Zoek op

Kortswijl

Let op: Spelling (deels) uit 1864:
~IGHEID, v. [geen meervoud] scherts, boert, vrolijkheid.
~EN, ow. [gelijkvloeiend] (ik kortswijlde, heb gekortswijld), boerten, schertsen, grappen maken.
~ER, m. (-s), grappenmaker, vrolijke snaak.
~IG, [bijvoegelijk naamwoord] en [bijwoord] (-er, -st), grappig; schertsend.
Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/cali003nieu01/cali003nieu01_0014.htm

kortswijl

grap (toon de herkomst via de etymologiebank)
Gevonden op http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/kortswijl
Geen exacte overeenkomst gevonden.