Zoek op

dominicaan

de Dominicaan zelfst.naamw. (m.) Uitspraak:   [domini'kan] Verbuigingen:   Domini|canen (meerv.) de Dominicaan|se zelfst.naamw. (v.) Uitspraak:   [domini'kan|sə] Verbuigingen:   Dominicaanse|n (meerv.) iemand met de nationaliteit van de Dominicaans...
Gevonden op http://www.woorden.org/woord/dominicaan

DOMINICAAN

1) Bedelmonnik 2) Inwoner van dominicaanse republiek 3) Kloosterling 4) Lid van een bepaalde kloosterorde 5) Ordegeestelijke 6) Predikheer 7) Preekheer
Gevonden op http://www.mijnwoordenboek.nl/puzzelwoordenboek/DOMINICAAN/1

Dominicaan

iemand met de Dominicaanse nationaliteit; iemand die behoort tot het Dominicaanse volk; iemand die afkomstig is uit de Dominicaanse Republiek; inwoner van de Dominicaanse Republiek In het meervoud ook in toepassing op het volk.
Gevonden op http://anw.inl.nl/article/Dominicaan

dominicaan

monnik van de orde van Sint-Dominicus
Jaar van herkomst: 1637 (WNT )
Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/sijs002chro01_01/colofon.php

dominicaan

monnik in kloosterorde van de heilige Dominicus (toon de herkomst via de etymologiebank)
Gevonden op http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/dominicaan
Geen exacte overeenkomst gevonden.