snikkeren, (uit)snijden - Voorbeeld: ‘De jongen zat tegen de stijl van de hutte geleund, de zweepsteel tussen de benen en wrocht met zijn mes aan een elzenstok waaruit hij een fluitje snekkerde’ Gevonden op https://dbnl.org/tekst/leme001taal02_01/leme001taal02_01_0021.php