gesticuleren werkw. Uitspraak: [ xɛstiky'lerə(n) ] Afbreekpatroon: ges·ti·cu·le·ren Vervoegingen: gesticuleerde (verl.tijd enkelv.) Vervoegingen: heeft gegesticuleerd (volt.deelw.) met bewegingen van een lichaamsdeel iets duidelijk maken Voorbeelden: 'niet met woorden communiceren maar door aanwijzen, mimiek en gesticuleren' , 'Te ve... Gevonden op https://woorden.org/woord/gesticuleren
(druk, heftig) gebaren maken WOORDFEIT: Gesticuleren is in de zeventiende eeuw ontleend aan het Franse gesticuler 'gebaren maken, mime spelen'. Dat komt van het Latijnse gesticulari 'gebaren maken, gebarenspel opvoeren'. Dit woord is op zijn beurt een afleiding van gesticulus 'gebaartje', de verkleinvorm van gestus 'gebaar, houding, beweging'. En d... Gevonden op https://onzetaal.nl/uploads/nieuwsbrieven/gesticuleren.html