afserveren werkw. Uitspraak: [ 'ɑfsɛrverə(n) ] Afbreekpatroon: af·ser·ve·ren Vervoegingen: serveerde af (verl.tijd enkelv.) Vervoegingen: heeft afgeserveerd (volt.deelw.) nogal stevig afstand doen van (iets of iemand), er niets meer mee te maken willen hebben Voorbeelden: 'Afserveren, die eikel!' , 'een plan afserveren' Synoniemen: :... Gevonden op https://woorden.org/woord/afserveren
iemand een nederlaag bezorgen in een sportwedstrijd, vooral in de tennissport iemand of iets op een vrij resolute of vervelende manier afwijzen, afkeuren, wegsturen of ontslaan Gevonden op https://anw.ivdnt.org/article/afserveren