bezeten bijv.naamw. Uitspraak: [ bəˈzetə(n) ] Afbreekpatroon: be·ze·ten als je totaal door iets of iemand in beslag wordt genomen Voorbeeld: 'bezeten aan het werk zijn' Synoniem: fanatiek Hij is bezeten van motorrijden. (hij houdt heel veel van motorrijden) 'Hij is helemaal bezeten van dat meisje.' door de duivel bezeten (in de macht ... Gevonden op https://woorden.org/woord/bezeten
overdreven vasthoudend, aan niets anders meer kunnen denken vb: hij is bezeten van zijn computer Synoniemen: fanatiek verbeten Tegenstelling: lauw Gevonden op https://mowb.muiswerken.nl/
Spreekwoorden: (1914) Bezeten zijn, d.w.z. door den duivel, den boozen geest bezeten zijn, in diens bezit of macht zijn, beduiveld zijn, fr. endiablé; in de middeleeuwen beseten sijn van (of met) den viant (= duivel). Zie Mnl. Wdb. I, 1027; Ndl. Wdb. II, 2456; fr. être possédé; hd. besessen sein; eng. to be posse... Gevonden op https://encyclo.nl/lokaal/10778