Zoek op

Afzeilen

Uit `De lagere vaktalen: De molenaarstaal` 1914 het doek van de roeien aftrekken en oprollen.
Gevonden op http://www.dbnl.org/tekst/ginn001hand02_01/ginn001hand02_01_0009.php

afzeilen

1> al zeilend afleggen. We hebben de laatste dagen heel wat afgezeild. 2> met stroom mee zeilen. De schepen zeilen de rivier op en af. 3> met zekere bestemming (met een zeilschip) vertrekken. Ik zeil morgen naar Amsterdam af. 4> door het zeilen kwijt geraakt. We hebben de mast er af gezeild. 5> in: veel wind afzeilen<...
Gevonden op http://www.debinnenvaart.nl/binnenvaarttaal/woord.php?woord=afl
Geen exacte overeenkomst gevonden.