
plaatsen, schikken, ordenen, (op)bergen - Voorbeeld: ‘
In der haast schormden de jongelui om hunne plaats in een of ander rijtuig te veroveren, en wanneer ieder bij zijn gegeerde weergade gecaseerd was, stond Hélène daar nog onbeholpen uit te zien, bij de kinderen’ (Blijde Dag 42)
Gevonden op
https://dbnl.org/tekst/leme001taal02_01/leme001taal02_01_0006.php
Geen exacte overeenkomst gevonden.