tot de intelligentste dieren en zijn gemakkelijk door mensen af te richten. Er zijn nu meer dan 75 miljoen gedomesticeerde (tamme) paarden, verdeeld over meer dan 100 rassen.Paarden, ezels en zebra`s behoren allemaal tot de familie van de Equidae (paarden). Tot deze familie behoren hoogbenige zoogdieren met hoeven, golvende staarten en manen in hun nek. Ze kunnen hard rennen of galopperen. Een uitstekende reuk, een goed gezichtsvermogen en een scherp gehoor betekenen dat ze altijd op hun hoede zijn en klaar om bij dreigend gevaar te vluchten. Paarden, ezels en zebra`s zijn grazende dieren die bijna uitsluitend gras eten. Paarden Eén van de eerste oerpaardjes (Hyracotherium) was een klein haasachtig dier, dat 50 miljoen jaar geleden in de bossen leefde. Door de evolutie werden de paarden langzamerhand groter en kregen ze hoeven.BouwDe ogen van een paard staan boven in het hoofd. Dit heeft als grote voordeel dat paarden beschikken over een zeer ruim blikveld. De lange kaken en sterke wangspieren dienen om goed te kauwen. De vrij grote oren kunnen in de richting van het geluid gedraaid worden. De typische lange, harde staartharen dienen als vliegenmepper en communicatiemiddel. Paarden lopen op de toppen van hun tenen. Om iedere voet zit een sterke, harde hoef van been. Op de zool van de voet zit een kussentje, de hoornstraal, dat als een schokdemper fungeert als het paard rent.
Paardenkastanje De gewone en bekendste paardenkastanje heet voluit Aesculus hippocastanum. De paardenkastanje komt oorspronkelijk uit de Balkan. Pas in de zeventiende eeuw is de boom ingevoerd in onze streken. Ze sierden buitenplaatsen en landgoederen.
Paaseiland De beroemdste beelden ter wereld vind je niet in één of ander vermaard museum maar wel op een klein eiland in de Grote Oceaan: Paaseiland. Zeshonderd stenen wachters of `moai`s` turen al eeuwenlang naar de verre horizon. Hoe ze daar gekomen zijn en wie ze maakte is tot vandaag niet geweten. Wat we wel weten is dat er tussen het oudste en jongste beeld een leeftijdsverschil van 12 eeuwen is. De ontdekking De Nederlandse expeditieleider Jacob Roggeveen ontdekte het eiland met Pasen, op 5 april 1722. Tijdens een tocht over het eiland vond Roggeveen de eigenaardige stenen beelden. Hij dacht te weten hoe ze gemaakt waren: de eilanders hadden ze gekleid en er vervolgens kleine steentjes ingestopt. Blijkbaar had hij nog nooit lava gezien. De Navel van de Wereld De plaatselijke bevolking vertelde kapitein James Cook in 1774 dat 22 generaties verstreken waren sinds Hoto Matu`a (een indianenvolk) hun voorouders naar het eiland bracht. Waarom dit gebeurde wisten ze niet. Het staat vast dat ze een lange reis achter de rug hadden. Het eiland ligt in het midden van de Grote Oceaan, 2000 km verwijderd van het dichtstbij gelegen eiland. Hotu Matu`a noemde het eiland de Navel van de Wereld. Heyerdahl en de zoete aardappel Eerst meende men dat de eerste inwoners rond het jaar 500 na Christus, een of ander Polynesisch eiland verlieten om zich op het Paaseiland te vestigen. Men baseerde zich daarvoor op een aantal culturele overeenkomsten. De Noorse archeoloog Heyerdahl was het niet eens met deze stelling.
Paddestoelen Wezens die tot de verbeelding spreken zijn zeker de opvallende paddestoelen en de kleine schimmels. Het zijn wonderlijke verschijningen die met een zekere geheimzinnigheid omweven zijn. Dat merk je als je hun namen bekijkt: elfenbankje, eekhoorntjesbrood, heksenboleet, vliegenzwam, ...BouwEen zwam bestaat uit een zwamvlok. De zwamvlok bestaat uit een massa dunne, witte, ondergrondse zwamdraden. Die strekken zich uit naar alle kanten op zoek naar water en voedsel. Als de zwam sterk genoeg is om zich voort te planten stoot hij paddestoelen naar buiten. Deze paddestoelen zijn de vruchtlichamen die sporen moeten vormen, net zoals de bloemen zaden vormen bij de planten. Miljarden sporenEen vliegenzwam kan 2 miljard sporen voortbrengen en een reuzenbovist wel 1000 miljard. De sporen zijn, al naar gelang de soort, netjes opgeborgen tussen plaatjes, de buisjes of in het lijf van de paddestoel. Deze bevinden zich aan de onderzijde van de hoed.De meeste paddestoelen laten hun sporen verspreiden door de wind. Omdat ze zo licht zijn worden ze soms duizenden kilometers ver meegedragen. Er zijn een aantal soorten die door dieren geholpen worden bij de verspreiding van hun sporen. Zo vormt de stinkzwam een slijm dat vol sporen zit en een grote aantrekkingskracht uitoefent op insecten. Deze verslinden het slijm met sporen en al. De sporen gaan door hun lijf heen en worden elders in het bos uitgeworpen.Hun taakOmdat zwammen hun eigen voedsel niet kunnen maken, planten doen dit wel, halen ze dit uit andere dode of levende planten en dieren.
Panda Voor de panda bestaan nogal wat namen. De bekendste zijn gewoon panda, of reuzenpanda. Niet omdat hij zo groot is, maar omdat er ook een kleine panda bestaat. De panda heet ook wel bamboebeer, vanwege zijn woonplaats. De Chinezen noemen hem ook wel witte beer of grote beerkat. Zijn maten en gewichten: Gewicht bij de geboorte: tot 150 gram. Gewicht volwassen panda: 80 kg - 150 kg. Maximum lengte van kop tot staart: 1,50 meter. Lengte van de staart: 15 centimeter. Maximum leeftijd in het wild: 15 jaar (in dierentuinen kunnen panda’s 30 jaar oud worden) Identiteiskaart Ogen Door de grote zwarte vlek lijken de ogen veel groter dan ze zijn. De reuzenpanda ziet niet zo best. Wangen Brede ronde kop door de enorme kauwspieren. Nodig om uren achetr elkaar harde bamboestengels te vermalen. Vacht In het leefgebied van de panda kan het `s winters bitter koud zijn. Met zijn dikke vacht kan hij daar goed tegen. Staart De korte staart valt nauwelijks op in de dichtbehaarde vacht. Toch is het een nuttig ding. De reuzenpanda gebruikt zijn staartje als borstel om een geurstof uit een eronder gelegen klier te verspreiden. Zo laat hij andere panda`s ruiken dat dit zijn gebied is. Neus Panda`s kunnen erg goed ruiken. Voorpoot Merkwaardige extra vinger. Dit uitgroeisel van een polsbotje werkt als duim waardoor de panda met een poot een tak of bamboestengel kan vasthouden. Voetzool Onder de zolen loopt de vacht door. Dat is lekker warm en voorkomt uitglijden. Patroon De vacht van de reuzenpanda heeft een kenmerkend patroon van zwart en wit.
Panter Levenswijze De luipaard leeft het grootste deel van de tijd solitair (alleen) binnen een vast omlijnd territorium. Alleen de paartijd en de periode dat de vrouwtjes jongen hebben vormen uitzonderingen hierop. Bij een teveel aan luipaarden in een bepaald gebied zou op de lange termijn het gevaar van voedseltekort ontstaan door overbejaging of verdrijving van de prooidieren. Net als andere vertegenwoordigers van de katachtigen markeert de luipaard de grenzen van zijn territorium met urine en voorziet bomen van krabsporen. Op plaatsen waar veel wild leeft, zijn de territoria kleiner dan in wildarme gebieden. Territoria van mannetjes zijn groter dan van de vrouwtjes en snijden vaak die van een of meer vrouwtjes. Voortplanting De beide sexen komen gedurende zes of zeven dagen samen voor de paring. Het mannetje wordt aangelokt door de sterke geur van de urine die het vrouwtje tegen de bomen sproeit. Na de paring keert het mannetje naar zijn eigen territorium terug en bemoeit zich noch met de geboorte noch met het grootbrengen van de jongen. De jongen komen na drie maanden op een goed verborgen schuilplaats ter wereld. De jongen zijn bij hun geboorte klein en hulpeloos en wegen slechts tussen de 430 en 570 gram. Een worp kan uit maximaal zes jongen bestaan waarvan er slechts een of twee overleven. De dofblauwe ogen, die typisch zijn voor alle jonge katten, openen zich na negen dagen. Op dat tijdstip zijn de vlekken op het vel zo dicht bij elkaar geplaatst dat ze op het eerste gezicht een geheel vormen.
Parijs Parijs is de hoofdstad van de republiek Frankrijk. De stad telt 11 miljoen inwoners en heeft een bevolkingsdichtheid van 22.000 inwoners per km2. De agglomeratie telt 12 miljoen inwoners met een bevolkingsdichtheid van 850 per km2. Parijs wordt door veel mensen beschouwd als de mooiste stad van de wereld. Er zijn veel prachtige gebouwen. De vele musea getuigen van een indrukwekkend verleden. Maar Parijs is niet alleen een stad van kunst en cultuur. Parijs heeft iedereen iets te bieden. Geschiedenis Parijs dankt haar naam aan de Gallische stam de Parisii. Deze stam woonde op een eiland in de Seine. De Romeinen noemden de stad toen ze haar veroverden Lutetia Parisiorum en zij construeerden een houten brug vanaf de plaats waar nu de Notre-Dame staat naar het vasteland. In de derde eeuw, toen Parijs een bisschoppelijke residentie en later de hoofdstad van het noordwestelijk deel van het Romeinse rijk werd, woonden er ongeveer 6000 mensen en groeide de stad samen met de welvaart. In 360 werd de naam Lutetia veranderd in die van Parijs. Bezienswaardigheden De EiffeltorenDe Eiffeltoren werd gebouwd van 1 juli 1887 tot eind mei 1889. De toren is ontworpen door Gustave Eiffel (Dijon 15 dec. 1832 - Parijs 28 dec. 1923) . De toren is oorspronkelijk gebouwd voor de wereldtentoonstelling van 1889. Eigenlijk was het de bedoeling dat de toren zou worden afgebroken na de tentoonstelling. De totale hoogte is 320 meter (inclusief de antenne). Bij zeer warm weer zet hij ongeveer 18 cm uit.
Paul Gaugin Gauguin, Paul (officieel: Eugène Henri Paul ) (Parijs 7 juni 1848 – Atuona, Îles Marquises, 8 mei 1903), Frans schilder, beeldhouwer en keramist, gaf in 1883 zijn veelbelovende carrière in de bankwereld op en reisde met zijn Deense vrouw, Mette Sophie Gad, naar Kopenhagen, vanwaar hij echter spoedig terugkeerde om zich geheel aan de schilderkunst te wijden. In 1886 vestigde hij zich in het Bretonse dorp Pont-Aven. Tijdens dit verblijf, in 1878 onderbroken door een reis naar Panama en Martinique met de schilder Charles Lavan, maakte hij zich gaandeweg los van de invloed van het impressionisme (Camille Pissarro, Paul Cézanne) en trachtte te komen tot een verduidelijking van de vorm door middel van grote kleurvlakken en het gebruik van heldere kleuren, een poging tot het hervinden van de klare vorm: de synthetische stijl (zie synthetisme), die van veel invloed is geweest op de groep schilders die zich om hem groepeerde (School van Pont-Aven). De maanden oktober tot december van dat jaar bracht Gauguin door in Arles bij Van Gogh, die hij in Parijs had leren kennen. Dit verblijf liep uit op een dramatische breuk tussen beide vrienden, die in wezen volstrekt anders geaard bleken; Gauguin keerde terug naar Parijs en nam deel aan een tentoonstelling die een overtuigende demonstratie van het synthetisme werd. Na een kort verblijf in Pont-Aven vestigde hij zich in Le Pouldu. In 1891 vertrok hij naar Tahiti, waar hij als eerste van de toenmalige kunstenaars op zoek ging naar een ‘ongeciviliseerde’ en onbedorven wereld, waar hij meende zuivere oerbronnen van de inspiratie te kunnen vinden.
Pest De eerste pestepidemie trof Europa in 1347. Turkse soldaten die een Italiaanse handelspost bezetten katapulteerden de lijken van hun overleden strijdmakkers in de stad. In geen tijd werd het aantal inwoners in de stad tot een minimum herleid en verspreidde de ziekte zich vanuit de handelssteden rond de Middellandse Zee over heel Europa. Tussen 1347 en 1400 woedden er in Europa maar liefst 5 pestepidemieën en tegen het einde van de 14de eeuw waren 25 miljoen Europeanen aan de ziekte gestorven. Zeer besmettelijk De pest was een zeer besmettelijke en agressieve ziekte. De besmetting werd vooral overgebracht door de rattenvlo. In die tijd, toen er van echte rioleringen nog geen sprake was, krioelde het in de steden van de ratten. Wie `s morgens besmet werd kon `s avonds al dood zijn. Iedereen was doodsbenauwd voor deze vreselijke ziekte. Men was steeds op zoek naar `pestdragers`. Zij moesten ervoor zorgen dat de vele doden naar hun begraafplaats gebracht werden. Pestdragers werden verplicht bellen rond benen en armen te dragen zodat de mensen hun van ver hoorden aankomen. Verder hulden ze zich in lange zwarte pijen en droegen kappen met maskers. In deze maskers zaten scherpe reukstoffen om hen te beschermen tegen besmetting en de vreselijke stank van de lijken die ze wegdroegen.In veel steden bood men veel geld aan mensen die pestdrager wilde worden. Weinigen waren echter vrijwilliger en daarom werden dikwijls gevangenen en galeislaven ingeschakeld om dit vuile werkje op te knappen.
Pieter Breughel de Oude Pieter Breughel de Oude werd waarschijnlijk in Eindhoven geboren rond 1525 en overleed te Brussel op 5 september 1569. Zijn artistieke loopbaan was vrij kort. Er zijn ongeveer een vijftigtal schilderijen van hem bekend. In tegenstelling tot al zijn voorgangers werkte Breughel niet voor opdrachtgevers zoals rijke burgers of de kerk. Zo komt het dat hij nooit een altaarstuk heeft geschilderd. Ook andere traditionele thema`s als naakten konden hem niet boeien. Landschappen en het boerenleven daarentegen spraken hem wel aan.
Pieter Paul Rubens Pieter Paul Rubens werd geboren op 28 juni 1577 te Siegen en overleed te Antwerpen op 30 mei 1640.Omdat zijn ouders welstellend waren, zijn vader was advocaat, kreeg hij een verzorgde opvoeding. Eerst in Keulen, waarheen zijn vader omwille van zijn protestantse overtuiging was uitgeweken, en later te Antwerpen, waar zijn moeder zich na de dood van haar man vestigde. In 1592 werd Rubens leerling van landschapsschilder Tobias Verhaecht. Acht jaar later reist hij naar Italië waar hij acht jaar verblijft. Op 25 oktober 1608 keert hij definitief terug naar Antwerpen waar hij officieel werd aangesteld tot stadsschilder. Op 23 september 1609 werd hij benoemd tot hofschilder van de aartshertogen Albrecht en Isabella. Na de dood van aartshertog Albrecht in 1621 bleef hij in dienst van Isabella die hem vanaf 1623 belastte met verschillende diplomatieke opdrachten. Zijn schilderijen Het omvangrijke schildersoevre van Rubens` schilderijen kan onderverdeeld worden in verschillende perioden.1. De Antwerpse tijd (1598 - 1600) In deze periode begint Rubens zich langzaam los te maken van de invloed van zijn leermeesters. De gevoelige kleurschakeringen en het gebruik van monumentale voorstellingen komen al tot uiting en getuigen van zijn grote begaafdheid als schilder.2. De Italiaanse tijd (1600 - 1608) Deze periode is beslissend voor zijn verdere werk. In Italië maakt hij kennis met de werken van de grote meesters uit de renaissance.3. De Antwerpse tijd (1608 - 1618) Grote aantallen opdrachten komen uit alle windstreken binnen, vooral olieverfschilderijen van groot formaat.
Pinguïn Zwemkampioenen De pinguïn is de absolute wereldkampioen zwemmen onder de vogels. Een pinguïn is helemaal aangepast aan het leven in de zee. De vleugels zijn vinnen en worden als roeispanen gebruikt. Met de poten sturen ze. Tussen de tenen zitten zwemvliezen. Dankzij het gladde, gestroomlijnde lichaam scheert een pinguïn met 18 km per uur door het water. Als het moet kan hij wel 36 km per uur bereiken. Sommige pinguïns kunnen maanden achtereen in zee blijven. Ze moeten natuurlijk wel steeds boven komen om adem te halen. Op het land lopen pinguïns rechtop. Met hun korte pootjes waggelen ze voort. Soms laten ze zich voorover vallen om op hun buik een stukje over het ijs vooruit te glijden. Vogel van het zuiden Er bestaan 17 soorten pinguïns. De keizerspinguïn is de grootste. Hij meet meer dan een meter en kan 30 kilo wegen. De Dwergpinguïn is met zijn 40 cm en 20 kg dan weer de kleinste. Alleen de Adéliepinguïn en keizerspinguïn leven op de ijskoude zuidpool. De andere soorten leven in Zuid-Amerika, Zuid- Afrika en Australië. Camouflage Alle pinguïns hebben een zwarte rug en witte buik. Daardoor zijn ze goed gecamoufleerd als ze zwemmen aan het wateroppervlak. Vanuit de lucht bekeken vallen ze niet op in de donkere zee, en vanuit het diepe water valt hun witte buik weg tegen de achtergrond van de lichte lucht. Pinguïns leven in groepen. Ze zoeken met z`n allen naar voedsel in de zee. Op het menu staat meestal vis of kleine krabbetjes. De grootste vijand van de pinguïn is de zeeluipaard, een zeehond van wel vier meter lang.
Piramides Aan het hoofd van de oude Egyptische samenleving stond de farao. Onder hem bevonden zich belangrijke priesters, ambtenaren en mannen van adel. Daaronder kwamen de schrijvers en gewone priesters. In de volgende laag zaten de mensen die het handwerk deden. En daarna kwam de grootste laag: de boeren en de slaven. Piramides De farao werd door de mensen vereerd als een god en daarom werd er als graf voor hem een groot bouwwerk neergezet, de beroemde piramide. Omdat de oude Egyptenaren geloofden dat ze na hun dood verder zouden leven in het hiernamaals was het dan ook van belang dat het graf stevig zou zijn, want dit zou het huis zijn van de dode. De bouw De bouw van een piramide kon wel 30 jaar duren. Vaak begon de bouw van het graf voor de farao dus direct nadat hij aan de macht was gekomen. Dan kon het graf misschien op tijd klaar zijn, dus voordat hij dood ging. Er werkten soms wel 100.000 mensen aan mee. Dit waren arbeiders die het een grote eer vonden om dit werk te mogen doen. Dus geen slaven, zoals men lange tijd heeft gedacht. Maar het werken bij de bouw van de piramide was zeer zwaar. Het gebeurde dan ook vaak dat sommige arbeiders zich letterlijk doodwerkten. De plaats van de piramide De piramide moest in het westen staan, want daar gaat de zon onder. En als de zon daar dood ging, dan moesten de doden daar ook begraven worden. Verder moest het in de buurt van de Nijl zijn. De stenen uit het gebergte moesten namelijk over de Nijl worden aangevoerd. En natuurlijk moest het in de buurt van de woonplaats van de farao zijn.
Planten krijgen bloemen Mensen krijgen kinderen en dieren krijgen jongen. Ze planten zich voort. Daarvoor hebben ze speciale voortplantingsorganen. Ook planten zorgen voor nakomelingen. Hun voortplantingsorganen zijn hun bloemen. Die zorgen voor het zaad waaruit nieuwe planten kunnen groeien.Mannelijke en vrouwelijke bloemenSommige plantensoorten hebben aan één plant zowel mannelijke als vrouwelijke bloemen. De hazelaar is zo een voorbeeld.Andere, zoals de wilg bijvoorbeeld, hebben alleen mannelijke of alleen vrouwelijke bloemen.De meeste hebben tweeslachtige bloemen. Dit wil zeggen dat in één bloem tegelijk vrouwelijke en mannelijke delen aanwezig zijn. Een gekend voorbeeld is de klaproos. BestuivingOm zaad, en dus nakomelingen, te kunnen vormen, moet een plant eerst bevrucht worden. Dit betekent dat het mannelijke stuifmeel de vrouwelijke stempel moet bereiken. Het stuifmeel gaat dan doorheen de stijl naar het vruchtbeginsel eronder. Dat is de plek waar de zaden zich ontwikkelen. Sommige planten kunnen zo zichzelf bevruchten. Dat noemen we dan zelfbestuiving. De meeste planten raken pas bevrucht als ze stuifmeel van andere planten van dezelfde soort ontvangen. Dit noemen we kruisbestuiving.De wind en de insecten helpen de planten bij hun bestuiving. Zo onderscheiden we twee soorten bloeiers: windbloeiers en insectenbloeiers.WindbloeiersZij hebben heel veel stuifmeel. Eén hazelaarkatje bijvoorbeeld levert 4 miljoen stuifmeelkorrels. InsectenbloeiersZij laten hun stuifmeel door de insecten vervoeren.
Pluto Pluto is het lelijke eendje uit ons Zonnestelsel. Het is de laatste planeet uit ons Zonnestelsel en is niet groter dan onze maan. Pluto bevindt zich op 4425 miljoen kilometer van de Zon. Daardoor daalt de temperatuur er tot - 230°C.Pluto is opgebouwd uit zand en stenen en de planeet heeft één maan: Charon.De planeet werd ontdekt in de jaren dertig door Percival Lowel
Poema De poema staat ook bekend als cougar, bergleeuw of Amerikaanse leeuw. Er bestaan niet minder dan 30 ondersoorten van de poema waarvan er 14 in Noord-Amerika leven.De poema komt vrijwel in heel Amerika voor. Het dier voelt zich kennelijk thuis zowel in de bergen als in de savannen (grasvlakten), in moerassige streken en in bos tot op 4000 m hoogte. Uitzicht De poema lijkt op een slanke, lenige leeuwin. De afmetingen van het dier zijn afhankelijk van de streek waar het verblijft. De maximale lengte van een mannetje is 3m waarvan ongeveer een derde deel voor de staart. Het gewicht bedraagt maximaal 120kg maar er zijn er ook die slechts 1,20m lang zijn en 21kg wegen.De wijfjes zijn over het algemeen kleiner dan de mannetjes.De kop valt op doordat deze veel ronder is dan gewoonlijk bij katten het geval is. De oren zijn ronder en ook iets kleiner. De schouders zijn krachtig en de grote poten dragen lange, intrekbare klauwen, waarmee de poema zijn prooi op verschrikkelijke wijze kan openrijten. De kleur van de kortharige vacht varieert van geelbruin tot rood, `s winters soms donkerder. Borst, keel en buik zijn wit. De ruggengraat en de staart worden aangeduid door een donkere streep. De staart heeft een zwarte punt maar geen pluim. Leefgewoonte De poema leidt een eenzelvig leven. Hij verbergt zich zoveel mogelijk. Hij staat bekend om zijn uithoudingsvermogen en kracht. Hij maakt sprongen van 6m en zelfs is er één van 12m waargenomen. Het dier kan ook omhoog springen tot een hoogte van 4,5m en men heeft gezien hoe het zich van een hoogte van 18m naar beneden liet vallen.
Poolexpedities De koudste streken op aarde zijn ook de streken die het laatst werden ontdekt. De Noordpool en de Zuidpool worden geteisterd door ijskoude winden die over de sneeuwmassa`s waaien en sommigen van de eerste Europese ontdekkingsreizigers zijn nooit van hun poolreis teruggekomen. Ze hadden een primitieve uitrusting en eenvoudige vervoermiddelen. De ontdekkingsreizigers reisden het eerste gedeelte per schip en gingen op ski`s verder. Hun bagage lag op sleden die door eskimohonden of pony`s werden getrokken. Ze liepen grote risico`s. Bevriezing kwam vaak voor en ze moesten alle benodigdheden voor de lange reis heen en terug, waaronder genoeg voedsel, met zich meenemen. Omdat er geen herkenningstekens in het poollandschap waren, gebruikten deze eerste ontdekkingsreizigers de zon als kompas. Later beschikten de ontdekkingsreizigers over betere vervoermiddelen maar pas halverwege de 20ste eeuw had men beide poolstreken helemaal verkend. Amundsen en Scott In 1912 reisde een expeditie onder leiding van de Britse kapitein Robert Scott (1868-1912) op een speciaal gebouwd schip, de Discovery (ontdekking), tot op 1450 km van de Zuidpool. Toen Scott met zijn mensen op de Zuidpool aankwam, ontdekten ze dat ze niet de eersten waren. Een expeditie uit Noorwegen onder leiding van Roald Amundsen 1872-1928) was al op 14 december 1911 op de Zuidpool aangekomen. De groep van Scott is op de terugreis omgekomen. Robert Peary De Amerikaanse expeditieleider Robert Peary (1856-1920) bereikte op 6 april 1909 als eerste de Noordpool, samen met een landgenoot en vier Eskimo`s.
Postzegel De postdienst bestaat al van in de Romeinse tijd. De Romeinen heersten over een uitgestrekt rijk. De keizers moesten hun richtlijnen naar alle garnizoenen, die in de uithoeken van dat rijk gevestigd waren, kunnen doorsturen. Langs de Romeinse heirbanen werden daarom poststations opgericht. Deze stations voorzagen de koeriers in al hun voorzieningen: een comfortabele herberg, verse paarden, een dierenarts, een smid, ... Langs deze poststations groeiden later dorpen en zelfs steden. Post voor iedereen De eerste postverbinding kwam tot stand in 1500. Graaf Thurn und Taxis richtte deze verbinding op tussen Brussel en Wenen. Later werd deze verbinding uitgebreid naar Brugge, Gent en Mechelen. Er werd alleen officiële post verstuurd.Rond 1600 werden de koninklijke postdiensten overal in Europa openbaar en kon iedereen er gebruik van maken. Voor deze dienst moest uiteraard betaald worden en zo werd post versturen voor veel landen een belangrijke bron van inkomsten. Tot aan het einde van de 18de eeuw werd de post vervoerd door postiljons (koeriers) te paard. Ze bezorgden de post van stad tot stad en haalden ook de brieven op. De afzender telde het aantal poststukken, schatte de afstand die de brief moest afleggen en betaalde aan de postillion een overeengekomen bedrag. Vaak was de afstand veel langer dan de schatting en moest de geadresseerde het verschil bijbetalen.Het beroep van postillon was ook heel gevaarlijk. Dikwijls werd hij overvallen door struikrovers. Hier komt verbetering in met de eerste postkoetsen.
Prehistorie De term Het woord `prehistorie` betekent letterlijk `voorgeschiedenis`. De prehistorie behandelt dat deel van onze geschiedenis waarover geen geschreven bronnen zijn terug gevonden. Wanneer begon de prehistorie ? Dit is niet zo eenvoudig vast te stellen. Wetenschappers hebben uitgerekend dat de aarde ongeveer 4,5 miljard jaar geleden ontstaan is. De eerste stenen voorwerpen (resten van de eerste mensen op aarde) zijn zo`n 2,4 miljoen jaar geleden in Tanzania (Afrika) gemaakt. Ze werden vervaardigd door de homo habilis, de handige mens. Wanneer begon de prehistorie in onze streken ? Archeologen vermoeden dat de eerste mensachtigen pas 250 000 jaar geleden in onze streken leefden. Zo`n 40 000 jaar geleden leefden de eerste mensen zoals wij, de homo sapiens, in Europa. Wanneer eindigde de prehistorie ? Ongeveer 55 v. Chr. bezocht de Romeinse veldheer Julius Caesar onze gebieden en veroverde ze ook. Hij beschreef deze gebeurtenis ook uitvoerig. Met de komst van de Romeinen eindigt voor ons de prehistorie. Een beeld van de prehistorie - Steen, brons en ijzerOm de lange periode van de prehistorie te kunnen ordenen maakt de archeoloog gebruik van volgende onderverdeling:de steentijd tot 2000 v. Chr.,de bronstijd 2000 tot 800 v. Chr.,de ijzertijd 800 tot 12 vc. Chr.De steentijd wordt nog eens onderverdeeld in drie periodes:- de oude steentijd tot 8800 v. Chr.,- de midden steentijd tot 8800 - 5300 v. Chr.,- de neiuwe steentijd tot 5300 - 2000 v. Chr. Links binnen deze website over de prehistorie australopithecushomo habilishomo erectusneanderthalerhomo sapienssteentijdbronstijdprimitieve kunst
Primitieve kunst De eerste vorm van schilderkunst dateert van ± 40 000 v. Chr. Het zijn schilderingen door de eerste mensen aangebracht op rotswanden en zolderingen van grotten.Men vermoedt dat deze kunst iets met het geloof van de mensen uit die tijd te maken had. Dit leidt men af uit het feit dat de `kunstgrotten` ver van de woongebieden lagen en dat de schilderingen niet allemaal in dezelfde periode gemaakt zijn (Soms is er een verschil van duizenden jaren tussen de verschillende schilderingen).De oudste van deze rotsschilderingen beeldden vooral jachttaferelen uit. De afbeeldingen zijn zo levendig en beweeglijk, dat wij ons nu een correct beeld kunnen vormen van dieren die toen leefden maar nu volledig uitgestorven zijn.Vanaf ± 10 000 v. Chr. wordt het afbeelden van menselijke figuren belangrijker. Alleen het oog voor detail waarmee de kunstenaars dieren schilderden verdwijnt. De mensenfiguurtjes zijn qua vormgeving heel eenvoudig, bijna abstract.Men schilderde met de vingers of met penselen van dierenhaar. Sommige schilderingen werden gemaakt door verf te blazen door een holle pijp.
Putter Kenmerken De distelvink (hij peutert heel behendig de zaadjes uit distelhoofdjes) is één van de meest kleurrijke inheemse vogels. De kop is wit-zwart met een rood masker, de rug bruin, de stuit wit, de staart en de vleugels zwart, met een brede gele band over de vleugels. De jongen zijn grijsgroen tot geelachtig. Habitat of woongebied Distelvinken leven in open bosrijk gebied met loofhout, struikgewas met onkruidrijke terreinen en tuinen. Voeding Putters zijn zaadeters. Deze zaden worden zowel van de grond als uit de hoofdjes van de planten weggepikt. `s Winters eet hij ook zaden van bomen. `s Zomers worden ook wel eens kleine insecten verorberd. Het dieet bestaat voor een derde uit distelzaad. Broedgedrag Het nest wordt in de buitenste takvork van vruchtbomen gebouwd, zo`n 3-10 m hoog. Er worden 4-6 eieren gelegd. De broedduur bedraagt 11-13 dagen en de jongen worden 13-16 dagen door de ouders gevoederd. Putters hebben per seizoen 2-3 broedsels. Ramadan De profeet Mohammed In 621 na Chr. trekt de zakenman Mohammed zich op veertigjarige leeftijd terug in een grot in de woestijn nabij Mekka om te bezinnen en over zijn verdere leven na te denken. Daar verschijnt de engel Gabriël om hem boodschappen van Allah (= de Arabische naam voor God) mee te delen.Mohammed krijgt de opdracht om de boodschappen aan zoveel mogelijk mensen mee te delen. Hij wordt daarom profeet van Allah. De engel Gabriël geeft hem adviezen over hoe de mensen het best met elkaar kunnen omgaan. Hij vertelt hem ook meer over het ontstaan van de aarde en de schepping van de mensen en de dieren.Al snel heeft Mohammed een groot aantal volgelingen. Sommigen gaan de teksten waarover Mahammed vertelt opschrijven. In 650 na Chr. wordt de Koran (het heilige boek van de moslims) voltooid. Omdat in de Koran niet alles staat over hoe een goede gelovige moet leven, is er later een aanvulling op gemaakt. Het boek waarin dit alles staat noemt de Soenna. Voorschriften In de Koran zijn vijf voorschriften voorzien waaraan moslims zich dienen te houden:- het vasten tijdens de ramadan,- vijf maal per dag bidden,- geld en voedsel aan de armen geven,- indien het mogelijk is, één maal in je leven op bedevaart naar de heilige stad Mekka gaan,- de geloofsbelijdenis (ik geloof in één god, Allah, en zijn profeet is Mohammed) uitspreken. De ramadan De ramadan duurt één maand. Gedurende deze periode mogen moslims van zonsopgang tot zonsondergang niet eten, drinken, roken of vrijen.
Ransuil Zeer opvallende kenmerken zijn de lange, vaak steil omhoog gerichte oorpluimen en de oranjegele ogen. De oorpluimen kunnen echter, wanneer de vogel niet gestoord wordt, bijna helemaal plat gelegd worden. Het verenkleed is aan de bovenkant geelbruin met donkere, op boomschors lijkende tekening, aan de onderkant licht roestgeel met opvallende, donkere lengtestrepen en fijne, donkere dwarsbanden. De geelwitte gezichtssluier is aan de zijkanten donker omrand, tussen de ogen door de scherphoekige voorhoofdbevedering en de witachtige wenkbrauwen, V-vormig onderbroken. Mannetjes en vrouwtjes zijn uiterlijk nauwelijks van elkaar te onderscheiden. Gedrag Ransuilen zijn vooral `s nachts actief. Ze verlaten tijdens de broedperiode het dagverblijf ongeveer een halfuur na zonsondergang, ten tijde van het grootbrengen van de jongen ook wel vroeger. Overdag zit de ransuil rechtop in een zeer slanke houding op een tak van een boom, dicht tegen de stam aan, waartegen hij met zijn schorskleurige veren nauwelijks afsteekt. In de herfst en winter leeft de ransuil vaak in troepen op gezamenlijke roestplaatsen met tot 30, in strenge winters soms meer dan 100 uilen. Het weg vliegen in de avond voor de jacht is dan meer afhankelijk van het afnemende licht dan van he
Raphaël Zijn schilderkunst Raphael werd in Urbino geboren op 06 april 1483 en overleed in Rome op 06 april 1520. Hij was niet alleen schilder, maar ook tekenaar en architect.In 1494 werd hij leerling van Il Perugino die hem de knepen van het vak leerde. Precies tien jaar later, in 1504, verlaat hij het atelier van zijn leermeester en gaat op eigen benen staan.
Ratten In België en in Nederland komen er twee rattensoorten voor: de bruine rat of rioolrat (Rattus norvegicus) en de zwarte rat (Rattus rattus). Er zijn ook nog andere knaagdieren, bijvoorbeeld de muskusratten (Ondatra zibethica), die niet tot het geslacht der ratten behoren, maar wel vaak in één adem met de bruine rat genoemd worden. Mede daardoor hebben veel mensen een totaal verkeerd beeld van de bruine rat. De bruine rat is overigens de voorouder van onze tamme rat.De rat heeft bijzonder gevoelige zintuigen. Hij vertrouwt vooral op zijn gehoor en zijn reukzin, maar zijn smaak- en tastzin zijn ook bijzonder gevoelig. Hoewel hij bijziend is, zijn zijn ogen goed aangepast aan zijn leven als schemerdier. Vooral bewegingen worden goed opgemerkt.Allebei de soorten leven in roedels. De rat voedt zich zowel met planten (graan) als met vlees. Hoewel de rat over het algemeen als een vies beest wordt beschouwd, is hij buitengewoon schoon op zichzelf. Het wassen is ook een sociale activiteit in het roedel: je kunt het vergelijken met apen die elkaars pels schoonmaken. De bruine rat De bruine rat is overal op de wereld te vinden. Het is de meest bekende rattensoort. Ze eten alles dat los en vast zit en zijn vaak te vinden in de buurt van de mens. Ze staan ook bekend als zeer snelle voortplanters. Ze hebben een draagtijd van slechts 21 tot 23 dagen en krijgen 4 tot 10 jongen per worp. Na 80 dagen zijn deze jongen alweer geslachtsrijp. Gemiddeld brengt een vrouwtje ongeveer 40 jongen per jaar op de wereld.
Regen en sneeuw Het water dat als regen of sneeuw naar beneden valt, maakt deel uit van een kringloop, die begint als water op het aardoppervlak verdampt of verdroogt en in de vorm van waterdamp in de lucht terechtkomt. De lucht stijgt op waarbij de waterdamp afkoelt en kleine waterdruppels vormt. Deze zijn zo klein, dat ze blijven zweven en wolken vormen. Een regenwolk bevat miljoenen waterdruppels die samensmelten tot grotere druppels die dan als regen omlaag vallen. De kringloop begint opnieuw. Wanneer de lucht erg koud is, bevriest het water in de wolken en vormt het sneeuw of hagel. Maar deze kringloop is niet over de hele wereld hetzelfde. In de woestijn regent het bijna nooit en in de poolstreken valt er sneeuw in plaats van regen. De verzamelnaam voor regen, sneeuw, ijzel, hagel, mist en dauw is neerslag. De waterkringloop Water uit meren, rivieren, zeeën en oceanen komt door verdamping in de lucht terecht. Mensen, planten en dieren zorgen ook voor waterdamp in de lucht. Deze waterdamp blijft gemiddeld 10 dagen in de lucht en valt dan als regen of sneeuw omlaag. Dit water komt in rivieren, zeeën en in ondergrondse stromen terecht waarna de kringloop opnieuw begint. Sneeuw en hagel Bij lage temperaturen bevriest het water in een wolk en er vormen zich ijskristallen. Deze kristallen kleven aan elkaar en vallen als sneeuwvlokken omlaag. Als de sneeuw tijdens het vallen smelt, spreken we van sneeuwregen. Bij een sterke luchtstroming vliegen de bevroren regendruppels in een wolk steeds omhoog en omlaag.
Regenboog De naam zegt het al: een regenboog is een boog van regen(druppels). De regenboog ontstaat als waterdruppels door de zon (of maan) worden beschenen. Omdat de druppels rond zijn is ook de boog rond. De boog kan ook in een fontein of in het water uit een tuinslang zichtbaar zijn. De regenboog is altijd tegenover de zon te zien, met de zon in de rug dus. In feite staat degene die de regenboog ziet met de zon en het middelpunt van de regenboog op één lijn. Het witte zonlicht, dat alle kleuren van de regenboog bevat, wordt in de druppels gebroken, zodat ze apart zichtbaar worden. Deze kleuren (rood, oranje, geel, groen, blauw en violet) lopen in elkaar over. De boog is rood van buiten. Naar binnen toe loopt de kleur via geel en groen naar blauwachtig en wordt daarbij steeds fletser. Kort voor zonsondergang worden achtereenvolgend alle kleuren uitgedoofd en uiteindelijk blijft alleen het rood over. Afhankelijk van de omstandigheden, kan de sterkte van de kleuren onderling nogal verschillen, net als de breedte van de kleurbanden. De kleursterkte en de breedte van de boog zijn afhankelijk van de grootte van de regendruppels. Hoe groter de druppels, des te smaller de regenboog, maar ook des te sterker de kleuren in het algemeen zijn. De grootste regenbogen zijn `s ochtends vroeg of aan het einde van de middag te zien, wanneer de zon laag staat. Hoe lager de zon aan de hemel, hoe meer van de regenboog te zien is. Bij laagstaande zon is de regenboog een halve cirkel. Vanuit een vliegtuig kunnen we zelfs een volledige cirkel zien.
Rembrandt van Rijn Rembrandt, voluit: Rembrandt Harmensz. van Rijn (Leiden 15 juli 1606 – Amsterdam 4 okt. 1669), Noord-Nederlands schilder, tekenaar en etser, algemeen beschouwd als de grootste schilder van de Nederlandse Gouden Eeuw. Zijn leven Rembrandt was de zoon van de molenaar Harmen Gerritsz van Rijn en van de bakkersdochter Neeltgen Willemsdr. van Zuytbrouck. Gedurende een jaar (1620) was hij ingeschreven aan de Academie in Leiden en werd daarna leerling van Jacob van Swanenburg in Leiden (ca. 1621–1623?), van Pieter Pietersz. Lastman in Amsterdam (1624 of/en 1625). Vanaf 1625 deelde hij als zelfstandig schilder in Leiden een werkplaats met Jan Lievens. In juli 1632 wordt hij voor het eerst in Amsterdam vermeld als logerend bij de kunsthandelaar Hendrick van Uylenburgh. Op 6 juni 1633 trouwde hij met diens nicht Saskia. In 1639 kocht hij een huis (het huidige, sindsdien inwendig gewijzigde Rembrandthuis, Jodenbreestraat 4–6, Amsterdam). Van de vier kinderen die het echtpaar kreeg, bleef alleen Titus (1641–1668) in leven. Na de dood van Saskia (1642) raakte Rembrandt in financiële en persoonlijke moeilijkheden. Men neemt aan dat Hendrickje Stoffels reeds ca. 1645 bij Rembrandt is komen wonen. Samen kregen ze een dochter. Onjuist is de opvatting dat Rembrandt in armoede gestorven is. Na zijn zgn. faillissement, dwz. de boedelafstand, heeft hij nog verscheidene belangrijke opdrachten gekregen, terwijl hij tevens handel dreef met zowel eigen etswerk als oude kunst. Zijn stoffelijk overschot werd op 8 okt.
Renaissance kunst in de Nederlanden De 15de eeuw was de eerste bloeiperiode van de Vlaamse schilderkunst. Dit kwam vooral door de grote welvaart die er toen in onze streken heerste. De Vlaamse steden waren het middelpunt van de handel en de economie. De Vlaamse Primitieven waren toonaangevend.De `Vlaamse Primitieven` zijn een groep schilders die in de 15de eeuw en het begin van de 16de eeuw actief waren in de Zuidelijke Nederlanden (Vlaanderen). Tot deze groep behoorden o.a de gebroeders Van Eyck, Rogier van der Weyden, Hans Memling, ... Ook meesters uit de Noordelijke Nederlanden (Nederland) o.a. Pieter Breughel de Oude, ... behoorden tot de Vlaamse Primitieven.De naam Vlaamse Primitieven is niet zo goed gekozen. Beter zou geweest zijn Vroege- of Oud-Nederlandse schilderkunst omdat zowel schilders uit Nederland als Vlaanderen hier aan het werk waren.
Renaissance kunst De renaissance in Italië Het woord `renaissance` betekent `wedergeboorte`. De kunstenaars uit deze periode (15de en 16de eeuw) zorgden voor een wedergeboorte van de kunst uit de klassieke oudheid (Rome en Griekenland). Ze hadden heimwee naar de periode voor de middeleeuwen. De renaissance bloeide het eerst in Italië. Dit is begrijpelijk. Hier waren immers de meeste herinneringen aan de Romeinse en Griekse periode. Meer en meer willen de kunstenaars de dingen weergeven zoals ze werkelijk zijn. De mens en de natuur komen op het voorplan, in tegenstelling met de middeleeuwen, waarin God een centrale rol speelde.Voor het eerst worden de wetten van het perspectief toegepast. Dit wil zeggen dat alle lijnen op een schilderij in één centraal punt samenkomen. Snap je het niet ? Het volgende voorbeeld zal je even op weg helpen.Stel dat je in het midden op een spoorweg staat. Wanneer je nu naar de horizon kijkt krijg je de indruk dat de spoorlijnen in de verte samenkomen in één punt. In werkelijkheid raken de spoorlijnen elkaar nooit maar ons oog neemt de werkelijkheid anders waar. Schilders van voor de renaissance zouden de spoorlijnen netjes naast elkaar getekend hebben. Renaissanceschilders doen de spoorlijnen samenkomen, net zoals wij dat in werkelijkheid ook zien.De renaissance ontstond in Italië. Italië kende in deze periode grote welvaart en waar welvaart is, is ook cultuur en kunst. We onderscheiden twee periodes: de vroege renaissance (15de eeuw) en de hoog renaissance (16de eeuw).
Reptielen Dieren met een verhoornde huid met schubben en schilden noemen we reptielen. Sommige leven in het water, andere op het land, meestal in warmere delen van de wereld. We kunnen de reptielen onderverdelen in zes hoofdgroepen: hagedissen, slangen, wormhagedissen, schildpadden, krokodillen en alligators en de brughagedis.Reptielen horen tot de oudste dieren op aarde. De voorouders van onze hedendaagse reptielen zijn de dinosaurussen, die ongeveer 150 miljoen jaar geleden over de aarde zwierven tot ze 65 miljoen jaar geleden plotseling uitstierven. Tegenwoordig zijn er meer dan 6500 soorten reptielen. Alle reptielen zijn koudbloedig. Dit wil zeggen dat ze de warmte van de zon nodig hebben om in beweging te komen. Schubben De schubbige huid van een reptiel vormt een goede bescherming tegen vijanden en voorkomt dat het dier uitdroogt. Aan de manier waarop de schubben gerangschikt zijn kan een dier herkend worden. Sommige reptielen, zoals de kameleons, hebben speciale cellen in hun huid. Deze cellen zorgen ervoor dat het gekleurde pigment uitzet of krimpt. Zo verandert de kameleon van kleur. Voortplanting De meeste reptielen leggen eieren waaruit levende jongen komen. Slang- en hagedissen eieren hebben een leerachtige, flexibele schaal en de eieren van krokodillen en waterschildpadden hebben een harde schaal zoals een vogelei. Temperatuurregeling Reptielen kunnen hun inwendige lichaamstemperatuur niet regelen zoals zoogdieren dat doen. Wel kunnen ze deze temperatuur regelen door hun gedrag.
Reuk Hoe is de neus opgebouwd ? De neus bestaat uit het neusbeen en het kraakbeen. Aan beide kanten van het neustussenschot bevinden zich de twee neusholten die met slijmvlies bekleed zijn. De neusholten lopen van de neusgaten tot de keel.De neus speelt een belangrijke rol bij de ademhaling. De weg van de ingeademde lucht naar de longen is heel wat langer langs de neus dan langs de mond. Koude lucht die je langs de neus inademt, komt heel wat warmer in je longen terecht dan wanneer je ze langs de mond inademt. Bovendien houdt het slijmvlies van je neus heel wat stof en ziektekiemen tegen.De reukzin helpt ons ook bij het proeven. Denk maar eens aan die dag toen je snipverkouden was. Je kon niets ruiken maar ook niets proeven. Het reukzintuig Het reukzintuig bevindt zich diep en hoog in de neusholten. Het bestaat uit veel zeer kleine reukhaartjes. Als die in aanraking komen met bepaalde stoffen worden er signalen opgewekt die door de reukzenuwen naar de hersenen geleid worden. Daar `ruiken` we de geur van de stof.We kunnen een bepaalde stof alleen ruiken als kleine, onzichtbare deeltjes ervan tegen de reukhaartjes botsen. Dit wil zeggen dat we alleen gasvormige stoffen kunnen ruiken want we ademen alleen gassen in.Niet alle stoffen kunnen verdampen en niet alle gassen hebben een geur. Zuiver water bv. heeft geen geur. De gassen uit de lucht, zoals zuurstof- en stikstofgas, zijn eveneens reukloos. Nut Het reukzintuig is ons van nut bij de keuring van ons voedsel. Vele voedingsmiddelen verspreiden onaangename geuren als ze beginnen te rotten.
Rivieren Stromen en rivieren zijn voor alle levende wezens onmisbaar. Ze bepalen het uiterlijk van een landschap, ze zijn belangrijke transportmiddelen, ze vormen natuurlijke grenzen, ze zijn van onschatbare waarde als voedselbron en als waterreserve voor irrigatie en ze maken opwekking van energie mogelijk. Debiet en regime Het waterpeil van een rivier is niet altijd hetzelfde. Het stijgt na regenval en daalt in periodes van droogte. Het debiet van een waterloop is de hoeveelheid water die per seconde passeert op een bepaald punt in een rivier. Het debiet wordt uitgedrukt in m³ per seconde.Het debiet schommelt afhankelijk van de seizoenen. Bij ons bijvoorbeeld, is het debiet van stromen en rivieren groter in de winter, omdat het dan vaker regent. In die periode zijn hoogwater en zelfs overstromingen mogelijk. In de zomer, de droogste periode, bereikt de rivier zijn laagste waterstand. De debietschommelingen van een waterloop tijdens het jaar noemt men regime. Waterlopen en reliëf Zowel aan de rechter- als aan de linkerkant monden in rivieren talloze zijrivieren uit, in wat het stroomgebied genoemd wordt. Het reliëf van dat stroomgebied verandert zeer geleidelijk, want al tienduizenden jaren lang wordt de bodem ingekerfd door waterlopen met als bondgenoten wind, zon, regen en vorst.Eerst zijn de rivieren kleine beekjes, die van een bron of gletsjer ontspringen. Dichtbij de bronnen, stroomopwaarts, waar de stroming snel is, schuurt de rivier de vallei uit en sleept hij keien en grind mee.
Roest Wat is ijzer ? Zuiver ijzer vind je in de natuur niet. Meestal is het gemengd met zuurstof. Dit mengsel noemen we ijzererts en vind je diep in de grond. Hoe wordt ijzer gemaakt ? Nadat het ijzererts in de vorm van grote brokken steen uit de grond gehaald is komt het terecht in gloedhete ovens. Deze hebben een temperatuur van 1300 °C. Samen met het ijzererts wordt er steenkool in de ovens gedaan. Steenkool haalt het zuurstof uit de erts. Wat overblijft is ijzer. (Deze handeling is in een eenvoudige rekensom voor te stellen. IJzererts - zuurstof = ijzer). Jammer genoeg zijn ijzer en zuurstof heel goede vrienden van elkaar. Daarom zitten ze ook samen in het erts. Daarom ook wil het ijzer (dat zuurstofvrij gemaakt werd) zich telkens opnieuw binden met zuurstof. Deze zuurstof zit in de lucht en in het water. Wanneer de lucht droog is gaat het mengen heel moeilijk maar in water gaat het zeer snel. Er komt dan een roodbruine laag op het ijzer die wij roest noemen. Dat roest is een mengsel van ijzer en zuurstof (ijzer + zuurstof = roest). Hoe beschermen tegen roest ? Dit is niet zo moeilijk. Je moet er alleen voor zorgen dat er zo weinig mogelijk water bij het ijzer komt. Rond ijzeren voorwerpen wordt een waterdicht laagje gelegd. Neem bijvoorbeeld je fiets. Waarschijnlijk is deze opgesmukt met een mooie kleur. Deze verflaag maakt je fiets niet alleen mooi maar beschermt hem tevens tegen roest. Het is belangrijk erop te letten dat deze verflaag niet stuk gaat want dan komt het ijzer bloot en kan het gaan roesten.
Romeinse kunst De Romeinse schilderkunst (400 v. Chr. - 400 n. Chr.) is vooral bekend van de wandschilderingen die teruggevonden werden op de muren van de talrijke villa`s. De fresco`s zijn rechtstreeks afgeleid van de Grieken en de Etrusken.De Etrusken waren een onafhankelijk volk binnen het grote Romeinse rijk. Hun herkomst is tot op de dag van vandaag nog steeds een raadsel. Wat we dank zij de vele archeologische vondsten wel weten is het bezit van een zeer hoogstaande beschaving.De kunstenaars hadden met het beschilderen van de muren één doel voor ogen: ze moesten aan de vertrekken meer ruimte geven. Wanneer je de fresco`s bekijkt heb je het idee door een raam naar buiten te kijken.Wat opvalt is het gebruik van heldere kleuren. De voornaamste gebruikte kleuren zijn zwart, wit, rood en geel. De kunstenaars schilderen alles, maar menselijke en mythologische figuren komen het meest voor. De figuren worden zeer waarheidsgetrouw weergegeven. Vooral aan de gezichten wordt veel aandacht besteed.
Romeinse rijk Tweeduizend jaar geleden behoorde het grootste deel van West-Europa, het Midden-Oosten en de noordkust van Afrika tot één groot rijk. Alle steden in dit uitgestrekte gebied werden volgens een zelfde voorbeeld gebouwd en door een netwerk van verharde wegen (waar nog steeds overblijfselen van zijn) stond elk gewest in verbinding met Rome. Een lange, stabiele periode, de Pax Romana (vrede gewaarborgd door het Romeinse Rijk) kondigde zich aan tijdens de regering van de eerste keizer, Augustus, en zou ruim 200 jaar standhouden. Alle grenzen werden door het machtige Romeinse leger bewaakt, terwijl het bestuur in handen was van deskundige ambtenaren. De landen waren verenigd, de handel kwam tot grote bloei en in het jaar 200 had het rijk haar hoogtepunt in macht bereikt. Daarna ging het bergafwaarts en in het jaar 284 werd het rijk in tweeën gesplitst. In 476 werd het westelijk rijk (bestuurd vanuit Rome) door barbaarse volksstammen veroverd. Het oostelijk rijk (bestuurd vanuit Constantinopel, het huidige Istanboel) bleef tot 1453 voortbestaan. Romeinse stadsleven De Romeinse steden werden volgens een zorgvuldig plan gebouwd met rechte straten, waterleiding en riolering. Rondom het forum (centrale marktplaats) stonden winkels, het gerechtsgebouw en het stadhuis. De rijken, uitsluitend Romeinse burgers, woonden in mooie villa`s, de armen in een soort appartementsgebouwen. Er stonden veel tempels. Het zware werk werd door slaven gedaan. Die hadden niet dezelfde rechten als de burgers en kregen bijvoorbeeld geen toegang tot de badhuizen.
Roodborstje Het roodborstje heeft een rode borst, een rood voorhoofd en een effen olijfbruine bovenkant. Mannetje en vrouwtje zien er hetzelfde uit. Ze hebben een lange dunne snavel, die uitstekend geschikt is om insecten mee te vangen. Zaadjes kunnen ze er echter niet mee openbreken. Het roodborstje zingt bij voorkeur in de ochtend. Die zang begint met een aantal hoge tonen en eindigt met een parelend getsjilp. Verblijf Een deel overwintert hier (standvogels) en een deel trekt in september verder (trekvogels). Het roodborstje nestelt in holle bomen, houtmijten, nissen, dichte heggen etc. Omdat de nesten zo dicht bij de grond liggen, worden ze vaak leeggehaald door katten en gaaien. Het roodborstje legt 5-7 eitjes.Roodborstjes markeren hun territoriumgrenzen met een luid gezang, gezeten op een duidelijk zichtbare, maar daardoor kwetsbare plek. Hun lied klinkt in de lente het hardst, als ze hun territorium duidelijk moeten aangeven en een partner willen lokken.Er wordt van april tot juli gebroed, maar vaak proberen roodborstjes al in februari te nestelen. Zodra het wijfje haar eieren gelegd heeft, blijft ze elf tot veertien dagen op het nest zitten, waar alleen nog haar bruine rug te zien is die een prima schutkleur heeft. Gedurende deze tijd wordt zij door het mannetje gevoerd, soms wel drie keer per uur. Beide ouders delen de taak om de jongen de eerste drie weken te verzorgen. Daarna kunnen de jongen vliegen, en zijn ze op zichzelf aangewezen.
Roofvogels Tot de roofvogels behoren alle vogels die van andere dieren leven. Belangrijke kenmerken zijn vooral de haakvormig gebogen, scherpgepunte bovensnavel, die samen met de scherpe klauwen buitengewoon geschikt is om een prooidier te grijpen en in stukken te scheuren.Wat de klauwen betreft merken we op dat de achterteen sterk ontwikkeld is waardoor een roofvogel zijn klauwen stevig om de takken kan klemmen en prooidieren stevig beetgrijpen kan.Roofvogels bezitten ook een uitzonderlijk goed gezichtsvermogen dat te vergelijken is met dat van de mens, maar dan versterkt door een uitmuntende verrekijker. Het vermogen bij roofvogels om van grote afstand zeer scherp te zien, is van zeer groot belang voor hun levenswijze: ze moeten immers in staat zijn hun prooi te zien voordat ze door die prooi opgemerkt worden.Aangenomen wordt dat roofvogels uitstekende waarnemers van geringe bewegingen van kleine dieren zijn. De stand van de ogen in de kop hangt daarmee samen.Vrijwel alle roofvogels zijn uitstekende vliegers en zwevers. Sommige soorten zoals sperwers en torenvalken, zijn in staat om op een vaste plaats in de lucht te blijven `hangen`. Deze manier van vliegen noemen we `bidden`.Roofvogels leven van prooidieren zoals zangvogels, muizen, ratten, kikkers, jonge hazen en konijnen. Daarom hebben ze een groot voedselterritorium nodig. Om deze reden leven ze ook nooit in kolonies maar in gezinsverband.
Ruigpootuil In West-Europa is het voorkomen van deze uil voornamelijk beperkt tot de uitgebreide bosgebieden van de Duitse Midden-Gebergten. Biotoop De ruigpootuil houdt van hoogopgaande, oude naaldbossen met enkele loofbomen. Hij broedt in boomholten. Kenmerken De opvallende, lichte gezichtssluier is aan de kanten donkerbruin omrand. Tussen de gele ogen bevindt zich aan beide kanten van de snavel een zwarte vlek in de lengte. De veren zijn van boven donkerbruin met rondachtige, witte vlekken (die aan parels doen denken); aan de onderkant licht met vage grijsbruine vlekken. De voeten hebben tot aan de klauwen een dicht, wit verenkleed vandaar de naam ruigpootuil. Afgezien van het gewicht en het gedrag op de broedplaats zijn mannetje en vrouwtje uiterlijk niet van elkaar te onderscheiden. Jonge vogels zijn bijna helemaal donkerbruin van kleur, op de vleugels en staart wit gevlekt.
Russische Revolutie In 1917 ontketende het Russische volk een revolutie die de moderne geschiedenis zou veranderen. De bevolking snakte naar verandering. Rusland leed enorme verliezen in de Eerste Wereldoorlog tegen Duitsland. Voedsel en brandstof waren schaars, veel mensen stierven van de honger. Tsaar Nicolaas II werd hiervoor verantwoordelijk gesteld. In maart 1917 (februari volgens de oude Russische kalender) brak er een algemene staking uit in Petrograd (nu Sint-Petersburg). De staking was een protest tegen de oorlogschaos. Nicolaas moest afstand doen van de troon en een groep revolutionairen, de mensjewieken, vormde een voorlopige regering. Deze regering viel snel omdat ze geen einde aan de oorlog kon maken. In november grepen de bolsjewieken de macht. Ze maakten een einde aan de oorlog met Duitsland en onder leiding van Vladimir Lenin riepen ze het land uit tot de eerste communistische staat ter wereld, de Sovjet Republiek. Meer zouden er volgen. Nicolaas II De laatste tsaar van Rusland, Nicolaas II (1868-1918), stond ver van zijn onderdanen af. Ze stelden hem verantwoordelijk voor de Russische nederlagen in de Eerste Wereldoorlog (1914-1918). Zijn adviseur Raspoetin werd alom gehaat. Toen Nicolaas afstand van de troon deed werden hij en zijn gezin gearresteerd en vermoord. Lenin Lenin (1870-1924) geloofde sterk in de ideeën van de Duitser Karl Marx. Tot de Oktoberrevolutie leefde hij meestal als balling buiten Rusland. Lenin was een goede spreker en zijn slagzin `Vrede, Land en Brood` bracht vele Russen ertoe de bolsjewieken te steunen.
Ruwe berk De berk is een inheemse boom. Dit wil zeggen dat hij van nature in onze streken groeit. Berken zijn heel gemakkelijk te herkennen aan de opvallende witte kleur van hun stam. De wilde soorten groeien in moerassen, bossen, op heidevelden en... tot in de dakgoot toe. Eén ding heeft de berk wel nodig: veel licht.In ons land komen twee soorten van nature voor: de ruwe berk (Betula verrucosa) en de zachte berk (Betula pubescens). De ruwe berk behoudt tot op hoge leeftijd een gladde, afschilferende bast. De zachte berk draagt een dikke bast in de vorm van schubben. De ruwe berk heeft, in het algemeen, meer afhangende takken in tegenstelling tot de zachte berk, waarvan de takken schuin omhoog gericht staan.
Saturnus Saturnus wordt ook wel het wonder met de ringen genoemd. Deze ringen zijn een enorme verzameling stenen en ijs, grote brokken dus, die bij elkaar worden gehouden door de aantrekkingskracht van Saturnus. Met een goede telescoop kun je deze ringen en de manen (30 in totaal) van de planeet zien. Eén van de manen van Saturnus is Titan. Het is de grootste maan in ons Zonnestelsel. Saturnus zelf is bijna even groot als Jupiter en beide planeten bestaan uit hetzelfde materiaal nl. veel gassen. Als je met een auto rond Saturnus zou rijden, dan was je 6 maanden onderweg. Als je dit vergelijkt met de Aarde heb je maar twee weken nodig. Saturnus staat erg ver van de Zon nl. 1427 miljoen kilometer. Een dag duurt iets meer dan tien uur en een jaar maar liefst 29,46 aardse jaren. Omdat Saturnus zo ver van de Zon staat is het er ook erg koud. De temperatuur daalt er soms tot - 175°C.
Scarabee De Egyptenaren geloofden dat hun overledenen na de dood verder reisden naar een nieuw en eeuwig leven. Om hun te beschermen op deze tocht kregen ze een amulet mee. Het meest bekende is de scarabee.Egypte bestaat voor het grootste deel uit woestijn. Het droge woestijnzand zorgt ervoor dat dode lichamen goed bewaard blijven. De oude Egyptenaren, die zeer gelovig waren, wisten dit niet en dachten dat de goden hiervoor verantwoordelijk waren en dat de mens bleef voortleven.
Scheikunde Heb je je ooit afgevraagd waarom rauw en hard voedsel smakelijk wordt na het koken ? Koken is maar een voorbeeld van een chemische reactie waarbij ruwe stoffen in nieuwe stoffen veranderen. Een chemicus maakt gebruik van chemische reacties om plastic, medicijnen, verf en tal van andere materialen te maken. Hij onderzoekt uit welke stoffen een bepaald materiaal bestaat en of die in een andere combinatie een nieuw materiaal opleveren. Een chemicus gebruikt daarbij ruwe materialen die chemicaliën heten en waarvan er zo`n 4 miljoen verschillende zijn ontwikkeld. Daarvan worden er ongeveer 35 000 regelmatig gebruikt. Door eenvoudige stoffen - elementen - samen te voegen, kunnen deze chemicaliën meer ingewikkelde stoffen - verbindingen - doen ontstaan. De eerste chemici dachten dat er vier elementen bestonden: vuur, water, lucht en aarde. Tegenwoordig weten we dat er 92 natuurlijke elementen bestaan en dat een aantal andere in het laboratorium kan gemaakt worden. Het meest voorkomende element is waterstof, het belangrijkste bestanddeel van sterren. Geschiedenis De eerste chemici waren de Egyptenaren. Het woord chemie is afgeleid van Chem, de oude naam van Egypte. De moderne chemie ontstond rond 1790 toen de Fransman Antoine Lavoisier het ontstaan van chemische reacties uitlegde. De Engelse geleerde John Dalton bewees in 1808 dat stoffen uit atomen bestaan. De Rus Dimitri Mendeleyev, de grondlegger van de chemie, had tegen 1871 een lijst gemaakt met een indeling van de elementen naar hun eigenschappen.
Schelpen en schelpdieren Schelpdieren behoren net als de slakken tot de groep van de weekdieren. In de zee komen duizenden verschillende soorten schelpdieren voor, zoals mossels, oesters en strandschelpen. Veel schelpdieren, zoals de alikruik, hebben kleine, tere, schelpen. Anderen, zoals de grote doopvontschelp, hebben grote, zware schelpen.De schelp is het huis dat het weekdier dat erin woont, zelf gebouwd heeft. Als hij eet, haalt het schelpdier ook kalk uit het water. Hiermee wordt de schelp in laagjes, beetje bij beetje opgebouwd. Als het dier groeit, wordt de schelp ook groter. Sommige schelpdieren, de eenkleppigen, hebben één schelp. Andere, bekend onder de naam tweekleppigen, hebben twee kleppen die aan elkaar vastzitten en open en dicht gaan als ze eten. Hoe schelpen groeien Schelpdieren beginnen hun leven als ei. Dieren met één schelp groeien door laagjes schelp (kalk) toe te voegen aan de open zijde. Tweekleppigen voegen kalk toe aan de ronde randen die we groeiringen noemen.Als er in een schelp een zandkorrel komt, bedekt de oester deze met parelmoer, wat hij ook gebruikt om de binnenkant van de schelp te bedekken. Zo`n zandkorrel groeit dan langzaam aan tot een parel.De schelpen van een tweekleppige worden bij elkaar gehouden door een elastische slotband. Krachtige spieren houden de helften gesloten. Ze gaan alleen een beetje open om het dier te laten ademen (via kieuwen) en zich te voeden.
Schild Omdat vuurwapens in de middeleeuwen nog niet bestonden vochten de ridders met zwaarden, pijlen en lansen. Om zich te beschermen, gebruikten ze een schild. Hierop werden allerlei tekens aangebracht die ons heel wat over de middeleeuwen vertellen. Ontstaan Reeds vroeg hebben mensen ontdekt dat een stuk hout bescherming bood tegen slagen van knotsen of bijlen. Vooral de Romeinen maakten deze `planken` nog steviger voor hun veldslagen.Schilden werden al snel belangrijk. Zo gaf men aan een jongen een schild als hij een volwaardig man geworden was. Verloor iemand in de strijd zijn schild, dan werd hij als een lafaard aanzien. Frankische vorsten werden op hun schilden rondgedragen. Uitzicht Een schild werd vervaardigd uit hout. De eerste schilden waren groot en stevig gebouwd. Later werden ze kleiner en kleiner. De randen werden verstevigd met een metalen boord om de zware slagen van zwaarden te kunnen doorstaan. Deze boord was voor de ridder zo belangrijk dat hij telkens hierop de eed liet afleggen.Het schild werd op twee manieren gedragen:1. De ridder kon zijn arm door de korte riempjes schuiven en het schild op de arm dragen.2. De ridder hing het schild met de lange riemen rond de hals.De riemen waren op het schild vastgeschroefd. Vaak staken er ook spijkers door het schild. Omdat dit geen mooi gezicht was werden op deze spijkers schroeven gezet zodat er een tekening ontstond. Het belang van het schild Naast een verdedigende functie had het schild ook een symbolische waarde.
School Door de uitvinding van de boekdrukkunst gingen steeds meer mensen boeken lezen. Katholieke koningen vonden dit belangrijk. In de middeleeuwse kloosters en abdijen werd daarom onderwijs in de christelijke leer voor kinderen georganiseerd. Zo kwamen ze in contact met het christelijk geloof en zouden ze geen ander geloof volgen. Al gauw bleek het onderwijs snel verschillend te zijn: dure privé-scholen voor de rijken en armtierige scholen voor de grote massa. Rijke privé-scholen Deze scholen waren alleen toegankelijk voor kinderen van rijke ouders. Er moest immers fors betaald worden. Er werd les gegeven in rekenen, schrijven en lezen. Vooral uit de bijbel werd geleerd. Tot 1500 gebeurde dit onderwijs in abdijen en kastelen. Daarna in de privé-woningen van de onderwijzers. Er werd geschreven met de pen of de ganzenveer. De meisjes kregen les van de vrouw van de onderwijzer.Kinderen die niet goed opletten, kregen lijfstraffen. Meestal was de onderwijzer niet voor zijn taak opgeleid. Heel erg rijke ouders huurden een privé-leraar in. Deze kwam aan huis. Privé-lessen verliepen steeds in het Latijn omdat dit een goede voorbereiding was voor de universiteit. Armenscholen Hier was het meestal de koster die de taak van onderwijzer op zich nam. Ook hij had geen enkele opleiding. De stad of parochie betaalde hem. Veel was dat niet en daarom verdiende hij vaak nog wat bij als dorpsschrijver. De meeste mensen konden niet schrijven. Als ze een brief moesten versturen gingen ze naar de onderwijzer die deze, tegen een vergoeding, in hun plaats schreef.
Schrift Rotstekeningen in de prehistorie Zo`n 10 000 jaar geleden, in de prehistorie, leefden de mensen in grotten. Het schrift zoals wij dat nu kennen bestond toen nog niet. Ontdekkingen van deze grotten bracht wel aan het licht dat de prehistorische mens zeer creatief bezig was met het beschilderen van de rotswanden.Waarom men dat deed is tot op de dag van vandaag nog niet geweten. Vonden ze deze tekeningen misschien gewoon mooi ? Wilden ze op die manier aan hun kinderen vertellen hoe er gejaagd werd ? Wilden ze aan anderen duidelijk maken hoe de dieren eruit zagen?Misschien wilden ze met deze tekeningen de goden gunstig stemmen. Hoe dan ook, mensen hebben altijd iets willen achterlaten van zichzelf.Gelukkig maar, want voor ons zijn die tekeningen zeer belangrijk. Ze leren ons iets over het leven lang geleden zoals onze geschiedenisboeken dat ook doen.
Sijs Kenmerken De sijs is ongeveer 12 cm lang. Het verenkleed is groenig. Het mannetje heeft een zwarte bovenkop en zwarte kinvlek, het vrouwtje is meer grijsgroen. Habitat of woonplaats De sijs leeft in open bosrijk gebied met loofhout, struikgewas met onkruidrijke terreinen en tuinen. Voedsel De sijs is een echte zaadeter. In de zomer halen ze de zaden uit half geopende dennen- en sparappels. `s Winters eten ze vooral zaden van de els en de berk. In die tijd worden ze veel in parken, tuinen en andere open gebieden gezien. Ze hangen soms als mezen aan de elzenproppen om het zaad eruit te peuteren. In de winter komen de sijzen die noordelijker gebroed hebben naar het zuiden. Meestal kunnen ze dan in grote groepen waargenomen worden. Broedperiode Een sijs bouwt zijn nest in een naaldboom, vaak hoog en ver op een zijtak. Om hun geraffineerde nesten te kunnen bouwen hebben ze een ruim assortiment nodig aan fijn, buigzaam materiaal, haren, mos, veren en pluisjes. De broedtijd is van begin april tot in juni. De sijs zit dan 11 tot 13 dagen op haar 4 tot 5 eieren. Het popje broedt alleen en wordt door het mannetje gevoerd. Beide vogels verzorgen de jongen, die na 13-15 dagen het nest verlaten.
Sir Winston Churchill Churchill wordt in 1874 te Oxfordshire (Engeland) geboren. In 1893 treedt hij toe tot de Koninklijke Militaire Academie. In 1899 wordt hij tijdens de Boerenoorlog in Zuid-Afrika, toen een Britse kolonie, gevangen genomen maar hij ontsnapt. In 1900 wordt hij verkozen als lid van het Britse Lagerhuis en in 1919 wordt hij Minister van Oorlog. Van 1940-1945 en 1951-1955 is hij Premier van Groot-Brittanië. In 1965 overlijdt hij. De tweede wereldoorlog In 1940 was Groot-Brittanië, net zoals bijna de rest van Europa, in oorlog met Duitsland. Een invasie van het Duitse leger op Groot-Brittanië was nakend. Winston Churchill werd aangesteld als premier en hij leidde op magistrale wijze het Britse volk doorheen één van de moeilijkste periodes uit haar geschiedenis.Als leider in oorlogstijd reisde Churchill door het hele land om gebombardeerde steden te bezoeken en mensen moed in te spreken. Zijn eenvoudig teken `V voor Victorie` leek de Britse vastberadenheid om de oorlog te winnen te versterken. Zijn belangrijkste werk deed hij achter de schermen. Hij ontmoette de leiders van de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten om plannen te maken voor oorlogvoering en naoorlogse vredesvoorwaarden.Tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft Chuchill veel radiotoespraken gehouden die voor het hele land een steun waren. Churchill legde de situatie altijd heel duidelijk uit en noemde de vreselijke problemen die zouden komen. Iedereen bejubelde hem als één van de grootste staatslieden van de twintigste eeuw.
Slakken De slijmerige, langzame huisjes- en naaktslakken horen tot de groep gastropoden, wat buikpotigen betekent. Het lijkt of deze dieren op hun buik glijden, maar in werkelijkheid is de onderkant zelf een speciaal orgaan waarmee ze zich voortbewegen. Er zijn ongeveer 70 000 soorten slakken die allen tot deze groep van weekdieren behoren. Tot deze groep behoren ook de schelpdieren en inktvissen. Naast de bekende landslakken zijn er ook zeegastropoden zoals de posthoornslak.Huisjesslakken en naaktslakken hebben dezelfde vorm, maar naaktslakken hebben geen schelp. Beide hebben tentakels op hun kop met ogen aan de uiteinden. Ze hebben zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen. De meeste slakken kruipen weg en houden in koude of droge jaargetijden een winterslaap. Tijdens deze winterslaap sluiten huisjesslakken de opening van hun huisje af met een vlies van opgedroogd slijm. Tuinslakken en naaktslakken Het huisje van de slak beschermt het dier tegen vijanden en voorkomt dat zijn zachte, vochtige lichaam uitdroogt. De schelp bestaat uit kalk en andere mineralen. Als de slak groeit maakt hij zijn huisje groter. De raspachtige tong van de slak wordt radula genoemd. Op zo`n tong zitten wel 100 000 hele kleine tandjes waarmee de slak plantaardig voedsel afschraapt.Naaktslakken zijn niet erg geliefd bij tuinders omdat ze ernstige schade aan groenten toebrengen. De meeste naaktslakken hebben geen schelp, sommige hebben een hele kleine schelp op de rug. Om uitdroging te voorkomen leven naaktslakken op vochtige plaatsen of komen alleen `s nachts of na een regenbui te voorschijn.
Slangen Geen poten, lang, geschubd en glibberig. Toch zijn slangen heel geslaagde reptielen. Ze komen overal voor, behalve in de zeer koude streken, op heel hoge bergtoppen en op een paar eilanden. De meeste slangen kunnen goed zwemmen en klimmen. Het zijn allemaal jagers. Sommige, zoals de pythons en de boa constrictors, wurgen hun prooi. Andere, zoals de cobra`s verlammen hun slachtoffers met een giftige beet. De snelle zandslangen jagen op insecten, kleine vogels en zoogdieren. Blinde slangen graven holen en eten mieren en termieten. Er zijn meer dan 400 giftige slangensoorten. Maar een paar van die giftige slangen zijn dodelijk voor mensen: o.a. de cobra, de boomslang en de mamba. Giftanden De holle tanden voor in de bovenkaak zijn de giftanden. De giftanden liggen plat langs de kaak en gaan naar voren als de slang bijt. Spieren pompen het vergif door de giftanden in het slachtoffer.Ratelslangen heten zo omdat ze met de punt van hun staart, de ratel, kunnen schudden om hun vijanden te verjagen. De ratel bestaat uit een paar holle staartdelen die de slang kan laten rammelen.Boa`s en pythons worden constrictors (wurgers) genoemd omdat ze hun prooi wurgen. Er zijn 66 soorten pythons en boa`s. Anaconda`s zijn boa`s uit het Amazonegebied in Zuid-Amerika. Deze enorme slangen worden meer dan 8 meter lang en kunnen 227 kg wegen. Voortplanting Sommige slangen zijn levendbarend. Dit wil zeggen dat ze geen eieren leggen maar dat de jongen levend geboren worden. De meeste leggen eieren in een hol of onder een boomstronk en laten de jongen alleen uitkomen.
Slavernij Een beetje geschiedenis Slavernij is bijna zo oud als de mensen op aarde. De bijbel vertelt ons dat er al rond 3500 voor Christus slaven waren. Ook in het Oude Egyptische rijk, de Griekse oudheid en in het Romeinse rijk kende men slaven. In de eeuwen na de Romeinse overheersing tot ongeveer de 15e eeuw, werd de slavernij wel minder maar verdween nooit helemaal. In de 8ste eeuw waren het Berbers (een volk in Noord-Afrika) die karavanen naar West-Afrika organiseerden en zwarte slaven mee terug namen. Ook in West-Afrika zelf bestonden grote koninkrijken die gebruik maakten van slavernij.In de vijftiende eeuw begonnen de Portugezen met hun ontdekkingsreizen richting West-Afrika. Zij maakten gebruik van de al aanwezige Afrikaanse slavenhandelaren om paarden, zijde en zilver te ruilen tegen slaven. In 1492 ontdekte Columbus Amerika. Om de nieuwe werelden op te bouwen was veel arbeidskracht nodig. Zo werden van het begin van de 16e eeuw tot en met het einde van de 19e eeuw meer dan 10 miljoen Afrikanen uit West-Afrika naar Zuid-, Midden-, en Noord-Amerika verscheept. Echter na de 19e eeuw was het leed nog niet voorbij. Zelfs in onze huidige tijd schat men dat er meer dan 100 miljoenen mensen wereldwijd in slavernij leven.
Smaak Het smaakzintuig De smaakzintuigen zitten in de bovenkant van de tong. Het zijn de smaaktepels of smaakpapillen, kleine bobbeltjes die de tong ruw maken. Als stoffen met een smaak de papillen prikkelen, worden over twee smaakzenuwen signalen naar de hersenen geleid, waar we de smaak ervaren.Alle stoffen die een smaak hebben zijn stoffen die in water kunnen oplossen. In de mond lossen ze op in het speeksel, dat voor het grootste deel uit water bestaat. Vaste stoffen kun je dus pas proeven nadat ze zijn opgelost.We onderscheiden vier soorten smaken:- zoet (suiker)- zuur (citroen, azijn)- zout (keukenzout)- bitter (thee)De tong is samen met het verhemelte (bovenste deel van de mond) en de tanden ook een verfijnd tastorgaan. We voelen als we korrels, klonters, vliesjes of pitjes in de mond hebben. We worden het gewaar als er scherpe voorwerpen, zoals visgraten of beentjes, in de mond terechtgekomen zijn.Verder bevat de tong ook temperatuurzintuigen. Zo kunnen we proeven als spijzen te koud of te warm zijn.
Sneeuwuil De sneeuwuil is een uil met een grootte van zo`n 53-66 cm. De soort heeft een ronde kop met een eigenaardige katachtige uitdrukking. De seksen verschillen aanzienlijk in grootte. De vrouwtjes zijn 20 procent groter dan de mannetjes. Het mannetje is haast helemaal wit terwijl het vrouwtje veel zwarte tekening in het verenkleed heeft. Moeilijker word het onderscheid bij jonge vogels. Jonge mannetjes hebben meer zwart in het verenkleed en lijken daardoor op vrouwtjes. `s Winters zwerven sneeuwuilen naar het zuiden als er na een goed broedseizoen te weinig voedsel is. Soms komt er dan een sneeuwuil in Nederland of België terecht. Al moet gezegd worden dat zo`n exemplaar dan wel erg ver naar het zuiden is afgedwaald. De sneeuwuil jaagt soms in de schemering maar meestal bij daglicht. Biotoop De sneeuwuil broedt van mei tot midden september op de toendra`s of hoogvlakten boven de boomgrens, bij voorkeur met verspreide rotsen en goed uitzicht in alle richtingen. Op jacht Sneeuwuilen jagen vooral in de schemering maar ook overdag. Het voedsel bestaat vooral uit lemmingen en andere muizen, konijnen en vogels.
Spanje Lid van de Europese Unie sedert 1986 Oppervlakte: 504.782 km² Aantal inwoners: 39.551.000 Staatsvorm: monarchie Staatshoofd: Koning Juan Carlos I Hoofdstad: Madrid Munt: EURO Taal: Spaans, Catalaans, Galicisch, Baskisch Bevolking: 73% Castilianen, 18% Catalanen, 6% Galiciërs, 1,5% Basken, 1,3 zigeuners Godsdienst: 96% katholiekSpanje is een constitutionele monarchie. De wetgevende macht staat onder de verantwoordelijkheid van 2 Algemene Kamers. De verdeling van de territoriale macht is gebaseerd op de steden, de provincies en de Autonome Gemeenschappen. De Spaanse staat bestaat uit 17 Autonome Gemeenschappen die verdeeld zijn over 50 provincies en 2 steden met speciaal statuut. Dit zijn Ceuta en Mililla die in het noorden van Afrika liggen. Reliëf Het hartje van Spanje wordt gevormd door een plateaugebied dat gemiddeld 700 m hoog is, nl. de Meseta. Het wordt omsloten door hoge gebergten: de Pyreneeën en het Cantabrisch Gebergte in het noorden en de Sierra Nevada in het zuiden. Daartussen liggen enkele laagten: de Ebrovlakte in het noorden en het dal van de Guadalquivir in Andalusië. Met uitzondering van de Ebro wateren de grote rivieren in westelijke richting af. De Duero, Taag en Duadiana bereiken de zee via Portugal. Het zijn snelstromende rivieren en hebben vaak een diep, kloofvormig dal of canyon. Klimaat Er zijn 3 grote gebieden: De continentale zone dat grote temperatuurverschillen per jaargetijde en per dag kent. De noordwestelijke kustzone waar de zomers koeler zijn dan in het binnenland en de winters zacht De Middellandse Zeekust met warme zomers en zachte winters.
Spinnen Zeg nooit `insect` tegen een spin. Spinnen zijn géén insecten. Het lichaam van een spin bestaat uit twee delen - het kopborststuk en het grote ronde achterlijf - terwijl een insectenlijf uit drie delen bestaat. Aan het kopborststuk van een spin zitten vier paar poten. Insecten daarentegen hebben drie paar poten. Spinnen hebben acht enkelvoudige ogen. Bij insecten treffen we twee facetogen aan. Alle spinnen zijn vleeseters. Ze eten vooral insecten. Alleen de vogelspinnen gaan wel eens een grotere prooi te lijf, zoals een muisje, een vleermuis of een vogeltje. Er zijn heel veel verschillende soorten spinnen, wel meer dan 30.000! Koelbloedige moordenaars Spinnen doden hun prooi met gif. Met twee scherpe giftanden doorboren ze het pantser van het insect. Het gif maakt van de inhoud van het insect een week papje zodat het gemakkelijk kan opgezogen worden. Van het insect blijft niets anders over dan een klein, droog en leeggezogen propje. De meeste spinnen zijn voor de mens ongevaarlijk. Er zijn wel een aantal spinnen waarvan de beet voor zieke, oude of heel jonge mensen wél dodelijk kan zijn. Zo kan het gif van de Amerikaanse `zwarte weduwe` een mens doden. Het web Veel spinnen vangen hun prooi in een web. Dit doen ze met de `spintepels` die aan het achterlijf zitten. Spintepels zijn twee kleine buisjes waar een vloeistof uitdruppelt. Met de achterpoten trekt de spin daarvan ragdunne draden die naar verhouding heel stevig zijn. Hangmatspinnen weven een hangmatweb tussen de takken van struiken.
Sprookjes Geschiedenis Het woord `sprookje` is afgeleid van het middeleeuwse woord `sproke`, dat verhaal of vertelling betekent. Er zijn verschillende soorten sprookjes, bijvoorbeeld dierensprookjes ( de wolf en de zeven geitjes) en raadsel- en leugensprookjes. Verreweg de bekendste zijn echter de zogenaamde toversprookjes. Dit zijn verhalen vol avonturen en magie.Sprookjes worden al eeuwen gebruikt om kinderen ontzag in te boezemen en gevoel voor normen en waarden bij te brengen. Oorspronkelijk werden de verhalen alleen mondeling overgeleverd. Pas later kwamen er verhalenboeken aan te pas. Bij het op schrift stellen van de in omloop zijnde verhalen hebben zowel de gebroeders Grimm als Charles Perrault bergen werk verzet. Bij het schrijven van nieuwe sprookjes in de negentiende eeuw kan maar één naam als onbetwist sprookjesschrijver genoemd worden: Hans Christian Andersen. Volkssprookjes De toversprookjes behoren tot de volkssprookjes. Ze bestaan al honderden jaren en zijn ontstaan doordat de mensen de sprookjes aan elkaar doorvertelden. Niemand weet dan ook wie de sprookjes ooit verzonnen heeft. Van sommige sprookjes zijn veel verschillende versies geschreven. Zo werden er in de vorige eeuw alleen al in Frankrijk bijna honderd versies van het sprookjes `Klein Duimpje` verteld. De hoofdfiguren die in de sprookjes voorkomen zijn bijna altijd arme mensen, vooral vrouwen en kinderen die aan hun lot zijn overgelaten en jongste zonen zonder een rijke vader. Een goed einde van de sprookjes betekent meestal dat de meisjes gaan trouwen met een knappe prins en dat de kinderen en jonge mannen heel rijk worden.
steenmarter De steenmarter dankt zijn naam aan zijn voorliefde voor steenachtige biotopen en schuilplaatsen, zoals steengroeven, rotsige hellingen en ook gebouwen. Het liefst vertoeft hij in bossen en bosranden maar hij voelt zich ook thuis op boerenerven met oude schuren en heggen. De steenmarter is een nachtdier en leeft een verborgen leven, dicht in de nabijheid van de mens. De steenmarter voert met gemak sprongen van anderhalve meter uit. Ook bij het lopen maakt hij enorme sprongen. Bovendien is hij een meester in het besluipen, een behendig klimmer en een goed zwemmer. Uitzicht Een steenmarter meet 40 - 50 cm, heeft een staartlengte van 24 - 28 cm, weegt 1,2 - 2 kg. De steenmarter en de boommarter zijn in de vrije natuur moeilijk van elkaar te onderscheiden. De steenmarter heeft een lichtere snuit en de oren steken nauwelijks boven de kop uit. Voedsel Steenmarters eten graag eieren. Ze eten deze niet altijd ter plaatse op, maar verslepen ze vaak naar een veiligere plek. Jongen Steenmarters paren tijdens de zomer. De draagtijd duurt 9 maanden. Per jaar is er één worp van twee tot zeven jongen, die na drie maanden zelfstandig zijn en dan een eigen territorium zoeken. Jonge steenmarters zijn te herkennen aan de grijze pels op de rug.
Steentijd De steentijd begint toen de mensen verschenen. In het begin van de prehistorie woonden alleen dieren op de wereld. Pas veel later kwamen er mensen. Omdat de steentijd heel lang duurde, meer dan een miljoen jaar, hebben we deze tijd in drie stukken verdeeld: de oude steentijd, de midden steentijd en de nieuwe steentijd.In de oude steentijd kon het in onze streken ijskoud zijn. Soms was ons land zelfs bedekt met ijs. We noemen dat een ijstijd. Er leefden hier mammoeten en rendieren. Om aan voedsel te komen waren deze dieren verplicht lange tochten te maken van soms wel duizenden kilometer. Ook de mensen maakten lange tochten naar plekken waar deze dieren langskwamen. Toen het na de ijstijd warmer werd, groeide ons land vol met bossen. De rendieren trokken weg naar koudere streken en andere dieren kwamen in de plaats. In de bossen was allerlei voedsel te vinden dat de mensen verzamelden. Deze periode noemen we de midden steentijd. Op een dag kwamen er vanuit het zuiden boeren in ons land wonen. In plaats van op dieren te jagen, hadden zij dieren getemd. Zo hadden ze vlees, huiden en melk altijd bij de hand. De boeren gingen op een vaste plek wonen, in grote huizen. Dit is de nieuwe steentijd. De informatie die je hieronder vindt, gaat vooral over het einde van de midden steentijd en over de nieuwe steentijd.
Steenuil De steenuil - het kleinste uiltje van ons land - komt het gehele jaar voor. Het is een vrij schaarse broedvogel. Het is onduidelijk in welke aantallen de soort hier vroeger broedde. Tegenwoordig zijn ze zeer schaars. Voedsel De dagelijkse kost van een steenuiltje bestaat uit muizen, regenwormen, kikkers, mollen, insecten en soms een klein zangvogeltje. Voortplanting In maart of april hebben ze de baltsperiode, waarna het vrouwtje gemiddeld zo`n 4 eieren legt die in 4 weken worden uitgebroed. De jongen verlaten na een week of 5 het nest, maar kunnen dan nog niet direct goed vliegen. Ze worden nog een week of zes door de ouders verzorgd. Een steenuilenechtpaar blijft elkaar het hele leven trouw en zal ook niet snel van broedplaats veranderen. Biotoop De voorkeursbiotoop van de steenuil in Nederland is een graslandschap met houtwallen, knotwilgen en oude hoogstambomen en verspreid staande boerderijen met erfbeplanting. Stonehenge In het zuiden van Engeland, vlakbij Salisbury staat een ...Is het een tempel, een begraafplaats, een kalender, een rekenmachine ? Er bestaan veel theorieën maar niemand weet het juiste antwoord. Resultaat van een tovertruc Wetenschappers zijn het erover eens dat de eerste steen minstens 2800 jaar v.Chr. opgericht werd. Volgens sommigen gebeurde dit zelfs 1000 jaar vroeger. Het hele bouwwerk optrekken nam maar liefst 1500 jaar in beslag. Het geheel omvat vier stenen cirkels in elkaar met in het midden een aantal stenen die een hoefijzer vormen. Volgens de legende zou Merlijn de tovenaar de megalieten (zo noemt men de stenen) naar Stonehenge gebracht hebben. Anderen schreven Stonehenge toe aan `De dans der Reuzen`. Onzin, zul je zeggen. Maar hoe verklaar je dan de hoge stenen van 26 ton die over een afstand van 32 km (de plaats waar ze gekapt werden ligt op deze afstand) in Stonehenge terechtkwamen. Vrachtwagens en kranen bestonden nog niet. De theorieën Sommigen denken dat Stonehenge een begraafplaats was. Anderen denken aan een tempel of offerplaats. Nog andere wetenschappers zoeken hun verklaring in de sterren. De opstelling van de stenen schijnt rechtstreeks verband te houden met de stand van de zon, de maan en de planeten. Je ziet het, veel verklaringen maar geen zekerheid.
Suriname Suriname, dat vroeger Nederlands Guyana heette, is een onafhankelijke staat aan de noordkust van Zuid-Amerika. Het land werd in 1975 onafhankelijk van Nederland. Tot de vijftiende eeuw waren de enige bewoners Caraïben, Arawak en Warao Indianen. In de zestiende eeuw namen de Spanjaarden de kust in bezit en in 1667 werd Suriname afgestaan aan de Hollanders in ruil voor Nieuw-Amsterdam, het tegenwoordige New York.Historisch gezien was Suriname een tropische kolonie met een plantage-economie. Tegenwoordig hebben kleine boerderijen de plaats van de plantages ingenomen. In de jaren zeventig werd Suriname een van de grootste producenten van bauxiet.
Taal Wanneer de mens precies is beginnen spreken is zeer moeilijk vast te stellen. Skeletten uit de vroege prehistorie leren ons hierover zo goed als niets. Dat komt omdat de zachte weefsels waarmee we praten (de stembanden) snel vergaan. Wat we wel met zekerheid weten is dat de huidige mens, de homo sapiens sapiens, 40 000 jaar bestaat. Men neemt ook aan dat deze mens kon praten. De ontwikkeling van de taal In het begin van de 19de eeuw ontwikkelden taalkundigen (= mensen die zich met taal bezig houden) een aantal theorieën over de ontwikkeling van de taal. Deze theorieën werden weggelachen en in 1866 verbood het Taalkundig Genootschap van Parijs om nog verder te gissen. De Deense taalgeleerde Otto Jespersen (1860-1943) stelde ze te boek.1. De `waf-waf-theorie`. Deze theorie vertelt dat taal zou ontstaan zijn door nabootsing van natuurlijke geluiden.2. De `bah-bah-theorie`. Taal zou ontstaan zijn als gevolg van instinctieve reacties zoals pijn (au), walging (bah), ....3. De `bim-bam-theorie`. Woorden zijn begonnen als reactie op prikkels uit de omgeving. Een bepaalde indruk (iets mooi vinden bijvoorbeeld) zou leiden tot het willen uiten van deze emotie.4. De `eeh-hup-theorie`. De oorsprong van de taal zou liggen in het ritmische geluid dat een groep mensen maakt bij een gezamelijke inspanning. Men houdt de adem vast en laat die bij ontspanning ontsnappen, waardoor vanzelf kreunende en grommende klanken te horen zijn.5. De `mjam-mjam-theorie` ziet taal als de uitkomst waarbij bewegingen van het lichaam bewust of onbewust gekopieerd werden door de mond.
Tabak Het is niet geweten hoe lang de mens al tabak rookt. Lang voordat tabak in Europa bekend was, werd het door Indianen in Zuid-Amerika al gebruikt. De oudste afbeeldingen van rokende Maya-Indianen gaan terug tot zo’n 300 jaar na Christus. In het begin gebruikten deze Indianen de bladeren van de in het wild groeiende tabaksplant waarschijnlijk om een vuurtje te maken om eten op te koken. Zij ontdekten dat de rook van het vuurtje prikkelend en zelfs verdovend was. Op een gegeven moment zijn de Indianen de bladeren daarom gaan gebruiken bij religieuze ceremonieën en magische handelingen. Indianen rolden gedroogde bladeren van de tabaksplant. Ze stopten het rolletje in een buis en staken het in brand. De buizen werden ‘tabacos’ genoemd en zo ontstond de naam tabak. Het roken was voor hen niet alleen een genotsmiddel. Maar ook een manier om met de goden in contact te komen. Als belangrijke Indianen bij elkaar kwamen, of als het feest was, werd de vredespijp gerookt. De tabak in Europa Zoals zoveel andere ontdekkingen werd ook de tabak en later de tabaksplant mee door ontdekkingsreizigers mee naar Europa genomen. Toen tabak in Europa bekend was, gingen de mensen tabak snuiven, pruimen en pijpen roken. De eerste pijpen waren uit stevige witgebakken klei gemaakt en ze werden vooral in Engeland en in Nederland vervaardigd. Houten pijpen vond men niet zo fijn, want het verbrande hout gaf een slechte smaak. Later kwamen er ook pijpen in porselein, meerschuim (een steensoort) en bruyèrehout (wortelhout van de boomheide).
Tafeltennis Tafeltennis als vermaak Net als bij vele sporten begon tafeltennis waarschijnlijk als een vermaak. Het werd vermoedelijk eind negentiende eeuw voor het eerst gespeeld in Engeland. Tafeltennis is net zoals badminton en het huidige tennis afkomstig van het middeleeuwse tennisspel.Tafeltennis was dus al populair in Engeland in de 19de eeuw. In 1884 werd het octrooi verleend op de naam `Miniature-Indoor-Tennis-Game`. Dit spel werd gespeeld met een kleine gummibal die met lucht gevuld was. Al heel vroeg werd het spel geintroduceerd in de Verenigde Staten van Amerika en het is mogelijk dat het eerste materiaal al in 1887 vervaardigd werd. In 1890 werd de celluloid-bal uitgevonden door de Engelse ingenieur James Gibb.Rond 1900 raakte het spel bekend onder de naam `tafeltennis` en `ping-pong`. Het spel werd aanvankelijk in speciale clubs en cafés gespeeld en was voorbehouden voor de hogere kringen. Ping-pong De naam `ping-pong` ontstond door het geluid dat de celluloid-bal maakte op de tafels en de toen gebruikte `rackets`. Vroegere rackets werden namelijk gemaakt van kurk, perkament, karton en hout bedekt met doek, fluweel, leer of schuurpapier.Tafeltennis werd nog steeds gespeeld als een spelletje `voor na het eten`. Het was nog altijd amusement en geen sport en smashen werd in die periode gezien als onsportief.In 1902 bedacht de Engelsman Good dat het rubberen matje, wat gebruikt werd door bankbedienden voor teruggave van muntgeld, best als bedekking van zijn tafeltennisbat zou kunnen dienen.
Tamme kastanje De tamme kastanje is geen inheemse boom. Hij is ingevoerd uit Zuid-Europa. Vaak staat hij alleen. Dan heeft hij een dikke korte stam en een brede bladerkroon. De schors van de kastanjeboom vertoont diepe spleten die in een spiraal om de stam draaien. Hieraan kan je `s winters de tamme kastanje herkennen. De getande bladeren kunnen wel 30 cm lang worden. Ze hebben een gezaagde rand en zijn langwerpig en veernervig.
Tanden Melkgebit en blijvend gebit Tussen de leeftijd van zes maanden en 2,5 jaar verschijnen bij een kind de tanden van het melkgebit. Een volledig melkgebit bestaat uit 20 tanden.Tussen zeven en twaalf jaar worden de melktanden geleidelijk vervangen door een blijvend gebit. Een volledig, blijvend gebit van een volwassene bestaat uit 32 tanden.
Thee Thee drinken in Nederland Nederlanders zijn theedrinkers. Gemiddeld drinken we per persoon bijna 700 kopjes thee per jaar. ‘s Ochtends bij het ontbijt of ’s middags met een tussendoortje. Bij het genieten van ons dagelijks kopje thee staan we meestal niet stil bij de omstandigheden waaronder de thee verbouwt, geplukt, verwerkt en verhandeld wordt. Nederland produceert zelf geen thee. Ons klimaat is niet geschikt voor de theeplant, die alleen kan gedijen in tropische gebieden waar het warm en vochtig is. Daarom moet alle thee die we in Nederland drinken geïmporteerd worden. Theeplantage in India Thee uit India Eén van de landen waar Nederland thee uit importeert is India, de grootste theeprodu- cent in de wereld. Ze neemt bijna éénderde deel van de totale wereldproductie voor haar rekening. Andere grote theeproducenten zijn China, Indonesië, Kenia en Sri Lanka. De mensen in India zijn zelf ook liefhebbers: 80% van de thee die in India geproduceerd wordt, is bestemd voor binnenlandse con- sumptie. De mensen in India vinden thee het lekkerst met een enorme scheut melk en veel suiker. Om de hete thee te laten afkoelen, gieten ze de thee verschillende keren over. De theeplantage Om een theeplantage op te zetten is ten eerste veel grond nodig. Thee wordt meestal op grote schaal verbouwd, omdat de theeblaadjes direct na de pluk verwerkt moeten worden. Alleen een grote plantage kan zich een verwerkingsfabriek veroorloven. Naast veel grond zijn er veel arbeiders nodig. De theeblaadjes worden namelijk met de hand geplukt en dat is zeer veel werk.
Tijger De tijger (Panthera tigris) is de grootste kat van het Aziatische vasteland. Op dit ogenblik zijn nog vijf verschillende soorten in leven. De Bengaalse tijger Deze tijger die ook wel bekend staat onder de namen Indische tijger en Koningstijger, komt voor in Bangladesh, Bhutan, India, Myanmar, en Nepal. Alhoewel vrijwel alle witte tijgers Bengaals zijn is de witte tijger geen raszuivere soort, aangezien hij vaak met andere soorten is gekruist. Sommige witte tijgers hebben daardoor meer de fysieke eigenschappen van de Siberische tijger bijvoorbeeld. De Bengaalse tijger kan net zo lang worden als de Siberische tijger, maar is niet zo massief. De Indo Chinese tijger Deze tijgersoort leeft vooral in: Cambodja, Laos, Maleisië, Myanmar, Thailand, Vietnam. De Indo Chinese tijger lijkt op de Bengaalse, maar is kleiner en de vacht is donkerder van kleur. Verder is de vacht in de buurt van het hoofd meer gevlekt dan gestreept. Deze soort werd pas als aparte tijgerondersoort erkend in 1968. De Siberische tijger Deze tijger wordt ook wel Amur, Koreaanse of Manchureinse tijger genoemd en is de grootste en de zwaarste tijgerondersoort ter wereld. De zwaarste Siberische tijger ooit waargenomen had een gewicht van een kleine 500 kilo! De vacht is vrij licht van kleur en de strepen zijn meer donderbruin. De snuit van deze tijger is veel breder dan die de andere tijgerondersoorten. Je vindt hem vooral in: Rusland, Noord-Korea en Noordoost China. De Zuidchinese tijger Deze tijger staat op de rand van uitsterven: minder dan 30 exemplaren zijn nu nog in leven.
Titanic De bouw In het begin van de 20e eeuw wilden veel mensen van Europa naar Amerika om er een beter leven op te bouwen. Omdat in die tijd alleen met een schip overzeese gebieden bereikt konden worden en om aan de grote vraag te kunnen voldoen moest men steeds grotere schepen gaan bouwen. De White Star Line, een Britse scheepsmaatschappij begon op 31 maart 1909 met de bouw van de Titanic. Twee jaar later, op 31 mei 1911, werd de Titanic in Belfast te water gelaten. De Titanic was het pronkstuk van de maatschappij. Op 2 April 1912 was de Titanic gereed voor een proefvaart en kreeg het een certificaat van deugdelijkheid dat een jaar geldig was. Nog dezelfde dag stoomde het schip richting Southampton om aan haar eerste reis te beginnen. Het schip De Titanic was een passagiersschip van 278m lang, 28m breed en bood plaats aan 3547 mensen. Per reis verbruikte het stoomschip 5344 ton steenkool. De Titanic haalde een topsnelheid van 44km/u. Op reis Je kon op drie verschillende manieren met de Titanic reizen.- Het reizen in een eerste klas suite was alleen weggelegd voor de allerrijksten. Een bemanningslid zou jaren moeten sparen om één enkele reis te kunnen betalen. De eerste klas accomodaties waren zeer luxueus met twee statietrappen, een squashbaan en een nieuwtje op het gebied van oceaanreizen: een heus zwembad.- De tweede klasse, die ook luxe genoemd mocht worden werd bevolkt door de middenklasse: kooplieden, onderwijzers e.d.- In de derde klasse vond men de immigranten uit Europa die in de `Nieuwe Wereld` een beter bestaan hoopten op te bouwen.
Titiaan De precieze geboortedatum van Titziano di Gregorio Vecellio, de echte naam van Titiaan, is niet geweten. Men vermoedt dat hij geboren is tussen 1487 en 1490. Hij overleed op 27 augustus 1576.Naast kunstschilder was hij ook tekenaar en ontwerper van houtsneden.In zijn beginperiode als kunstschilder werkte Titiaan veel samen met Giorgione. Hij was zo onder de indruk van deze kunstenaar dat hij diens schilderstijl overnam en naar zijn smaak ging aanpassen. De schilderijen van Titiaan vertonen allemaal een bijna dichterlijke eenheid tussen landschap en figuren, gedompeld in raadselachtige, warme kleuren.
Toneel Er werken veel mensen mee om een toneelstuk tot leven te brengen. Een goede combinatie van de teksten van de toneelschrijver, de ideeën van de regisseur en het talent van de acteurs zorgt ervoor dat het publiek ook echt gelooft in de gebeurtenissen op het toneel.Toneel is ontstaan uit de godsdienstige feesten die in Griekenland ter ere van de god Dionysus werden gehouden. Daar werd zowel geacteerd als gezongen en gedanst. In de middeleeuwen werden in Europa mirakelspelen opgevoerd. Dat waren toneelstukken over verhalen uit de bijbel. Later begonnen toneelschrijvers ook over gewone dingen in het leven te schrijven en werden hun toneelstukken in een schouwburg door toneelgezelschappen opgevoerd. Geschiedenis van het theater Grieken Theater was voor de Grieken net zo belangrijk als voor ons de TV. Men ging graag kijken naar een theatervoorstelling. In het begin was het theater bedoeld voor de Griekse god Dionysus, de god van de wijn. Later werden de toneelstukken een belangrijk onderdeel van het lentefeest ter ere van deze god. Er werden vaak beroemde mythen en legenden nagespeeld. Daardoor wist het publiek wat er ongeveer ging gebeuren.
Treurwilg De treurwilg behoort tot de familie van de wilgachtige (Salicaceae). Het is een gemakkelijk herkenbare boom met meterslange twijgen. De echte treurwilg is afkomstig uit China en Japan. De treurwilgen die hier groeien zijn meestal variëteiten van de schietwilg en de kraakwilg en nog andere bastaarden. We treffen de treurwilg aan in parken en tuinen en steeds aan of dicht bij het water. Het is de boom die met zijn tere groen het eerste het voorjaar aankondigt. Wij kennen de treurwilg pas sinds 1815, toen hij in Frankrijk werd vermeld. De treurwilg is sedert lang het symbool van ongelukkige liefde en van rouw. Ook in China is deze boom het zinnebeeld van treurnis en droefheid. Daarom treft men hem vaak aan op begraafplaatsen en bij gedenktekens. De treurwilg is een snel groeiende boom die men al kan verkrijgen door eenvoudig een lange twijg in de vochtige grond te steken.
Tropisch regenwoud Zeven procent (dit was oorspronkelijk veertien procent) van de totale landoppervlakte van onze aarde is bedekt met tropische regenwouden. Je kunt deze oppervlakte vergelijken met deze van de Verenigde Staten.Tropische regenwouden vinden we vooral in het hete en vochtige klimaat van de landen tussen de kreeftskeerkring en de steenbokskeerkring. De temperatuur bedraagt er minstens 27°C (nooit onder de 18°C) en er valt bijna iedere dag regen. De meeste regenwouden situeren zich in het Amazonegebied in Zuid-Amerika. Hier bevinden zich ongeveer evenveel regenwouden als in de rest van de wereld samen.De aangename temperatuur en de grote hoeveelheid neerslag zorgen ervoor dat de regenwouden een rijkdom aan planten en dieren herbergen. Meer dan de helft van alle planten- en diersoorten die op aarde voorkomen leven in de tropische regenwouden. Op 1 ha regenwoud tref je meer dan 200 verschillende soorten bomen en honderden soorten insecten aan. Op dezelfde oppervlakte groeien in een Europees bos slechts 10 verschillende soorten bomen.
Turkije Het landschap Het belangrijkste landschap van Turkije is het hoogland van Anatolië. Het bestaat uit een ca. 2000-2500 m hoge, boomloze, deels woestijnachtige hoogvlakte, in het noorden en in het zuiden door hoge randgebergten omgeven, allebei met een groot aantal toppen van 3000 m en meer. Klimaat Het klimaat vertoont grote verschillen, die vooral samenhangen met de ligging ten opzichte van de zee en de hoogte. Het binnenland bezit een sterk landklimaat, terwijl de kusten een zeeklimaat hebben. Planten en dieren Eeuwen van houthakken en grazen hebben de bossen uitgedund en teruggedrongen (van 70% tot 26% van de oppervlakte) en hebben zelfs hun samenstelling veranderd. Door het aanhoudend grazen van geiten in de westelijke kustgebergten overheerst daar het struikgewas. De dichtste bossen van Turkije liggen in het noorden, op de noordelijke hellingen van het Pontisch Gebergte bij de Zwarte Zee. Bruine beer, wolf, wild zwijn en panter komen hier en daar nog voor. De tijger is uitgeroeid, de leeuw is al heel lang geleden verdwenen. Voor de vogelwereld is Turkije een belangrijke passeerplaats in de trek. Veel roofvogels, aalscholvers en pelikanen broeden in Turkije. Een bekend reservaat is o.a. het Manyasmeer in westelijk Aziatisch Turkije. Het is een belangrijke broed- en overwinteringsplaats voor vogels. Het zeewater wordt bevolkt door makrelen, zeebaarzen, dolfijnen, sardines, tonijnen, moeralen, palingen en inktvissen. Grote zeeschildpadden leggen in het zand langs de zuidkust hun eieren.
Tweede wereldoorlog De tweede wereldoorlog begon toen Duitsland in 1939 met tanks en bommenwerpers Polen aanviel. De tweede wereldoorlog speelde zich, net als de eerste, te land, ter zee en in de lucht af. De aanleiding voor de oorlog was de machtswellust van de Nationaal Socialistische Duitse Arbeiders Partij (NSDAP of Nazi-partij) onder leiding van Adolf Hitler. De nazi`s hadden slechte herinneringen aan de Duitse nederlaag in de eerste wereldoorlog. In nog geen jaar tijd had het Duitse leger met de hulp van Italië een groot deel van Europa bezet. In 1941 viel Hitler de toenmalige Sovjet-Unie binnen. De bevolking verzette zich hevig, waarbij miljoenen mensen sneuvelden. Japan sloot een verbond met Duitsland en Italië. Samen vormden ze de As-mogendheden (as betekent spil). De Verenigde Staten raakten bij de oorlog betrokken nadat Japan de Amerikaanse marinebasis in Pearl Harbor op Hawaï bombardeerde. Samen met de Sovjet-Unie, Canada en Groot-Brittanië vormden ze de geallieerden, die in juni 1945 Europa van de nazi`s bevrijdden. Japan gaf zich in augustus over. Een groot deel van Europa was verwoest en er vielen 45 miljoen doden. Hitler en de nazi`s In 1933 werd Adolf Hitler leider van de nazi partij in Duitsland. De nazi`s waren fascisten: een strenge overheid en geen democratische rechten voor het volk. De nazi`s waren gekant tegen het communisme en tegen alle mensen die niet van Arische afkomst (ras met blond haar en blauwe ogen) waren. De slechte economische toestand in Europa zou de schuld zijn van die minderheden en daarom werden joden en zigeuners door de nazi`s massaal uitgemoord.
Uilen In Europa leven in totaal 13 verschillende soorten uilen: de bosuil, de kerkuil, de ransuil, de steenuil, de velduil, de oehoe, de ruigpootuil, de sneeuwuil, de sperweruil, de dwergooruil, de Laplanduil, de Oeraluil en de dwerguil. De kans dat je tijdens een bos- of duinwandeling een uil tegenkomt is klein, want de meeste uilen slapen overdag. Bovendien zijn uilen vrij zeldzaam. Op jacht Uilen kunnen heel goed zien. Ook hun gehoor is vele malen beter dan dat van ons. Bovendien bezitten uilen een sterke, gebogen snavel en stevige klauwen met vlijmscherpe nagels. En de veren van hun vleugels hebben fijn vertakte donsachtige uiteinden die ervoor zorgen dat ze geluidloos kunnen vliegen. Al deze hulpmiddelen zijn nodig om succesvol te kunnen jagen op muizen en andere `lekkere hapjes`.Als het buiten donker wordt, gaan de uilen op jacht. Het hoofdvoedsel van uilen bestaat uit muizen: veldmuizen, bosmuizen, spitsmuizen en woelmuizen. Daarnaast eten uilen ook grotere zoogdieren, zoals jonge hazen, konijnen en mollen. En als er een tekort is aan muizen, vangen uilen ook wel eens kleine vogels, padden, kikkers of insecten. Meestal gaan de grote uilen op de grote prooien af en beperken de kleine uilen zich tot de kleine prooien. Braakballen Net zoals de meeste roofvogels eten uilen hun prooien helemaal op. Zelfs haartjes, veertjes en botjes gaan mee naar binnen. Maar niet alles is even goed verteerbaar. De onverteerbare delen worden door de uilen uitgebraakt in de vorm van ballen.
Unicef Wat betekent UNICEF ? Unicef is een afkorting van United Nations International Childrens Emergency Fund. Letterlijk betekent dat: Verenigde Naties Internationaal Kinderen Nood Fonds. Het Kinderfonds van de Verenigde Naties dus. De Verenigde Naties (VN) zijn een verbond van bijna alle landen in de wereld. Hun doel is veiligheid en vrede te bereiken. Het tekeningetje naast het woord Unicef bestaat uit drie onderdelen:- Een volwassene die trots en blij een kindje omhoog houdt. Dit figuurtje wil zeggen dat Unicef kinderen helpt en ook de vader, moeder of pleegouder, want die zijn heel belangrijk voor kinderen. - De wereldbol. Dat betekent dat Unicef landen overal op de wereld helpt, in totaal in 161 landen. In 37 rijkere landen wordt geld ingezameld. - En de olijftakken? Dat is het teken van de Verenigde Naties. Unicef is dan ook het Kinderfonds van de Verenigde Naties. Over UNICEF Unicef is in 1946 opgericht om hulp te bieden aan slachtoffertjes van de Tweede Wereldoorlog. In 1950 was dat niet meer nodig. Toen begon Unicef ook kinderen buiten Europa te steunen. Miljoenen kinderen zijn slecht af, zonder voldoende eten, schoon water, hulp bij ziekte en onderwijs. Unicef komt op voor de kinderrechten. Verdrag voor de rechten van het kind Unicef heeft ook geholpen met de totstandkoming van het Verdrag voor de Rechten van het Kind. Dit verdrag is sinds 1989 door bijna alle landen ter wereld ondertekend. De 161 landen beloven zich eraan te houden. Unicef houdt dit in de gaten en spreekt regeringen erop aan als ze dat niet doen.
Uranus Omdat Uranus zo ver weg staat is de planeet met het blote oog niet te zien. Hij werd in 1781 ontdekt door William Herschel.Uranus kleurt blauw-groen. De planeet bestaat nl. uit gassen (vooral Methaan en Helium) die vooral een groen licht uitstralen.Uranus is erg groot, ongeveer 4 keer groter dan de Aarde. Omdat hij zover van de Zon staat daalt de temperatuur er wel tot - 200°C. Een dag op Uranus duurt 17 uur en een rondje om de Zon wordt afgelegd in 84 jaar. In tegenstelling tot alle andere planeten ligt Uranus op zijn kant. Men denkt dat de planeet een botsing moet gehad hebben met een komeet of meteoroïde en `omgevallen` is. Net zoals Saturnus heeft ook Uranus ringen. Deze werden ontdekt door het ruimteschip Voyager in 1977.Uranus heeft 19 manen waarvan Miranda er één is. Deze maan is een echte legpuzzel. Aangenomen wordt dat ook Miranda een dreun moet gekregen hebben en uit elkaar is gevallen. Deze stukjes kwamen weer langzaam bij elkaar en daarom ziet de maan eruit als een legpuzzel.
Velduil Het opvallendste aan een velduil is het gezicht. De vogel heeft een licht gekleurd gezicht met rond de ogen een zwarte verenkrans. De velduil heeft lange vleugels die van boven zwartbruin zijn met lichte vlekken. De onderkant van de vleugels en de borst en buik zijn bruingeel. De lengte van een velduil is 34 tot 42 cm, de vleugelspanwijdte ongeveer een meter. Biotoop Velduilen zijn grondbroeders van ruige terreinen met open plekken zoals duinvalleien, rietmoerassen en hoogvenen. Op jacht Het voedsel van de velduil bestaat vooral uit veldmuizen en woelmuizen (60 à 90%) en kleine vogels. Velduilen komen voor in gebieden waar het goed toeven is voor hun prooidieren. In België en Nederland zijn dit moerassen, vochtige weiden en duinen. In strenge winters, wanneer door sneeuw de prooien niet te zien zijn, zijn de vogels ook in andere gebieden te vinden.In de broedtijd, wanneer er veel voedsel gevonden moet worden, zijn velduilen zowel overdag als `s nachts actief. Buiten de broedtijd jagen ze vooral tijdens de schemering. Ze jagen laag vliegend boven hun territorium speurend naar een prooi. Meestal hebben ze bepaalde route die ze heen en weer vliegen. Soms bidden velduilen. Zo nu en dan wachten ze op een paaltje totdat een geschikt prooidier in de buurt komt.
Venus Venus wordt ook de `verschrikkelijke planeet` genoemd. Het is er verschrikkelijk heet. De temperatuur kan oplopen tot + 500 °C en dit zowel overdag als `s nachts. De reden hiervoor zijn de wolken waarin de planeet gehuld is. Deze zorgen voor een broeikaseffect. De warmte van de Zon kan Venus wel bereiken maar kan er door de wolken niet meer af.Venus, die in grootte vergelijkbaar is met de Aarde, bevindt zich op een afstand van 108 miljoen kilometer van de Zon. Heel vreemd is dat een jaar er korter duurt dan een dag. Een dag duurt namelijk 243 aardse dagen en een jaar duurt er 225 dagen.Het oppervlak van Venus bestaat uit grote bergketens en enorme vlakten. Je vindt er ook, net als op de Aarde, continenten. Ishtar Terra en Aphrodite Terra.Op Venus komen ook giftige gassen voor als gevolg van de hoge temperatuur. De wolken rond Venus drukken met een zeer grote kracht op de planeet zodat alle levende wezens binnen de kortste tijd platgedrukt worden.
Verenigde Oost-Indische Compagnie 400 jaar geleden, op 20 maart 1602, werd de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) opgericht. Dat wordt dit jaar herdacht. De VOC was in de 17e en 18e eeuw het grootste bedrijf ter wereld. Mede door de VOC werd Nederland een van de rijkste landen van Europa.In Azië groeiden specerijen en kruiden die niet in Europa voorkwamen: peper, nootmuskaat, kruidnagel, foelie en producten als Chinese thee, koffie en suiker. Deze waren zeer gewild. Aan het eind van de 16e eeuw waren er veel kleine bedrijfjes die handel dreven met Azië. Die werden compagnieën genoemd. De regering van de Verenigde Nederlanden, zo heette Nederland toen, wilde dat de compagnieën samen gingen werken, in plaats van met elkaar te concurrerenOp 20 maart 1602 werd de Verenigde Oost-Indische Compagnie opgericht. Bedrijven uit zes steden deden mee: Enkhuizen, Hoorn, Amsterdam, Rotterdam, Delft en Middelburg. Handelsroutes De handel in kruiden en specerijen was erg winstgevend, maar het meeste geld werd verdiend door in Azië zelf te handelen. De VOC verkocht en ruilde goederen tussen India, China, Japan, de Molukken en Java. Zoals: textiel, zijde stoffen, goud en soms zelfs een olifant! Niet zonder winst natuurlijk! De grootste De VOC werd de grootste en eerste multinational van de wereld. Dat is een bedrijf dat in meer dan één land een kantoor heeft, zoals Shell, Unilever en Philips. De VOC had wel dertig kantoren in Azië, die werden `factorijen` genoemd. De belangrijkste waren op de Molukken, Ceylon (Sri Lanka) en Java.
Vikingen Tussen eind 8ste en eind 11de eeuw werden grote delen van Europa geplunderd en aangevallen door horden die vanuit het hoge noorden over zee kwamen: de vikingen. Deze krijgers waren onvoorwaardelijk trouw aan hun koning. Veroveringen en vrede Tussen eind 8ste en eind 11de eeuw overspoelden de vikingen een groot deel van Europa. De oorzaak van de tochten der vikingen moet gezocht worden in hun eigen overbevolking. Daardoor ontstond een gebrek aan vruchtbare landbouwgrond. We mogen immers niet vergeten dat de meeste vikingen boeren waren. Zeker speelde ook de zucht naar avontuur en rijkdom van de gevreesde krijgers een rol.De vikingen uit Zweden trokken langs de rivieren het Baltische gebied binnen waar ze door de plaatselijke bevolking `Russen` genoemd werden. Hun tochten waren handelsexpedities. Ze ruilden onder meer pelzen, barnsteen en slaven voor specerijen, zilver, glas en zijde. De vikingen uit Denemarken en Noorwegen bestookten eerst Engeland en Ierland, vervolgens het Frankische rijk en uiteindelijk ook Spanje en Italië.Het waren echte plunderaars. Om zich te beschermen tegen hun aanvallen bouwde men in ons land burchten. Uiteindelijk werd het verzet georganiseerd. Dat leidde tot enkele belangrijke nederlagen voor de vikingen. Vrede kwam er in onze streken pas definitief nadat de vikingaanvoerder Rollo een gebied had gekregen aan de monding van de Seine, het latere Normandië. De vikingen die hier leefden werden noormannen genoemd, evenals hun volksgenoten die in Engeland rijken hadden gesticht.
Vincent van Gogh Vincent van Gogh werd geboren in het Brabantse Zundert (Nederland), waar zijn vader dominee was. Zijn ooms zaten in de kunsthandel en daar begon ook Vincents loopbaan, bij Goupil & Co. in Den Haag. Na enkele jaren in de kunsthandel koos Van Gogh een andere richting. Hij werd hulppredikant in Engeland en later zendingswerker in België. In 1880 besloot hij kunstenaar te worden. Hij werkte enige maanden in Den Haag bij de schilder Anton Mauve, een aangetrouwd familielid wiens werk hij zeer bewonderde. In Den Haag ontmoette hij ook Breitner, met wie hij regelmatig op stap ging om buiten te tekenen. Daarna werkte Van Gogh vooral in Nuenen in Brabant, waar hij het boerenleven weergaf in sombere kleuren, zoals in de beroemde `Aardappeleters`. Na een korte studie in Antwerpen (winter 1885-1886), vertrok Van Gogh naar Parijs. Daar schilderde hij een groot aantal zelfportretten. Via zijn broer Theo, die kunsthandelaar was, ontmoette hij veel Franse kunstenaars, zoals Toulouse-Lautrec en Paul Gauguin. Mede onder invloed van het impressionisme en het pointillisme ontwikkelde hij zijn kenmerkende stijl met losse streekjes verf en heldere, felle kleuren. In 1888 verhuisde Van Gogh naar het Zuid-Franse stadje Arles, waar hij de omgeving en de bevolking schilderde. Vanwege geestelijke problemen werd de kunstenaar enkele malen opgenomen in een inrichting. Tussen de crises door bleef hij koortsachtig doorwerken, tot aan zijn dood in 1890.
Vink Kenmerken Bij mannetjes:De kruin, nek en zijkant van de hals is grijsblauw. In de winter bruinachtig grijs. De rug kleurt kastanjebruin, de stuit groen, het gezicht en onderdelen roodbruin en de snavel blauw. Vrouwtjes zijn olijfgrijs. Beide hebben twee witte vleugelbanden. De vink is ongeveer zo groot als een mus. De kwetterende zang eindigt met een overslag (siske-wiet). Vinken roepen en zingen graag. Habitat of woonplaats Vinken verkiezen bosrijke gebieden, tuinen en open land met verspreide boomgroei. Voedsel Vinken eten allerlei zaden. Het zijn ook trouwe bezoekers van voederplanken. In het voorjaar en de zomer eten ze overwegend insecten en spinnen die ze zoeken op de grond of in boomkruinen. `s Winters vormen vinken grote zwermen die foerageren op zaden op akkerland en die voor voedsel in tuinen komen. Broedperiode In het broedseizoen worden ze zeer territoriaal (ze bakenen een eigen gebied af). Het nest ligt in een boom of een struik en is aan de buitenkant afgewerkt met mos en korstmos waardoor het moeilijk te vinden is. Er worden gewoonlijk 3-5 eieren gelegd welke 12-14 dagen bebroed worden. De jongen worden groot gebracht met insecten en voor geweekte onkruidzaden. Na 11-17 dagen verlaten de jongen het nest en worden dan nog een week of drie gevoerd door de ouders waarna ze ze vaak met harde hand uit hun territorium verjagen.
Visarend Uiterlijk De visarend is een grote roofvogel (55-69cm) met relatief smalle vleugels. De onderzijde is wit met donkere armpennen en een donkere polsvlek. Herkenbaar is ook de lichte kop met een donker masker. De visarend vist in alle soorten water. Het voedsel bestaat alleen uit vis. De visarend zweeft graag en wordt vaak biddend in de lucht waargenomen. Biotoop De visarend verblijft het liefst in de buurt van zoet water. Broedgebied Visarenden broeden in Schotland, Duitsland en Scandinavië. Het nest wordt meestal in een top van een boom gebouwd. Trekvogel De gespierde armen en handen van de gibbon zijn zo lang dat de knokkels de grond raken, zelfs als hij rechtop staat. De gibbon leeft in gezinsverband met een mannetje, een vrouwtje en twee tot vier jongen. We kennen negen soorten gibbons. Op jacht Als hij jaagt, zweeft de visarend een poosje rond boven het water op een hoogte van 15 tot 30 meter, tot hij een vis in de gaten krijgt. Even klapwieken en dan schiet hij met grote snelheid naar beneden om met een spectaculaire plons in het water terecht te komen, soms helemaal kopje onder. Bij de duik lijkt het of hij met de kop vooruit het water induikt, maar vlak ervoren steekt hij de klauwen voor zich uit en grijpt hij de prooi op de rug met beide poten om niet meer te los te laten. Het opstijgen gebeurt wat moeizaam, maar met een paar krachtige vleugelslagen gelukt het hem de soms zware vis uit het water te tillen. Na ongeveer 15 m hoogte zie je hem zich krampachtig droogschudden en haast hij zich naar een, dikwijls vaste, zitplaats om de buit te verorberen.
Vissen Vissen leven in het water. Het belangrijkst kenmerk van vissen is dat zij ademen met behulp van kieuwen. Ze filteren de zuurstof uit het water dat via de mond binnenkomt en meestal via de kieuwen achter hun hoofd het lichaam weer verlaat. De meeste vissen leggen eieren. Vissen leggen doorgaans zeer veel eieren, omdat zij deze niet bewaken. Hierdoor is de kans dat sommige eieren niet worden opgegeten groter.Vissen zijn de oudste en de grootste groep van gewervelde dieren. Van vele oude vormen leven er nog slechts enkele vertegenwoordigers. De meeste soorten zitten in enkele zeer grote families. De meeste vissen zijn roofdieren, leven in elk geval van dierlijk voedsel, omdat in het water de voedselketen begint met algen die te klein zijn om rechtstreeks te eten. Eerder zullen vissen de dieren eten die zich met de algen voeden. De bouw van een vis vismuil (ook tong) neusopeningen (reukzenuw met reukzakje) ogen (boven de ogen zitten de hersenen) maag lever milt nier wervelkolom rugslagader rugvin staartvin (ook ruggenmerg wordt aangeduid) schedel kieuwen (kieuwblaadjes) hart darmen zwemblaas geslachtsorgaan endeldarm (anus) geslachtsopening Schubben De meeste vissen worden beschermd door schubben. Dit zijn elkaar overlappende, beenachtige plaatjes die het lichaam geheel of gedeeltelijk bedekken.
Vleermuizen Deze orde van zoogdieren is in ons land van grotere betekenis dan de meeste mensen wel denken. Als gevolg van de chemische bestrijding van insecten is hun aantal sinds de tweede wereldoorlog sterk afgenomen. In de grote steden komen vleermuizen veel voor. Vleermuizen herken je aan hun dwarrelige vlucht, die vrijwel altijd `s avonds gemaakt wordt. Het zijn goede nachtdieren omdat ze zich kunnen oriënteren met behulp van het uitzenden en opvangen van geluidsstootjes.Net zoals de meeste zoogdieren zogen vleermuizen hun jongen. De vleermuizen hebben kraamkamers die vrijwel niet op te sporen zijn. Naast de vlieghuid, die uitgespannen is tussen de vingers, de armen en het lijf, is er ook een huidplooi tussen de beide achterpoten. Waarschijnlijk worden de jongen hierin na de geboorte opgevangen. De vleermuis krijgt één of twee jongen. Die neemt de moeder lange tijd mee omdat de warmteregeling bij het jong nog zeer gebrekkig is. Soorten Laatvlieger: Deze vleermuis heet ook wel bruine vleermuis. Hij is tot 8 cm groot, wat voor een inheemse vleermuis vrij fors is. Hij heeft opvallend brede vleugels. De overheersende kleur is donkerbruin. Hij leeft vooral in cultuurlandschappen zoals parken, stadsranden, boerderijen, mits deze voldoende rust bieden.Grootoorvleermuis: Deze vleermuis kun je herkennen aan de grote oren. Ze wordt 5 cm lang en verblijft `s zomers waar de laatvlieger `s winters is: op zolders, kerktorens en in stallen.Rosse vleermuis: of vroegvlieger. De soort wordt gekenmerkt door een rossige kleur.
Vleesetende planten Insecteneters Dieren en mensen eten planten. Maar het gebeurt ook dat planten dieren eten. Deze planten noemen we vleesetende planten. Vleesetende planten groeien op plaatsen waar de grond arm is. Anders dan mensen en dieren kunnen planten niet op zoek naar voedsel. Ze staan met hun wortels in de grond verankerd. Groene planten maken zelf hun voedsel. Van water en kooldioxide (een gas uit de lucht) maken ze dankzij hun bladgroenkorrels onder invloed van zonlicht suiker. Ook de vleesetende planten doen dat. Maar behalve suiker heeft een plant ook mineralen en andere voedingsstoffen nodig om gezond te blijven. Zoals wij vitamines nodig hebben, heeft een plant `voedingsstoffen` nodig. Die haalt hij met de wortels uit de grond. In sommige gebieden zoals zand-, heidegronden en moerassen zijn weinig voedingsstoffen in de grond te vinden. Vleesetende planten die daar leven lokken daarom insecten in de val. Hun voedingsstoffen komen dan vanzelf naar ze toegevlogen! Snoepen De meeste vleesetende planten zijn beker- of kelkvormig. Aan de rand bij de ingang zitten klieren die nectar maken: een zoete, geurende vloeistof waardoor insecten worden gelokt. De insecten gaan de beker in, op zoek gaan naar nóg meer lekkers. Daar belanden ze in een waterbad waaruit ze niet meer kunnen ontsnappen. De binnenkant van de wand is zó glad en glibberig dat de insectenpootjes er geen grip op hebben. Ze verdrinken. De vloeistof in de beker bevat bacteriën of verteringssappen. Die werken in op het insect, net als maag- en darmsappen bij mensen en dieren.
Vliegen Als een vogel in de lucht Dat vogels goed kunnen vliegen hebben ze te danken aan verschillende factoren. We bekijken ze even van nabij.Een vogel heeft veren Vogels zijn bedekt met veren. Een volwassen zwaan bijvoorbeeld heeft er meer dan 25 000. Deze veren zijn niet alleen licht maar ook soepel en zeer sterk. Ze vormen een ideale bedekking. Niet alle veren worden gebruikt bij het vliegen. Hiervoor komen alleen de slagpennen van de vleugels en de staartveren in aanmerking. Omdat deze veren afzonderlijk ingeplant zijn, werken ze zoals de stroken van een zonnegordijn. Wanneer de vogel zijn vleugels omhoog brengt, zetten de veren zich schuin om de weerstand van de lucht te verminderen. Wanneer de vleugels naar beneden gebracht worden, gaan de veren plat liggen om zich beter tegen de lucht te kunnen afzetten. Een vederlicht skelet Ook de beenderen van vogels zijn aan het vliegen aangepast. De beenderen zijn hol en zitten vol lucht. Wanneer je het skelet van een duif weegt stel je vast dat het slechts één twintigste van haar totale lichaamsgewicht bedraagt. Het skelet van een mens daarentegen bedraagt één vijfde van zijn totale lichaamsgewicht. Sterke vliegspieren Om hun vleugels in beweging te brengen beschikken vogels over zeer krachtige vliegspieren. Deze bevinden zich op de borst. Deze twee spieren alleen vertegenwoordigen meer dan één zesde van hun totale lichaamsgewicht. De borstspieren zijn in verhouding 10 tot 20 maal groter dan de borstspieren van Arnold Schwarzenegger.
Vlinders en motten Dank zij hun schitterende kleuren behoren de vlinders tot de mooiste dieren ter wereld. We kennen de vlinder beter dan de mot, omdat de vlinder overdag actief is en de mot `s nachts. Toch zijn er meer dan 15 000 soorten vlinders. Samen vormen ze de insectengroep Lepidoptera. Het leven van de mot en de vlinder bestaat uit vier fasen: ei, rups (larve), pop en geslachtsrijpe vlinder. De overgang van de ene naar de andere fase heet metamorfose. De vlinder en de mot zijn planteneters en leven overal waar planten groeien, behalve in erg koude gebieden. Sommige vlinders, zoals de rode admiraalvlinder, houden een winterslaap. Andere, zoals het gamma-uiltje, leggen grote afstanden af om aan voedsel te komen. Sommige vlinders en motten zijn schadelijk: rupsen die de kool in de groententuin aanvreten en motten die natuurlijke vezels in kleding opeten. Van eitje tot larve Vlinders leggen hun eitjes op of naast een voedselvoorraad, zodat de larven meteen aan tafel kunnen als ze uitkomen. Sommige eitjes komen alleen uit als het warmer wordt na een periode van kou. Meestal duidt dat op het voorjaar en kunnen de hongerige larven zich te goed doen aan de weer groeiende planten. Van larve tot pop Voor de laatste vervelling stopt de larve met eten en verandert hij van kleur. Hij zoekt een veilige plaats en verpopt zich. Met zijden draden die uit de spinselklieren in het achterlijf komen, hecht hij zich vast aan een tak. Veel larven maken ter bescherming een zijden cocon. Er zijn ook larven die zich in een blad wikkelen dat ze met behulp van hun kaken met zijde dichtnaaien.
Vogelbekdier Dit is toch wel één van de vreemdste diersoorten die je op aarde kunt terugvinden. Dit merkwaardige dier heeft immers wel iets van drie andere bekende dieren: de snavel van een eend, het lijf van een otter en de staart van een bever. Een vogelbekdier is vooral terug te vinden in de rivieren van Australië. Hij is zo`n 60 cm lang, weegt 1 à 2 kilogram en kan tot 17 jaar oud worden. Levensloop Omdat een vogelbekdier behoort tot de groep van de snaveldieren, wil dit zeggen dat het dier eieren legt, wat toch merkwaardig is voor een zoogdier. Van de 4237 verschillende soorten zoogdieren zijn de miereneter en het vogelbekdier de enige die eieren leggen zoals een vogel. Eenmaal wanneer de jongen uit het ei zijn, worden ze gezoogd. In de paartijd slapen mannetje en vrouwtje apart: het vrouwtje nestelt zich in een privé-hol, waar ze zal baren en haar jongen zal grootbrengen. De eieren, die ze legt, mogen niet uitdrogen. Daarom is het belangrijk dat er natte bladeren worden aangebracht, om de eieren mee te bedekken. Om zich te beschermen tegen eventuele `rovers`, maakt ze verschillende barrières in de tunnel naar haar hol. Ze maakt om elke meter een aardwal, van zo`n 15 cm hoog, die ze stevig aanklopt met de staart. Wanneer er een indringer is, zal hij op de eerste afscheiding stuiten en die proberen te doorbreken, maar na enkele afscheidingen laat hij de moed zakken en druipt dan maar af. Weet dat een tunnel wel 33 meter lang kan zijn! Een vogelbekdier legt meestal 2 à 3 eieren, die rubberachtig aanvoelen, net zoals bij reptielen.
Vogeltrek Vogels zijn eigenlijk maar vreemde wezens die wij niet zo goed begrijpen. De hele dag zijn ze druk in de weer. Nest bouwen, broeden en zichzelf en jongen van eten voorzien. Soms zelfs twee of drie keer per jaar. En dan op een dag dan zijn ze er plotseling niet meer. Waarom zijn ze nu die speciale dag vertrokken? Velen vertrekken al wanneer het nog hartje zomer is. Eten is er nog genoeg en het is bij ons de warmste tijd van het jaar. Vragen genoeg om even bij stil te staan. Vragen waarop ook de geleerden altijd nog geen duidelijk antwoord hebben. Trekvogels Vogels die het hele jaar op dezelfde plaats blijven noemen we standvogels. Vogels die wegtrekken uit hun broedgebied naar een `winterkwartier` noemen we trekvogels. Bij aanvang van het volgende broedseizoen komen deze trekvogels uit hun overwinteringgebied terug naar hetzelfde broedgebied. Onze spreeuwen bijvoorbeeld overwinteren in Zuid-Engeland en zwaluwen in Zuid-Afrika, die moeten een afstand van circa 10.000 kilometer afleggen. Van Noord- naar Zuidpool De recordhouder in lange afstand vliegen is de Noordse stern. Deze vogel broedt binnen de Noordpoolcirkel en overwintert in het Zuidpoolgebied. Hij heeft dan een afstand van circa 18.000 kilometer afgelegd. Dus wanneer hij weer terugvliegt naar het eigen broedgebied mogen we zeggen dat de vogel in bijna een jaar tijd de wereld is rondgevlogen! Waardoor ontstaat de drang om te trekken ? Het ontstaan van de trekdrang is e
Voorraadpot Na de laatste ijstijd werd het klimaat langzaam warmer. Dit betekende een grote verandering voor de mens. Het milde klimaat zorgde ervoor dat gewassen gingen groeien en nieuwe dieren onze streken opzochten. Ook de bevolking nam toe en dit zorgde voor een voedseltekort. Op dieren jagen en gewassen eten die de natuur de mens bood, volstonden niet meer. Door de uitvinding van de landbouw en de veeteelt loste de mens dit probleem op. De zwervende mens werd landbouwer met een vaste verblijfplaats. Voor het verzamelen van granen en vruchten vervaardigde hij potten uit klei. Waarvoor werden ze gebruikt ? Voor de mens het vuur beheerste at hij zijn vlees rauw. Pas later ontdekt hij dat gekookt voedsel en geroosterd vlees lekkerder zijn. Hij gaat zijn voedsel in grote potten koken. Deze kookpotten hadden een dikke wand zodat ze tegen de hitte konden.De potten werden ook gebruikt om zaden en vruchten in te bewaren. Pottenbakkers aan het werk De prehistoriche mens bakte twee soorten voorraadpotten: de verzamelpotten en de kookpotten. Verzamelpotten hadden een dunne wand en werden gebakken in een overdekte kuil die van de lucht afgesloten werd. Hierdoor kleurden de potten zwart.Kookpotten hadden een dikke rand en werden in een open vuur gebakken zodat ze roodbruin kleurden.In de eerste nederzettingen had ieder zijn eigen specialiteit. Zo was de één goed in het bewerken van dierenhuiden en de ander in het vervaardigen van werktuigen. Elke nederzetting had zo ook zijn eigen pottenbakker die de hele gemeenschap van aardewerk voorzag.
Vos De vos is een familielid van onze huishond. Met zijn grote ogen en lange snorharen is het de meest katachtige van de hondenfamilie. De prachtige rode tot bruingrijze vacht, plus de dikke staart met vaak witte punt, maken de vos tot één van onze mooiste zoogdieren. Al eeuwenlang staat Reintje in een kwade reuk en wordt hij uitgemaakt voor sluwe bedrieger en kippenrover. Nog steeds denken velen er zo over, hoewel we intussen beter kunnen weten. Met behulp van het onderzoek dat op veel plaatsen verricht is naar de leefwijze van de vos, valt een heel wat aardiger beeld te schetsen van ons grootste roofdier.Een vos is niet veel groter dan een flinke kat, hoewel hij door zijn lange vacht en dikke staart vooral `s winters bedrieglijk groot kan lijken. Van neuspunt tot staartpunt is hij ongeveer een meter lang. De staart neemt daarvan veertig centimeter voor zijn rekening. Volwassen mannetjes wegen gemiddeld 6,5 kilo, vrouwtjes 5,5 kilo. Bij de geboorte is een jonge vos ongeveer honderd gram zwaar. In drie tot vier maanden tijd groeit hij op tot het gewicht van de volwassen vos.Vossen houden er een `territorium` op na. Dat betekent dat een gebied waar vossen leven volledig is opgedeeld in kleine stukjes. In elk daarvan zijn één mannetje en zijn vrouwtje heer en meesteres. Het afbakenen van een eigen gebied is nodig om het hele jaar door voldoende voedsel te kunnen vinden. Een vos verlaat zijn territorium enkel in heel uitzonderlijke gevallen.Zoals eerder reeds gezegd heeft de vos de kwalijke reputatie een kippenrover te zijn.
Vuistbijl De eerste mens werkte uitsluitend met de handen. Al snel ontdekte hij dat het makkelijker was met een stok vruchten te pletten of het vlees van een bot te schrapen. Omdat stokken niet zo stevig waren vervaardigde hij een stevig werktuig uit steen: de vuistbijl. Bewerken van stenen De natuurlijke vorm van een steen is meestal afgerond. Zo`n afgeronde vorm is onbruikbaar als werktuig. Om stenen als werktuigen te kunnen gebruiken was het noodzakelijk deze te bewerken tot ze de gewenste vorm hadden. De stenen dienden scherp gemaakt te worden. De mens deed dit door er stukken af te slaan. Aan één kant of aan meerdere kanten. Hoe meer een steen bewerkt was, hoe meer de mens ermee kon aanvangen. Men gebruikte vooral silex. Deze steensoort had het voordeel erg hard te zijn en je kon er makkelijk stukken afslaan.De eerste vuistbijlen werden vooral gebruikt om dieren te doden, vlees in brokken te snijden, botten te breken, wortels op te graven, ... Werktuigen en wapens Meer en meer evolueerde de mens van een planten- naar een vleeseter. Hij maakte vooral jacht op rendieren. Die lieten zich niet zomaar vangen met stokken of vuistbijlen. Daarom vond de mens de speer en de hakbijl uit.De speer Op een bepaald ogenblik moet de mens ontdekt hebben dat een stok met een scherp uiteinde een doeltreffend wapen was. Door op een onbuigzaam stuk dierenbeen een klein en scherp stukje vuursteen te plaatsen maakte hij een nieuw en handig wapen: de speer. Dit wapen maakte de mens ook minder kwetsbaar want nu kon hij doden van op afstand.
Vulkanen Eerst dit De aarde bestaat uit drie delen: de aardkorst, de mantel en de kern.Het hart van de aarde noemen we de kern. Deze kern bestaat uit vloeibaar magma (> 2500°C). Daaromheen ligt de mantel. De mantel is opgebouwd uit gesteente dat voortdurend in beweging is. Aan de buitenzijde vinden we de korst. Deze korst vormt geen geheel maar bestaat uit naast elkaar liggende platen. Waar de platen mekaar raken vinden we breuken. Het is op deze breuklijnen dat we veel vulkanen aantreffen. Hoe werkt een vulkaan ? Elke vulkaan heeft een krater. Je kunt dit vergelijken met een enorme buis of pijp. Deze pijp is verstopt met stenen en puin (lavaprop). Zo wordt een natuurlijke kurk op de kraterpijp gevormd. Het hete magma in de aarde is voortdurend in beweging. Hierdoor ontstaat er binnen in de vulkaan een zeer grote druk die ervoor zorgt dat de lavaprop met een enorme kracht uit de krater geduwd wordt. Soms is deze uitbarsting zo sterk dat de ganse top van de vulkaan weggeblazen wordt. Bij een explosie worden stenen en as meters hoog de lucht in geslingerd. Omdat het as zo licht is wordt het soms kilometers ver verspreid om dan zachtjes op de grond neer te vallen. Dit noemen we de asregen. Als de prop uit de kraterpijp is stroomt het magma vrij naar buiten. Vanaf het moment dat het magma het aardoppervlak raakt noemen we het lava. Lava heeft een temperatuur die tussen de 600 en 1200°C ligt. Hierdoor schroeit het alles wat het op zijn weg tegenkomt weg. De bovenste laag koelt snel af maar de onderste blijft doorstromen.
Vuur De mens heeft het vuur niet uitgevonden hij heeft ontdekt hoe hij het kon gebruiken. Deze ene ontdekking heeft er meer toe bijgedragen om hem boven een dierlijk bestaan te verheffen dan alle andere. Het vuur was het eerste middel waardoor hij minder afhankelijk werd van zijn omgeving. Het werd de grondslag voor de hele latere techniek en is tot op de dag van vandaag nog steeds onmisbaar. De ontdekking Vuur is een verschijnsel dat in de natuur veel voorkomt. Denken we maar aan vulkaanuitbarstingen en bliksemstralen die op een natuurlijke wijze vuur voortbrengen. De primitieve mens nam dit natuurverschijnsel waar en het viel hem natuurlijk ook op dat het warmte en licht gaf.Hij beschouwde het vuur als een duivel die dingen kon `verslinden`. Iets wat beweegt en eet moest ook leven. Daarom maakte de eerste mens van het vuur een god. Tegelijkertijd besefte hij ook dat hij die god voor zich kon laten werken. En dat wanneer hij een vuur van brandstof voorzag hij het in zijn macht kon houden. Toen de mens eenmaal wat vuur bemachtigd had - misschien een brandend takje opgeraapt tijdens een bosbrand - hield hij het brandende door er af en toe wat nieuwe takjes op te gooien. Zelf vuur maken In het begin wist de prehistorische mens niet hoe hij vuur moest maken, dus stal hij het van vuren van de natuur zelf. Als hij van de ene plaats naar de andere trok moest hij de gloeiende stukken zorgvuldig vervoeren. Doofde het vuur dan moest hij wachten tot de natuur hem nieuw vuur gaf.
Vuurwerk Geschiedenis van het vuurwerk Niemand weet wie het eerst de scheikundige stoffen mengde die buskruit vormen. We weten alleen met vrij grote zekerheid dat het eerste buskruit in China gemaakt werd. De samenstelling ervan wordt het eerst genoemd in een Chinees boek dat ongeveer in het jaar 1044 werd geschreven. Het is best mogelijk dat de Chinezen al veel eerder buskruit gebruikten. Zij waren heel bedreven in het maken van vuurwerk. Zo deden ze vele proeven om verblindend mooie kleuren en snelle raketten te krijgen. Tussen de vuurwerkmakers heerste een grote wedijver waarbij ieder zijn eigen formules had en deze voor de anderen geheim hield. Daarom is het mogelijk dat deze oude Chinese scheikundigen de bereidingswijze van buskruit allang hadden ontdekt voordat ze in 1044 werden opgeschreven. Europa ontdekt het buskruit In de 14de eeuw maakt een Duitse monnik, Berthold Schwarz, een mengsel van enkele scheikundige stoffen waardoor een deel van het klooster de lucht in vloog. Vele geschiedkundigen zijn het erover eens dat hij , evenals de Chinezen, de juiste verhouding ontdekte tussen de stoffen salpeter, zwavel en koolstof en alzo buskruit maakte. Bewijzen zullen we dit nooit kunnen vermits deze ontploft zijn.Waar het buskruit ook vandaan is gekomen, het was duidelijk voor de onderzoekers dat ze een uitvinding gedaan hadden waardoor een geweldige kracht kon ontwikkeld worden. Buskruit en oorlog Buskruit werd het eerst gebruikt bij het vervaardigen van wapens. Het is beschamend dat vele van onze mooiste uitvindingen eerst gebruikt werden voor de oorlogvoering.
Water Iedereen weet wat water is. We kunnen het uit de kraan laten stromen om het te drinken of om iets schoon te maken. Maar wist je dat bijna 70 procent van de aarde bedekt is met water? En dat we zonder water niet kunnen leven? Misschien denk je er niet aan, maar water is één van de balangrijkste dingen op aarde. Water komt in drie verschillende vormen voor. De eerste, vloeibaar, is de meest bekende en meest voorkomende op onze aarde. Het komt voor als kraanwater, maar ook water in rivieren, meren en zeeën. De vloeibare fase van water ligt tussen 0 °C en 100 °C. Op 100 °C heeft water zijn kookpunt liggen. Vanaf dat punt bestaat een andere fase van water. Deze fase heet stoom. Als stoom een temperatuur onder de 100 °C heeft, condenseert het. De stoom verandert dan weer in vloeibaar water. Het vloeibare water wordt een vaste stof bij een temperatuur onder 0 °C. Deze derde fase van water wordt ijs genoemd. Als vloeibaar water ijs wordt, heet dit bevriezen. Als ijs vloeibaar wordt, heet dit smelten. Je kunt water ook voelen: water voelt nat. Als water ijs is, kun je het ook zien en voelen. IJs is koud. Als je een ijsblokje in je hand hebt, zal het een beetje smelten. Dat komt door de warmte van je hand. Het vaste water verandert in vloeibaar water. Stoom is niet te zien: het is ontzichtbaar en zweeft door de lucht. De kringloop van het water Het water is voortdurend onderweg. Via rivieren, kanalen, beekjes. Maar ook onder de grond stroomt het van de berg naar de zee. Het water verdampt door de zon. Waterpolo Waterpolo (polo [Indisch dialect] = bal), is een balspel dat in het water gespeeld wordt door twee ploegen van elk zeven spelers. Iedere ploeg beschikt over nog eens zes wisselspelers. Het speelveld is 25 tot 30 m lang en 15 tot–20 m breed. De diepte van het water bedraagt ten minste 1,80 m. Aan beide korte zijden van het veld is een doel geplaatst (90 cm hoog, 3 m breed). Spelregels Het team dat de meeste doelpunten scoort is winnaar. De bal heeft een omtrek van 68 tot 71 cm en weegt ongeveer 450 g. De bal mag niet met twee handen worden gespeeld. Doelpunten kunnen met elk lichaamsdeel worden gemaakt, behalve met de gesloten vuist. Beide teams trachten één of meer spelers in een kansrijke positie voor het vijandelijk doel te brengen of aan te spelen. Daarbij dienen zij de buitenspelpositie te vermijden. Een aanvaller zwemt in buitenspelpositie wanneer hij zich binnen het 2 m-gebied voor het vijandelijk doel bevindt, tenzij hij daar zelf met de bal gekomen. Lichte overtredingen worden gestraft met een vrije worp voor de tegenpartij. Zware overtredingen met een strafworp indien zij in het 4 m-gebied voor het eigen doel worden begaan. Ernstige overtredingen hebben bovendien uitsluiting van de overtreder tot gevolg voor de duur van 20 seconden. Indien de tegenpartij intussen een doelpunt maakt duurt de straftijd niet zo lang. Wie drie ernstige overtredingen begaat, wordt definitief uitgesloten. De doelverdediger mag in tegenstelling tot de veldspeler de bal met twee delen van het lichaam gelijktijdig of met de vuist aanraken.
Waterzuivering Huishoudelijk afvalwater Dagelijks gebruiken we zo`n 120 l water. Slechts 3 l is drinkwater. De rest gebruiken we om onze kleren te wassen, het huis te poetsen, ... Al dat afvalwater komt erg vervuild in onze rioleringen terecht. Rioolstelsel Rioleringen zorgen ervoor dat ons afvalwater weggevoerd wordt.1. Aan het begin van de afvalstroom vinden we gemeentelijke rioleringen die verbonden zijn met collectoren. De riolering werd aanvankelijk ontworpen om ons afvalwater weg te voeren.2. De collector. In een collector komen verschillende rioleringen samen. 3. Het overstort. Bij hevige regenbuien kan de te transporteren waterhoeveelheid zodanig toenemen dat een `overstort` in werking treedt. Het verdunde rioolwater wordt niet langer naar de zuiveringsinstallatie afgevoerd, maar rechtstreeks geloosd in een waterloop.4. In een rioolwaterzuiveringsinstallatie wordt het afvalwater op natuurlijke wijze gezuiverd. Het gezuiverde water stroomt terug naar de waterloop.5. Rietveld. Sommige huizen kunnen door hun ligging niet op het rioleringsnetwerk aangesloten worden. Waterzuivering op kleine schaal (rietveld) is dan de oplossing. Waterzuiveringsinstallatie Om het afvalwater opnieuw zuiver te krijgen ondergaat het bevuilde water verschillende bewerkingen:1. Voorzuivering (1) Het afvalwater doorloopt eerst een voorzuivering. Grof afval zoals takjes, steentjes, vet en zand wordt op mechanische wijze verwijderd. Het afvalwater komt toe in de influentput en wordt vervolgens opgepompt door vijzels.
Weefgetouw Het is niet eenvoudig om juist te bepalen wanneer mensen begonnen zijn met kleren te dragen. Wat we wel weten, vondsten in Zwitserland tonen dit, is dat in onze streken omstreeks 5000 v.Chr. al stoffen geweven werden. Voor die tijd hulde de mens zich in dierenhuiden. Maar door het ontstaan van landbouw en veeteelt verkregen ze grondstoffen die nodig waren om kleren te vervaardigen: wol, hennep, vlas, ... Door de technische vooruitgang werd het stilaan mogelijk prachtige stoffen en kleren te maken, die bij de dure smaak van de Keltische adel pasten. Wat is weven ? Weven is niets meer dan draden over elkaar slaan om een plat en sterk weefsel te krijgen. Zo kun je allerlei soorten weefsels maken: zeilen, stoffen voor kleren, riemen, visnetten, ... Het begin De oudste vorm van weven was de eenvoudigste. Er werd een raam van takken op de grond gelegd waarover draden van de ene tak naar de andere gespannen werden. Dat waren de scheringdraden. Daarna werden de inslagdraden in een rechte hoek tussen de scheringdraden gespannen. Eén keer erboven en één keer eronder.Een nog eenvoudigere vorm was het vingerweven. Hiervoor was geen houten raam vereist. De scheringdraden waren aan één kant van een boomstam vastgemaakt. Aan de andere kant waren ze om het middel van de wever geknoopt, die met de inslagdraden werkte. De verdere ontwikkeling Later ontstond het verticale weefgetouw. De scheringdraden werden boven aan een horizontale houten boom of kettingboom bevestigd. De kettingboom kon bewegen zodat de wever de stof kon oprollen naarmate het werk vorderde.
Wereld Natuur Fonds De mens heeft ervoor gezorgd dat de natuur de laatste eeuw zeer sterk is achteruit gegaan. Vele planten en dieren stierven op zeer korte tijd uit. Gelukkig heeft de mens ook ingezien dat dit zo niet verder kan. Om er iets aan te doen werden een aantal natuurorganisaties opgericht. Eén van deze organisaties is het Wereld Natuur Fonds. Wat is het WNF ? Wereld Het WNF heeft afdelingen in 27 verschillende landen over gans de wereld verspreid. Het is dus een wereldwijde organisatie.NatuurHet WNF zet zich in voor de bescherming van de natuur. Het liefst houdt de organisatie zich bezig met het beschermen van grote natuurgebieden zoals bv. de tropische regenwouden.FondsDit alles kost veel geld. Daarom zamelt het WNF ook geld of fondsen in om hun projecten te bekostigen. Wat wil het WNF ? Het Wereld Natuur Fonds streeft drie belangrijke doelstellingen na:- ruimte voor de natuur (er moet overal voldoende natuur komen),- alleen duurzaam gebruik voor de natuur (de mensen mogen de natuur gebruiken zonder er schade aan aan te richten),- een gezond milieu, een gezonde natuur (geen vervuiling). Wat doet het WNF ? Het WNF beschermt de natuur op verschillende manieren. Er worden projecten georganiseerd om de natuur te beschermen. Zo heeft het WNF 700 verschillende projecten lopen. Geschiedenis van het WNF ? Natuurbescherming bestaat nog niet zo heel lang. Pas in 1872, met de oprichting van het Yellowstone Park in de Verenigde Staten, kwam natuurbescherming op gang.In 1948 besloot een groepje wetenschappers dat er dringend iets aan de vernietiging van de natuur gedaan moest worden.
Wezel De wezel behoort tot de familie der marterachtigen, net als de hermelijn, de bunzing, de nerts, de boom- en steenmarter. De wezel is het kleinste roofdier van Europa. De vrouwtjes zijn een stuk kleiner dan de mannetjes. Ze zijn zelfs zó klein, dat ze muizen tot in hun gangenstelsels kunnen achtervolgen.Het lichaam van de wezel is slank en langgerekt met korte poten en een korte staart. De rug is bruin en de buik wit, met een onregelmatige afscheidingslijn. Soms zijn de voetjes wit. De staart van de wezel is kort en geheel bruin. Leefgebied De wezel komt voor in heel Europa, behalve in Ierland. Ook in ons land vind je hem.Wezels leven overal waar muizen voorkomen. Ze zoeken graag dekking onder houtstapels of heggen. Ook bewonen ze vaak oude holen van muizen, ratten en konijnen. Een goede schuilplaats en de aanwezigheid van voldoende voedsel zijn de enige eisen die de wezel aan zijn omgeving stelt. Leefwijze De wezel is zowel overdag als `s nachts actief. Hij leeft alleen (solitair), behalve in de voortplantingstijd. De paring kan het gehele jaar door plaatsvinden, maar valt meestal in de periode februari-april. De draagtijd is ongeveer zes weken. Meestal worden de jongen in mei geboren. Het wijfje werpt dan vijf tot zeven jongen per worp. Soms is er dan nog een tweede worp. Na twee tot drie maanden zijn de jongen zelfstandig.De grootte van de leefgebieden van de wezels varieert van 1 tot 25 hectare. Wezels doorkruisen hun leefgebied regelmatig en slapen op verschillende rustplaatsen in dat gebied.
Wiel Het wiel dat om een as draait lijkt een eenvoudige uitvinding, maar toch is het één van de vernuftigste die de mens ooit gedaan heeft. Meer dan dat: het wiel veroorzaakte een ware revolutie. De ontdekking Wie de uitvinder van het wiel was is onbekend. Het is een uitvinding die geleidelijk tot stand kwam. Stap voor stap, in een hele lange periode werd zij gedaan. Het was het resultaat van het werk van vele mensen en beschavingen.De echte wielen verschenen zo`n 5000 jaar geleden in de landen rond de Middellandse Zee. De eerste, primitieve wielen zijn gevonden in de overblijfselen van Assyrische, Babylonische en Egyptische beschavingen. Het is mogelijk dat het wiel tegelijkertijd in deze drie gebieden is uitgevonden. De eerste stappen in de ontwikkeling van het wiel De eerste stap kwam met de uitvinding van de om een spil draaiende deur. Men had in die tijd nog geen scharnieren. De deuren draaiden door middel van pennen aan de boven- en onderkant die in gaten in de omlijsting en de vloer draaiden. Het idee - een pen die in een gat draait - lag niet ver van het idee van het wiel zelf.Het gebruik van deze deuren leidde tot de uitvinding van het pottenbakkerswiel. Het was een stenen schijf met een ronde bult aan de onderkant die in een komvormige uitholling van een tweede steen rustte. Hoewel dit geen echt wiel was - het draaide nog niet vrij om een as - was het de laatste stap voordat het wiel werd uitgevonden.Het echte wiel verscheen zo`n 3000 jaar v. Chr. Ze waren vervaardigd uit hout en bestonden niet uit één stuk.
Wilde zwijn Wilde zwijnen leven vooral in de bossen van Noord-Afrika en Europa. In Nederland kun je wilde zwijnen tegenkomen op de Veluwe en in Limburg. In België zijn het dan weer de Ardennen waar we wilde zwijnen aantreffen.Onze huisvarkens stammen af van de wilde zwijnen. Als je een varken en een wild zwijn met elkaar vergelijkt, zul je zien dat ze best veel op elkaar lijken. Het meest opvallend is natuurlijk dat ze allebei een grote platte snuit hebben, waarmee ze in de grond kunnen wroeten.Wilde zwijnen nemen net als onze huisvarkens graag een modderbad. Het bad maken de wilde zwijnen zelf. Ze graven een ondiepe kuil en bekleden deze aan de binnenkant met mos of gras, zodat er water in blijft staan. Het laagje modder dat na het baden op de huid van de wilde zwijnen achterblijft, biedt bescherming tegen muggen en vliegen. De huidparasieten drogen op in het modderlaagje en vallen van de huid af als de wilde zwijnen tegen een boom schuren. Wintervacht Omdat wilde zwijnen in de winter extra dik behaard zijn, hebben ze niet zo snel last van de kou. De haren zijn in de winter veel langer en veel donkerder dan in de zomer. Bovendien zit er onder die lange, donkere haren een dikke, taaie ondervacht. Daaronder zit ook nog eens een flinke laag spek. Als het lente wordt, vallen de winterharen uit. Daarvoor in de plaats komen kortere haren, die een stuk lichter van kleur zijn. Alleseters Wilde zwijnen zijn alleseters. Al wroetend en gravend speuren ze in de bosbodem naar knollen en wortels van planten.
Willem van Oranje Willem van Oranje werd in 1533 geboren op de Dillenburg, het kasteel van de familie Nassau, in het Duitse rijk. Zijn vader en moeder waren graaf Jan van Nassau en gravin Juliana van Stolberg. Willem kreeg later nog een paar broers. De achternaam Oranje kreeg hij in 1544 door een erfenis van een oom, die kinderloos stierf. Die oom was heer van het prinsdom Orange, een streek in Frankrijk. De familie Nassau had ook bezittingen in de Nederlanden. Daarom behoorde prins Willem in de Nederlanden tot de hoge edelen. Naar Brussel Over de Nederlandse gewesten regeerde keizer Karel V. Omdat Willem van (Oranje) Nassau tot de belangrijkste Nederlandse edelen behoorde, wilde de keizer dat de jonge prins Willem aan het hof in de hoofdstad Brussel werd opgevoed. Willem was pas elf jaar toen hij het familiekasteel de Dillenburg met zijn vader en moeder en zijn broers verliet. Willem moest zich voorbereiden op een belangrijke positie in de Nederlanden. Aan het hof In Brussel kreeg de jonge Willem les in krijgskunde en politiek. Ook maakte hij met de landvoogdes (die in naam van de keizer over de Nederlanden regeerde) een rondreis door het gewest Holland. Zo leerde hij belangrijke edelen in de Nederlanden kennen, zoals bijvoorbeeld graaf Egmont en graaf Horne. Verdeeld geloof In 1555 werd Karel V opgevolgd door zijn zoon Filips II. De koning woonde voornamelijk in Spanje. Vandaar uit regeerde hij over zijn uitgestrekte rijk. Ook Amerika hoorde daarbij. Filips II maakte zich grote zorgen over het groeiend aantal protestanten in de Nederlanden.
Winterkoninkje Kenmerken Het winterkoninkje is een klein (8 cm), rond, levendig, donkerbruin vogeltje met opgewipt stomp staartje. De flanken zijn dwars gestreept. Van al onze zangvogels is deze kleine rakker de grootste lawaaimaker. Hij waarschuwt veel en luid. Habitat of woongebied Winterkoninkjes leven in bosrijk gebied, tuinen, landbouwgebied, droge en natte heide en rotsachtige streken. Voeding Het hoofdvoedsel van winterkoningen bestaat uit insecten, spinnen en ook slakken, die in de winter moeilijk bereikbaar zijn. Waarschijnlijk zullen zij bij schaarste daarvan slechts uit nood overgaan op het nuttigen van zaden en bessen en die gebruiken als bijvoedsel. Broedgedrag Het mannetje bouwt een aantal bolvormige nesten van bladeren, droog gras en mos, met een ingang opzij bovenaan, in heggen, klimop, boomstronken, schuurtjes of zelfs in oude nesten van andere vogels. Het wijfje kiest er één uit en voert dit van binnen met veertjes. Gewoonlijk bestaat het legsel uit 5 à 8 witte eieren. Het wijfje broedt de eieren in 2 weken uit. Het mannetje helpt het wijfje met het voeren der jongen. Vaak komt het voor dat een mannetje meerdere vrouwtjes heeft welke tegelijkertijd zitten te broeden. Dit fenomeen is echter afhankelijk van het aanbod aan insecten welke zich in het territorium van het mannetje bevinden.
Winterslaap Tijdens de koude wintermaanden hebben mensen en warmbloedige dieren extra energie nodig om hun lichaam op temperatuur te houden. Deze extra energie halen ze uit hun voedsel. Omdat in de winter het voedsel schaars is trekken sommige dieren naar het zuiden om te overwinteren. Anderen zoals egels en vleermuizen blijven in ons land en houden een winterslaap. Ze trekken zich terug in hun warme nesten en holen en slapen de winter door. Bij een echte winterslaap staan hun lichaamsprocessen bijna volledig stil. Het hart klop zeer traag en de ademhaling is heel langzaam. Daardoor daalt hun lichaamstemperatuur tot een paar gaden boven de buitentemperatuur. Bij sommige dieren zoals de hamster is dit zelfs 0° C. Als het buiten echt gaat vriezen, zorgen chemische reacties in het lichaam van het dier ervoor dat het niet dood vriest. Voor dieren aan een winterslaap beginnen hebben ze tijdens de herfst een vetlaag opgebouwd die ervoor zorgt dat ze tijdens de wintermaanden kunnen overleven. Sommige dieren verliezen tijdens hun winterslaap de helft van hun gewicht. Zomerslaap In warme en droge streken (woestijnen) houden dieren een zomerslaap. Tijdens het hete en droge seizoen zouden ze de hitte anders niet overleven. Voordat de zomerslaap begint verzegelen slakken bijvoorbeeld de opening van hun slakkenhuis met een laagjes slijm dat door de hitte hard wordt. Ze hechten zich vast op grasstengels en kruipen kort tegen elkaar. Zo zijn ze veilig voor hun vijanden die op de grond leven. Torpiditeit Dieren die alle dagen heel veel energie gebruiken (vleermuizen, kolibri`s, .
Woestijn Eén vijfde deel van de aarde bestaat uit woestijn. Voor mensen en dieren die er wonen is het leven erg zwaar omdat er nauwelijks voedsel en water te vinden is. Er valt weinig regen omdat de lucht er warm is en er zich geen wolken kunnen vormen. De heldere hemel zorgt voor een verschroeiende hitte overdag maar ook voor vrieskou `s nachts. Er zijn immers geen wolken om de warmte `s nachts vast te houden. Niet elke woestijn bestaat uit zand. Sommigen zijn bezaaid met stenen.Er kunnen ook nieuwe woestijnen ontstaan: in een gebied waar steeds grote droogte heerst of waar mensen te veel bomen kappen en het vee alles kaal vreet. Op die manier veranderde rond 1970 het Sahelgebied in Midden-Afrika in een woestijn. Fauna en flora Op het eerste zicht lijkt het alsof er in een woestijn niets leeft. Toch leven er allerlei soorten planten en dieren zoals insecten, reptielen, zoogdieren en zelfs vissen. Woestijnen zijn de droogste plaatsen op aarde. Soms valt er minder dan 100 mm neerslag per jaar. Woestijndieren hebben zich in de loop der tijden perfect aan dit droge klimaat aangepast. Zo kunnen kamelen bijvoorbeeld zeer lange tijd zonder water. Andere dieren hebben dan weer genoeg aan het water dat in planten en dieren aanwezig is. We kennen twee soorten woestijnen: hete woestijnen en koude woestijnen. De meeste woestijndieren beschikken over een zeer dikke vacht die hun zowel tegen de warmte als tegen de koude beschermt. Vele van deze dieren beschermen zich tegen de zon en de ijzige wind door holen te graven.
wolf De wolf is vermoedelijk de stamvader van de huishond. Het is een grote hondachtige, met een volle, hangende staart, een brede borst, lange poten en kleine, spitse oren. De kleur van de pels is bruinachtig tot grauwzwart.De wolf wordt 110 - 140 cm groot, heeft een staartlengte van 30 - 40 cm en weegt 30 - 50 kg. Je komt wolven tegen in open landschappen met bossen en gebergten.Wolven leven gewoonlijk in familietroepen die uit een tiental dieren bestaan. Zo`n familie wordt meestal gevormd door het ouderpaar en de jongen van het vorige jaar en van dit jaar. Alleen tijdens de periode dat de welpen worden grootgebracht blijven ze op dezelfde plaats. Anders zijn ze steeds onderweg.Karakteristiek is het gehuil dat de wolf voortbrengt. Hij neemt hiervoor een eigen houding aan en houdt de tonen zeer lang aan. Het gehuil dient om de aanwezigheid van het dier kenbaar te maken en om de leden van een roedel die tijdens de jacht ver zijn afgedwaald, weer bij elkaar te brengen. Voeding Omdat wolven grote afstanden moeten afleggen om hun prooien te achtervolgen hebben ze een groot uithoudingsvermogen en een grote behoefte aan drinkwater. In droge gebieden vinden we dus geen wolven. De wolf jaagt op herten, elanden en reeën. Jongen Van december tot maart is het paartijd bij de wolven. De draagtijd duurt 64 dagen. In een ondergrondse burcht komen, net als bij honden, 3 tot 6 jongen ter wereld. Ze zijn klein en hulpeloos. Na enkele weken komen ze uit het hol en worden dan ook erbuiten door de wolvin gezoogd.
Wolfgang Amadeus Mozart Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791) blijft tot op heden een van de grote figuren van de klassieke muziek. Zijn talrijke werken worden vaak gespeeld en in de hele wereld gewaardeerd. Zijn jeugd De muzikale carrière van de buitengewoon begaafde Mozart begint al op zeer jonge leeftijd. Op zijn eerste rondreis doorheen Europa ontmoet hij de belangrijkste vorsten en de grootste muzikale talenten van zijn tijd. Maar de jonge Mozart moet al snel zijn status als wonderkind overstijgen en bewijzen dat hij ook een begaafd componist is. Op 11-jarige leeftijd keert hij naar Salzburg terug en wijdt hij zich aan zijn studies. Al snel wordt hij bedolven onder opdrachten. Nieuwe reizen kondigen zich aan. Zo maakt hij meerdere rondreizen doorheen Italië. Musicus - dienaar Op 17-jarige leeftijd wordt hij benoemd tot kapelmeester, een functie aan het hof die amper hoger is dan het statuut van een dienaar. Mozart weigert en verlaat Salzburg opnieuw. Hij krijgt de toelating een rondreis te maken door Duitsland en naar Parijs. Maar dit wordt geen succes. Terug in Salzburg neemt hij zijn oude functie weer op, maar zijn relatie met zijn overste, de strenge graaf van Colloredo, verergert. Colloredo laat Mozart niet de minste vrijheid wat de componist ertoe aanzet zijn ontslag in te dienen. Zware beproevingen Mozart is nu wel vrij, maar heeft geen geld. Hij vestigt zich in Wenen en treedt in het huwelijk met Konstanze Weber. Tijdens deze moeilijke periode in Wenen componeert hij enkele meesterwerken.
zeehonden en zeeleeuwen Zeehonden en zeeleeuwen zijn uitstekende zwemmers. De dikke onderhuidse vetlaag en de olieachtige, glanzende vacht houden hen warm in het koude water. Zeehonden zijn zeer onbeholpen eens ze aan land zijn. Zeeleeuwen bewegen zich vrij snel op het land. Ze zitten vaak op rotsen waarbij ze steunen op hun voorvinnen en hun staartvinnen onder het lichaam vouwen. Er zijn meer dan 30 verschillende soorten zeehonden en zeeleeuwen. Zeeleeuwen De meest gekende zeeleeuw is de Californische zeeleeuw. We komen hem dikwijls tegen in het circus. Duizenden van hen leven in het wild langs de kusten van Californië. Ze eten vooral inktvissen, vissen en andere kleine zeedieren. Zeehonden Tijdens het voortplantingsseizoen in het voorjaar en aan het begin van de zomer zijn zeehondenkolonies druk bezette plaatsen. Alle soorten zeehonden en zeeleeuwen komen aan de wal om jongen te krijgen en ze leven dan met honderden bij elkaar. De mannetjes vechten om hun territorium. Eens het territorium is bepaald, komen de zwangere vrouwtjes. Elk vrouwtje krijgt één jong en zoogt het.Zeehonden voeden zich hoofdzakelijk met vis. De walrus De walrus verblijft in de ijskoude Noordelijke IJszee. Mannetjes halen een lengte van wel 3 m. Deze zeezoogdieren hebben sterke voorvinnen die op roeispanen lijken. De kortere achtervinnen hebben weinig kracht. Hun taaie huid is 2 tot 3 cm dik en bedekt met kort haar. Om het jaar krijgen de wijfjes één jong dat gedurende twee jaar bij haar blijft. Walrussen kunnen 40 jaar oud worden.
Zeesterren en zee-egels De kleinste zeesterren zijn ca. 1 cm en de grootste wel 1 m. Ze hebben een centraal lichaam met vijf armen. De zee-egel lijkt op een zeester die zijn armen naar boven vouwt tot de toppen elkaar raken en zo een bol vormt. Zee-egels hebben een uitwendig skelet dat bedekt is met lange stekels. Zeesterren hebben meestal korte stekels die op kleine bolletjes lijken. Zee-egels eten hele kleine plantjes en diertjes die ze op de rotsen en de zeebodem vinden. Zeesterren eten koralen en schelpdieren. Beide bewegen zich voort door een buizensysteem in hun lichaam dat water in en uit honderden voetjes pompt. Deze voetjes stulpen uit door de druk van het water en zo bewegen de dieren zich voort. Elk voetje heeft aan het uiteinde een zuignapje. Door deze zuignapjes te gebruiken kan een zee-egel tegen een verticale rots opklimmen. Zeesterren Het centrale lichaam van een zeester bevat een maag, met de mond aan de onderkant. Vertakkingen van de zenuwen, maag en watervaten gaan naar elke arm. De meeste zeesterren zijn in staat om nieuwe armen aan te maken wanneer een oude afgebroken is. Dit betekent dat ze een arm kunnen achterlaten om aan een vijand te ontsnappen. Binnen een paar weken groeit er weer een nieuwe arm aan.Bij het eten gebruikt de zeester haar armen om schaaldieren open te wringen. Daarna stulpt ze haar maag uit, stopt die in de schelp en verteert het vlees.
Zeevogels Zeevogels vormen geen aparte vogelgroep. Er zijn verschillende groepen die dicht bij de zee leven. De meeste hebben zwemvliezen tussen de tenen, een waterdicht verendek en een scherpe snavel om de glibberige vissen te pakken. Tot de groep van de zeevogels behoren ook alken en zeekoeten, die hun kleine vleugels als roeispanen bij het zwemmen gebruiken. Andere zeevogels zoals albatrossen en stormvogels, hebben lange, slanke vleugels om hoog in de lucht te zweven. Meeuwen en skua`s (reuzenroofmeeuwen) zijn aaseters en eten bijna alles, van dode dieren tot eieren en jongen van andere zeevogels. De grote skua valt vogels in hun vlucht aan, zodat ze hun voedsel laten vallen, wat hij dan opvangt. Jan-van-gents en rotspelikanen duiken van 30m hoogte het water in, naar vis. Pinguïns kunnen niet vliegen maar zwemmen zeer behendig. Broedkolonies De meeste zeevogels brengen hun jongen groot op kliffen en kleine eilandjes. Hun voedsel is dichtbij en de jongen zijn op de steile hellingen veilig voor vijanden. Het lawaai van een zeevogelkolonie is oorverdovend.
Zomereik Er zijn drie soorten eiken: de gewone zomereik, de vrij zeldzame wintereik en de Amerikaanse eik. In onze streken komt de zomereik, Quercus robur, het meest voor. Het is een bladverliezende boom. In de herfst verkleurt het blad roestbruin. De eik groeit heel traag. Naarmate de leeftijd vordert, krijgt de boom pas z`n kenmerkende uiterlijk. Pas dan ook wordt de stam kolossaal van omvang en is de gegroefde structuur van de bast een opvallend kenmerk. De eik kan wel 35 meter of meer hoog worden. De kroonvorm is het beste te omschrijven als een brede, ronde koepel. Bij hoge ouderdom zijn de toptakken vaak kaal. Er ontstaat in de top dan een V-vorm. Deze toptakken zijn dood. Ondanks dit verschijnsel zal de boom dan nog een eeuwigheid kunnen leven.
Zon De Zon is de ster die het dichtst bij de Aarde staat. Dit is nog altijd ongeveer 150 miljoen kilometer. Het licht van de Zon reist met een snelheid van 300.000 kilometer naar de Aarde en is dan ongeveer 7 minuten onderweg voordat wij het zien.
Zonnestelsel Het Zonnestelsel is maar een heel klein onderdeel van het heelal. Het middelpunt is natuurlijk de Zon, en daarom heen draaien de planeten, negen in het totaal, met hun manen, de kometen en nog heel veel klein spul. Alle planeten (Mercurius, Venus, Aarde, Mars, Jupiter, Saturnus, Uranus, Neptunus en Pluto) draaien in dezelfde richting om de Zon, namelijk, van bovenaf gezien, linksom. Hoe verder de planeet weg staat, hoe langer het rondje duurt. Mercurius b.v., de planeet die het dichtst bij de Zon staat, doet er maar 88 dagen over. Pluto echter wel 248 jaar! De planeten zijn ook niet allemaal even groot. Jupiter is veel groter dan de Aarde, maar Pluto is weer kleiner dan de Aarde. Het Zonnestelsel is miljarden jaren geleden ontstaan uit een enorme wolk gas en stof. Deze wolk gas trok samen en daaruit ontstonden de Zon en de planeten. Er bleef ook nog wat `rommel` over, dit werden de kometen, planetoiden en meteoroiden, kleine steentjes en stof die soms in de dampkring verbranden, we zien dan een vallende ster.
Zonsverduistering Wat is het ? Om een zonsverduistering (eclips) goed te kunnen begrijpen moeten we eerst even een kijkje nemen bij onze naaste buur in het heelal: de maan. De maan is een satelliet van de aarde. Dit betekent dat de maan langs een nauwkeurige en welbepaalde baan rond de aarde draait. Net zoals alles op aarde door het licht van de zon beschenen wordt, wordt ook de maan door de zon beschenen.Bij een zonsverduistering bevindt de maan zich tussen de zon en de aarde. Omdat de maan geen zonnelicht doorlaat werpt ze een schaduw op de aarde. Vanaf een aantal plaatsen op aarde is de zonneschijf dan geheel of gedeeltelijk door de maan bedekt. Wat neem je tijdens een zonsverduistering waar ? Eerst neem je een klein deukje in de zon waar. Dit deukje wordt groter. Langzaamaan wordt het donker. Ondertussen daalt de temperatuur. Je krijgt koude rillingen of kippenvel. Als de laatste zonnestraal verdwenen is wordt het stil. Vogels stoppen met fluiten want ze denken dat het nacht geworden is. Corona Bij een totale zonsverduistering kun je tijdens het hoogtepunt van de verduistering de corona van de zon waarnemen. Dit zijn de gassen (helium en waterstof) die rond de zon zweven. Deze gassen zijn anders niet te zien omdat het zonnelicht te fel is. De corona van de zon is erg groot. Het einde van de zonsverduistering Als de maan na ongeveer 2 minuten is opgeschoven en de zonsverduistering ten einde loopt, wordt de hemel weer lichter. In omgekeerde volgorde gaat het nu de andere kant op.
Zoogdieren Drie kenmerken onderscheiden zoogdieren van andere dieren: alle zoogdieren zijn bedekt met haren, ze zogen allen hun jongen met melk en ze hebben allen een uniek soort kaakbeengewricht. Net als vogels zijn zoogdieren warmbloedig. Zoogdieren behoren tot de gewervelde dieren wat betekent dat ze een wervelkolom hebben. Er zijn tegenwoordig ongeveer 4000 soorten waaronder carnivoren (vleeseters), herbivoren (planteneters) en omnivoren (alleseters). Zoogdieren komen bijna overal op aarde voor. Ze leven op het land, in de zee en in de lucht, van de koudste poolgebieden tot de hitte van de woestijn. Placenta-zoogdieren Zoogdieren die zich ontwikkelen in de baarmoeder van het moederdier en hun voedsel via de placenta krijgen, behoren tot deze groep. De placenta is een speciaal orgaan ingebed in de wand van de baarmoeder. Dit orgaan vervoert voedingsstoffen uit het bloed van de moeder naar het bloed van het jong. Door deze voedingsstoffen groeit het jong in de moederbuik. Nadat het jong geboren is, wordt de placenta uitgestoten.Er zijn ongeveer 18 zoogdiergroepen met een placenta (de mens, de olifanten, de hoefdieren, de honden- en katachtigen, het aardvarken, de zeekoeien, de tandenloze zoogdieren zoals de miereneters, de vleermuizen, de primaten, de walvissen, de hazen en konijnen, de insecteneters, de knaagdieren en de toepaja`s). De helft van deze groep bestaat uit knaagdieren en een kwart uit vleermuizen. Het aardvarken vormt een zelfstandige groep. De buideldieren Kangoeroes, wombats, buideldassen,.
Zuid-Amerika Zuid-Amerika ligt ten zuiden van de landengte Panama tussen de Atlantische en de Stille Oceaan. Het continent heeft een oppervlakte van 17,8 miljoen km².Tot aan het begin van de 19de eeuw heersten Spanje en Portugal over bijna gans Zuid-Amerika. De meeste mensen spreken er dan ook Spaans of Portugees.Het Zuid-Amerikaanse continent is zeer uitgestrekt en heeft daarom drie totaal verschillende soorten landschap. In het westen ligt het Andesgebergte dat meer dan 6700 m hoog is. In het noordoosten heerst een vochtig en heet klimaat. Hier liggen ondoordringbare regenwouden. Meer naar het zuiden liggen grote grasvlakten met hier en daar wat struikgewas.Ondanks de natuurlijke rijkdommen behoren de landen van dit continent tot de armste ter wereld. De regeringen zijn zeer wankel en kampen met enorme schulden. Een groot deel van de bevolking kan nauwelijks eten kopen. Velen zijn analfabeet en kunnen lezen noch schrijven. De bevolking bestaat uit drie groepen: de nakomelingen van de Europese kolonisten, de oorspronkelijke Amerikaanse Indianen en de mensen met gemengde voorouders. Argentinië Argentinië heeft een oppervlakte van 2,75 miljoen km² en beslaat een groot deel van het zuidoosten. In het midden van Argentinië liggen uitgestrekte open grasvlakten (pampa`s) waarop grote kuddes vee, onder toezicht van gaucho`s (cowboys), grazen. Elders verbouwt men tarwe, graan en bonen. In de steden worden staal, textiel en chemische stoffen geproduceerd. Peru Peru telt 22 miljoen inwoners en is daarmee een van de grotere landen van Zuid-Amerika.
Zuidpool In het uiterste noorden en zuiden van de aardbol liggen twee woeste, met sneeuw en ijs bedekte vlakten: de Zuid- en de Noordpool. Omdat de zon hier maar zes maanden per jaar schijnt en de straling zeer zwak is kennen de poolstreken een zeer koud klimaat. De Zuidpool (Antarctica) is het koudste gebied op aarde. Dit continent is groter dan de Verenigde Staten van Amerika. De ijslaag is er op sommige plaatsen 2000 m dik. Rond Antarctica ligt een oceaan die in de wintermaanden dichtvriest. Zelfs `s zomers komt de temperatuur amper boven het vriespunt. Je begrijpt dan ook meteen waarom hier, uitgezonderd een paar wetenschappers, geen mensen wonen.De noordpool (Arctica) is geen werelddeel. Het is een uitgestrekte oceaan met land eromheen. Het grootste deel is de meeste tijd van het jaar bevroren maar aan de grenzen heerst een wisselend klimaat. Hier en daar vind je zelfs plantengroei en al sinds de prehistorie wonen er ook mensen: de Eskimo. De Zuidpool De Zuidpool beslaat een gebied van ongeveer 14 miljoen km². Het hoogste punt is het Vinsom Massief (5140 m). De Zuidpool herbergt, wel onder bevroren vorm, het meeste zoete water te wereld. Regenen doet het er nooit maar er valt dagelijks wel 10 tot 15 cm verse sneeuw.De hevige sneeuwstormen maken leven op de Zuidpool bijna onmogelijk. Het grootste levende dier op de Zuidpool is een insect. Ondanks de verschrikkelijke kou eisen een aantal landen het bezit van de Zuidpool op. De Zuidpool is namelijk zeer rijk aan mineralen zoals platina, goud,uranium en ijzer.
Zure regen Zure regen is neerslag (regen dus) met een laag zuurgehalte oftewel een lage pH-waarde. Normaal leidingwater heeft een pH van 7 en gewone regen een pH van 6. Zure regen daarentegen heeft een pH van 4. Dat gewoon regenwater een lagere pH-waarde heeft dan gewoon water komt omdat de regendruppels in contact komen met koolzuurgas. Het koolzuur komt in verbinding met de regendruppels en veroorzaakt de lage waarde. Wie veroorzaakt zure regen ? Raffinaderijen, elektriciteitscentrales en tal van andere vormen van industrie zijn belangrijke veroorzakers van zure regen. Bij de verbranding van onder meer steenkool, olie en gas komen zwavel- en stikstofoxiden vrij. Deze oxiden kunnen zich in lucht, water en bodem verbinden tot zwavelzuur en salpeterzuur. De totale `uitstoot` is geschat op 100 miljoen ton zwavel- en stikstofoxiden in de gehele wereld. Het is niet alleen de industrie die de zure regen produceert, ook de automobilisten (benzine en lood) helpen er aan mee. Als de zuurgraad lager is dan 5,5 zijn vele vissoorten al niet meer in leven, terwijl bij 4,5 helemaal geen vis meer aanwezig is. Zure regen in Europa Door de overheersende westenwinden hebben de Scandinavische landen de meeste last van zure regen, maar niet alleen hierdoor. Ook de bodem blijkt erg arm te zijn aan kalk. In Nederland is naar verhouding vrij veel kalk aanwezig (rivieren, sloten, wateren en de zeeklei zijn rijk aan kalk). Kalk heeft de eigenschap om het zuur uit de regen te neutraliseren. Er zijn in Nederland veel onderzoeken gedaan naar de omvang en schade van de zure regen.
Zuurstof Levende wezens hebben zuurstof nodig om te kunnen overleven. Zuurstof is een gas, en de lucht die wij inademen bestaat ongeveer voor één vijfde deel uit zuurstof. Zuurstof is onzichtbaar, reuk- en smaakloos. Het grootste deel van de zuurstof op aarde komt niet in gasvorm voor. Meestal is zuurstof aan andere stoffen gebonden in een vaste of vloeibare vorm. Dat komt omdat zuurstof chemisch reactief is. Dit wil zeggen dat het zich gemakkelijk met andere stoffen verbindt waarbij het dan meestal energie vrijgeeft. Het verbrandingsproces is daar een goed voorbeeld van. Als een stuk hout brandt, verbindt de zuurstof zich met het hout en er komt warmte vrij. Verbranding Moest er geen zuurstof zijn, er zou ook nooit brand zijn. Het is onmogelijk om buiten de dampkring (waar geen zuurstof aanwezig is) vuur te maken. Hoe kan een raketmotor van een ruimteschip, die zuurstof nodig heeft om brandstof te laten ontbranden, dan werken? Heel simpel. Een ruimteschip heeft altijd een voorraad zuurstof mee die in de motor met de brandstof vermengd wordt.Als er iets in zuivere zuurstof wordt verbrand ontstaat er een enorme hitte. Bij een lasapparaat wordt de brandstof met zuivere zuurstof verbrand en ontstaat er een hitte die groot genoeg is om metaal te laten smelten. De zuurstofcyclus Bij het inademen van lucht en het verbranden van brandstof wordt zuurstof aan de atmosfeer ontrokken en koolzuurgas afgegeven. Planten doen net het omgekeerde. De groene delen van de planten nemen overdag zonlicht, water en koolzuurgas op om nieuwe cellen te maken en geven zuurstof af.
Zwaartekracht Met een zeer hoge snelheid draait de aarde rond de zon. Een sterke kracht zorgt ervoor dat de aarde in zijn baan rond de zon blijft. Deze kracht noemen we de zwaartekracht. Niet alleen de aarde, maar alle lichamen zijn onderhevig aan de zwaartekracht. De sterkte van de zwaartekracht is afhankelijk van de massa van een voorwerp of lichaam. Alleen reusachtige lichamen, zoals planeten, hebben een grote aantrekkingskracht.Alles wat valt, valt in de richting van de aarde. Naar beneden dus. Als je bijvoorbeeld omhoog springt, zorgt de zwaartekracht ervoor dat je weer beneden op aarde terecht komt. Een zwaar voorwerp optillen vraagt een inspanning omdat de zwaartekracht het voorwerp naar de grond trekt en tegenwerkt. Hierdoor is het ook veel gemakkelijker een helling af te glijden dan er tegenop te klimmen. Massa en gewicht De massa van een lichaam is de hoeveelheid materiaal waaruit het lichaam bestaat. Waar het lichaam zich ook bevindt, de massa blijft ongewijzigd. Het gewicht van een lichaam is de kracht die de zwaartekracht erop uitoefent. Het gewicht kan wel veranderen. Zo is de maan lichter dan de aarde en daarom is de zwaartekracht minder (ongeveer zes maal). Een astronaut die op de aarde 84 kg weegt, weegt op de maan 14 kg ook al blijft zijn massa hetzelfde. Isaac Newton De eerste die iets van de zwaartekracht begreep was de Brit Isaac Newton (1642-1727). In 1666 vroeg hij zich af, toen hij een appel uit een boom zag vallen, of de kracht die voorwerpen doet vallen dezelfde is als deze die de maan in haar baan houdt.
Zwaluwen Zwaluwen zijn direct te herkennen aan hun zeer gestroomlijnde gestalte. Ook de kop gaat vloeiend in het lichaam over.De vleugels zijn lang en puntig, terwijl de staart eveneens lang is en al dan niet gevorkt. De vlucht is uitermate sierlijk en flitsend. Dat is nodig om op een warme zomerdag insecten te vangen. Insecten passen hun gedrag en de snelheid van hun vlucht aan hun lichaamstemperatuur aan. Hun lichaamstemperatuur is gelijk aan deze van hun omgeving. Zo worden deze prooidieren van de zwaluwen op zonovergoten dagen actiever. Die verhoogde activiteit stelt hoge eisen aan het vliegvermogen van de zwaluwen. Het schijnt zo te zijn dat de stabiliteit van de lucht samenhangt met de hoogte van de vlucht van de insecten.Bij mooi weer vliegen insecten hoger dan bij naderend onweer. Men zegt daarom wel dat hoe lager de zwaluwen vliegen, hoe dichter de insecten bij de grond blijven, hoe groter de kans op slecht weer is.Hoewel zwaluwen geen schuwe vogels zijn, en ze dankbaar broeden in boerderijen en schuren en rusten op telefoondraden, loopt hun aantal toch achteruit. Dit is waarschijnlijk het gevolg van de chemische bestrijding van insecten op weilanden en akkers. In ons land komt de boerenzwaluw algemeen voor. Deze zwaluw heeft een lange, diep gevorkte staart.De huiszwaluw is ook zeer algemeen. Deze zwaluw heeft een gevorkte staart en een witte stuit. Huiszwaluwen nestelen in kolonies onder overhangende daken. Soms zijn de nesten zo dicht bij elkaar dat ze elkaar raken.
Zwanen Over de hele wereld verspreid komen slechts zeven soorten zwanen voor: de knobbelzwaan, de zwarte zwaan, de zwarthalszwaan, de wilde zwaan, de trompetzwaan, de kleine zwaan en de fluitzwaan. De knobbelzwaan Knobbelzwanen hebben een lengtevan 45 - 160 cm en een spanwijdte van 208 - 238 cm. De soort dankt zijn naam aan de zwarte knobbel op de oranje-rode snavel, die bij het vrouwtje gemiddeld kleiner is en bij het mannetje tijdens het broedseizoen extra opzwelt. In het water is de knobbelzwaan verder nog te onderscheiden aan de sierlijk gebogen hals en de naar beneden gerichte snavel. De poten zijn grijs tot zwart. In de krachtige vlucht strekt de knobbelzwaan de hals en maken zijn vleugels een karakteristiek, zingend geluid. Ze houden van stilstaand of langzaam stromend water met veel waterplanten: moerassen, plassen en open water nabij weilanden. Het grote nest wordt van allerlei materiaal, zoals takken, riet en stro, op de grond gebouwd en kan een doorsnede van 4 m en een hoogte van 75 cm bereiken. De 4 à 7 eieren worden gedurende 34 à 38 dagen, in hoofdzaak door het wijfje, bebroed. De kuikens zijn lichtgrijs van boven en witter onderaan. Soms draagt het wijfje de kuikens op de rug mee. Na 20 weken kunnen ze vliegen. De jonge vogels zijn vaalbruin en vertonen al snel witte plekken in hun verenkleed. De grijze snavel met zwarte basis en punt wordt bij het ouder worden eerst roze, vervolgens oranje.Knobbelzwanen eten voornamelijk waterplanten die ze met hun lange nek uit het water vissen.
Zwitserland Landschapsgebieden Zwitserland is een land van uitersten: binnen een straal van enkele tientallen kilometers kun je zowel eeuwige sneeuw als palmbomen tegenkomen. Zwitserland kent drie grote landschapsgebieden, te weten: het bosrijke en heuvelachtige Jura in het westen; het relatief vlakke Mittelland in het noorden; de Alpen. Het middelgebergte van de Jura is wat de oppervlakte betreft het kleinste gedeelte van Zwitserland. De langgerekte, beboste en door smalle dwarsdalen verdeelde kalksteenketens doorkruisen Zwitserland van Genève tot Schaffhausen en hellen tegen het Mittelland steil af. Tussen Jura en Alpen strekt zich het Mittellland uit. Een golvende hoogvlakte met vruchtbare landbouwgrond, weidegebieden en deels grote meren. Het Mittelland beslaat een derde van de totale oppervlakte van het land. De industrie en de grote bevolkingsdichtheid drukken echter ook hun stempel op deze kernzone van de Zwitserse landbouw. De Zwitserse Alpen zijn een klassiek hooggebergte met vele dalen, meren, passen en gletsjers. Ze bestrijken ongeveer drie vijfde deel van de oppervlakte van Zwitserland. Meer dan 100 bergtoppen boven de 3000 m, een dertigtal zelfs boven de 4000 m, bepalen hier het beeld.
|
Zoek
Typ een term en klik op `Zoek`.
Online taaltest
De NTR, de VPRO, de Universiteit Gent en Canvas hebben een wetenschappelijk
onderzoek naar Taal opgezet en doen dit door middel van een online taaltest.
Hoeveel woorden ken jij?
Recent gezocht
De laatste zoekopdrachten. Tussen haakjes staan resp. de resultaten en verwante resultaten.
• imperialisme (11/0) • Tha dockz (1/0) • NUGB (2/0) • Fernando Cavenaghi (1/0) • Vossebelt (1/0) • hysterische chorea (1/0) • Kuala Dungun (1/0) • Hielstek (winterstek) (1/0) • Königsberger Klopse (1/0) • Code of Conduct (1/0) • Schildpadeiland (1/0) • Seppuku (1/0) • HYPOFOSFATEMIE (2/0) • Frédéric de Reiffenberg (1/0) • Reinier I van Henegouwen (4/0) • Ferme (1/25) • nuttig (5/17) • Ferme (1/25) • Sati (1/25) • nuttig (5/17) • wegraking (3/0) • HIES (2/3) • SAAIEM (2/0) • traverseren (8/0)
|