uitbabbelen - Voorbeeld: ‘Claarke, waar zijt ge? riep hij al over de hoofden (...) En gij, Elsje? Ik, ik ben wel waar ik ben! en gij? en 't leutig jong beggelde luidop hare lachlust uit’ Gevonden op https://dbnl.org/tekst/leme001taal02_01/leme001taal02_01_0023.php