gebrouilleerd bijv.naamw. Uitspraak: [ xəbru'jert ] Afbreekpatroon: ge·brouil·leerd als je ruzie met elkaar hebt Voorbeelden: 'Hij is gebrouilleerd met zijn ouders en gaat er nooit meer op bezoek.' , 'Na tien jaar huwelijk zijn ze gebrouilleerd uit elkaar gegaan.' Gevonden op https://woorden.org/woord/gebrouilleerd
ernstig verstoord, in onmin (geraakt) WOORDFEIT: Gebrouilleerd is het voltooid deelwoord van brouilleren 'ruzie hebben, ruzie krijgen, in onmin raken', dat ontleend is aan het min of meer gelijkbetekenende Franse brouiller . Een oudere betekenis van dat werkwoord is 'verwarren, vermengen'. Het komt van het middeleeuws Latijnse brodiculare , dat waa... Gevonden op https://onzetaal.nl/uploads/nieuwsbrieven/gebrouilleerd.html