de tering zelfst.naamw. (v.) Uitspraak: [ 'terɪŋ ] Afbreekpatroon: te·ring 1) besmettelijke infectieziekte in je longen informeel Voorbeeld: 'Vroeger ging je dood aan de tering.' Synoniem: tuberculose vliegende tering (tering met een snel verloop) Krijg de tering! informeel (<dit zeg je tegen iemand op... Gevonden op https://woorden.org/woord/tering
De tering is een verzamelnaam voor ziektes zoals tuberculose en kanker die een dodelijke afloop hadden: Men leefde in angst voor de tering. ‣ In de volksmond in Nederland wordt tuberculose ook wel tering genoemd. In de periode dat er nog geen werkzame geneesmiddelen bestonden tegen tuberculose ontstond de eufemistische afkorting tbc, of zelfs tb,... Gevonden op https://thesaurus.cultureelerfgoed.nl/concept/cht:1c37e0cc-3363-4093-81e1-7
Spreekwoorden: (1914) De tering naar de nering zetten, d.w.z. zijne uitgaven regelen naar de inkomsten, ‘naar zijne beurs te markt gaan’ (C. Wildsch. I, 226), ‘zaaien naar den zak’ (Waasch Idiot. 753). In de middeleeuwen na der neren die tere setten; vgl. ook Mnl. fragm. 239, 163: Nae dattu goet he... Gevonden op https://encyclo.nl/lokaal/10778