uiteenwerpen, -smijten - Voorbeeld: ‘In de weerdij van een half uur was heel de schone zonnepraal kapot gedorst en uiteen gescheisterd, zonder dat er een hand uitgestoken werd die de ramp verhelpen kon’ Gevonden op https://dbnl.org/tekst/leme001taal02_01/leme001taal02_01_0023.php