Zoek op

ditje

Spreekwoorden: (1914) Ditje en datje.
In de uitdr. hij heeft altijd een ditje (of) een datje, d.w.z. altijd heeft hij de eene of andere aanmerking, nu eens dit en dan weer dat. In de middeleeuwen kwam een dat in den zin van eene aanmerking voor (Mnl. Wdb. II, 79); ook in de Prov. Seriosa, 33: Niemant en is sonder dat; bij...
Gevonden op https://www.encyclo.nl/lokaal/10778
Geen exacte overeenkomst gevonden.