
met gerucht plonzen, met een plons neerstorten, plompen (WNT: pladompen, pladonzen) - Voorbeeld: ‘
Niemand vraagt wat zij uitrichtten of hoe het werk vorderde. Zij zelf (= de arbeiders) wisten het allerminst, pladompelden in 't blinde, stommelings voort op bevel van de ploegbaas’
Gevonden op
https://dbnl.org/tekst/leme001taal02_01/leme001taal02_01_0019.php
Geen exacte overeenkomst gevonden.