Zoek op

ECHAUFFEREN

1) Verhitten 2) Zich opwinden
Gevonden op http://www.mijnwoordenboek.nl/puzzelwoordenboek/ECHAUFFEREN/1

Echaufferen

Let op: Spelling (deels) uit 1864: ow. [gelijkvloeiend] ZICH -, ww. (ik echauffeerde [mij], ben [heb mij] geëchauffeerd), verhitten; toornig -, warm worden.
Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/cali003nieu01/cali003nieu01_0008.htm

echaufferen

verhitten (toon de herkomst via de etymologiebank)
Gevonden op http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/echaufferen
Geen exacte overeenkomst gevonden.