de pruik zelfst.naamw. (m./v.) Uitspraak: [ prœyk ] Verbuigingen: pruiken (meerv.) haardos die je als een hoofddeksel opzet Voorbeeld: 'toneelpruik' Synoniemen: haardos haarstukje Spreekwoorden en zegswijzen • zijn pruik staat scheef (=hij is slecht gehumeurd) Naar de spreekwoorden Gevonden op https://woorden.org/woord/pruik
Een pruik of een haarwerk is een kunstmatig kapsel. Dit wordt op het hoofd gedragen, wat de suggestie geeft van een echt kapsel. Een pruik kan worden gemaakt van synthetisch haar of van echt haar. Mensen met haarverlies en/of kaalheid nemen vaak een pruik. Gevonden op https://hairmasters.nl/pruiken/
dun kapje met haar vb: de kale man draagt een pruik de bokkenpruik op hebben [boos of chagrijnig zijn] zijn pruik staat scheef [hij is uit zijn humeur] Gevonden op https://mowb.muiswerken.nl/
Een pruik is een nep-kapsel. Het kan gemaakt worden van echt haar , paardenhaar of synthetisch haar. [basiswoordenlijst groep 4] Gevonden op https://wikikids.nl/Pruik
Haarwerk dat over het hele hoofd geplaatst wordt bij kaalheid of als iemand tijdelijk een ander kapsel wil.
Gevonden op https://encyclo.nl/lokaal/10648