
1.levensmiddelen, voorraad, middel van bestaan Voorbeeld: ‘En buiten rond de woonhutte, stond de belofte van een veie oogst, een hele rijkdom met eten en leefte voor een groot gezin’ 2.levenswijze, leven Voorbeeld: ‘Met er hele dagen in te zijn, leerde hij de bestanddelen van lucht en land, de leefte van vruchten en dieren kennen
Gevonden op
https://dbnl.org/tekst/leme001taal02_01/leme001taal02_01_0015.php
Geen exacte overeenkomst gevonden.