de dennenboom zelfst.naamw. (m.) Uitspraak: [ 'dɛnə(n)bom ] Afbreekpatroon: den·nen·boom Verbuigingen: dennenbomen (meerv.) grote boom met groene naaldvormige bladeren Voorbeeld: 'De kerstboom noemen we een dennenboom, maar het is meestal een spar.' Synoniem: den Synoniemen: den denneboom greneboom mast mastspar sparrenboom Gevonden op https://woorden.org/woord/dennenboom