lopen, zich spoeden, geweldig lopen - Voorbeeld: ‘Teut! Teut-Teut! ging het weer. Een automobiel! riepen de knapen. (...) Wacht, zie-je hem? en hij schavijstert! zie hoe hij komt gevlogen!’ Gevonden op https://dbnl.org/tekst/leme001taal02_01/leme001taal02_01_0021.php