de piano zelfst.naamw. (m./v.) Uitspraak: [ piˈjano ] Afbreekpatroon: pi·a·no Verbuigingen: piano's (meerv.) muziekinstrument met snaren die via toetsen bespeeld worden Voorbeelden: 'pianospelen' , 'iets op de piano spelen' Synoniemen: klavier Spreekwoorden en zegswijzen • piano aan gaan (=heel rustig en la... Gevonden op https://woorden.org/woord/piano
groot klavierinstrument met snaren die gespannen zijn in een horizontaal of verticaal geplaatste klankkast achter het toetsenbord en die bij het aanslaan van de toetsen tot trillen worden gebracht door hamertjes met vilten koppen; ook een instrument met dezelfde klank en hetzelfde uitzicht dat wel andere, elektrische of elektronische middelen voor ... Gevonden op https://anw.ivdnt.org/article/piano
[klassieke muziek](instrument) Het meest gebruikte toetseninstrument met achtentachtig zwarte en witte toetsen, die bij bespeling een hamermechaniek in werking stellen, waardoor snaren worden aangeslagen. Tijdens concerten wordt meestal gebruikgemaakt van een grote piano in de vorm van een vleugel. Enkele namen van w... Gevonden op https://cultureelwoordenboek.nl/klassieke-muziek/piano-instrument
De piano is een slag-, toets- en snaarinstrument uit de citerfamilie dat bespeeld wordt met een enkel klavier en 2 of 3 pedalen. [[en]] The piano is a percussion, keyboard and string instrument of the zither family played with a single keyboard and 2 or 3 pedals. Gevonden op https://thesaurus.cultureelerfgoed.nl/concept/cht:0cf24e12-4246-4ec5-b6a4-3