
kwijlend uitvloeien, uitborrelen - Voorbeeld: ‘
De vlammen kronkelden zo lange tijd rond het zwarte lijf van de koeketel tot er daarbinnen leven kwam, een holle brutseling en de damp met ziedend schuim hieven 't deksel met een geuleken op waardoor 't sop uitzabberde en de damp opproestte in de schouw’
Gevonden op
https://dbnl.org/tekst/leme001taal02_01/leme001taal02_01_0023.php
Geen exacte overeenkomst gevonden.