rookvang, wasemkap van een haard; bovenblad van de stenen bekleding van de boezem van een schoorsteen - Voorbeeld: ‘Ze neep het lampken dood en flokte zich daar onder de heerdmantel warm neer’ Gevonden op https://dbnl.org/tekst/leme001taal02_01/leme001taal02_01_0011.php