Zie ook:
barricadeer

barricaderen werkw. Uitspraak: [ bɑrika'derə(n) ] Afbreekpatroon: bar·ri·ca·de·ren Vervoegingen: barricadeerde (verl.tijd enkelv.) Vervoegingen: heeft gebarricadeerd (volt.deelw.)
met een barricade de doorgang verhinderen Voorbeelden: 'een straat barricaderen' , 'zijn kamer barricaderen' Synoniemen: afsluiten versperren ...
Gevonden op
https://woorden.org/woord/barricaderen

1) Versperren 2) Afsluiten 3) Toegang afsluiten 4) Verschansen
Gevonden op
https://mijnwoordenboek.nl/puzzelwoordenboek/Barricaderen/1
Geen exacte overeenkomst gevonden.